Zeegezicht

Ik probeer maar gelijk het Zeegezicht van pagina 30 te maken. Hierbij komen geen moeilijke perspectiefproblemen voor, belooft de cursus Tekenen van Cees Mudde. De voorbeeldtekeningen zien er geruststellend eenvoudig uit. Dit kan ik ook. Het beste is met kikkerperspectief te werken, dan krijg je bij zeegezichten een groot ruimtelijk gevoel. Ik pak een blaadje papier, een potlood en maak de eerste krassen. ‘Hoe verder weg de golven zijn, des te kleiner en smaller ze worden.’ Zeg mij wat.

Snel werk ik door, moeilijk is het niet, ik teken gewoon afbeelding 10 na. Het lijkt nog nergens op, maar ik moet niet altijd zo snel willen zijn. Geduld, rustig aan, zegt de cursus, tekenen en schilderen leer je stapsgewijs. Op pagina 32 staat dat je het beste met houtskool kunt werken op speciaal Mi-Teintes-papier van Canson in de kleur Lys. Mijn werk is voor niets geweest. Had dat eerder gezegd Mudde! Naar de tekenwinkel. Ze hebben wel Mi-Teintes-papier, ook in de kleur Lys, maar niet van Canson. Ik koop een flinke set houtskool (‘van fijn naar grof’) en een stapel papier. Thuis weer aan de slag. Afbeelding 13 nu. Allemachtig, wat een vlekken, gauw een nieuw stuk papier. Dit gaat beter. Met de wolken en de lucht gaat het toch helemaal mis. Ik veeg de aangebrachte houtskool ongelooflijk voorzichtig met een huishoudtissue over het papier, maar krijg geen 'mooie egale laag’. Mijn bureau komt onder de zwarte vlekken. Beneden schreeuwt mijn vrouw dat we gaan eten. Wat er ook gebeurt, ik maak eerst de wolken af. Begin maar vast, roep ik. 'Wanneer je de houtskool aan de onderkant van de wolken hebt aangebracht wrijf je het, met ronddraaiende bewegingen, met je vingers in zodat zich een dekkende laag vormt.’ Mijn hand wordt langzaam zwart, ik schreeuw het uit van woede. De Bob Ross-cursussen heb ik nooit gekocht ('let’s put some snow on this little old mountain, what the heck!’), veel te duur en te moeilijk. Wel keek ik er altijd naar, in een mengeling van lachbui, verbijstering en krankzinnige jaloezie. Dit zou ik nooit leren, wat hij ook beweerde. Zelfs de cursus van Cees Mudde is al te veel. Maar als ik nu eens doorzet, waarom geef ik het altijd al na de eerste keer op? Morgen begin ik gewoon vooraan in het boek. Ik lees rustig over het materiaal en de dragers, ik koop papier van allerlei afmetingen en dan teken ik voorlopig alleen vierkanten, driehoeken en cirkels. De primaire vormen. Niet gelijk Zeehonden tijdens Storm of Opvliegende Papegaai. Een paar weken later kom ik bij de uitgever. Ik heb een map bij me van 1,20 bij 0,80 meter (Ÿ 72,50). We begroeten elkaar hartelijk. Ik leg de map onopvallend op zijn bureau. Wat heb je daar, zegt hij volkomen normaal. De nieuwe omslag van mijn boek, zeg ik, ik dacht deze keer ontwerp ik hem zelf. Dan haalt hij de champagne uit de ijskast. Iedereen komt kijken. Wat een mooie kleuren, roepen ze, en dan die schuimkoppen op de zee! De zee is altijd mooi, zeg ik bescheiden.