De Groene Live #25: Zijn corona-complotten waanzin? Kijk woensdag om 20.30 naar de live-uitzending. Meer informatie

Buitenland

Zelfcensuur

Nog minder dan honderd dagen te gaan, en dan moeten de Amerikanen hun vierjaarlijkse keuze van historische proporties maken. Maar het gesprek over op welke president en welke partij te stemmen, en de redenen daarvoor, vindt in toenemende mate plaats binnen de veilige muren van de eigen geest. Dat is in ieder geval de conclusie van James Gibson en Joseph Sutherland, twee wetenschappers die onderzochten in hoeverre Amerikanen zich vrij voelen hun politieke mening te uiten. Veertig procent van de bevolking zegt haar overtuigingen liever voor zich te houden en doet daarmee volgens Gibson en Sutherland aan ‘zelfcensuur’.

In een artikel op Persuasion, een nieuwe opiniesite waar verdedigers van liberale democratie stukken schrijven, noemden Gibson en Sutherland dit ‘afgrijselijk’. Ze trekken een vergelijking met het McCarthy-tijdperk in de jaren vijftig. Toen voelde dertien procent van de Amerikanen zich onvrij om zich te uiten. In andere woorden: zelfcensuur is nu groter dan in de tijd dat Amerikanen daadwerkelijk vervolgd konden worden vanwege hun politieke opvattingen.

Het werk van deze onderzoekers is machtig interessant, en te hopen is dat hun collega’s in allerlei democratieën het nadoen. Om de volle waarde te zien, is het goed om instinctieve reacties (‘vrijheid van meningsuiting in de knel’, ‘je mag ook niks meer zeggen’) even op te schorten.

Het gevoel niet te kunnen uitkomen voor de eigen mening is gelijkmatig verdeeld over Democraten en Republikeinen. Voor zover ‘politieke correctheid’ een deken over het Amerikaanse debat legt, verstikt die beide politieke gezindten in dezelfde mate. Dat het conservatieve geluid wordt weggedrukt door een liberaal opinieklimaat – iets waar conservatieve opiniemakers, denktanks en politici zich constant over beklagen – is een verzinsel, suggereert dit onderzoek.

Waarom zwijgt in de VS de universitaire klasse bij politieke onderwerpen?

Volgens Gibson en Sutherland is de intensiteit van politieke opvattingen evenmin een verklarende factor voor zelfcensuur in Amerika. Zowel het politieke midden als de flanken leggen zichzelf in gelijke mate het zwijgen op. Angst voor een repressieve overheid blijkt ook geen doorslaggevende rol te spelen. Hun data komt uit 2019. Het zou interessant zijn om het onderzoek te herhalen, na de maanden waarin de regering-Trump demonstranten met traangas bestookte, ze in elkaar liet knuppelen door anonieme oproerpolitie en de president Black Lives Matter een ‘symbool van haat’ noemde.

De enige groep die de eigen mening bovengemiddeld vaak inslikt blijken hoogopgeleide stadsbewoners te zijn. Dit gaat in tegen andere politieke trends: de klasse die over de meeste middelen beschikt om hun overtuigingen kracht bij te zetten, is ook ‘het meest angstig om zich uit spreken’, schrijven Gibson en Sutherland. ‘Het lijkt erop dat Amerikanen die naar de universiteit zijn geweest hebben geleerd hun mond te houden wanneer ze het oneens zijn met hun omgeving.’

Gibson en Sutherland suggereren dat uitkomen voor je mening wordt afgeleerd op de universiteitscampus. Zwijgen uit angst iemand voor het hoofd te stoten. Het is mijn persoonlijke ervaring in de VS dat politieke gesprekken inderdaad vaak vermeden worden wanneer het niet zeker is dat het een gesprek onder gelijkgestemden is. Maar is zwijgen zo verkeerd? Alle tijd die niet wordt gebruikt om de eigen mening over iemand anders uit te storten kan worden gebruikt om te luisteren. Ook dat is een kwaliteit die een gezonde democratie nodig heeft, nog wel meer misschien dan het constante uiten van de vrije mening.

Het onderzoek van Gibson en Sutherland schreeuwt kortom om een kwalitatieve verdieping, die er ongetwijfeld zal komen. Sociologische diepte-interviews met mensen die besloten hun oordeel niet wereldkundig te maken. Ik vermoed in ieder geval een verdere verklaring waarom met name de universitaire klasse doet aan wat nu ‘zelfcensuur’ wordt genoemd: veel van de grote onderwerpen waar het in de VS om draait zijn geen kwestie van verschillende standpunten uitwisselen en kijken waar de overlap zit. Klimaatverandering tegengaan is erop of eronder. Het recht op abortus bestaat volledig of het bestaat niet. Een beetje wapenbezit kan niet.

Misschien gaan dit soort onderzoeken niet over zelfcensuur en de vrijheid van meningsuiting. Eerder markeert de neiging de kaken op elkaar te houden een nieuwe fase waarin de Amerikaanse democratie is beland: een waarbij debatteren aan zin verliest omdat de middenweg niet bestaat. Politiek betekent nu dat de ene mening moet sterven opdat de andere kan bestaan.