popmuziek

Zelf opgelegde karigheid

The White Stripes

Het was Joe Strummer die ooit zei: ‘Like shoes, like mind.’ De uitspraak wordt geciteerd in een begeleidende tekst bij Under Great White Northern Lights, de eerste documentaire over en live-cd van The White Stripes. Regisseur Jim Jarmusch, schrijver van de tekst, wil maar zeggen: The White Stripes weten als geen ander dat het in de popmuziek niet alleen om de inhoud gaat. En inderdaad, zowel op het podium als in openbaar - zo blijkt uit de documentaire van Emmett Malloy - zijn Jack White en Meg White stijliconen. Een band, twee leden, drie kleuren: zwart, wit en rood. Alle vragen die de twee de eerste jaren kregen die niet neerkwamen op 'waar is jullie bassist?’ of 'zijn jullie broer en zus, geliefden of exen?’ gingen over hun stijl. Jarmusch schrijft dat het dan ook twee zulke mooie mensen zijn. Dat vindt Malloy duidelijk ook. Haar camera is verliefd op White en White. Kijk ze daar eens mooi in de tourbus zitten, zie ze prachtig aan boord van een veerboot een sigaret roken.
Het is charmant, voor een minuut of tien. Daarna worden veel van de vlakke interviewtjes en flodderige sfeerimpressies als de dialogen bij een pornofilm: doorspoelwerk. Zonde, want Jack White ademt muzikaliteit uit. Meg glimlacht de hele documentaire heel lief, dus ze vindt het vast ook allemaal prima. Maar White is, zo blijkt uit elk nummer, elk intro en iedere referentie, een muzikale veelvraat, een man die de geschiedenis van de blues en rock-'n-roll heeft opgezogen, wiens voorkeuren decennia teruggaan en zich uitstrekken over tienduizenden kilometers, en bij wie optreden neerkomt op: teruggeven. In dit geval aan heel Canada, want het tienjarig bestaan van de band (The White Stripes is het type duo’s dat je geneigd bent een band te noemen, geen duo. Simon and Garfunkel zijn een duo, en Nick & Simon. The White Stripes zijn een band) vierden ze in 2007 door in heel Canada op te treden, en dan ook letterlijk heel Canada: ze bezoeken iedere provincie, en zeker niet alleen de grote steden. Ze stellen zich op als geïnteresseerde bezoekers, nieuwsgierig naar lokale tradities, hongerig naar uitwisseling en naar samenwerking met lokale muzikanten.
In het meest interessante deel van de documentaire vertelt White hoe belangrijk het arbeidsethos voor hem is. Zo belangrijk dat hij de omstandigheden van studio-opnamen en optredens zo karig maakt dat hij keer op keer wordt gedwongen tot creativiteit. De karigheid is bewust en zelfopgelegd, en dwingt tot creativiteit, legt White uit. In de live-beelden in de documentaire en op de live-cd levert hij het bewijs, in ieder nummer opnieuw. Of dat nummer nu van een van hun zes albums komt, of een dampende cover is van Dolly Partons Jolene: White ploegt zich er hartstochtelijk doorheen, beult zijn gitaar af, zoekt al raspend en kreunend zijn vocale grenzen op en houdt, terwijl zijn voeten op de gitaarpedalen trappen, oogcontact met Meg achter het drumstel. Critici voorspellen nu al tien jaar de eindigheid van alle mogelijkheden die een band met twee leden heeft, zegt White in de documentaire, maar wanneer ze naar de albums luisteren vergeten ze dat geringe aantal bandleden. Dat is het knapste van The White Stripes, blijkt uit Under Great White Northern Lights, en dat geldt ook wanneer je live naar ze luistert, en zelfs kijkt.

The White Stripes, Under Great White Northern Lights, label XL/V2