The Man Booker Prize 2015

Zeldzame geluksvogels

Iedereen ziet ze, iedereen weet waarom ze naar Europa zijn gekomen. Maar van hun dagelijkse leven krijgt bijna niemand iets mee. Denk bijvoorbeeld aan al die Afrikaanse straatverkopers in Europese hoofdsteden, met hun uitgestalde namaak-Gucci – waar gaan ze aan het einde van een werkdag heen?

Waar verzamelen ze de volgende ochtend, wie geeft hun de spullen die ze vervolgens moeten slijten, aan wie dragen ze hun winst af? Om zulke vragen draait The Year of the Runaways. De roman is weliswaar gesitueerd in het mistroostige Sheffield en niet in een Europese hoofdstad, maar de achterliggende vraagstukken zijn identiek. Met gedetailleerd, soms wat uitgesponnen proza richt Sunjeev Sahota (1981, Derbyshire) zich op de onderlaag van de Britse samenleving, en daar dan ook nog het illegale, aan het zicht onttrokken gedeelte van. De vier hoofdpersonages zijn twintigers afkomstig uit India, door toeval en een gezamenlijk welvaartsverlangen met elkaar opgescheept: stuk voor stuk willen ze een Europees bestaan opbouwen, een ‘beter leven’.

Dat betere leven ziet er in de praktijk zo uit: met elf anderen samenleven in een nauwe gezinswoning, waar alle kamers te vol zijn en je slaapt naast iemand die je niet kent of vertrouwt. En: ’s ochtends vroeg worden opgehaald door een busje dat je vervolgens dropt op een onbekende plek waarover men alleen via-via heeft gehoord dat er werkgelegenheid is. En ook: je belangrijkste bezittingen steeds in een plastic tas met je meeslepen, bij ieder blokje om, want je weet dat een van je elf huisgenoten je anders besteelt.

Medium sunjeev sahota color 2

Het is een opsomming die nog alinea’s lang kan doorgaan, en Sahota, die in 2011 debuteerde met Ours Are the Streets, een roman die eveneens draait om migranten in Sheffield, maakt de smerigheid en achterdocht van deze subwereld overtuigend duidelijk. Het gevaar daarbij is natuurlijk dat het al snel te veel wordt, al die tegenspoed, al die wantrouwende exercities waarbij de hoofdrolspelers toch geacht worden een zekere dankbaarheid te tonen, eenvoudigweg omdat er tig anderen klaar staan om hun bijbaantjes over te nemen.

Niemand durft zichzelf te laten zien. Mensen delen hun melk en roti, maar hun verledens verzwijgen ze

Toch wordt de misère in The Year of the Runaways nergens te uitgesmeerd, en dat is Sahota’s grote verdienste. Wat opbouw en toon betreft maakt hij voortdurend de juiste keuze. Zo hanteert hij een toegankelijke, nuchtere verteltoon, die zich perfect leent voor dit onderwerp: ondanks de onderlinge intriges is een zeker wij-tegen-zij-gevoel inherent aan het verhaal, dat hoeft nergens te worden aangezet. Ook sterk: de voortdurende perspectiefwisselingen, die laten zien dat dit verhaal de individuele geschiedenis ontstijgt en gaat om immigratiemechanismen waar juist hordes mensen in verstrikt raken. En een derde technische keuze die goed uitpakt: Sahota bouwt zijn verhaal heel scènisch op, met confrontaties en dialogen die juist door het gebrek aan reflectie schrijnend worden. Zo lezen we, bijvoorbeeld, hoe twee vreemdelingen, allebei illegaal, naast elkaar komen te liggen in een nauwe slaapkamer. Hoe een van de twee, Randeep, die een schijnhuwelijk heeft aangeknoopt voor een visum, tevergeefs probeert een gesprek te beginnen, en eigenlijk ook niets te zeggen heeft. Want niemand in deze wereld durft zichzelf werkelijk te laten zien. Mensen delen hun melk en roti, maar hun verledens verzwijgen ze.

Toch komen we van alles te weten over de afkomst van de vier protagonisten. Gelukkig maar, de personages komen nog meer tot leven wanneer Sahota hun jeugd en Indiase jaren beschrijft. Dat doet hij uitgebreid, soms zelfs een tikkeltje langdradig, maar die jeugdhoofdstukken zijn essentieel voor het verhaal: niet alleen omdat we zo meekrijgen om welke redenen en met welke verwachtingen iedereen naar Sheffield is getrokken (en die verschillen onderling meer dan ik had verwacht), maar ook omdat die hoofdstukken iets pijnlijk tragisch hebben. Ze gaan over de zeldzame geluksvogels, uitverkorenen bijna, die het voor elkaar krijgen naar Europa te trekken, die erin slagen de armoede van hun ouderlijk huis in te ruilen voor de gedroomde westerse wereld – en tegelijk weten we als lezers al hoe grauw die wereld zal blijken, hoe onbarmhartig het alledaagse Europese leven is.

Op het einde, wanneer de verschillende verhaallijnen iets te nadrukkelijk met elkaar verbonden worden, lijkt de roman even uit te monden in een aanklacht tegen de manier waarop wij, westerlingen, immigranten wegdrukken naar de periferie van de samenleving – maar gelukkig verliest Sahota zich niet in emotionele of oordelende uitweidingen. Daarvoor blijft hij te doordacht en registrerend schrijven – en The Year of the Runaways draait ook niet om de conclusie of onverwachte wending. Het is een roman die laat zien hoe het eraan toegaat bij een verzameling randfiguren wier leven zich geheel onder de radar afspeelt, en bij wie je je in toenemende mate afvraagt waar ze nu eigenlijk iedere dag voor strijden. ‘Take my advice and go back now’, krijgt een van de hoofdfiguren halverwege te horen, wanneer hij zich verliest in zijn zoveelste slecht betalende en uitzichtloze bijbaantje. ‘Before there’s nothing to go back for and you’re stuck here. Just a body needing to be clothed and fed.’

Dat wrange gevoel dringt zich meer en meer op: wat de hoofdpersonages van The Year of the Runaways ook ondernemen, en zelfs wanneer ze (zeer bescheiden) succesjes boeken – uiteindelijk raken ze alleen maar verder vervreemd. Van elkaar, van hun achtergrond, van hun vroegere verwachtingen. Het is sterk de vraag of er ooit nog verlossing komt. En hoe die verlossing er eigenlijk nog uit zou kunnen zien.