Jihad en Hamas recruteert uit de uitzichtloosheid

Zelfbommers

Dat het Palestijns-Israëlische conflict zich in een uitzichtloos stadium bevindt, wordt onder meer getoond door de schijnbare eenvoud waarmee radicale organisaties als Islamitische Jihad en Hamas jonge mensen weten te rekruteren voor zelfmoordaanslagen.

«Weet je wat dit is?» vroeg Muhammad Nasser (28) afgelopen zondagmiddag aan de serveerster van een koffiehuis in Haifa. Hij tilde zijn shirt op en toonde de explosieven die hij om zijn middel had gegord. «Terrorist!» gilde de serveerster en vluchtte weg. In de seconden die hen nog restten stoven de cafébezoekers uiteen. Nasser werd volledig door zijn bom verpulverd, maar de kloeke serveerster had het aantal slachtoffers laag gehouden: 21 gewonden.
Enkele dagen eerder had Izzedine al-Masri (23) meer succes. Hij detoneerde een spijkerbom in de stampvolle pizzeria Sbarro in het hart van Jeruzalem. Resultaat: vijftien gruwelijk verminkte lijken, waaronder die van zes kinderen. Het was de zwaarste Palestijnse aanslag in de veelgeplaagde stad sinds het uitbreken van de Aksa-intifada, de Palestijnse opstand tegen de Israëlische troepen en kolonisten op de Westelijke Jordaanoever en in de Gazastrook, bijna een jaar geleden.
Hamas en de Islamitische Jihad, die vrijwel alle aanslagen opeisen, wijzen elke vorm van vrede met Israël af. Zodra vredesbesprekingen op de agenda staan, gaan de «zelfbommers» van Hamas en de Islamitische Jihad op stap en escaleren de verhoudingen tussen Israëli’s en Palestijnen. Sinds in september 1993 vredesbesprekingen in Oslo begonnen, beleefden Israël en de bezette gebieden 37 zelfmoordaanslagen die meer dan tweehonderd doden en duizenden gewonden veroorzaakten. De eerste vond plaats tijdens de Ramadan van 1994, nadat de ultra orthodoxe jood Baruch Goldstein 29 Palestijnen doodschoot die in de Ibrahim-moskee in Hebron aan het bidden waren. Veertig dagen later liet Hamas zijn eerste autobus met activist en al de lucht in vliegen.
Het gebruik van zelfmoordcommando’s in het Arabisch-Israëlische conflict stamt uit de Libanese burgeroorlog. Daar gebruikte de Syrische Sociale Nationalistische Partij, een nazistische groepering met voornamelijk christenen onder de gelederen, vanaf 1980 zelfbommers om de tegenstanders te ontdoen van hun leiders. Geïnspireerd door Iraanse mullahs, die creatieve oplossingen bedachten om langs het islamitische verbod op zelfmoord te laveren, namen moslimmilities het afschrikwekkende wapen over. Met knallend succes: in oktober 1983 reed een strijder zich in een met explosieven volgeladen vrachtwagen te pletter tegen het hoofdkwartier van de Amerikaanse mariniers in Beiroet, en doodde er 241. Bijna gelijktijdig begroef een tweede zelfmoordbom 58 Franse parachutisten in hun hoofdkwartier een paar kilometer verderop. De Amerikanen en de Fransen trokken zich uit Libanon terug.
Na die tijd werden Israëlische troepen in Zuid-Libanon regelmatig bestookt door zelfmoordenaars. In Israël zelf lukte het hen echter niet toe te slaan, dankzij de volledige controle die Israël uitoefende over de Westelijke Jor daanoever en de Gazastrook. Dat veranderde onmiddellijk toen in 1994, als uitvloeisel van de Oslo-vredesakkoorden, een deel van de Israëlische troepen zich uit de bezette gebieden terugtrok en Arafat toestemming kreeg er een beperkt zelfbestuur op te zetten.
Het einde van de menselijke bommenregen is nog niet in zicht. «Elke Israëli is nu een doelwit», verkondigde Hoessein El-Sheikh, Arafats tweede man op de Westelijke Jordaanoever. Hamas en de Islamitische Jihad meldden over tientallen shahids (heilige martelaren) te beschikken en de stroom aanmeldingen voor zelfmoordacties haast niet aan te kunnen. Het toont de uitzichtloze waanzin waarin de strijd tussen Palestijnen en Israëli’s zich bevindt. Volgens een Palestijns onderzoek steunt 76,1 procent van de Palestijnen de zelfmoordaanslagen onvoorwaardelijk, terwijl 12,5 procent ze afwijst en 11,4 procent geen mening heeft. «Ik heb niet het gevoel dat de volgende generatie een serieuze doorbraak zal meemaken», sprak onlangs Israëls minister van Defensie Ben Eliezer.

In tegenstelling tot de Japanse kamikazepiloten zijn Palestijnse zelfmoordcommando’s geen producten van een cultuur gekenmerkt door onvoorwaardelijke gehoorzaamheid aan de politieke autoriteit, noch worden ze tegen hun wil tot hun daad gedreven. Religieus en ideologisch fanatisme vormen waarschijnlijk slechts een gedeeltelijke verklaring. En voor zover bekend zijn de shahids geen sociaal en geestelijk gestoorde psychopaten. Het is veel erger: ze kiezen er bewust voor zichzelf en zoveel mogelijk van de door hen zo gehate joden in de lucht te laten vliegen. Bijna de helft heeft een academische opleiding genoten, 29 procent heeft op zijn minst de middelbare school afgerond. De leeftijd van een zelfbommer overschrijdt zelden de dertig — het merendeel is tussen de 18 en 23 jaar.
Dat de uitzichtloosheid van het bestaan in de Palestijnse gebieden Hamas en de Islamitische Jihad in de kaart speelt, staat vast. «De enige rode draad in hun persoonlijke geschiedenissen is de bittere ervaring van wat ze zien als Israëlische staatsterreur. Zonder uitzondering hebben de zelfmoordcommando’s geleefd in een systeem dat is ontworpen om hun rechten te vertrappen en elke hoop op een betere toekomst te verpletteren», meende Mouin Rabbani, directeur van het Palestinian American Research Center in Ramallah. Volgens de Palestijnse psychiater Eyad Sarraj zijn de recente zelfmoordaanslagen «daden van absolute wanhoop» ingegeven door het «schijnbaar eeuwige conflict». Alles hebben de Palestijnen immers al geprobeerd, beweerde Sarraj. Van vredesbesprekingen tot gangbaar terrorisme en conventionele oorlogsvoering. «Israël heeft atoombommen, wij hebben menselijke bommen», luidt een spreuk die op de Al-Najah Universiteit hangt.
In de koran en andere islamitische heilige geschriften zijn talloze aanknopingspunten te vinden voor het martelaarschap van een islamitische strijder tegen «ongelovigen». Het zou geen zelfmoord zijn als je je opblaast tussen joodse discogangers, maar een heilige daad die de zelfbommer het felbegeerde hemelse martelaarschap verschaft. Niet alle islamitische geestelijken zijn het met deze interpretatie eens. In de islamitische pers woedde onlangs nog een heftige discussie naar aanleiding van de fatwa die sjeik Abdul Aziz bin Abdullah al Sheik, de geestelijk leider van Saoedi-Arabië, tegen zelfmoordaanslagen uitvaardigde. In reactie daarop stelde Mohammed Sayed Tantawi, een autoriteit in de soennitische moslimwereld: «Als een persoon zichzelf opblaast, zoals in de operaties die Palestijnse jongeren uitvoeren, dan is hij een martelaar. Maar als hij zich opblaast tussen baby’s en vrouwen of bejaarden die niet vechten in de oorlog, dan wordt hij niet beschouwd als een martelaar.» De (eveneens soennitische) Islamitische Jihad en Hamas doen intussen alsof hun neus bloedt: zij noemen elke zelfmoordaanslag, ook die onder de jonge discogangers in Tel Aviv (21 doden), «martelaaroperaties» die de zelfbommer regelrecht in de hemel brengen.
Sommige zelfbommers melden zich spontaan aan. Om zeker te zijn van een gevuld reservoir, «kweekt» Hamas ze ook, van jongs af aan. «Je begint een shahid niet op te leiden als hij 22 is», vertelde Roni Shaked, terrorisme-expert en oud-officier in Israëls geheime dienst Shin Bet aan de Amerikaanse krant USA Today. «Je begint al in de crèche, zodat hij staat te trappelen om zich op te offeren als hij 22 is.» De verslaggever werd rondgeleid in een Hamas-crèche met spreuken op de muur als: «De kinderen van vandaag zijn de shahids van morgen.» En in een door Hamas bestuurde lagere school dreunde de 11-jarige Ahmed een morbide tekst op: «Ik zal mijn bom tot een bom maken die het vlees van de Zionisten, de zonen van varkens en apen, uiteen zal doen spatten. Ik zal hun lichamen in kleine stukjes scheuren en ze meer pijn bezorgen dan ze zich ooit kunnen voorstellen.» «Mogen de maagden je genot geven», beantwoordde de stralende onderwijzer Ahmeds speech, refererend aan de bedekte seksuele belofte die de koran doet aan heilige martelaren. «De meeste jongens kunnen hun gedachten niet van de maagden afhouden», vertelde een zestienjarige Hamas-jeugdleider in Gaza’s Bureij-vluchtelingenkamp aan de Amerikaanse journalist. Na hun dood wacht hun familie een aardser beloning: 10.000 dollar van de Iraakse leider Saddam Hoessein.
Enkele dagen, soms pas een paar uur voor hun missie worden de zelfbommers definitief aangewezen. Ze mogen geen afscheid nemen van hun familie. Ter voorbereiding verblijven ze urenlang op een islamitische begraafplaats, gekleed in een wit gewaad waarin normaalgesproken de doden worden gewikkeld. Daarna wordt in een safe house een video-opname gemaakt waarin de terrorist zijn vastberadenheid om een martelaar te worden en zijn devotie jegens de islam toont. Er zijn aparte terroristische cellen om het doel vast te stellen, een bom in gereedheid te brengen en de zelfbommer naar de plaats van bestemming te brengen. Daar aangekomen wordt hem op het hart gedrukt ijzig kalm te blijven en zich zoveel mogelijk tussen het publiek te mengen. Een Israëlische veiligheidsbeambte keek eens een zelfmoordcommando in de ogen, seconden voor zijn hand verdween onder zijn ruime jas en hij de bom ontstak. «Zijn ogen waren bevroren. Ze toonden geen enkele emotie.»
Er zijn nauwelijks verhalen bekend van ouders die hun zonen proberen tegen te houden. Doorgaans weten ze niets van hun moorddadige voornemen. De families van de martelaren tonen meestal een mengsel van droefenis, trots en zelfs blijdschap nadat het nieuws over het bloedbad bekend wordt. De strijd is ontmenselijkt, waarom rouwen? «Als ik buiten loop, komen jonge kinderen naar me toe die zeggen: ‹Maak ons blij met nog een bomaanslag, sjeik›», zei sjeik Hasan Yosef, de Hamas-leider, onlangs in Ramallah. «Ik kan ze niet teleurstellen. Ze zullen niet lang hoeven wachten.»