Gays in het Midden-Oosten

Zeldzaam als regen in augustus

Terwijl in Amsterdam tussen 26 juli en 3 augustus de jaarlijkse Gay Pride plaatsvindt, moet in het Midden-Oosten de seksuele vrijheid nog bevochten worden. ‘Op deze berg komen de stelletjes samen voor je weet wel.’

Medium moanp 28137337

Georges Azzi neemt een slok van zijn Libanese wijn. We zitten in een piepklein trendy restaurant in een achterafstraatje van Mir Mikhael, een hipsterwijk in het christelijke deel van Beiroet. We eten dure hamburgers met Zwitserse kaas aan een glimmende zilveren tafel. De eigenaar van het luxueuze eetcafé is een goede vriend van Georges. Hij maakt er geen geheim van homo te zijn. De paarsrode muren schitteren in het licht van grote kroonluchters, terwijl de stem van Cher door de speakers galmt.

Georges is rond de veertig. Lang, slank, licht gekleurd, grijs haar. Een echte francofiel, niet onvriendelijk maar enigszins formeel. Hij fungeert als een vaderfiguur voor de vaak piepjonge gay-activisten. Zijn naam viel al tijdens ontmoetingen met activisten in Noord-Irak en Egypte. Ook in Tunesië bleken velen hem te kennen. Tijd dus om de Libanese homoactivist zelf te ontmoeten.

De Arab Foundation for Freedoms and Equality (affe) die Georges in 2009 oprichtte, biedt jonge activisten van Marokko tot Jemen workshops en trainingen aan over sociale media, campagnevoering, het opzetten van online en offline gemeenschappen, mensenrechten, homorechten en gendervraagstukken. De ngo fungeert als een spil in het web van lgbtq (Lesbo Gay Bi Transgender Queer)-activisten in het Midden-Oosten en Noord-Afrika.

Eerder was Georges medeoprichter en coördinator van de lokale ngo Helem, de eerste homo-organisatie in de Arabische wereld die in 2004 het leven zag. Hij studeerde op dat moment in Frankrijk, maar besloot voor de oprichting naar Libanon terug te keren. ‘Ze hadden iemand nodig die de officiële documenten wilde tekenen, ik had rechten gestudeerd en besloot mijn naam en handtekening aan de organisatie te verbinden. Ik vond het leven in Frankrijk geweldig, de vrijheid, de ruimte, het was fantastisch. Maar ik realiseerde me ook dat Libanon diezelfde vrijheid zou kunnen krijgen als mensen bereid zijn daarvoor te vechten.’

Een moeder van een kersverse gay-activist naaide een vlag uit verschillende lapjes stof, die vervolgens als eerste regenboogvlag in het Midden-Oosten aan de voorgevel van het kantoor in de Medhat Pasha-straat prijkte. De kosmopolitische stad Beiroet werd daarmee de hoofdstad van de lgbtq-beweging.

Helem kreeg ook kritiek. Zo zou de organisatie door het gebruik van symbolen als de regenboogvlag en de paarse driehoek te veel een westerse oriëntatie hebben. Voor Georges was het de reden een eigen pan-Arabische ngo op te richten, ‘want de strijd in deze regio is een andere dan die in Europa en de onderliggende verschillen tussen Arabische landen zijn groot. Libanon kent een mate van vrijheid die voor Irak of Bahrein ongekend is. Bij affe werken we daarom vraaggestuurd. Jonge activisten kunnen zich aanmelden voor een uitgebreid trainingsprogramma waarbij ze een jaar lang elke maand een week naar Beiroet komen. Afhankelijk van hun behoefte krijgen ze trainingen in bijvoorbeeld digitale campagnevoering, of juist de stille ondersteuning van slachtoffers van antihomoseksueel geweld.’

De gaybeweging in Libanon vond haar geboorte in 1998 met de introductie van een Yahoo-mailinglijst van ‘betrouwbare’ homoseksuele contacten. Leden mochten nieuwe namen aandragen die door minstens twee personen moesten worden herkend en al snel groeide de lijst uit tot tweehonderd contacten. Mailverkeer werd in die tijd nog weinig door de staat gevolgd. De groep ging op zoek naar een veilige en betrouwbare ontmoetingsplek. De grote doorbraak kwam met de opening van het homovriendelijke café Bardo in 1999. ‘In eerste instantie vormden we een ondergrondse groep die vooral werd gedomineerd door mannen op zoek naar seksdates’, zegt Georges. ‘Maar met de opening van Bardo groeide het uit tot een sociale beweging die steeds meer activistische trekken kreeg.’

Tot aan het begin van deze eeuw waren lgbtq-organisaties of ngo’s die zich inzetten voor de rechten van seksuele minderheden een onbekend fenomeen in de Arabische wereld. Homoseksuele mannen ontmoetten elkaar stiekem in louche cafés, aftandse bioscopen of oppikplekken in de meest obscure straten van Caïro en Beiroet. Voor ongetrouwde Arabische meisjes was het relatief eenvoudig om als ‘vriendin’ een nachtje bij elkaar te blijven slapen, maar de mogelijkheden tot uitgaan en ontmoeting waren beperkt. In veel Arabische landen is uitgaan zonder mannelijke begeleiding onmogelijk, al begint dit de laatste jaren te veranderen. Eenmaal getrouwd houden de logeerpartijtjes echter op. Een Arabische vrouw dient in veel landen voor haar 25ste getrouwd te zijn en zo jong mogelijk kinderen te krijgen. Zij zou na haar dertigste onvruchtbaar zijn. Oudere ongetrouwde vrouwen worden vaak als ‘moeilijk’ beschouwd en geven een negatieve reputatie aan de hele familie.

De komst van internet veranderde alles. Niet alleen wisten jongeren met een andere seksuele geaardheid of gender-oriëntatie elkaar nu digitaal op te sporen, ze kwamen überhaupt voor het eerst met woorden als ‘gay’ of ‘transgender’ in aanraking. Hierdoor kregen hun gevoelens een naam en ontstond er een nieuw identiteitsbewustzijn. Ook de Arabische media kregen hier lucht van. ‘We waren de eerste duidelijke lgbtq-organisatie van de Arabische wereld en dat leverde direct spanning op’, weet Georges zich nog goed te herinneren. ‘De meeste media berichtten negatief over ons, maar sommige journalisten durfden zich gematigd positief over ons bestaan uit te laten. De grote winst was dat er op televisie en in kranten voor het eerst openlijk over homoseksuelen gesproken werd. Meestal in termen van “vuile flikkers” en “duivelse zondaars”, maar sommige journalisten gingen op zoek naar meer neutrale Arabische termen voor het begrip “homoseksueel”. Hierdoor werden veel jongeren zich bewust van hun gevoelens en begrepen ze dat ze niet de enigen zijn.’

‘De kunst is om niet op te vallen maar wel zichtbaar te zijn. Altijd ben ik op mijn hoede’

Georges ziet de opkomst van de vaak karikaturale en kwaadaardige homoseksuele personages in films en de verhitte discussies over homoseksualiteit in Arabische media als een eerste stap vooruit. In landen als Egypte of Saoedi-Arabië pakt de publieke aandacht voor homoseksualiteit echter vaak negatief uit. Mannen die zich aanvankelijk redelijk vrij konden bewegen omdat menige Arabische burger nog nooit van homoseksualiteit had gehoord, zagen zich geconfronteerd met overheden die hun morele superioriteit vorm geven met felle antihomocampagnes. In Egypte leidde dit in 2001 al tot de beruchte Queen Boat-arrestaties, waarbij 52 homo’s werden gearresteerd, gemarteld en onderworpen aan medische tests. De Egyptische veiligheidsdiensten zetten in de daarop volgende jaren digitale lokhomo’s in om homoseksuele mannen die op fora en datingsites actief waren te arresteren. In de chaos na de val van Moebarak en Morsi waren de gedesoriënteerde politie en veiligheidsdiensten te veel afgeleid door andere urgente zaken om het homo’s moeilijk te maken.

De nieuwe vrijheid zorgt voor een enorme zichtbaarheid van homo’s en lesbiennes, niet alleen op het internet, maar ook in de populaire cafés en koffiehuizen van de grote steden. Maar de afgelopen maanden is er een nieuwe opleving van antihomoseksuele repressie. In april werden dertig homoseksuele mannen op een besloten feestje in een appartement in de Caïrotische wijk Nasser City opgepakt. Verschillende Egyptische media begonnen nieuwe lastercampagnes tegen homoseksuelen en ditmaal ook transseksuele mannen. De angst zit er dus opnieuw goed in bij de jonge activisten, al vrezen velen naar eigen zeggen nog meer voor persoonlijke afrekeningen dan voor de brute martelpraktijken van de politie.

Ook in Libanon moet de vrijheid nog steeds bevochten worden. Homoseksualiteit is er strafbaar: artikel 534 schrijft één jaar gevangenisstraf voor. Weliswaar de laagste strafmaat in de hele regio, maar homoseksueel geslachtsverkeer wordt nog steeds gecriminaliseerd en soms ook vervolgd. Zo werden bij een inval in een aftandse bioscoop in Bourj Chammal dertig homoseksuele gastarbeiders gearresteerd en mishandeld en werden ook op hen medische tests uitgevoerd om hun homoseksualiteit te ‘bewijzen’. Medewerkers van Helem kenden de bioscoop omdat ze daar gratis condooms uitdeelden en hiv-testen uitvoerden. Door een publiekscampagne, waarbij de Libanese media een opvallend positieve rol speelden, zijn de tests nu op last van de minister van Gezondheid in heel Libanon verboden.

affe richt zich niet langer op het afschaffen van de antisodomiewet, vertelt Georges, maar probeert de wet irrelevant te maken. Belangrijke stap daarbij is een rechtszaak afgelopen maart waarin de rechter oordeelde dat homoseksualiteit weliswaar zeldzaam is, maar niet tegen de wetten van de natuur indruist. Eerder vergeleek een rechter relaties tussen leden van hetzelfde geslacht met regen in augustus: een zeldzame uitzondering op de regel, maar niet noodzakelijkerwijs onnatuurlijk. ‘Voor ons is dit een enorme doorbraak waar we in andere rechtszaken op willen voortborduren.’

Georges staat op en trekt een strak leren motorjack aan. ‘Ik heb een verrassing voor je.’ Buiten staat een glimmende motor. ‘Stap achterop.’ Enigszins ongemakkelijk neem ik achterop plaats. Een minuut later manoeuvreert Georges ons door het drukke verkeer. Voor een winkelcentrum in de hoofdstraat van Hamra zet hij me af. ‘Daar is Madame Oum, een openlijk lesbisch café. Kom, ik stel je aan wat meiden voor.’ Het café is vernoemd naar de Egyptische nachtegaal Oum Kalthoum, die om te kunnen optreden in eerste instantie als jongen gekleed ging. Het is er druk. Flessen witte wijn glinsteren in bakken ijs. >

‘Jij vermaakt je hier wel, hè?’ vraagt Georges. Een aantal meiden dromt onmiddellijk om me heen. De discussie die volgt over feminisme en genderstudies had ook in lesbische cafés van Berlijn en Amsterdam kunnen plaatsvinden.

Medium mohh 14598892

Homoseksualiteit lijkt het grote morele schaakspel van de 21ste eeuw te worden. Terwijl steeds meer landen, zoals recentelijk Frankrijk en de Verenigde Staten, het homohuwelijk (geleidelijk) omarmen en in Libanon activisten hun vrijheid bevechten, is er een mondiale tegenbeweging ontstaan die in naam van religie en de goede zeden keihard op homoseksualiteit ageert. In Gambia, Rusland en Oeganda zijn antisodomiewetten aangenomen en het Koeweitse hoofd publieke gezondheid Yousuf Mendkar kondigde zelfs medische tests en speciale homodetectiepoortjes aan. Deze zullen worden ingevoerd in alle zes lidstaten van de Gulf Cooperation Council, waaronder Saoedi-Arabië, Oman, de Verenigde Arabische Emiraten en aankomend WK-land Qatar.

Een groeiende groep activisten stelt zich teweer tegen dit soort ontwikkelingen. Een inmiddels beroemde activist is de hyper energieke Bahreinse internet-geek Esra’a al-Shafei (27). Hoewel ze in het kleine golfstaatje Bahrein lang van de buitenwereld was afgesloten, heeft ze met de lancering van de website mideastyouth.com duizenden medestanders gevonden. In de afgelopen tien jaar is de Engelse en Arabische website ar.mideastyouth.com uitgegroeid tot een online gemeenschap waar duizenden activisten uit het hele Midden-Oosten en Noord-Afrika een platform vonden. Uiteindelijk ontstonden er losse websites, zoals kurdishrights.org en bahairights.org. Het platform geeft zo een stem aan Koerden, homoseksuelen, Bahai-aanhangers, Assyriërs, jonge politieke activisten, gastarbeiders en andere minderheden.

‘Mijn moeders hart wil ik niet breken. Ze denkt dat ik een mensenrechtenactivist ben. Dat vindt ze al eng genoeg’

Esra’a kwam in 2002 voor het eerst in contact met het internet. Op de middelbare school werd ze achter een computer gezet. Het leek de Bahreinse overheid goed de nieuwe generatie online-vaardigheden aan te leren. Over de gevolgen was niet goed nagedacht: twee jaar later zou Esra’a mideastyouth starten. Ze was niet de enige. Met de introductie van het internet begin 21ste eeuw kreeg het kleine Golfstaatje Bahrein, waar een soennitische minderheid over een sjiitische meerderheid regeert, opeens honderden activistische bloggers. Tegenwoordig zijn het er duizenden en speelt de overheid een kat-en-muisspel waarbij activisten en geëngageerde burgers al om een tweet of Facebook-reactie kunnen worden gearresteerd.

Esra’a is te prominent om te kunnen arresteren. Zo kreeg ze in 2008 de Berkman Award for Internet Innovation voor haar ‘uitzonderlijke bijdragen op het internet en haar impact op de samenleving’. Ze is een senior Ted Global Fellow en FastCompany schaarde haar in 2011 onder de honderd creatiefste mensen in het bedrijfsleven. cnn-verslaggever George Webster noemde haar ‘een uitgesproken verdediger van vrije meningsuiting’ en de site Daily Beast bestempelde Esra’a als een van de zeventien dapperste bloggers ter wereld.

‘Ik moet altijd voor de overheid op mijn hoede zijn’, zegt Esra’a tijdens een interview in Amsterdam. ‘De kunst is om niet op te vallen maar wel zichtbaar te zijn. In het begin werd ik vaak geïntimideerd, maar inmiddels laten ze me met rust. Ons land geeft veel om zijn reputatie. Anders wordt het wel door de Arabische-Golfstaten op de vingers getikt, die in het licht van het aankomende WK in Qatar graag goed willen overkomen.’

Esra’a is klein, smal en draagt geen make-up of andere opsmuk. Een prominente bril ontbreekt natuurlijk niet, evenals de typische hoodie. Als we ons over haar splinternieuwe laptop buigen, verschijnt een grote glimlach. Nu kan ze laten zien wat ze het liefst doet: oneindig veel ongefilterde, ongecensureerde informatie beschikbaar stellen.

Een van haar favoriete creaties, de overkoepelende lgbtq-website ahwaa.com (ahwaa betekent ‘passies’) is een wereld op zich. Op afgeschermde fora en via privé-berichten ontmoeten gay-activisten elkaar. De site is de grootste virtuele ontmoetings- en uitwisselingsplek van het hele Midden-Oosten. Anders dan veel andere Arabische sites die zich op lgbtq-rechten richten, zet deze website niet het activisme maar de persoon voorop. Het is echt een virtuele ontmoetingsplek, bedoeld om mensen te helpen in hun zoektocht naar hun seksuele geaardheid. De site is om veiligheidsredenen met lidmaatschappen afgeschermd. In veel Arabische landen is het vooral voor meisjes onmogelijk om ’s avonds laat naar buiten te gaan of is het bloedlink om met een (homoseksuele) man of vrouw af te spreken. Het internet biedt hun een mogelijkheid om gelijkgestemden te ontmoeten.

De site kent een streng monitoringsysteem. Esra’a: ‘De bezoeker moet zich veilig en gewenst voelen. Tegelijkertijd zijn we in discussie met elkaar. Zeker op de Arabische versie van de site worden door bezoekers soms afschuwelijke berichten geplaatst. Soms laten we deze reacties bewust staan. Ze zijn pijnlijk en kwetsend om te lezen, maar geven de niet-homoseksuele bezoeker een goed beeld van de agressie die lgbtq ondervinden.’

Om plaaggeesten en spionnen te weren werken de fora met een puntensysteem, aangegeven met een gekleurd hartje. Leden kunnen elkaar punten toewijzen voor waardevolle reacties of bijdragen. Zo groeit hun naamsbekendheid en geloofwaardigheid. ‘Met honderd punten mag je aan groepsgesprekken meedoen’, legt Esra’a uit. ‘Met vijfhonderd punten mag je zelf een groepsgesprek starten.’

Ze vervolgt: ‘Op onze websites heb je muziek en satire maar ook blogs van minderheden. Er komen jongeren aan het woord en je kunt politieke protesten live volgen. Dat is juist de schoonheid en de kracht van het internet: je kunt eindeloos uitbreiden, variëren en verdiepen. Er komt geen einde aan en met ieder nieuw onderwerp of project trekken we nieuwe bezoekers en volgers.’

Esra’a leerde de kneepjes van het vak via een forum van een Srilankaan, een gastarbeider in Bahrein die verontwaardigd was over de constante schending van het arbeidsrecht van gastarbeiders in de Arabische Golf. ‘Hij was mijn eerste digitale vriend, ik geloof dat hij nu getrouwd is en met zijn gezin in Canada woont. Ik weet het niet eens zeker, zoals de meeste van mijn medewerkers en vrijwilligers heb ik hem nooit ontmoet!’ Ze lacht. ‘Eigenlijk zijn al die duizenden leden, bloggers en activisten, zelfs de designers, onbekenden voor mij. Ze melden zich aan of ik raak met hen in contact via Facebook of een van onze eigen fora. Het is een wereld op zich.’

‘Ik wil met iemand zijn die mij de volgende ochtend ook nog in de ogen durft te kijken. Nu ben ik alleen’

Maar hoe weet je of de digitale vrienden te vertrouwen zijn? vraag ik. ‘Geloof me, dat weet je. Het is een instinct. Daarbij kijk ik ook naar gemeenschappelijke vrienden. Er is altijd wel iemand die iemand kent en een aanbeveling kan doen.’

Nadat mideastyouth al een tijd online was, begreep Esra’a dat ze het internet niet naar volle capaciteit benutte. ‘Ik realiseerde me dat het online vaak op dezelfde manier ging als offline. Dus Koerden schreven alleen over Koerdische kwesties in het Koerdisch. Ik nodigde hen uit hun publiek te vergroten zodat we allemaal meer over hun positie zouden weten. Door verschillende stemmen bij elkaar te brengen en met diverse talen te werken blijft het podium divers en groot.’

Zelf is Esra’a ook gay, al laat ze dat niet te veel merken. ‘Dit zijn niet mijn persoonlijke websites, het zijn platforms waar ik zo veel mogelijk mensen ruimte tot expressie geef. Als lid van een minderheidsgroep ben ik hooguit bewuster van de positie van andere minderheden.’

Het is elf uur ’s avonds en de donkere straten van Slemani zijn nagenoeg leeg. Hier en daar schijnt zacht wat licht uit de door mannen bevolkte koffiehuizen en cafetaria’s. Verder is het stil. Behendig stuurt Amir (21) zijn auto over het gladde wegdek. Céline Dion schalt uit de speakers en we brullen keihard mee. Ramen open. Armen in de lucht. Op een schuine berghelling met uitzicht over de tweede grootste stad van de Koerdische Regionale Autoriteit in Noord-Irak zet hij de auto stil. We stappen uit en nemen plaats in het gras. Hier en daar glinsteren bierblikjes en gebroken glas. ‘Op deze berg komen normaal de stelletjes samen om te drinken, te vrijen, je weet wel.’ We kijken uit op de stad die is gehuld in duizend lichtjes. Het reuzenrad van het nieuwe pretpark schijnt ons als een groot oog toe.

Amir is een Arabisch-Iraakse Koerd. Samen met zijn moeder en zusjes woont en studeert hij in de culturele hoofdstad van het verrijzende Koerdistan. Zijn vader is er niet meer, wat Amir een zekere vrijheid geeft. Evengoed weet zijn moeder niets over zijn homoseksualiteit. ‘Ik wil haar hart niet breken. Ze denkt dat ik een mensenrechtenactivist ben. Dat vindt ze al eng genoeg. Een zus heeft wel vermoedens.’

In zijn uiterlijk volgt Amir de internationale gay-trend: hip opgeschoren kapsel en een hipster outfit zoals die nu populair is onder homo’s in de grote Europese steden. Hij loopt vrouwelijk en praat nog vrouwelijker. Hij definieert zichzelf dan ook als transgender. In een ander land en in een andere tijd zou Amir misschien een geslachtsoperatie ondergaan. Zo niet in Noord-Irak. Het valt me op dat veel van de meest uitgesproken lgbtq-activisten in de Arabische wereld vaak lesbische vrouwen of transgenders zijn. Amir heeft daar wel een verklaring voor. ‘Als transgender moet je de confrontatie wel aangaan. Ik heb de kracht van twee mensen in mij. Ik voel me man en vrouw.’

Amir was deelnemer van het eerste trainingsprogramma van Georges Azzi’s academie. Via internet kwam hij het initiatief op het spoor en meldde zich aan. Als lid van ‘de groep’ heeft hij van een ongekende vrijheid geproefd. ‘Alles was bespreekbaar en werd gedeeld. Ik voelde me vaak ongemakkelijk. De grappen over seks… ik kon er niet tegen.’ Hij was negentien toen hij toetrad. Ondanks zijn jonge leeftijd groeide hij binnen een mum van tijd uit tot een van de bekendste en meest gewaardeerde lgbtq-activisten van de regio. Daarnaast speelt hij een belangrijke rol in de clandestiene homobeweging van Bagdad. Maandelijks onderneemt hij de levensgevaarlijke reis van de Regionale Koerdische Autoriteit naar de Iraakse hoofdstad om ondergedoken homoseksuelen te steunen. De etnische spanningen en het sektarische geweld hebben het leven voor minderheden in het Arabische deel van Irak vrijwel onmogelijk gemaakt. Christenen worden vermoord of verdreven en ook homoseksuelen zijn een doelwit voor sjiitische en soennitische groepen. Amir is zelf al veelvuldig met de dood bedreigd en wordt vermeld in verschillende opsporingsberichten van terreurorganisaties. ‘Ik moet altijd bang zijn voor onverwachte explosies en ontvoering’, zegt hij. ‘Maar ik sterf liever dan nooit te hebben geleefd. Ik neem enorme risico’s, maar ik kan niet op anderen wachten. Ik moest zelf de eerste stap zetten.’ Met de oprukkende terreurstrijders van Isis is de weg naar Bagdad nu alsnog afgesneden.

Koerdisch Irak is veilig, maar tegelijkertijd ontbreekt het aan alles. Er zijn geen organisaties, geen bijeenkomsten of vertrouwensgroepen. ‘In Bagdad is meer scene dan hier. Ik voel me zo eenzaam’, zegt hij schor. ‘Ik ga vaak naar deze bergen, maar ik ben alleen. Ik ken zo’n tweehonderd homo’s in deze stad. Allemaal via internet, datingsites als Gayromeo en vooral Grinder. Ze willen seks, maar van erkenning van hun identiteit is geen sprake. Ik krijg aan hen niet uitgelegd dat mijn identiteit los staat van mijn seksuele gebruiken. Ik ben zoals ik ben, of ik nu seks heb of niet. De tops voelen zich superieur, zij zijn de mannen, de echte kerels. Als je bottom bent word je eerst gebruikt en dan uitgekotst. Ik zoek liefde. Liefde! Maar mensen hebben te veel pijn om liefde toe te staan.’

Koerdisch Irak kent een ongekende machocultuur, vrouwen zijn nagenoeg onzichtbaar en voor homo’s is al helemaal geen plaats. ‘Ik ben helemaal uit de datingscene gestapt’, zegt Amir. ‘Ik kan niet meer tegen die cultuur van geweld en zelfhaat. Nu ben ik alleen. Geen seks, geen liefde. Maar ik wil met iemand zijn die mij de volgende ochtend ook nog in de ogen durft te kijken. Belangrijker nog: die zichzelf in de ogen durft te zien.’

Midden in de nacht rijden we terug door de lege straten van de doodstille stad. Amir praat over zijn persoonlijke worsteling, over zijn angst ontdekt te worden en over de pesterijen op de universiteit waar hij herhaaldelijk met docenten in de clinch lag naar aanleiding van seksistische en homofobe uitspraken in hun lessen. ‘Ik durf er eigenlijk niet meer te komen. Ik studeer thuis, lees de boeken, maak de testen en probeer verder vooral zo veel mogelijk colleges te skippen. Ze noemen me flikker, homo, vrouw. Sommige studenten worden heel agressief.’

Een paar uur na ons afscheid krijg ik een afgeschermd Facebook-bericht. ‘Deze avond was een van de mooiste uit mijn leven. Laten we contact houden en elkaars werk volgen. De wereld is klein nu met het internet. Voor altijd jouw broer, Amir.’

Dat contact is er tot de dag van vandaag. Amir is mijn belangrijkste bron in de wereld van Arabische activisten. Via hem kom ik niet alleen met de meest uiteenlopende mensen in contact, maar kan ik ook altijd op een logeerplek rekenen. Daarmee belichaamt hij voor mij de activist van de toekomst, die vanuit iedere plek op de wereld een gestage sociale revolutie kan ontketenen. En dat gewoon met een laptop of smartphone.


Beeld: (1) Buikdanser in een nachtclub in Beiroet, Libanon (Marwan Naamani/AFP/ANP). (2) Iraakse homo’s willen onherkenbaar blijven (Adam Ferguson/The New York Times/HH).