Opheffer

Zeep

Mijn ouders waren vroeger hervormd en werden humanisten. Ik was vroeger links en wil heel graag heimatlos worden.

Ik wil een stuk zeep zijn, glibberig, welriekend – maar dan wel een stuk zeep waar je de schurft van krijg als je je ermee wast.

Zoals mijn ouders nog gereformeerd dachten, zo denk ik nog links. Het is een reflex. De linkse reflex is dat je altijd, bij ieder onderwerp, meteen links denkt.

Asielzoekers – die moeten we opvangen en in dit land vrijlaten. Moslims – mee theedrinken en proberen te begrijpen. aow’ers – ben je al op je vijftigste, want dan heb je hard genoeg voor de baas gewerkt. Allochtonen – moet je subsidiëren. Kansarmen – geld geven zodat ze niet van honger omkomen.

Links was empathisch, paternalistisch, voor een sterke overheid die oplossingen zag in het geven van een basisbedrag ten koste van het eigen initiatief.

Links was een aantrekkelijke religie, alleen: zoals de dominee en de pastoor zich tegenwoordig vooral bezighouden met het bevoelen en betasten van kleine jongens, zo zijn onze voormalige socialisten bezig met een totale uitverkoop van de sociaal-democratie.

Als er al een wij en zij bestaat, dan is dat het wij en zij van het denkende deel der natie.

Zag je in de jaren zeventig een grote opkomst van linkse filosofen en denkers, nu schijnt columnist Plassterk de Jean-Paul Sartre van Wouter Bos te zijn en is Geert Mak de Camus van Femke Halsema.

Rechts heeft Cliteur, Philipse, Kinneging. Ze kennen elkaar allemaal via Leiden en staan maar betrekkelijk tegenover elkaar. Maar – en niet eens gek genoeg – deze filosofen, die meer op Aron lijken dan op Sartre, staan thans in groter aanzien dan Plassterk en Mak, die weer beter verkopen.

De filosofen willen af van de linkse kerk. En eigenlijk zijn ze dat al. Maar ik heb daar nog moeite mee, hoewel ik het meestal met ze eens ben.

Het vervelende van tegen de pvda en GroenLinks en de SP te zijn, is dat je meteen wordt ingedeeld bij «rechts». Bij een andere religie. Nu wil ik best toegeven dat ik in al mijn vezels denk als een liberaal, maar dat is niet de manier waarop ik, als burger, politiek wil bedrijven. Ik zie al onze politieke partijen nog steeds als gerechten op een lopend buffet. En ik kan daarvan nemen wat ik wil, gebaseerd op een rationele keuze van het moment.

Ik heb de vorige keer op de vvd gestemd, niet omdat ik Wiegel zo’n toffe peer vind – integendeel – maar omdat Ayaans stem gehoord moest en moet worden. Als zij zich beschikbaar stelt voor de vvd, dan stem ik weer op haar, ongeacht of Rutte of Verdonk fractieleider wordt. In feite interesseert die strijd me helemaal niet. Ik vind die strijd meer een liberaal voorbeeld van schijndemocratie dan van daadwerkelijke democratie. (Mijn linkse religieuze reflex zegt natuurlijk dat Rutte gekozen moet worden, maar waarom eigenlijk?)

Op het ogenblik overweeg ik sterk om, mocht Ayaan de politiek verlaten, op Rouvoet te gaan stemmen, terwijl ik alle religies wil bestrijden en ik zijn standpunt over de vrijheid van meningsuiting op zijn minst dubieus vind. Maar Rouvoet wekt in ieder geval de indruk betrouwbaar te zijn. Hij voldoet aan criteria die ik, op dit moment, belangrijk vind, al weet ik zeker dat er bijna niet één standpunt in zijn verkiezingsprogramma is waar ik het mee eens ben.

Ben ik inconsequent, links, rechts, ruggengraatloos, verkeerd als ik morgen overweeg toch op de SP te stemmen, of op Geert Wilders?

Ik volg Wilders nog steeds met grote regelmaat en heb nog steeds niet het argument gevonden om niet op hem te stemmen. Mocht hij niet zoveel zetels halen, dan komt dat eerder omdat hij zo beschaafd is en geen wilde uitspraken doet, dan dat hij zo rechts is. Het valt allemaal wel mee. Idem dito met de lpf. Ze hadden niet veel zetels, maar ze hebben zich rustiger gehouden dan d66 of Rouvoet. Is Mat Herben eigenlijk niet een keurige man? Juist zijn mildheid, meegaandheid, empathie is er de reden van dat ik niet op hem ga stemmen – hij is me te burgerlijk.

Er is steeds meer sprake van dat Nederland een driestromenland moet worden: links, rechts en iets in het midden. Vertegenwoordigd door de grote partijen pvda vvd en cda. Een slecht idee. Hoe meer gerechten er op het buffet liggen, hoe beter, zou ik zeggen. Omdat de verkiezingen ook nog eens geheim zijn en ik aan niemand verder verantwoording hoef af te leggen, kan ik doen en laten wat ik wil, wat een vorm van vrijheid is. Ik hoef geen sociaal-democraat te zijn om op de pvda te stemmen, ik hoef ook geen liberaal te zijn om op de vvd te stemmen. Ik mag kiezen.

Dat is iets wat je vooral bij opiniemakers eigenlijk niet tegenkomt. Wij denken nog steeds langs religieuze lijnen. Heb je eenmaal een bepaalde levensbeschouwing, dan moet je ook stemmen langs die lijn. Je mag een beetje afwijken, maar niet te veel. Het moet begrijpelijk zijn. Dat is een vorm van ongeschreven consistentie.

Maar waarom zou dat moeten? Waarom mag mijn levensbeschouwing en mijn politieke beschouwing niet per dag wisselen? Waarom mag ik morgen niet denken als een katholiek en overmorgen als Wouter Bos?

Pas op het laatste moment je stem uitbrengen volgens strikt particuliere, subjectieve normen en waarden, in het geheim, is de grootste vorm van vrijheid waarvan je gebruik moet maken. We zijn als zeep, waarom er niet voor uitkomen.

Je mag dus niet gehinderd worden door je reflexen, want die beperken je.