Zelfondermijnend vermogen

De Limburgse dierenvriend Graus, Wilders die gevoelige snaren probeert te raken, journalisten op zoek naar een citaat – hebben we liever tandeloze ironie dan rechtgeaarde boosheid?

Het begon allemaal met Dion Graus, de man die al jaren exact hetzelfde blijft terwijl ergens op een zolder in Heerlen een van de acteurs op een VHS-band met Oostenrijkse porno ouder en ouder wordt. Begin dit jaar, kort voor de verkiezingen, bracht de NRC het nieuws dat de Limburgse volksvertegenwoordiger zijn vrouw, een fractiemedewerker van de PVV, zou hebben gedwongen tot seks met twee onfrisse types die af en toe dienst deden als zijn persoonlijke beveiligers. In hoeverre het daarbij om een uitbetaling in natura ging wordt geloof ik nog altijd onderzocht door het Openbaar Ministerie.

Probeer je je een normaal land voor te stellen, met een gezonde rechtsstaat en media die weten waarvoor ze op aarde zijn, dan denk je toch: einde carrière. Maar binnen het autoritaire ministaatje dat een van de vele op drift geraakte VVD’ers in het hart van onze democratie heeft gesticht gelden andere wetten. Wilders houdt Graus de hand boven het hoofd. Of hij zijn veilige haven te danken heeft aan zijn jarenlange inzet voor het Nederlandse dier, aan zijn onvoorwaardelijke loyaliteit aan zijn lijsttrekker of aan zijn gewoonte om gesprekken op te nemen en zo belastend materiaal te verzamelen valt niet met zekerheid te zeggen.

Een week of twee geleden was het weer raak en bracht de NRC opnieuw onthullingen over Graus naar buiten, ditmaal in het kader van een breder onderzoek naar seksuele intimidatie en misbruik op en rond het Binnenhof en de ogenschijnlijke onwil van heel veel partijen om een serieuze blik in die afgrond te werpen. Een andere PVV-medewerkster, schreef de NRC, had zich terwijl ze nog stond te trillen op haar benen gemeld bij de toenmalige Kamervoorzitter met weer een verhaal over de Limburgse dierenvriend.

Een van de schokkendste passages uit het stuk ging niet over misbruik of intimidatie, maar over de wijze waarop het vertrouwen van de ex-vrouw van Graus werd geschonden. Toen zij Wilders, haar baas, inlichtte over haar breuk met het Kamerlid vroeg ze hem deze informatie vertrouwelijk te behandelen. ‘Ik vertel hem niks, don’t worry’, antwoordde de PVV-leider. Maar meteen daarna stuurde hij Graus een bericht waarin hij schreef: ‘Ze appt me alles vertrouwelijk maar ik geef het gewoon aan je door hoor. Jij bent mijn vriend. Ik heb niks met haar.’

Het zal deze passage zijn geweest die Wilders het meest pijn deed. De intense onverschilligheid die eruit spreekt moet zelfs voor de onverschillige in kwestie moeilijk te verteren zijn.

Het was die hashtag die me de das omdeed: #jesuistuig

Dat Wilders een paar dagen later journalisten – ‘uitzonderingen daargelaten’ – ‘tuig van de richel’ noemde, heeft denk ik meer te maken met deze ene alinea dan met de onthullingen over het gedrag van Graus. Je kunt je niet aan de indruk onttrekken dat Wilders wist hoe onweerstaanbaar zijn vlucht naar voren zou zijn. Journalisten buitelden over elkaar heen om zijn onverantwoordelijke gedrag te veroordelen: wist hij soms niet dat acht op de tien journalisten het afgelopen jaar met geweld en bedreigingen te maken hadden gekregen? (Het onderzoek waarnaar men gretig verwees nam overigens geen representatieve steekproef, maar goed: dat zogenaamde objectiviteit nastreven is blijkbaar minder belangrijk als het om je eigen hachje gaat.)

De Nieuwsuur-verslaggever die ooit na het zoveelste demasqué van Baudet diens kiezers tot ‘de echte verliezers’ had gebombardeerd twitterde een foto van een hongerig clubje journalisten die daags na Wilders’ uitspraken een quootje probeerden te scoren. (Zucht.) Zelf leek de verslaggever het allemaal wel amusant te vinden. Een NRC-columnist vond het verschrikkelijk, maar snapte wel dat mensen al die intersectionele onzin in de krantenkolommen beu waren. (Diepe zucht.) De vakvereniging kondigde aan met Wilders in gesprek te willen. (Overdreven diepe zucht.) Iemand begon de hashtag #jesuistuig. (De diepst mogelijke zucht.)

Wilders vond het wel best zo. Een paar dagen later schreef hij: ‘Blijkbaar heb ik een gevoelige snaar geraakt. Ze kunnen de bomen in. Kijk maar eens goed in de spiegel zeg ik tegen die elitaire bende de waarheid is hard maar daardoor niet minder waar’. Een sportjournalist diende hem meteen van repliek met een vernietigende metafoor: ‘Kijk jij maar eens in de spiegel. Dan zie je een vermoeide man die al jaren rondjes zwemt zonder kans om de kant aan te tikken.’ Oef.

Het was die hashtag die me de das omdeed. Niet alleen het goedkope sentiment dat werd geleend bij de slachtoffers van aanslagen, maar ook gewoon dat Twitter ons tandeloze ironie doet verkiezen boven rechtgeaarde boosheid. Maar je kunt niet geloven dat er levens op het spel staan en vervolgens zeggen: LOL, het is een geuzennaam!

Ik dacht onwillekeurig even terug aan hoe twee weken eerder de babbelende klasse Sywert van Lienden te hulp was geschoten toen die na de eerste onthullingen van de Volkskrant van zich afbeet en de suggestie wekte dat er allemaal niks van klopte. De Groene-columnist die hem een aardige jongen noemde van wie hij zich niet kon voorstellen dat hij willens en wetens zichzelf zou hebben verrijkt. De NRC-columniste die de onthullingen als smerige roddels en weinig feiten samenvatte. Sywert zelf, die bijkans werd geboren als medialieveling, had gezegd dat hij nooit meer hetzelfde naar de journalistiek zou kijken. Maar twee weken later in Buitenhof moest hij toegeven dat het in principe allemaal wel klopte. Dit is hoe media, verslaafd als ze zijn aan het gewauwel van politici en opiniemakers, ook als die het niet zo nauw nemen met de feiten of het welzijn van anderen, zichzelf blijven ondergraven.