H.J.A. Hofland

Zegepraal na zegepraal

Nadat president Bush de verkiezingen heeft gewonnen, beginnen de troepen van de Coalitie de aanval, zodat over drie maanden in Irak de verkiezingen kunnen worden gehouden die zullen bewijzen dat de president ook daar heeft gezegevierd. Dit offensief kan pas na 2 november beginnen. Veel geweld op de televisie en berichten over veel gesneuvelde soldaten laten zich niet combineren met een verkiezingscampagne. Bovendien hebben de president en zijn voorlopige Iraakse collega Allawi vorige week nog verzekerd dat het in Irak veel beter gaat dan de meeste mensen denken. Als het dan na deze datum weer slechter gaat, is dat de schuld van de terroristen en andere bandieten die willen voorkomen dat Irak het democratische voorbeeld voor het Midden-Oosten wordt.

Ziehier in het kort het geheim van de wereldleider. Er zullen niet veel staatslieden zijn die binnen een zo korte tijd met zo veel historische overwinningen een zo groot moeras van problemen hebben veroorzaakt. Dat gaan we niet opsommen. Het gaat nu om de aanstaande zege van de democratie in Irak. Die hoeft volgens minister Rumsfeld niet meteen een complete overwinning te zijn, en evenmin is het nodig dat de Amerikanen zullen blijven tot de volmaakte democratie is gevestigd. Je kunt beginnen met verkiezingen in driekwart of viervijfde van het land. Dan komt de rest vanzelf. Helemaal vreedzaam is het daar nooit geweest.

Twee dagen later kwam minister Powell van Buitenlandse Zaken met een ander voorbehoud. Het gaat daar slechter, zei hij. De opstandelingen zijn vast van plan de verkiezingen te verstoren. Maar hij verzekerde dat het feest van de democratie door zal gaan, ook al zal er militair hard moeten worden opgetreden: «Juist omdat het slechter gaat, moeten we ons extra inspannen om de tegenstander te verslaan. We kunnen ons daar niet uit de voeten maken en bidden dat er iets anders gebeurt.»

Hoe verlopen in democratische landen de voor bereidingen tot de verkiezingen? Er zijn partijen met programma’s. Partijleiders gaan de straat op, verschijnen in de media en beantwoorden vragen, voeren het woord op vergaderingen. Ze krijgen bijval, worden door tegenstanders lastiggevallen, maar zelden is op een vergadering een auto naar binnen gereden en ontploft. De politici beledigen, belasteren elkaar, steeds meer volgens uitgekiende strategieën, maar daar komt geen bloedwraak tussen families of stammen uit voort. De westerse democratie verandert wel, maar al met al verloopt het democratisch proces nog redelijk geciviliseerd. Nadat men heeft gekozen, legt men zich bij de uitspraak van de stembus neer.

Is er iemand die serieus verwacht dat het in januari in Irak ook maar bij benadering op zo’n manier zal gaan? In bijna twee jaar oorlog hebben zich daar de daadwerkelijk vechtende partijen gevestigd. Sommige vechten met elkaar, om territoriale belangen, politieke invloed of godsdienstige inzichten. De internationale terreur, die zich inmiddels ook in het land heeft gevestigd, doet met dagelijks zichtbaar resultaat zijn best om dit algemene gevecht zo veel mogelijk te bevorderen. En bijna allemaal vechten ze tegen de bezetter. Die doet zijn best de democratie naderbij te brengen door het gevecht te bedwingen. Dat kost veel collateral damage, het leven van veel burgers en materiële verwoesting. Daardoor neemt het verzet van alle vechtenden tegen de bezetter verder toe.

Er is één partij die niet tegen de bezetter vecht: die van voorlopig premier Allawi en de zijnen. Allawi is een onverschrokken man. Lang geleden heeft hij carrière gemaakt in de Baath-partij. Toen brak hij met Saddam Hoessein en week uit naar het buitenland. Saddam probeerde hem te laten vermoorden. Met andere bannelingen vormde hij een politieke organisatie, die nu een jaar of tien wordt gesteund door de CIA. Teruggekeerd in Bagdad werd hij tot voorlopig premier benoemd. In deze hoedanigheid herstelde hij de doodstraf en liet de studio’s van Al-Jazeera, de onafhankelijke Arabische televisiezender, sluiten. In zijn korte carrière heeft hij zich laten zien als een unverfroren autocraat en trouwe vriend van collega Bush.

Valt hem dat kwalijk te nemen? In een land dat in een staat van veelzijdige burgeroorlog is? Wat moet die man anders? Ik ben niet de kenner van Irak die dat weet. Hij had voor het Congres en op de pers conferentie met Bush in Washington de waarheid kunnen zeggen: dat het in zijn land niet steeds beter gaat. Maar ach, zo’n verfraaiing van de werkelijkheid tot haar tegendeel komt in de beste families voor. Het zou trouwens niet hebben geholpen, want het gaat om iets anders.

Allawi is de verpersoonlijking van de grote impasse die Irak heet. Bij zijn verkiezingen, gehouden in een escalerende oorlog, doet een deel van het land niet mee. Dat is de beste garantie voor de voortzetting van de oorlog. Niettemin worden de verkiezingen voorgesteld als de nieuwe zegepraal van Bush.

In de jonge democratie gaat het schieten, gijzelen en moorden daarna op dezelfde voet verder.