De Amerikanisering van de Nederlandse arbeidsmarkt (2)

Zelf Zwaar Ploeteren

Hoogopgeleide, fulltime werkende zzp’ers verdienen gemiddeld dertig procent minder dan hun collega’s in vaste dienst. Het grootst is het gat bij uitvoerend kunstenaars als acteurs en musici. ‘Solidariteit bestaat niet meer. Orkesten blijven overeind door het uitknijpen van zelfstandigen.’

Medium i49a5886 corr rgb

Saxofonist Niels Bijl meldt zich op maandagavond om zes uur in de Gerardus Majellakerk in Amsterdam voor de eerste repetitie die week met het Koninklijk Concertgebouworkest (kco). Al anderhalf jaar weet de zzp’er dat hij deze week in 2016 ter beschikking staat van het kco voor het spelen van de Jazz Suite van Sjostakovitsj. Symfonieorkesten boeken hun remplaçanten (invallende musici) zo vroeg mogelijk zodat ze niet het risico lopen dat de beste tenorsaxofonist of mandolinespeler net die week bezet is of op vakantie als bijvoorbeeld de Boléro van Ravel of de Zevende van Mahler op het programma staat. En als het kco belt, zegt Bijl ‘ja’. Het is waarvoor hij zijn stinkende best deed in zijn jaren op het conservatorium, waarvoor hij die befaamde twintigduizend uur geïnvesteerd heeft om de top te bereiken. Samenspelen met de allerbeste musici en misschien een paar momenten van magie creëren waarin alles op z’n plek valt en iedereen boven zichzelf uitstijgt; het is waar hij voor leeft.

Hij groet de collega-saxofonisten met wie hij heeft afgesproken voor koffie en een repetitie in een apart zaaltje voor ze aan de beurt zijn met de rest van het orkest in de grote zaal. De sfeer is hartelijk. De professionals komen elkaar al jaren tegen en respecteren elkaars talent. Om tien uur ’s avonds zijn ze klaar en vertrekt Bijl naar een goedkoop hotelletje. Hij woont in Enschede en gunt zichzelf een rustige nacht in plaats van twee uur in de trein en een korte nachtrust. De volgende morgen moet hij namelijk om 9.15 uur al weer op zijn stoeltje zitten in het Concertgebouw voor repetitie nummer twee. Ook woensdagochtend wordt er gerepeteerd. Tegen het eind stroomt publiek binnen voor de openbare repetitie die ook de generale is. Bijl heeft ’s middags nog een repetitie met een van zijn ensembles kunnen organiseren, anders was de rest van de dag verloren gegaan in een bioscoop. Even op en neer naar huis is geen optie, want ’s avonds is het eerste concert voor een uitverkocht huis.

De zaal telt 1974 stoelen, waarvan er gemiddeld 81 worden bezet door iemand met een vrijkaartje. De prijs van de overige kaartjes varieert tussen de 25 euro voor het slechtste stoeltje achter een grote paal tot 130 euro voor de beste plekken. Als het kco zonder subsidie zou moeten draaien, zouden de kaartjes dik twee keer zo veel kosten. Slechts 37 procent van de exploitatiekosten wordt opgebracht door betalende bezoekers in Nederland. Buitenlandse tournees zorgen voor twaalf procent van de inkomsten, en ondanks de geweldige reputatie van het orkest nemen sponsoren als ing, Unilever, klm, PricewaterhouseCoopers en een viertal grote advocatenkantoren slechts 836.000 euro van de totale exploitatiekosten van ruim 26 miljoen voor hun rekening. Zonder de dertien miljoen uit Den Haag en het Amsterdamse stadhuis zou het onmogelijk zijn dit instituut overeind te houden.

Niels Bijl komt uit de catacomben in een rokkostuum dat hij in ruil voor een kratje bier kreeg van een bassist in vaste dienst die om de zoveel jaar een nieuw krijgt aangemeten. Nerveus is hij niet, maar spannend is het altijd. Er moet wel gepresteerd worden. Bijl is alert, luistert naar de inbreng van zijn collega’s en geniet als de trompettist dat ene stukje net weer anders doet dan vanmorgen, maar wel weer zeker zo mooi.

Het Nederlandse publiek is warm. Nergens krijgt het orkest zo snel een staande ovatie als hier. Soms zit Bijl na afloop in de catacomben in gedachten verzonken na te genieten op een stoeltje als hij ontdekt dat de rest al omgekleed richting artiestenuitgang loopt. Ook donderdag is er ’s avonds een concert in Amsterdam en zaterdag rijden ze met drie bussen naar het laatste concert in het Duitse Essen. Zondag is hij in de loop van de dag weer thuis. Over de betaling voor deze week heeft hij met het kco niet onderhandeld. De prijs ligt vast in de remplaçanten-cao. Voor de drie repetities krijgt Bijl 98,35 euro en voor de drie optredens 158,75 euro bruto. Voor de hele week in totaal – inclusief buitenlandtoeslag – 970 euro. Daarvan worden nog sociale premies ingehouden, wat voor Bijl erg ongunstig is omdat hij geen aanspraak kan maken op uitkeringen bij ziekte of werkloosheid omdat hij slechts een paar weken per jaar in loondienst werkt. Een vetpot is het niet. Een bouwvakker, schilder of verwarmingsmonteur komt met gemak op het dubbele uit. En dit is een goede week. Het kco betaalt meer dan andere symfonieorkesten en bij optredens met gelegenheidsorkesten of in televisieprogramma’s moet je het met de helft van deze honoraria doen.

Wie op de bouwkundefaculteit van de TU Delft rondloopt, snapt dat nog steeds duizenden jonge mensen architect willen worden. Het is hier leuker dan op de burelen van Google of Facebook. De geïnspireerd verbouwde oudbouw van de universiteit verspringt overal speels van niveau, is tegelijk ruimtelijk en intiem en spettert van kleur. Iedereen is hier slim en creatief en zit in gezellige hoekjes en kuilen met open blik en passie gebogen over tekeningen, laptops, maquettes, goede koffie en biologische broodjes. Ze zijn zich hier maar al te bewust van hun arbeidsperspectief. ‘Studenten van andere faculteiten maken altijd weer de grap dat wij later toch werkloos zijn’, zegt vijfdejaars student Nico Schouten (23). Zesdejaars Elke Schoonen (23): ‘Maar wij zijn gaan studeren na de crisis. Wij hebben de tijd dat je sowieso een baan kreeg nooit meegemaakt.’ Nico: ‘Mijn ouders zijn allebei kunstenaar, dus ik weet hoe lastig het kan zijn van je werk te leven.’

Ze kennen de verhalen van afgestudeerden die bij de grote bureaus keihard moeten werken voor een veredelde stagevergoeding of het minimumloon. Vrienden van Nico die hun ziel en zaligheid in hun afstudeerproject hebben gestopt, lopen nu al twee jaar bij de oplevering van projecten alle woningen na om te controleren of de kranen goed zijn gemonteerd. ‘Of ze zitten dag in, dag uit suffe details als stoepranden en wc’s te tekenen.’ Elke kent veel afgestudeerden die als zzp’er voor een appel en een ei werk aannemen. Gelukkig kent ze ook positieve verhalen: ‘Je hoopt zelf toch die ene te zijn die wél de leuke opdrachten krijgt.’ Behalve een goed portfolio is een goed netwerk cruciaal, maar geen garantie. Nico: ‘Het liefst zou ik meteen voor mezelf beginnen, maar sinds 2011 moet je eerst twee jaar een soort co-schappen lopen voor je je architect mag noemen.’

Sinds de crisis van 2008 is de architectenbranche gehalveerd in aantal bureaus en meer dan gehalveerd in omzet (van 1,7 miljard naar 0,7 miljard). Maar niet alleen de crisis is debet aan het sterk verslechterde arbeidsperspectief. Tot tien jaar geleden hoefden architecten alleen op kwaliteit en niet op prijs met elkaar te concurreren. Bij bouwprojecten werd een door de branche opgestelde honorariumformule toegepast waarbij de uitverkoren architect een – van de complexiteit en nagestreefde kwaliteit afhankelijk – percentage van de bouwsom ontving. Bij een project met een totale bouwsom van twintig miljoen euro kreeg de architect bijvoorbeeld tien procent – dus twee miljoen – voor het totaal van ontwerp, technische detaillering, toezicht op de bouw en oplevering. In de jaren negentig werd Nederland wereldwijd geroemd om de hoge kwaliteit van de sociale woningbouw en scholen. Een kwaliteit die voorkwam dat er in onze snel groeiende steden een sterke segregatie plaatsvond tussen arm en rijk, zoals elders gebeurde.

In 2005 bepaalde de Nederlandse Mededingingsautoriteit echter dat de honorariumformule een niet-toegestane prijsafspraak was en dat de sector ook op prijs met elkaar moest concurreren. ‘Daar viel toen best iets voor te zeggen’, reageert architect en TU Delft-hoogleraar Thijs Asselbergs (59), ‘maar sindsdien zijn we van een echte bouwmeester die de totale leiding had, verworden tot esthetisch adviseurs van de projectontwikkelaar en wordt er per uur en taak afgerekend. De inhoud van het vak is geërodeerd. We hebben ons van een onafhankelijke in een afhankelijke positie laten drukken.’

Asselbergs illustreert dit aan de hand van drie gerealiseerde projecten. In 2000 kreeg hij van een grote woningbouwcorporatie de opdracht voor het ontwerp van een blok met tachtig woningen in de Amsterdamse wijk Buitenveldert. Henkenshage moest een mix worden tussen koopwoningen in verschillende prijsklassen, sociale huurwoningen, ruimtes voor woongroepen, een supermarkt en een parkeergarage. Met de honorariumformule kreeg Asselbergs de ruimte om te zoeken naar creatieve oplossingen met hoogwaardige materialen. Hij kon het project huis voor huis doortekenen en toezicht houden op de uitvoering. Het werd een blok waarin mensen met zeer verschillende inkomens met trots en plezier wonen en Asselbergs kon zijn medewerkers volgens de cao betalen.

‘Voor veel jonge architecten is het vak een roeping geworden die ze moeten bekostigen met werken achter de bar’

In 2005 – net na de afschaffing van de honorariumformule – kreeg Asselbergs een vergelijkbare opdracht in de Amsterdamse wijk IJburg. Deze keer ging het om woningen met binnentuinen, een parkeergarage, een bibliotheek en een atelier. De werktekeningen en het toezicht op de uitvoering zou de projectontwikkelaar nu zelf doen. Asselbergs wil geen bedragen noemen, maar als de betaling voor het project in Buitenveldert honderd procent was, dan kreeg hij voor het project op IJburg nog zestig procent. Niet veel later veranderden de spelregels opnieuw door wat De Nieuwe Regeling werd genoemd. Opdrachtgevers konden nu op de overeenkomst aankruisen wat ze wel en niet door de architect wilden laten doen. De architect ‘deed een jas uit’, meent Asselbergs. Omdat gerealiseerde projecten het visitekaartje zijn van een architect begonnen architecten zich steeds verder in het zweet en de overuren te werken om aan de uitgeklede opdrachten nog enige eer te behalen. ‘Dat project op IJburg heeft nog een prijs gewonnen’, zegt Asselbergs.

In 2014 was het weer anders. De grote woningbouwcorporaties moesten van Den Haag terug naar hun core business: het bouwen van betaalbare sociale huurwoningen. In dit nieuwe tijdsgewricht werd Asselbergs opnieuw door een grote woningbouwcorporatie uitgenodigd voor het ontwerpen van respectievelijk 60 en 120 woningen op Zeeburgereiland in Amsterdam. Nu werden niet alleen de werktekeningen en het toezicht door de aannemer opgeëist, maar waren ook de plattegronden en de ontsluitingen van de gebouwen al bepaald. ‘Wat dan overblijft is styling’, zegt Asselbergs. ‘Dan kun je alleen nog de vorm van de gevel en de soort baksteen kiezen.’ Van de honderd procent vergoeding in het jaar 2000 is bij dit vergelijkbare project in 2014 nog twintig procent over. ‘De uurtarieven gaan inmiddels richting het niveau van de schoonmaakbranche’, aldus Asselbergs. ‘Ook ik besteed een deel van het tekenwerk uit aan een bureautje in Oost-Europa. Er zijn nog architectenbureaus die het goed doen, maar die werken veelal met tientallen stagiaires en jonge architecten die het noodgedwongen voor een habbekrats doen. “Pizzalonen”, noemde ontwerper Daan Roosegaarde het in CollegeTour. Zogenaamd om samen te investeren in nieuwe ontwikkelingen en je cv, maar de meesten hebben geen uitzicht op normaal betaald werk. Wekelijks ligt er een nieuwe stapel portfolio’s van goedkope arbeidskrachten.’

Klassieke musici en architecten: het zijn twee hoogopgeleide beroepsgroepen die de afgelopen jaren zwaar door bezuinigingen en de crisis zijn getroffen. Om te overleven vergrootten organisaties hun ‘flexibele schil’ en de zzp’ers in deze schil kunnen door de sterk verlaagde tarieven nauwelijks nog het hoofd boven water houden, blijkt uit ons onderzoek onder tientallen zzp’ers, werkgevers, verloningsbedrijven en belangenorganisaties.

Het idee dat zzp’ers weliswaar een onzeker bestaan leiden maar veel meer verdienen, kan definitief in de prullenmand. Uit de laatste cijfers van het cbs (maart 2016) blijkt dat hoogopgeleide, fulltime werkende zzp’ers gemiddeld dertig procent minder verdienen dan hun collega’s in vaste dienst. Alleen zelfstandig medisch specialisten zijn nog altijd beter af dan collega’s met een vast dienstverband. Zij verdienen gemiddeld 45 procent meer. In bijna alle andere beroepsgroepen hebben zzp’ers grote moeite hun collega’s met een cao-contract bij te benen. Het grootst is het gat bij uitvoerend kunstenaars zoals acteurs en musici. In die sector komen zzp’ers niet verder dan de helft van het inkomen van hun collega’s in vaste dienst. Zelfstandige architecten doen het niet heel veel beter. Zij moeten het gemiddeld met veertig procent minder doen dan collega’s met een cao-contract.

Nederlanders die in loondienst werken zijn tegen onderbetaling beschermd door het minimumloon en afspraken in cao’s. Voor de betaling van zzp’ers is er geen ondergrens en wordt sinds de crisis steeds minder gekeken naar wat een redelijke vergoeding is voor de expertise, ervaring, bedrijfsrisico’s en kosten voor de zzp’er.

In zowel de architectuur als in de orkestwereld willen werkgevers en belangenorganisaties de race to the bottom een halt toeroepen door het opnemen van minimumtarieven voor zzp’ers in de cao. Dit voornemen stuit echter tot nu toe op een onverbiddelijk ‘nee’ van de kartelwaakhond Autoriteit Consument en Markt. Voor de Belastingdienst zijn zzp’ers ondernemers en door ondernemers mogen – ter bescherming van de consument – geen prijsafspraken worden gemaakt. Dit standpunt drijft de voor minimumtarieven strijdende partijen tot wanhoop. Waarom worden éénpitters die hun eigen arbeid verkopen over één kam geschoren met grote bedrijven die producten en diensten in de markt zetten? Zijn het minimumloon en cao-schalen niet ook prijsafspraken die de prijs van producten bepalen?

‘We willen het misbruik van de situatie op de arbeidsmarkt tegengaan’, zegt Victor Frequin, directeur van architectenbureau OeverZaaijer en cao-onderhandelaar voor de bna, de branchevereniging waarbij twaalfhonderd architectenbureaus zijn aangesloten. ‘Niet alleen om individuele architecten te beschermen tegen uitbuiting, maar ook omdat het in het belang is van de werkgevers. Ik vertegenwoordig de werkgevers! Als je dit hooggekwalificeerde werk voor bodemprijzen gaat weggeven, krijg je het nooit meer terug. Dan vallen alle bureaus om die mensen in vaste dienst hebben, is straks iedereen zzp’er en kunnen we de cao weggooien.’

Geen architectenbureau ontkomt aan een flexibele schil. Als er een opdracht binnengehaald wordt, kan dat werk zijn voor een paar jaar, een paar maanden of een paar weken. Als er geen aanbesteding gewonnen wordt, is er even helemaal geen werk. Frequin, wijzend over zijn kantoortuin in een grote glazen kubus op IJburg: ‘Voor de crisis hadden we een hele vloer in dit gebouw, nu nog een halve met vijftig medewerkers. In 2012 bereikten we het dieptepunt en moesten we ook vaste medewerkers ontslaan. Nu stabiliseert de markt weer en zouden we graag weer een flexibele schil opbouwen, maar door de Wet Werk en Zekerheid wordt ons dat ook moeilijk gemaakt. Daar zit bijvoorbeeld een meisje dat ik na twee jaarcontracten moet laten gaan. Ik kan het me gewoon niet veroorloven haar een vast contract te geven.’

Frequin betaalt net als de meeste gevestigde bureaus zijn flexwerkers cao-lonen en zijn zzp’ers daaraan gerelateerde tarieven. ‘Wij werken niet met zzp’ers omdat we hen onder de cao kunnen betalen, maar anderen doen dat wel en tegen die bureaus kunnen wij niet op. Wij willen niet concurreren op arbeidsvoorwaarden.’

Medium hh 15476902
Kwaad worden heeft geen zin en staken ook niet, het is stikken of slikken: voor jou tien anderen

Architect Pepijn Blom (39) werd met de nieuwe realiteit geconfronteerd toen hij in 2012 na twaalf jaar loondienst op straat kwam te staan. ‘Solliciteren had weinig zin’, zegt Blom. ‘Ik kwam op gesprek bij een gerenommeerd bureau waar bijna uitsluitend buitenlandse werkstudenten zaten die dag en nacht werkten voor een appel en een ei. Ze hadden iemand nodig die Nederlands sprak om de papierhandel in goede banen te leiden. Ze hadden daar 2400 euro bruto per maand voor over’, aldus Blom. ‘Een idioot salaris voor iemand met twaalf jaar ervaring, maar ik wilde ook niet meedraaien in die manier van werken.’ Omdat een normaal betaalde baan bij een bureau er niet meer in zat, begon ook Blom – in eerste instantie met behoud van ww – als zzp’er. Door zijn netwerk kon hij een goede start maken en kan hij nu projectprijzen rekenen of 75 euro per uur, maar hij ziet collega’s niet verder komen dan twintig euro. Blom is voor minimumtarieven: ‘Ik heb niets met het zogenaamd liberale standpunt dat hoe goedkoper de zzp’er, hoe beter. Ik draai mee in een project van de bna ter ondersteuning van jonge architecten en zie dat het vak voor velen een roeping is geworden die ze moeten bekostigen met werken achter de bar of het inkomen van een partner. Wie wordt daar beter van?’

Vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers in de architectenbranche rekenden samen met financieel experts uit dat het uurtarief van een zzp’er 1,5 maal het uurtarief van een vaste medewerker zou moeten zijn met dezelfde functie en ervaring om op jaarbasis op een vergelijkbaar inkomen uit te komen als hij zich verzekert tegen arbeidsongeschiktheid, pensioen opbouwt, eens een dagje ziek is en hetzelfde aantal weken vakantie houdt. Na de vermenigvuldiging met 1,5, komt er nog 3,80 euro per uur bij voor beroepskosten als een computer, cursussen en administratie. Voor een beginnend architect zou het minimumtarief neerkomen op zo’n 23 euro per uur en voor een ervaren architect op 55 euro. ‘De werkgevers verenigd in de bna, de vakbonden fnv, cnv en De Unie, we willen dit allemaal’, zegt Frequin. ‘Maar volgens de acm mag het dus niet omdat we dan bezig zijn met kartelvorming.’

‘Er is geen collectieve woede. Het Concertgebouworkest had ook voor een volle zaal kunnen zeggen: “Zo, wij spelen niet”’, zegt saxofonist Niels Bijl. ‘Maar bij iedere nieuwe bezuinigingsronde denken orkesten: ik hoop dat wij nu niet aan de beurt zijn. Ondertussen wordt de hele sector om zeep geholpen.’ Bijl werkt al twintig jaar als remplaçant en sinds 1999 als zzp’er. Tenzij hij invalt bij het Concertgebouworkest. ‘In 1999 moesten alle remplaçanten zzp’er worden als ze nog voor symfonieorkesten wilden werken. Allemaal schreven we ons in bij de Kamer van Koophandel en kregen we een var-verklaring. Een jaar later volgde het kco een advies van juristen die er nog eens naar hadden gekeken en toen moesten we weer voor elke invalbeurt in loondienst. Mijn accountant werd woest!’

Maar kwaad worden heeft geen zin en staken ook niet, want sinds de laatste bezuinigingsronde is het stikken of slikken: voor jou tien anderen. Al gaat dat bij Bijl helemaal niet op. Voor het spelen van de saxofoonpartij in de Boléro van Ravél wordt hij altijd als een van de eersten gebeld. Toch krijgt hij met zijn staat van dienst geen cent meer dan een jonge collega die anoniem tussen de violen zit. Ook bij de andere symfonieorkesten liggen de tarieven vast: 82,78 euro bruto voor een repetitie van drie uur en 133,63 euro voor een concert. Dat is tegelijk het minimum en het maximum. De reiskosten worden vergoed op basis van tweede klasse openbaar vervoer, maar reistijd is voor eigen rekening. Dat lijkt niet onredelijk, maar je wordt maar drie uur betaald en de dag is wel verloren. ‘Als ik bij het Residentieorkest repeteer, moet ik om vijf uur ’s morgens op omdat ik een uur van tevoren aanwezig wil zijn en kom ik in de middag thuis. Ik kom voor zo’n dag uit op zeventien euro bruto per uur’, vertelt Bijl. ‘Ik moest laatst ergens invallen en kreeg het niet geregeld met mijn vrouw, waardoor mijn zoon een dag extra naar de opvang moest. Wat denk je dat dat kost? Tachtig euro! Haha, dan moet ik toeleggen op zo’n dag.’

Bij de conservatoria betalen ze docenten vergelijkbare tarieven, weet Bijl, die ook daar af en toe invalt. ‘Het is schokkend om te beseffen dat dat de tarieven zijn bij het hoogste wat we hebben in Nederland: het Concertgebouworkest en de conservatoria.’ Hij streeft ernaar vijf- à zeshonderd euro per week te verdienen. Zonder het inkomen van zijn vrouw zou het gezin niet rondkomen. Bijl: ‘In de jaren negentig haalden mijn docenten voor minder dan duizend gulden per optreden hun saxofoon niet uit de koffer. Solisten van het Concertgebouworkest woonden in kasten van huizen aan het Vondelpark.’ Maar Bijl wil niet blijven hangen in bitterheid. Net als veel andere zzp’ers telt hij de zegeningen van een leven waarin hij doet wat hij het liefst doet. ‘De afgelopen twintig jaar pakt niemand me af. Komende week speel ik in Den Bosch, Dijon en Hengelo. Dit is wat ik wil en ik ben er goed in. Als je naar mijn inkomsten kijkt zou je daar misschien aan twijfelen, maar ik weet dat het zo is.’

Bijl is steengoed en heeft het daarom nog goed voor elkaar. Musici die het moeten hebben van spelen bij ensembles en gelegenheidsorkesten die niet met de remplaçanten-cao werken, krijgen soms niet meer dan 110 euro bruto voor twee repetities en een concert, weet Mark Gerrits van de Toonkunstenaarsbond (Ntb). ‘Dan kom je uit op zo’n tien euro bruto per uur. Ik noem het de verarmoeding van de sector.’

De jurist van de toonkunstenaars is moe. Moe van alle rechtszaken die hij moet voeren voor het behoorlijk afhandelen van het ontslag van musici bij orkesten en muziekscholen, moe van de strijd voor minimumtarieven voor zzp’ers. ‘We hadden ooit een werkbaar stelsel. De kunstenaar en de artiest hadden een aparte status als zelfstandigen. Maar toen moest de politiek zo nodig de zaaleigenaren verantwoordelijk maken voor het inhouden van de sociale premies en daar hadden ze helemaal geen zin in.’

Om van de administratieve rompslomp af te zijn en uit angst gedwongen te worden een incidenteel optredende muzikant in dienst te nemen, werken orkesten vaak met een verloningsbureau, dat ook weer een percentage van de gage afsnoept. ‘Als er bezuinigd moet worden is de culturele sector altijd de pineut’, weet Gerrits. ‘Al dat gelul over cultureel ondernemerschap! Dat mensen in hippe tentjes aan de latte macchiato zitten om leuke nieuwe dingen te bedenken. Koren op de molen van Halbe Zijlstra: “Zie je wel dat het kan! We hebben veertig procent bezuinigd op de orkesten, maar ze leveren nog hetzelfde aantal producties, met dezelfde kwaliteit!” Waarom staan die orkestdirecteuren niet op om te zeggen dat hij kwatsch verkoopt? Solidariteit bestaat niet meer. Er is geen visie meer op de prijs van arbeid. Orkesten blijven overeind door het beperken van de rechten van werknemers, schijnconstructies met flexwerkers en het uitknijpen van zelfstandigen. Heel Nederland is trots als Jaap van Zweden dirigent wordt bij het New York Philharmonic, maar je kunt je afvragen of we dat soort talent ooit nog zullen voortbrengen met dit klimaat.’

Ook bij de verloningsbureaus zien ze de tarieven dalen en het aantal optredens per musicus afnemen. Aline van Dam van Artiestenverloningen.nl, een van de grootste financiële dienstverleners in de culturele sector, heeft wel eens musici aan de lijn die het niet meer zien zitten. ‘Dan probeer je ze op te beuren. Zeg je dat het weer aantrekt, maar de afgelopen vijf of zes jaar waren heel slecht.’ Er wordt door opdrachtgevers veel misbruik gemaakt van de afhankelijke positie van musici, is haar ervaring. Artiestenverloningen.nl houdt naast de sociale premies negen euro per dagverloning in aan administratiekosten. ‘Daarmee zijn we zeker niet de duurste’, weet Van Dam. ‘Maar soms zijn de honoraria zo laag dat we het niet over ons hart kunnen verkrijgen onze gage er ook nog vanaf te halen.’

Al in 2007 stelden de vakbonden voor een bijlage aan de remplaçanten-cao toe te voegen waarin minimumtarieven voor zelfstandigen werden vastgelegd. Ze zouden hetzelfde betaald moeten krijgen als remplaçanten in loondienst, verhoogd met een toeslag voor het zelf regelen van hun sociale zekerheid. De orkesten gingen akkoord mits ze ‘geen gezeik’ zouden krijgen met de kartelregels. En dat gezeik kwam er wel.

‘Het is idioot dat voor éénpitters hetzelfde mededingingsrecht geldt als voor multinationals’

‘Het is idioot dat voor éénpitters hetzelfde mededingingsrecht geldt als voor multinationals’, zegt Martin Kothman van vakbond FNV Kiem. ‘Een zelfstandig remplaçant verdient nu veel minder dan een collega in loondienst terwijl hij al die ondernemersrisico’s heeft. Hoe wordt de consument beter van deze bescherming tegen prijsafspraken? Het concertkaartje wordt er niet goedkoper door en het gaat ten koste van de kwaliteit.’ Ook Kothman is zichtbaar vermoeid van het steeds weer uitleggen waarom ongeremd bezuinigen op loonkosten onfatsoenlijk is.

FNV Kiem spande een procedure aan tegen de Nederlandse staat en eiste dat de rechter zou verklaren dat hier geen sprake was van een verboden prijsafspraak. Het Hof in Den Haag vroeg weer advies aan het Europese Hof van Justitie, dat eind 2014 terugkwam met de uitspraak dat het geen verboden prijsafspraak is als de zelfstandige remplaçanten geen ‘echte ondernemers’ zijn. Het Hof in Den Haag besloot daarop dat remplaçanten inderdaad als schijnzelfstandigen moeten worden gezien – omdat ze niet vrij zijn hun eigen werkwijze en werktijden te kiezen en er sprake is van een gezagsverhouding – en dat afspraken in de cao daarom geoorloofd zijn. De vlag ging uit bij FNV Kiem en Kothman liet weten in meer sectoren te zullen strijden voor minimumtarieven.

Maar het feestje kwam niet verder dan de burelen van de fnv. Want het laatste wat zzp’ers willen, is aangemerkt worden als schijnzelfstandige. Een schijnzelfstandige is een zzp’er met een verkapt dienstverband bij wie de Belastingdienst met terugwerkende kracht sociale premies wil innen bij de werkgever. Een schijnzelfstandige profiteert bovendien onterecht van de zelfstandigenaftrek en kan worden aangeslagen voor duizenden euro’s aan naheffingen en boetes.

Omdat van kale kippen niks te plukken valt, zal de Belastingdienst de remplaçanten voorlopig wel met rust laten, maar een vrolijke uitkomst is het voor hen niet. Als het recht remplaçanten inderdaad als schijnzelfstandigen ziet, dan zullen zij niet meer als zzp’er mogen werken en niet alleen bij het kco, maar bij elke invalbeurt in loondienst moeten. Kothman geeft toe dat hij weliswaar vecht voor minimumtarieven voor zzp’ers, maar blij is met de uitkomst dat het Hof remplaçanten als schijnzelfstandigen ziet. ‘Remplaçanten zijn onderdeel van een productie. Noem me een ouderwetse sociaal-democraat, maar ik vind dat de sterkste schouders de zwaarste lasten moeten dragen en het orkest de remplaçant in loondienst moet nemen. Dan is hij verzekerd, heeft hij ontslagbescherming, heeft hij recht op WW en bouwt hij pensioen op.’

Voor elke klus terugkeren naar het traditionele loondienstsysteem zal voor de remplaçanten echter niet gaan werken. De meeste invalmuzikanten komen hoogstens een paar weken per jaar aan bod en zijn dus maar enkele weken in dienst. De rest van het jaar werken ze aan eigen projecten. Ze bouwen ook door de korte dienstverbanden geen enkel recht op WW en ziektegeld op, terwijl ze er tijdens de korte dienstverbanden wel premies voor betalen.

Ook voor architecten biedt de uitspraak van het Europese Hof weinig soelaas, vindt Victor Frequin. ‘Zelfstandige architecten zijn opdrachtnemers en geen schijnzelfstandigen. Het zijn professionals die worden ingehuurd voor een afgebakende, hooggekwalificeerde klus. En voor overeenkomsten van opdrachten mag je volgens de wet gewoon afspraken maken in de cao.’ De uitspraak van het Hof heeft tot nu toe nog niet geleid tot het toelaten van afspraken over minimumtarieven in de cao’s of het aanpakken van de vermeende schijnzelfstandigheid. Het ministerie van Sociale Zaken heeft de kwestie nog altijd in beraad.


Onder het minimumloon

In Nederland werken inmiddels zo’n 900.000 zzp’ers en elk jaar komen er zo’n 50.000 bij. Vooral in de zakelijke dienstverlening, de bouw, gezondheidszorg, detailhandel, cultuur en ICT maakt men graag gebruik van deze zelfstandigen zonder personeel. In veel beroepen ligt het zzp-inkomen een stuk lager dan het salaris van medewerkers met een dienstverband, blijkt uit recente cijfers van het CBS. Zo hebben bijvoorbeeld zzp’ers die werken als winkelier of teamleider in de detailhandel 41 procent minder inkomen. Andere beroepsgroepen waar zzp’ers het relatief slecht doen zijn: docenten, vertegenwoordigers en inkopers, leidsters kinderopvang en zakelijke dienstverleners. Alleen artsen verdienen substantieel méér als zzp’er.

Podiumkunstenaars verdienen als zzp’er 15.200 euro bruto per jaar, blijkt uit cijfers van het CBS. Dit is drieduizend euro onder het minimumloon. Ze maken hiervoor een werkweek van 41,3 uur, inclusief zelfstudie, reistijd en onderhoud instrument. Een orkestmusicus in loondienst verdient gemiddeld 36.000 euro per jaar bruto, al is dit bedrag door bezuinigingen bij sommige orkesten gehalveerd.

Architecten verdienen gemiddeld als zzp’er 18.400 euro bruto per jaar, dat is honderd euro meer dan het minimumloon. Een jonge architect in loondienst verdient volgens de CAO 36.000 euro.

Dit artikel kwam tot stand met steun van Fonds 1877

Beeld: (1) Violisten van het Koninklijk Concertgebouworkest (Anne Dokter / Koninklijk Concertgebouworkest); (2) Studenten van de TU Delft maken maquettes (Phil Nijhuis / Hollandse Hoogte)