Zelfgebreid

José Eduardo Agualusa
De handelaar in verledens
Uit het Portugees (2004) vertaald door Harrie Lemmens
Meulenhoff, 144 blz., € 12,90

Medium boeken

Op zekere dag stapt een vreemdeling binnen die gehoord heeft dat de antiquaar Félix Ventura in herinneringen handelt en hele verledens in de aanbieding heeft. Hij verkoopt ze vooral aan nieuwe rijken die van een riante toekomst verzekerd zijn, maar een passend verleden missen.

De nieuwe klant is oorlogsfotograaf die authentieke Angolese papieren wil. Nee, ik ben geen vervalser. En is een Afrikaanse stamboom wel te rijmen met een blanke man? Wat dan nog? zegt deze. U bent blanker dan ik. Mis, want Félix Ventura is een albino. De verteller kan een schaterlach niet onderdrukken. Wie dat was? Niemand, zegt de huisgenoot van de verteller en wijst naar hem: de gekko.

Pas dan wordt het gezegd: de verteller kleeft aan het plafond of tegen de muur. De huisgenoten praten met elkaar, dat wil, ook in hun geval, zeggen dat de een aan het woord is en de ander toehoort. Het verleden van de albino is vast ook zelfgebreid. En de gekko herinnert zich vaaglijk een leven als mens, goed in onmogelijke liefdes. In hun beider dromen komen ze elkaar soms tegen. Op het eind vindt de handelaar hem dood naast zijn bed met een enorme schorpioen tussen zijn tanden.

Uit een Chinese fabel weet ik dat gekko’s bij het zien van water onmiddellijk aan het paren slaan én dat een druppel sperma in een kopje thee al dodelijk is. Dat staat niet in deze roman van de in 1960 in Angola geboren Agualusa.

Als er verder nog kameleons in deze roman voorkomen (Book of the Chameleons is de titel van de Engelse vertaling), zijn het mensen. Een zwerver die door de fotograaf uit de goot wordt opgepikt, was ooit werkzaam op het ministerie van Staatsveiligheid: ‘Ik ben de laatste communist ten zuiden van de evenaar…’ Van hem horen we dat de president vervangen werd door meerdere dubbelgangers (Daniel Pennac schreef daar een paar jaar geleden een hele roman over: De generaal in de hangmat.)

De oorlogsfotograaf krijgt een naam, José Buchmann, en ouders. Hij gaat op zoek naar zijn moeder. Ventura heeft ook nog een jonge fotografe achter de hand, die gek is op licht – het lichtmeisje blijkt de dochter van Buchmann. Natuurlijk, alles hangt met alles samen. En Agualusa bedoelt dat nog serieus ook, zoals het ook in de roman ernst wordt zodra het Angolese verleden aan bod komt – dat verleden is niet te koop of verstelbaar.

Vreemd genoeg worden de geleende levens dan een soort literaire verkleedpartij, tekst, helaas met uitleg.