Hoofdcommentaar

Zelfbeheersing

In het binnenlandse nieuws speelden vorige week twee onderwerpen die op het oog veel van elkaar verschillen. In de nasleep van alle branden en geweldplegingen in de oudjaarsnacht was er de aanzwellende roep om paal en perk te stellen aan het afsteken van vuurwerk en het niet meer tolereren van uitgaansgeweld. Daarnaast was er het novum dat een bedrijf meedeelt zich als gevolg van intimiderende acties van dierenactivisten terug te trekken uit het aanleggen van een bedrijventerrein in Venray waar met dierproeven gewerkt zal gaan worden. Toch hebben beide zaken minstens één belangrijke overeenkomst. Er is een grens overschreden.

Op de nieuwsjaarsrecepties heeft menige korpschef de gelegenheid te baat genomen stelling te nemen tegen het uitgaansgeweld. Dat richt zich steeds vaker tegen politiemensen, brandweerlieden en ambulancepersoneel en is het gevolg van een andere grens die wordt gepasseerd, die van verantwoord alcoholgebruik. Uit het relaas van hulpverleners die in de weekeinden de stadscentra veilig moeten houden, komt steeds weer naar voren dat er alcohol in het spel is bij de geweldplegers, veel alcohol.

Ook in Venray is, eveneens niet voor het eerst, een grens overschreden. Projectontwikkelaar Van Looy uit Weert, die het bedrijvenpark voor biotechnologie zou aanleggen, trok zich terug, nadat op kerstavond de huizen van een aantal van zijn managers waren beklad met de leuze ‘Stop Science Link, stop dierproeven’. De eveneens op de muren gekladde letters dbf verwijzen naar het Dieren Bevrijdings Front. In een verklaring hintten de actievoerders naar meer en gewelddadiger acties: ‘Nu was het alleen maar wat verf, binnenkort zijn we niet meer zo vriendelijk.’ Ook dit was ondertekend met de letters dbf.

Vervolgens kwam naar buiten dat ook de Venrayse wethouder Lei Heldens (cda), verantwoordelijk voor de aanleg van het Science Park, wordt bedreigd en daarom beveiliging krijgt. Minister Guusje ter Horst van Binnenlandse Zaken vond de intimidatie van de wethouder ‘te gek voor woorden’. Zij liet de burgemeester van Venray weten dat een lokale overheid ‘niet mag zwichten’ voor intimidatie.

Veel maatschappelijke commotie over wat er in Venray gebeurt is er verder niet geweest, terwijl het toch gaat om dreigen met geweld. Naar de oorzaak daarvan is het raden. Zou het kunnen zijn dat het is omdat het hier een projectontwikkelaar betreft, iemand die behoort tot een beroepsgroep waarvan de leden bij tijd en wijle negatief in het nieuws zijn? Zijn we, ieder voor zich, bang om het met een principiële stellingname tegen het gebruik van geweldsdreigingen op te nemen voor een lid van die beroepsgroep?

Of is het omdat het om een bedrijvenpark gaat waar dierproeven gehouden gaan worden? Zijn we bevreesd met een principiële stellingname tegen de activisten de indruk te wekken vóór dierproeven te zijn, of althans daar niet tegen te zijn, mits de regels worden nageleefd. Vinden we dreigen met geweld in het geval van dierproeven wél tolerabel?

Ook dronkemansgedrag wordt vaak vergoelijkt. Dat een dronken iemand niet voor rede vatbaar is ontslaat hem nog niet van zijn verantwoordelijkheid het niet zo ver te laten komen. Dronkenschap is geen vrijbrief voor het gebruik van geweld.

Dierproeven kunnen evenmin een vrijbrief zijn om te dreigen met geweld, laat staan geweld te gebruiken. Opmerkingen uit de hoek van de dierenactivisten dat ‘demonstreren niet meer helpt’ en dreigen wel, roepen de vraag op waar dan de grens ligt? Bij echt geweld, uiteindelijk? En als het bij dierenactivisten vergoelijkt wordt, welke actiegroepen mogen daar dan nog meer mee wegkomen? Wie bepaalt dat?

In een interview in NRC Handelsblad zei Robert Molenaar van de Anti Dierproeven Coalitie dat hij niet hoefde te oordelen over andere actievoerders. ‘Alleen het resultaat telt’, voegde hij daaraan toe. Een dierenactivist als Molenaar, die zegt zelf geen geweld te zullen gebruiken, maar begrip heeft voor collega’s die wél dreigen met geweld, ontloopt door die vergoelijking zijn verantwoordelijkheid. In zijn geval: de verantwoordelijkheid voor een samenleving waarin niet wordt toegestaan dat sluipenderwijs het recht van de sterkste en de gewelddadigste gaat gelden.

Een ouder die het dronkemansgeweld van zijn kinderen goedpraat, ontslaat zichzelf van de verantwoordelijkheid voor de opvoeding. Weten tot hoe ver je kunt gaan, daar is zelfbeheersing voor nodig. Zowel bij het drinken als bij het actievoeren. Zelfbeheersing leer je niet door snelrecht, hogere straffen, weekeindjes in de cel of andere repressieve maatregelen – wat overigens niet wil zeggen dat dit soort maatregelen niet nodig zouden zijn als de grenzen worden bereikt.

Zelfbeheersing leer je in een samenleving waarin mensen er niet voor terugschrikken grenzen te stellen, die durven te verdedigen, uit kunnen leggen waarom die er zijn en goed weten over welke grenzen niet te marchanderen valt. Het dreigen met of gebruiken van geweld is zo’n grens.