Zeg het met blokker

‘Als tamelijk ervaren columnist weet ik dat het in zekere zin gemakkelijker is om elke dag te moeten dan eens per maand. Over een week genomen mag je best twee of drie keer uit je goeie doen zijn, als die andere drie keer maar in de roos zijn. Eens per maand móet je een tien halen.’ Sprak Jan Blokker op een NPS-bijeenkomst gewijd aan televisiedrama. Dit citaat dient niet om me middels een Autoriteit in te dekken tegen kritiek op deze rubriek - het gaat me om Blokkers redenering: als de kwaliteit van vaderlands drama wordt belemmerd door de relatief kleine produktie, dan leidt grotere produktie tot verbetering daarvan. ‘Op elk publiek net minstens één keer per week een dramaproduktie die dan eindelijk ook wel eens ongestraft mag mislukken - ik zou ervoor tekenen.’ Hem werd prompt voorgerekend dat die wens een enorm deel van het omroepbudget zou opslokken, maar daar zat hij niet mee. En ook ik denk dat je maar beter hoog kunt inzetten als je goed drama een essentiële taak van de publieke omroep vindt. Kortom, maak meer, neem risico’s, en het peil zal stijgen.

Mij kwam bij Blokkers woorden een artikel van Jacques Giele in gedachten waarin hij beschrijft hoe eind negentiende eeuw het eeuwige gekanker van de vaderlandse burgerij op arbeiders (‘dom, zuipend, apathisch, lui’) beduidend minder werd: de industrialisatie bood steeds meer mensen steeds meer (en bovendien vast) werk, en van 'luiheid’ hoorde je steeds minder reppen. In zekere zin is Blokkers gelijk al bewezen: sinds drama van stiefkind tot strijdperk tussen commerciëlen en publieken werd, nam ook de kwaliteit toe. Naast ondermaats werk (dat er altijd was) kwam er meer middelmaat en daarboven, tot aan fraaie produkties toe. Die waren er vroeger ook incidenteel, maar een steeds groter deel van de dramaproduktie bevindt zich in het segment waarbinnen het mogelijk is serieus te debatteren over kwaliteit - schools gezegd, over het terrein tussen de zes en de tien.
Alleen, en dat is een tweede grote makke volgens Blokker, dat debat ontbreekt. Waar film en toneel object zijn van serieuze reflectie in dag- en weekbladen, is er minimale aandacht voor tv-drama; en wat er wordt geschreven, hangt van willekeur aan elkaar: 'Het hangt er maar van af welke krullenjongen die avond heeft gekeken; (…) het meesterschap kan met even veel gemak worden miskend of afgestraft als het knoeiwerk de hemel in wordt geprezen.’ Alweer zeg ik het Blokker na in de wetenschap dat uitgerekend zijn eigen Volkskrant een buitengewoon dubieuze traditie op dit gebied heeft. Al lijkt daar, mede door het katern Stroom, een kentering in te komen. Toch blijft televisie bij uitstek het terrein waarop je, niet gehinderd door enige kennis, als schrijvend journalist zowel je superioriteit als je lolligheid mag bewijzen. Het wordt tijd dat elk serieus dagblad een of meer gespecialiseerde recensenten voor tv-drama aanstelt, die belangstelling en liefde voor die kunstvorm paren aan kennis van de traditie (grotendeels op band beschikbaar!) en die de mogelijkheid krijgen enige jaren dat werk systematisch te doen. Pas dan is er kans dat de standaard of zelfs de canon voor kwaliteit zich ontwikkelt die nu, aldus Blokker, ontbreekt. Kunnen ze meteen aan de slag met alle afleveringen van Lolamoviola en Goede daden bij daglicht. Want de VPRO verhoogde de kwantiteit. Waarvoor lof.