Zelfbesef gaat van au

Of het nu ‘de cultuur van het narcisme’ is, waarin het ik altijd voor de ander komt, of de cultuur van de ‘eenzame massa’, waarin de ander het ego de wet voorschrijft, onderzoekers naar het wel en wee van de moderne westerse bevolking houden zich bij voorkeur bezig met de mate waarin mensen hun spiegelstadium zijn doorgekomen. Zelfbesef gaat van au en sinds maatschappijanalyse zich bij voorkeur richt op het verschil tussen individu en samenleving, is alle sociale theorie meteen ook massapsychologie. Alles lijkt af te hangen van de wijze waarop mensen zichzelf weten te objectiveren: de verhouding tot de ander, tot gemeenschap, leefomgeving of eigen lot.

Het werk van de Newyorkse kunstenaar Andrea Blum, nu onder de titel Domestic Arrangement te zien in galerie Lumen Travo, lijkt even over ontwerpen voor meubilair te gaan. Een eerste indruk van haar banken en stoelen, love seats en gossip chairs gemaakt van hardboard en vilt baseert zich op de logge vorm en de vraag waarom je zou gaan zitten. Mooi zijn de objecten niet, wel stug en robuust. Maar na verloop van tijd, wanneer je de effecten van het gebruik tot je door laat dringen, merk je dat dit meubilair vooral over de bezoeker zelf gaat: zijn psychische eigenaardigheden als eigenliefde en zelfhaat, gene en schaamteloosheid, paranoia en other directedness, voyeurisme en exhibitionisme, zelfbescherming en assertiviteit, claustrofobie en pleinvrees. Anderzijds zijn sociale vaardigheden als contacten leggen, de omgeving aan zijn aanwezigheid onderwerpen, zijn respect voor gedragscodes enzovoorts. Kunst als podium voor een haat- liefdeverhouding met de spiegel.
Blums ontwerpen vertonen op de plaatsen waar geborgenheid en betamelijkheid steeds net het belangrijkste lijken, opmerkelijke doorkijkjes voor de impertinente blik. Als het geen gaten zijn, dan zijn het wel de spiegels die de gebruiker van deze meubelen met de ander of zichzelf confronteert. Door de abstraherende blikvangers, zicht biedend op argeloze ledematen, worden benen, armen, nek en andere lichaamsdelen tot fetisj gemaakt. Niet u bent in beeld, maar een onderdeel van u. Juist die beperking tot een onderdeel moet ervoor zorgen dat nieuwsgierigheid overgaat in zelfonderzoek.
Bij het opdrachtgebonden werk dat zij in de openbare ruimte maakt, gaat het steeds om de verhouding tussen de ervaring van een plek, de sociale betekenis van de opdracht en het soort publiek; in haar vrije werk, dat doorgaans kleiner is, onderzoekt Andrea Blum allerlei soorten psychosociaal gedrag, waar de sfeer van een galerie een uitstekende context voor vormt. Zelf stelt ze: ‘Domestic Arrangement functions as a sociological study perverting the basic language of design.’ Maar dit werk is veel meer dan sociologie. Het vormt een commentaar op de wijze waarop ruimtelijke ingrepen in het openbare domein of in de intimiteit van het eigen huis iets verraden over de preoccupaties en zenuwtrekjes van de hele cultuur. Dit werk is driedimensionale massapsychologie, architectonische zielkunde en visuele maatschappijkritiek tegelijk. Het werk gaat over vervreemding, maar niet om daarmee een utopische boodschap te verkondigen waarin leven en werk weer geintegreerd zouden zijn. Het werk is een poging psychische reacties te zien als sociale constructies. Daartoe vereisen deze werken tijd om er werkelijk bij/in te verblijven. Pas wanneer je in deze domestieke ordening bent opgenomen, niet alleen hebt gekeken maar er ook bekeken bent, kan deze betekenis niet zozeer worden doorgrond als wel gevoeld. De zetels, zo groot als kleine vertrekken, suggereren autonome overpeinzing in privecellen, maar in feite maken ze je onderdeel van de collectieve schaamtehuishouding.
De dichter W. H. Auden beklaagde zich eens over het gebrek aan geestelijke zelfstandigheid bij zijn medemassamens: Instead of private faces in public places, there are only public faces in private places. Met Domestic Arrangement van Andrea Blum kan men deze observatie op locatie proefondervindelijk herhalen.