Interview met Sung Hwan Kim

Zelfonderzoek in pieces

Tussen de vier genomineerden voor de Prix de Rome is Sung Hwan Kim niet alleen door zijn herkomst de vreemde eend in de bijt. Hij is de meest onthechte, de meest conceptuele kunstenaar van de vier, en (flauw, maar waar) de meest on-Nederlandse.

SUNG HWAN KIM (Sung in de omgang) komt van ver. Hij is Koreaan, studeerde architectuur in Seoul en wiskunde in de Verenigde Staten, op MIT, en raakte door een videoklasje op Harvard in de beeldende kunst verzeild. In 2004 kwam hij naar de Rijksacademie. Als kunstenaar is hij een relatieve laatbloeier.
Sung Hwan Kim maakt ‘pieces’, combinaties van film en video en performance, die zich niet gemakkelijk laten beschrijven. Ze zijn veelomvattend. Er zitten films in, of liever filmpjes, in de zin dat ze terloops, houterig, huiselijk, onhandig overkomen. Ze zitten vol verhaaltjes, gedichten, mooie Jeff Buckley-achtige liedjes en ogenschijnlijk toevallig gemaakte video-observaties. Beelden van een reuzenrad op de kermis op de Dam, van een afstand over de daken gezien. Een ijsberende hyenahond in Artis. Maar ook kleine introverte toverlantaarnspelletjes met een camera en transparante sheets, waarin grappige fabels worden verteld, bijvoorbeeld over een vrouw met een nest slangen in haar keel, die daardoor Serpentijn spreekt. Het is intiem; je bevindt je met Sung in een hoogstpersoonlijk interieur. Het heeft de toon, de smaak en de kleur van poëzie, en door alles schijnt het soort bescheiden brille of briljante bescheidenheid dat je – excuseer het stereotype – associeert met een soft-spoken, bovenmatig intelligente wiskundestudent uit Korea.
Zo vaag omlijnd als zijn leven – steeds onderweg – en zijn artistieke producten misschien ook lijken, zo veel greep heeft hij erop. Hij spreekt er zachtjes maar zorgvuldig over. Kunst gaat niet over verf, werk, geld, prijzen. Kunst is een zelfonderzoek, bloedserieus en nauwgezet.

Is ‘kunstenaar’ wel wat je wilt worden?
Sung Hwan Kim: ‘Het klinkt misschien riskant, maar ik zie het niet als een echt beroep. Ik wil graag op een specifieke manier mijn leven leiden, en ik wil een omgeving creëren die veilig is, in fysiek en praktisch opzicht, zodat ik dat leven kán leiden. Wat ik nu doe, is er een onderdeel van. Ik schrijf. Ik verzamel een heleboel dingen. Het lastige is dat als je je weer op een ander terrein begeeft, je de complete taal daarvan moet leren – hoe ze daar werken et cetera. Film, bijvoorbeeld, heeft zijn eigen specifieke problemen, die ik nog niet ken en misschien wel niet wil leren kennen. Maar als de kans zich voordoet, dan misschien, ja.’
Waarom kwam je naar Nederland?
‘Omdat ik een andere plek om te leven zocht. Ik zat acht jaar in de VS, op MIT, en dat is een rare school om kunst te studeren. Er was eigenlijk niets, en Boston heeft ook al geen grote kunstscene. Ik wilde iets wat heel anders was dan de VS en Korea, een derde cultuur. En de Rijksacademie was hier. Als die in Parijs had gestaan, was ik naar Parijs gegaan.
Ik zat op MIT tijdens 9/11. De hele sfeer in de VS veranderde, en ik begon veel na te denken over buitenlanders, vreemdelingen die in andere culturen verkeren dan waar ze vandaan komen. Ik wilde, zeg maar, opnieuw beginnen, als een serie: dat je naar een andere plaats gaat en opnieuw begint, en daarna weer opnieuw begint, en dan weer opnieuw.’
En? Is Nederland een ‘derde cultuur’?
‘Yeah. Dit is een derde cultuur.’
Hij lacht vrolijk.
‘Het is heel anders. Het goede van de Rijksacademie is dat je er twee jaar kunt verblijven, dus je kunt je echt een beetje settelen, en over dingen nadenken.’
Waar denk je over na?
‘Door waar ik vandaan kwam, en 9/11, en door Amsterdam, zoals het is, ben ik veel over paranoia gaan nadenken. In Amsterdam kwam ik voor het eerst fysiek in aanraking met racisme. Dat was een interessante ervaring. Omdat ik er zelf voor gekozen had hier te wonen. Ik hoefde hier niet te zijn. Over die ervaring heb ik veel nagedacht.’
Wat gebeurde er?
‘Ik was in een keurig restaurant, op de toiletten, en daar blokkeerden een paar Nederlandse mannen de deur. Ze zetten me vast. Ik kon er niet uit.’
Hij moet erom lachen, maar het was een nare ervaring.
‘Dat gebeurt natuurlijk overal, maar door de manier waarop ik ben opgegroeid, in een beschermde omgeving, ben ik er nooit eerder mee in aanraking gekomen. Er bestaat zo’n imago van Amsterdam, een cliché dat de Amsterdammers zelf graag zien, over hoe iedereen hier bij elkaar woont en hoe mooi die diversiteit is. Niet dus. Ik weet niet of dat waar is of niet. Waar het om gaat is dat ik de dingen die ik ken, en leerde kennen, en de dingen die ik ervoer met elkaar moest verbinden.’
Hoe gaat dat?
‘Ik kreeg bijvoorbeeld een sterke persoonlijke band met “binnenruimte”, waarvan ik nooit gedacht had dat dat belangrijk kon zijn. Waar ik opgroeide, zowel in Seoul als in de VS, was een huis gewoon een plek waar je sliep. Meer niet. Maar in Amsterdam begon ik na te denken over de poëtica van de ruimte, al die huizen, de dichtheid van die huizen, hoe al die decoratieve elementen aan de gevels troostend kunnen werken, hoe dingen die exotisch zijn, worden verbonden met luxe, bezit, dat soort dingen.
Ik definieer die dingen niet: ik heb ’t alleen over de buitenkant, de manier waarop mensen het zouden kunnen zien. Als ik het over paranoia heb, denk ik niet aan de “feitelijke waarheid” of de essentie of zo, maar meer aan de manieren waarop een individu over de wereld kan denken. Dat wordt gevoed door de verbeeldingswereld die je zelf bouwt, uit de dingen die je hebt gezien. Dat zijn dingen die echt bestaan, die misschien neutraal zijn of die je juist echt kwaad kunnen doen, wat dan ook – maar je gaat dat soort bouwwerken maken.’
Dat zijn jouw pieces dus ook? Bouwwerken? Verbindingen?
‘Het gaat allemaal over informatie, over wat voor soort informatie je meegeeft aan wat voor mensen. Ik ben niet zo geïnteresseerd in “expressie”. Ik ben meer geïnteresseerd in hoe informatie door een medium wordt doorgegeven en hoe die een specifiek publiek bereikt. Het gaat dus niet om zoiets als mijn esthetische keuzes, dat is helemaal niet zo belangrijk. Het is veel belangrijker wat die esthetische keuzes voor de ontvanger betekenen. Dingen die je zou kunnen zien als mislukt, bijvoorbeeld, kunnen toch in een werk worden opgenomen – omdat ik dat belangrijk vind. Ik ga ’t niet schoonpoetsen, naar mijn eigen smaak. Maar als die fout erin zit, dan is dat omdat ik dat toesta.’
Waar begint het mee? Met de taal of de beelden?
‘Met beide, denk ik. Een stuk begint niet met een idee voor een stuk. Ik ben altijd bezig. Ik ben de hele tijd aan het tekenen, ik verzin de hele tijd verhalen, ik vergaar de hele tijd informatie en dan probeer ik al dat materiaal te begrijpen. Er is een reden waarom ik al die dingen doe, en dat probeer ik te snappen, terwijl ik ermee bezig ben, terwijl ik in dat materiaal duik.’
Hoe kies je een koers?
‘Nou… dat is een zaak van lange adem. Als ik begin, weet ik niet wat ik aan het maken ben, alleen dat ik belangstelling heb voor bepaalde dingen, interesse in dit en dat en dat. Maar ik weet niet hoe ze met elkaar verbonden zijn. Dát ze met elkaar te maken hebben, dat weet ik, intuïtief. Het hele proces gaat over het leggen van dat verband, op zo’n manier dat iemand anders het ook ziet. Dat is het hele werk.’
…………………………………………………………………………………………………………………………
Sung Hwan Kim (1975) is één van vier kunstenaars, die zijn genomineerd voor de Prix de Rome, de belangrijkste staatsprijs voor beeldende kunst van ons land. In de afgelopen weken portretteerden wij [Maartje Korstanje](../../../2007/21/Prix_de_Rome_Maartje_Korstanje), [Viviane Sassen](../../../2007/22/Prix_de_Rome_Viviane_Sassen) en [Claire Harvey](../../../2007/23/Prix_de_Rome_Claire_Harvey). De prijs wordt op 26 juni bekend gemaakt; tot die tijd wordt het werk van de vier eindkandidaten (en de longlist-kunstenaars) getoond op twee tentoonstellingen, in Witte de With, Rotterdam, en De Appel, Amsterdam.

www.prixderome.nl