De coup in Myanmar

‘Ze zijn zo walgelijk’

Mensen uit alle lagen van de Myanmarese bevolking komen in opstand tegen de zoveelste machtsovername door het leger. Ze trotseren de dreiging van geweld waarvan de militairen zich traditioneel bedienen.

Monniken met drie vingers in de lucht lopen voorop in een protestmars van duizenden in Yangon, 8 februari © AP / ANP

Amsterdam heeft nog een aantal uren in diepe rust te gaan als de woede uit Yangon door de telefoon dendert. ‘Ze zijn zo walgelijk. En zo schaamteloos hoe ze de macht grijpen.’ De stem van mijn oude vriendin Khin Omar (niet haar echte naam) schiet nog een versnelling hoger als ze zegt: ‘En ze hebben haar voor de rechter gebracht.’ Dat ze een groot risico loopt met haar openlijke spervuur over de staatsgreep van 1 februari en de veroordeling van Aung San Suu Kyi voor het illegale bezit van communicatieapparatuur, kan haar niet schelen. Door haar woede is ze de angst voorbij. ‘Ik praat. En iedereen praat.’

Khin Omar maakte de staatsgrepen van 1962 en 1988 mee. Haar echtgenoot die politiek actief was ging in de jaren negentig achter de tralies. Hun twee kinderen voedde ze lang alleen op, onder de constante blik van de beruchte geheime dienst die alles in het werk stelde om haar het vinden van een baan onmogelijk te maken. Nu de legertop voor een derde keer de totale macht grijpt, worden oude wonden opengereten. ‘En moet ik nu weer 25 jaar wachten op een klein beetje vrijheid? Dan ben ik er niet meer.’

De gekozen parlementariërs die 1 februari hun eerste sessie zouden houden, werden in een regeringsgebouw vastgehouden en daarna onder huisarrest geplaatst. Maar zodra internet weer functioneerde, stuurde een van hen een bericht dat ze live of online toch als volksvertegenwoordiger beëdigd waren. Net als tientallen van zijn collega’s zat hij jaren vast als politieke gevangene. Vijf jaar geleden stapte hij trots het megalomane parlementsgebouw in de door militairen gebouwde nieuwe hoofdstad Naypyidaw binnen. Vanuit zijn huisarrest schrijft hij: ‘Nooit opgeven. Wij hebben het mandaat van de bevolking.’

Geruchten over een staatsgreep door legerleider Min Aung Hlaing hingen al dagen in de lucht. De monsterzege van de Nationale Liga voor Democratie, de partij van Aung San Suu Kyi, op 8 november vorig jaar, was voor de ambitieuze militaire leider groot gezichtsverlies. Het is een publiek geheim dat de 65-jarige generaal die in juli met pensioen zou gaan, de ogen op het presidentschap had gericht. Myanmarese politiek is persoonlijk. Het land van tientallen miljoenen krimpt in politieke kringen tot de omvang van een dorp. Deze families kennen elkaar vaak al generaties lang.

Aung San Suu Kyi en legerleider Min Aung Hlaing stonden al op gespannen voet met elkaar sinds Suu Kyi na de vrije verkiezingen van 2015 de functie van Adviseur van Staat wist te creëren, omdat de grondwet haar uitsloot van het presidentschap. Het veranderen van die ondemocratische constitutie is nagenoeg onmogelijk, toch is het de ultieme doelstelling van Suu Kyi om het leger terug in de barakken te krijgen.

Bij de eerste berichten dat Min Aung Hlaing de macht had gegrepen, overheersten verbijstering, ongeloof, ontreddering en angst. Maar gaandeweg kregen woede en verontwaardiging de overhand. In de eerste dagen na de coup klonk om acht uur ’s avonds een oorverdovend lawaaiprotest met potten en pannen, van oudsher een manier om kwade geesten te verjagen. Bij hun voordeur of vanaf hun balkons sloegen oudjes hun broze armen lam op keukengerei, jongeren ramden op het traliewerk van flatgebouwen alsof de metalen spijlen hen gevangen hielden. Daarna gingen ze met tienduizenden de straat op. Zelfs in de desolate hoofdstad Naypyidaw die de militairen ver van de bevolking hebben gebouwd en waar de legertop zich verschanst heeft, klinken nu de leuzen van burgers die van buitenaf toestroomden. ‘Weg met de coup.’ ‘We willen democratie.’ ‘We eisen onze gekozen leider terug.’

Overal galmt ook het lied ‘Kabar Ma Kyay Bu’, dat bezingt hoe men de strijd voor democratie niet zal opgeven en het leger zijn daden niet zal vergeven. De protestsong stamt uit 1988 en vond als een verboden alternatief volkslied zijn weg naar de jungle en de diaspora. Dat het nu weer te horen is, symboliseert hoe verzet tegen het bewind van generatie op generatie overerft. Een lande-lijke staking brengt honderdduizenden uit allerlei lagen van de bevolking op de been. Een bonte mix van leraren en andere overheidsbeambten, een heel voetbalteam, filmsterren, en zelfs gehandicapten op krukken. In sommige protesten verschijnen voor het eerst monniken aan kop. Hun morele gezag is groot in het overwegend boeddhistische land. In het verleden kondigden zij een religieuze boycot tegen de militairen af, maar het regime slaagde er ook in met allerlei giften en douceurtjes de officiële mon-nikenorde grotendeels aan zijn kant te krijgen.

‘En moet ik nu weer 25 jaar wachten op een klein beetje vrijheid? Dan ben ik er niet meer’

Al doen de beelden van deze dagen denken aan de grote volksopstand van 1988 toen het gezag wankelde voordat het leger ingreep, dit nieuwe protest komt uit andere emoties voort. In 1988 groeide een studentendemonstratie uit tot een volksopstand van miljoenen. Ze werden gedreven door frustratie over onderdrukking en armoede en het besef dat hun veelbelovende land onder de incompetente corrupte militaire leiders de sloof van Azië was geworden. Het was een bevolking die weinig meer te verliezen had.

Deze keer worden de protesten aangewakkerd door de woede over het feit dat tien jaren van fragiele vrijheid en een democratische verkiezingsoverwinning hun ontnomen worden. Anders dan hun voorgangers groeiden de jongeren die het voortouw nemen op met mobiele telefoons en internet, vaak in een bescheiden middenklasse, met perspectief op een betere toekomst en connecties met de rest van de wereld. Met de hashtag ‘You messed with the wrong generation’ geven ze aan dat ze zich die verworvenheden niet willen laten afnemen. Overal gaan de drie vingers uit The Hunger Games in de lucht of ze verschijnen als logo op sociale media. De demonstranten worden aangemoedigd vanuit passerende auto’s en bussen. Uit de huizenblokken klinkt gejuich. Hier en daar verschijnen zelfs beelden van politieagenten die buiten het zicht van collega’s hun drie vingers tonen terwijl ze in volle uitrusting uitrukken om blokkades op te zetten.

Enkele activisten zijn na de staatsgreep opgepakt of vermist. Anderen schreven een haastig bericht dat ze gingen onderduiken. Onder hen Min Ko Naing, een dissidente veteraan en een van de bekendste figuren uit de civiele samenleving. Als eerste levensteken uit de onderduik kwam een handgeschreven briefje dat verwees naar het huisarrest van Suu Kyi en aanmoedigde tot burgerlijke ongehoorzaamheid. ‘De drijvende kracht is van onze trein losgekoppeld, maar we hebben allemaal onze eigen motor om verder te gaan.’

Min Ko Naing (wat Conqueror of Kings betekent, zijn echte naam is Paw Oo Tun) maakte voor het eerst naam in 1988. Terwijl een woelige brij van demonstranten door de straten trok, verklaarde een tengere jongen met een zakdoek voor zijn gezicht: ‘Fysiek kan ik sterven. Maar er zullen steeds weer nieuwe Min Ko Naings verschijnen om mijn plaats in te nemen.’ Als een van de leiders van de verboden studentenbond bleek hij een begenadigd spreker wiens woorden tot vandaag de dag weerklank vinden. ‘Als we dezelfde rechten willen als mensen elders in de wereld, moeten we gedisciplineerd, verenigd en dapper genoeg zijn om ons te verzetten tegen de dictators. Laten we ons lijden en onze eisen uitspreken. Niets zal ons weerhouden van het bereiken van vrede en rechtvaardigheid in ons land.’ Kort daarna legden militairen de roep om vrijheid en democratie het zwijgen op. Min Ko Naing ging achter de tralies – een gevangenschap van bij elkaar zo’n twintig jaar, voor een groot deel in eenzame opsluiting. Soms hoorden zijn familie en vrienden van hem via een gesmokkeld briefje met woorden als: ‘I am the master of my fate / I am the captain of my soul’. Die dichtregels uit het ‘Invictus’ van William Henley zoemden dan al snel rond in kringen van de oppositie.

Toen hij negen jaar geleden werd vrijgelaten, duurde het drie dagen voor hij zijn huis in Yangon bereikte, doordat de duizenden mensen langs de route hem wilden horen spreken. De terugkeer van Min Ko Naing was die van een overwinnaar. Ook het huis in een eenvoudige buitenwijk van Yangon zat meteen stampvol. Hij wilde vooral gaan schilderen en theaterstukken en gedichten schrijven. En via The 88 Generation Peace and Open Society met zijn collega-dissidenten sociaal werk verrichten. Van partijpolitiek moest hij weinig hebben en hij sloot zich niet aan bij de partij van Suu Kyi.

Het is enkele jaren geleden dat hij een beetje verlegen de foto bekeek van die slungel uit 1988 met zijn bedekte gelaat. Hij zei: ‘Ja, ik verloor mijn jeugd, maar de geest van toen leeft nog.’ Die woorden maakt hij als 58-jarige nu opnieuw waar. Met vermoeide branderige ogen en een ietwat gejaagde blik duikt hij op bij de protesten. Een leider tegen wil en dank.

Al is zijn rol als veteraan van groot belang, de nieuwe demonstraties hebben net als andere bewegingen in de regio geen duidelijk leiderschap. Jongeren gaan massaal op kop. Ze zijn de eerste generatie in Myanmar die gepokt en gemazeld is in het gebruik van sociale media.

Terwijl in Centraal-Myanmar de mensenmassa’s door de straten golven, is de reactie van de etnische minderheden veel minder eenduidig. Sommige veroordelen de staatsgreep, andere wachten af. Hetzelfde leger dat het traject naar democratisering de nek omdraait, ontzegt hun al decennia gelijke rechten binnen een federale staat. Grotendeels onttrokken aan het oog van de buitenwereld woedt in hun gebieden al sinds de onafhankelijkheid van 1948 een oorlog. Veel burgers zijn er zo vaak gevlucht dat ze de tel kwijtraakten. Amnesty International had de handen vol aan het documenteren van alle dwangarbeid, martelingen en verkrachtingen door het leger.

‘Binnenkort zie je ons Karen alleen nog in het museum’, zei jaren geleden een vrouwelijke commandant van deze etnische minderheid in het oosten van het land. Ze meende het. De staakt-het-vurenakkoorden die de afgelopen decennia met sommige minderheden werden afgesloten, hadden vaak meer te maken met verdeel-en-heers dan met de oprechte wens om een federale staat te stichten. Die gedachte is voor de nationalistische Tatmadaw, het leger dat zich al decennia geleden in alle vezels van de samenleving nestelde, nog altijd onverdraaglijk. Dat de minderheden toch afwachtend zijn in hun reacties op de massale protesten, heeft alles te maken met teleurstelling over de regering van Suu Kyi. Het fragiele vertrouwen dat de minderheden haar bij de vorige vrije verkiezingen van 2015 schonken, kalfde flink af toen er van haar vredesbelofte weinig terechtkwam.

Toch sluiten zich inmiddels ook steeds meer etnische minderheden aan om hun eis van een federale staat op basis van een democratische grondwet te laten horen. In het noorden marcheren de Kachin, al is dat in het zwart, om het verdriet over het uitblijven van vrede te uiten. Zelfs uit de Rohingya-kampen in Bangladesh komen ontroerende tekenen van solidariteit met een bevolking die het evenmin als Suu Kyi voor hen opnam tijdens de gruwelijke geweldsoperatie door het leger. De bekende Rohingya-activiste Wai Wai Nu schreef op Twitter: ‘Dat dit een strijd mag zijn voor allen in Myanmar. Met een grondwet die volledig onder civiele controle staat.’

Het risico is groot dat de Tatmadaw met geweld zal ingrijpen. Ook bij eerdere grote protesten hield de legertop de gelederen gesloten en aarzelde niet burgers neer te maaien en massaal op te sluiten. Senior generaal Min Aung Hlaing is rücksichtslos zoals blijkt uit de geweldsoperaties tegen etnische minderheden. In grote delen van het land is de staat van beleg afgekondigd. Bijeenkomsten van meer dan vijf personen zijn verboden. Op de staats-tv beloofde de legerleider in zijn eerste publieke optreden sinds de coup dat het land een ‘ _true and disciplined democracy__ ’_ gaat worden. Die woorden zullen slechts olie op het vuur gooien nu Myanmar in opstand is gekomen. Bij het ter perse gaan van dit nummer trotseren door het hele land demonstranten massaal het verbod op samenscholing, maar ook de eerste legerwagens rukken uit.