Jeroen van Rooij, Het licht.

Zeldzaam intermenselijk contact

De laatste zin van de achterflaptekst van Het licht – een portret van een vriendschap tussen zes jongeren – kan je op het verkeerde been zetten: ‘Maar waarom pleegden drie van hen dan zelfmoord?’

Medium 3d hetlicht 290x290

De vraag suggereert een verhaal vol intriges, een thriller waarin een noodlottig geheim onthuld zal worden of waarin een belastend verleden opeens zijn verwoestende kop opsteekt. Maar de roman, de tweede van Jeroen van Rooij (1979), blijkt uiteindelijk minder om een spannende plot te draaien dan om een beschouwing over vriendschapsbanden en de alles overheersende en verzengende intensiteit die vriendschap tussen tieners kan krijgen.

Ik begrijp dat zo’n lokkertje nodig is om het boek te doen uitspringen boven de berg romans die deze weken uitkomt, maar het nodigt wel uit tot een verkeerde lezing. Bijna tweehonderd van de 249 pagina’s lang dacht ik op een verpletterende onthulling getrakteerd te gaan worden die de zelfmoord van drie frisse jonge tieners begrijpelijk en zelfs vanzelfsprekend maakt.

Afijn, beschouw deze opmerkingen als een correctie op de thrillercontext waarin het boek aangeboden wordt, niet als een blijk van teleurstelling. Daar geeft het boek absoluut geen aanleiding toe.

De vriendschap tussen de zes jongeren – Lucy, Steven, Ann, Maaike, Christof en Luuk – bloeit op en verwelkt in Bruggend, een fictief, nietszeggend provinciestadje in Nederland. Ze leren elkaar kennen tijdens een buitenschools programma in de zomer waarin ze aan hun schoolcijfers moeten werken om over te mogen gaan. Hier wordt het intense karakter van hun band gesmeed, als een diep verbond tussen zes willekeurige jongeren die langzaam samensmelten tot een geheel. Dat de band uiteen zal spatten, wordt niet alleen duidelijk uit de achterflaptekst, maar ook in de hoofdstukken waarin een buitenstaander aan het woord is, ene Erik, een sullige, half mislukte tekstschrijver die probeert uit te vinden wat de drie jongeren tot hun zelfmoord dreef. Het onderzoek is een uitvloeisel van de geschiedenis die hij schreef van familie- en dakdekkersbedrijf Lovens en Zn., hetzelfde geslacht waarvan een van de jongeren, Steven, een nakomeling is. Erg vlot verlopen zijn naspeuringen niet. Hij probeert een beeld te schetsen van hun vriendschap door hun gangen na te gaan op social media-sites, maar stuit alleen maar op meer raadsels en op een jongerencultuur die voor hem, suffe dertiger, ondoordringbaar is.

In de alternerende hoofdstukken komen de zes vrienden aan bod in gelukkigere tijden. Van Rooij put hier net als in zijn debuut (De eerste hond in de ruimte) rijkelijk uit zijn kennis van dancemuziek en de bijbehorende scene om een doortimmerd beeld van een subcultuur neer te zetten. Slikkend en snuivend gaan ze feestjes en festivals af om dansend op de hipste dj’s een spirituele staat te bereiken die ze bij gebrek aan een beter woord ‘het licht’ noemen. Hoe ze vervolgens geestelijk en fysiek samenvallen, zowel in gedrogeerde als in nuchtere staat, wordt beschreven in een onbekommerd naïeve stijl: ‘Onze eigen handen waren altijd geopend voor elkaar en onze lichamen bereid om betast te worden. Later, toen we samen gingen dansen, knepen we elkaar soms in de hand om te vragen of we elkaars werkelijkheid nog deelden. Voel jij je ook zo bizar lekker? Een kneepje terug volstond om ja te antwoorden, twee kneepjes waren een vraag terug: If this ain’t love, why does it feel, why does it feel so good? Het antwoord op die vraag is ons altijd net te vlug af geweest.’

In een andere context was dit tenenkrommende hippiepraat geweest, maar Van Rooij slaagt er goed in de muziek, de scene en de drugstrips te beschrijven als middel tot een zeldzaam intermenselijk contact dat in geen andere formuleringen dan deze gevat had kunnen worden. Het hoort ook bij de leeftijd, zestien/zeventien/achttien, als het hele leven zich in verhevigde vorm aandient en elke ervaring absoluut is. Van Rooij heeft dit goed begrepen en moet geprezen worden om het feit dat hij, een dertiger, zijn adolescente creaties niet met een ironische distantie beschrijft, maar zich zonder voorbehoud onderdompelt in hun taal. Dat betekent niet dat hij louter bakvissenproza opdient. Vaak duikt er opeens een droogkomisch gevoel voor humor op, in beschrijvingen en in dialogen, die de overdaad aan geëxalteerde liefdesbetuigingen wat lucht verschaffen.

Maar uiteindelijk moet het verhaal aan een wetmatigheid gehoorzamen: het gelukzalige Arcadië dat Van Rooij heeft opgebouwd, moet afgebroken worden. Er sluipt gif in de vriendschap als de drugsuitspattingen sleets beginnen te worden en als de vrijheid-blijheidseks toch gevoelens van jaloezie losmaakt. Voordat het vriendengroepje de kans krijgt om op eigen kracht volledig te desintegreren, valt de eerste dode. Het gebeurt laat in het boek, onder banale omstandigheden en om een banale reden, dus voor een spectaculaire ontknoping hoef je het boek niet te lezen. Op dat punt beland had ik mij er al bij neergelegd dat dit geen plot driven boek is, dat het zijn overtuigingskracht ergens anders aan ontleent, namelijk aan het gemak waarmee je meegaat in de hyperbolische stijl die het zestal hanteert om hun verbond te verwoorden. Die stijl wordt des te scherper geschetst door de wereld van de jongeren af te wisselen met de nuchtere stem van de buitenstaander Erik. Hij probeert ze te begrijpen en te duiden door middel van hun gebruik van de sociale media (minpuntje van het boek, want bol staand van uitgekauwde kritiek op Facebook), maar uiteindelijk is het een nutteloze onderneming want hij spreekt hun taal niet, is niet van hun leeftijd, niet van hun wereld. Je moet iets opgeven als je ze wilt begrijpen: je ironie en je met de jaren opgebouwde cynisme. Alle lof voor Jeroen van Rooij die op volstrekt geloofwaardige wijze de tienerjaren weet op te roepen, toen geen woord of emotie te groot was om een band te duiden. Dat we dat later afdoen als jeugdige dwaasheid heet wijsheid en levenservaring, maar is eigenlijk een verlies. Het licht maakt pijnlijk duidelijk hoe groot dat verlies is.

Jeroen van Rooij. _Het licht. De Bezige Bij, 249 blz., € 19,95_