Opheffer

Zeer geachte heer Van Norden,

U bent een van de oprichters van Het Parool. U zit nog in de Stichting Het Parool. Als ik het goed heb, is de stichting de grootste aandeelhouder van PCM, het bedrijf dat onder meer NRC Handelsblad, Volkskrant, Trouw, AD en Het Parool uitgeeft. Ik schrijf u een ingezonden brief, omdat het bijzonder slecht gaat met Het Parool en u de macht heeft dat ten goede te keren.

Mijnheer Van Norden, ze zijn bij PCM de weg kwijt. Ze zijn in paniek. Ze weten niet welke richting ze uit willen, ze zijn overal te laat mee. Al een jaar of wat bestaat er iets dat Pim heet. Dat is de internettak van PCM. Ze hebben daar een oud-hoofdredacteur van het AD die niet voldeed, weggezet, omdat ze toch een mooi baantje voor die man moesten vinden. Mijnheer Van Norden, dat internetgedoe kost miljoenen en miljoenen, en wat komt er na al die tijd uit? Niets. Mijn buurman verzint iets in een weekend — en is het andere weekend miljonair omdat hij zijn internetbedenksel heeft kunnen verkopen aan Cisco, Time Warner of Chello.

Bij de Perscombinatie gebeurt geen donder!

Uw Parool moet nu weer bezuinigen, nadat we al een bezuinigings operatie (en nog een, en nog een) achter de rug hebben. Eindelijk maakt de redactie de krant die ze wil maken, een krant ook die in Amster dam aanslaat. Blijkbaar wil PCM dat niet. Het is iedereen duidelijk dat ze uw krant, mijnheer Van Norden, willen ombrengen. De Smalinkjes, de Greventjes, de Knaapjes brengen zelfs met een sadistisch genoegen de krant de ene doodsteek na de andere toe. Waarom? Omdat ze dom zijn. Omdat ze niks van kranten weten. Omdat ze niet meer weten waarom kranten werden uitgegeven. Omdat ze niet weten waarom u in tijden van nood een krant hebt opgericht. U weet toch wel wat ze aan het doen zijn met Het Parool? En afgezien daarvan, weet u wel wat ze aan het doen zijn met de journalistiek? We mogen binnen niet al te lange tijd geen negatieve recensies meer schrijven, want die kunnen niet op «internet». Er vindt een gigantische belangenverstrengeling plaats tussen de uitgever van boeken en van kranten («Jullie helpen ons, wij helpen jullie»). Freelancers, zoals ik, worden genaaid. Ze verkopen onze stukken door zonder onze toestemming en zonder er geld voor te geven. Mijn heer Van Norden, informeer u. Bel eens wat rond. U kunt zorgen dat er iets verandert. Smaling moet weg, of stap met Het Parool uit de Stichting. Houdt nog een klein belang van een procent of twintig. En zoek andere distributeurs.

Het is bijna niet om aan te zien hoe wij naar de kelder worden geholpen.

Voortdurend worden persoonlijke vetes uitgevochten. Beloftes worden niet nagekomen. Onder zoekt u eens wie er binnen het bedrijf tevreden is. Heeft u het boekblad gelezen over de uitgeverijen? Heeft u de interviews gevolgd met de ontslagen hoofdredacteuren, waaronder het interview van de Volkskrant met Matthijs van Nieuwkerk? Die gaat naar AT5. Heeft u gehoord welke lage streken PCM nu weer met AT5 uit haalt?

U wordt genaaid, mijnheer Van Norden, waar u bij staat. Iedereen siddert en beeft voor Smaling. U toch niet? Het gaat om de pers, mijnheer Van Norden. Het gaat precies om die redenen waarom destijds Het Parool is opgericht. Om een ander, democratisch geluid te laten horen. Ik hoef u toch niet te vertellen dat Het Parool is opgericht uit een geest van verzet? En daarom, mijnheer Van Norden, vraag ik u iets te doen tegen die PCM-top. Stuur ze naar huis. Ze moeten weg! Weg! Of stap er zelf uit.

Mijnheer Van Norden, ik vraag u namens de journalisten en namens Amsterdam of u met ons voor Het Parool misschien voor de laatste keer een verzetsdaad wil verrichten.