H.J.A. Hofland

Zee van plagen

Is er nog iets van een lijn of een patroon te ontdekken in de ongelooflijke verwarring die dit jaar over Europa is gekomen? Behalve dan dat het volk van alle richtingen en gezindten genoeg heeft van zijn politieke elites. Ik doe een voorstel.

Toen in 1989 de Muur viel, waarmee de Koude Oorlog feitelijk door het Westen was gewonnen, waren er in Amerika en Europa theoretici die voorspelden dat de verdwijning van het «vijandbeeld» een gevaar zou kunnen zijn voor het Atlantisch bondgenootschap. Er zouden nieuwe taken voor de Navo moeten worden gevonden, het «vredesdividend» dat vanzelf zou ontstaan door het einde van de bewapeningswedloop moest worden gebruikt om de vastgelopen planeconomieën van de communistische wereld rijp te maken voor de vrije markt. Nobele denkbeelden, verwant aan het Amerikaanse beleid van na 1945 waarmee West-Europa weer op de been werd geholpen en vervolgens tot trouwe bondgenoot in de nieuwe worsteling gemaakt.

Binnen een jaar was het vredesdividend van de agenda afgevoerd. Saddam Hoessein veroverde Koeweit, wat president George Bush sr. inspireerde tot zijn Nieuwe Wereldorde. De troepen van zijn verstandig gevormde coalitie verjoegen en versloegen het Iraakse leger. Saddam werd gereduceerd tot een machteloze dictator en van de Nieuwe Wereldorde werd niets meer gehoord. De uitvinder zelf verklaarde dat hij niet veel affiniteit had met the vision thing.

Die eigenschap deelde hij met de Europese bewindvoerders. Aan de Europese integratie werd vlijtig verder gewerkt, maar er was geen staatsman, gezegend met het inzicht en de overtuiging om een samenhangend inzicht over de rol van Europa binnen het Atlantisch bondgenootschap en de invloed van het Westen als geheel in de wereld na de Koude Oorlog te ontwikkelen. Toen kwam de Duitse minister van Buitenlandse Zaken Genscher op het idee Kroatië als zelfstandige staat te erkennen. Waarschuwingen dat daarmee het wankel evenwicht tussen de Joegoslavische deelrepublieken fataal kon worden verstoord, hadden geen effect.

Een internationale vredesmacht en eindeloze besprekingen konden niet verhinderen dat daar binnen acht jaar tweehonderdduizend mensen zijn vermoord. De verwoestingen en misdaden waren iedere avond op de televisie te volgen. Maar de Europese publieke opinie en de politieke elite samen bleken niet bij machte het voldoende eens te worden zodat met militaire middelen voortzetting van de massamoord kon worden verhinderd. Nadat Milosevic met de zuivering van Kosovo was begonnen, grepen de Amerikanen in, met luchtbombardementen. Dat bracht het begin van de oplossing, maar niet het einde. Mladic en Karadzic lopen nog vrij rond. En Kosovo is op weg een soort mislukt staatje te worden. Als er intussen één recent historisch feit is dat bij «de» Amerikanen wantrouwen, zelfs minachting voor «de» Europeanen heeft bijgebracht, dan is het deze machteloosheid in Joegoslavië. De Europese stem telde niet meer in Washington.

We kunnen de acht jaar van Bill Clinton als een overgangstijd beschouwen. Terwijl het Joegoslavische drama zich voor het westelijke publiek tot een soort reality show ontwikkelde, brak halverwege de jaren negentig de Nieuwe Economie uit. Het geheim van de eeuwige groei was ontdekt en daarmee was voor het hele Westen de permanente party time aangebroken. Intussen ging de Europese integratie verder, zonder referenda en opstanden van de burgers, want met de zegen van de betrokken volken, voorzover ze er belangstelling voor hadden. Alleen de Fransen waren tegen, maar die waren altijd wel ergens tegen zonder dat ze hun zin kregen.

De Atlantische verwijdering is vrijwel onmiddellijk na de Koude Oorlog begonnen omdat er geen urgentie meer was. Maar de consequenties zijn pas door George W. Bush getrokken, al vóór 11 september, meteen aan het begin van zijn eerste ambtstermijn. Na de aanval heeft het er even op geleken dat het bondgenootschap zich herstelde, maar de Amerikanen hadden er genoeg van. Geen oorlog meer waarin je eerst met de Europeanen moest vergaderen. Het Amerikaanse unilateralisme mag hier verzet en verontwaardiging hebben gewekt, de Europeanen zijn er zelf mede de oorzaak van. Door de uitslag van een reeks verkiezingen en referenda weet Bush weer dat hij gelijk heeft.

Aan de andere kant heeft de oorlog in Irak, het voorspel, de manier waarop hij is gevoerd tot op de dag van vandaag Europa bevestigd in zijn overtuiging dat met deze Amerikaanse regering geen mondiale politiek valt te voeren. De Atlantische verwijdering groeit verder tot een klassiek drama waarin de helden, bezield van nobele bedoelingen en telkens weer bevestigd in hun eigen gelijk, zich verder naar de afgrond bewegen. Irak wordt tot een moeras en de Europeanen hebben hun eigen moeras gemaakt. Aan beide kanten van de Oceaan is een radeloosheid in wording, en nergens is een staatsman of een politieke groep die weet hoe we ons uit de zee van plagen kunnen redden.

Het patroon in de Atlantische ontwikkeling is duidelijk. De afstand tussen de bondgenoten van weleer wordt met de dag groter. Ze doen denken aan de astronauten in het verhaal van Ray Bradbury. Hun ruimteschip is verongelukt, ze zijn in verschillende richtingen de ruimte in geslingerd, ze kunnen nog radiografisch met elkaar praten, maar de stemmen komen steeds zwakker door. Nieuwe astronauten, met betere ruimteschepen, staan startklaar. In het Westen zijn we bezig India en China opnieuw te ontdekken. Met wat we daar zien, weten we ons geen raad.