Hoe muziek de macht ondermijnt

Zelfs Covid-19 houdt het dansen niet tegen

De lockdown begon met samenzang, livestreams en popliedjes vol voorlichting, maar al snel ging het verbod op concerten en clubnachten knellen. Muziek laat zich niet zomaar verbieden.

© Jelmer de Haas/De Beeldunie

De lockdown was nog maar een paar dagen oud of er verschenen video’s van lege Italiaanse straten waar prachtige samenzang klonk dat van de balkons kwam. Een paar dagen later zongen Duitsers spontaan ‘Bella ciao’, het verzetslied van de partizanen, als antwoord. In Andorra zong de politie op straat ‘Baby Shark’ voor de kinderen die binnen moesten blijven en kort nadat premier Rutte had aangekondigd dat het openbare leven van Nederland op slot ging, begonnen muzikanten en dj’s livestreams uit te zenden.

De crisis leert dat we nauwelijks zonder muziek kunnen. Zoals Joni Mitchell zong: ‘You don’t know what you’ve got ’till it’s gone’. Voor wie de hitlijsten en concertagenda altijd als puur entertainment heeft gezien lijkt dat overdreven, maar wie muziek bestudeert als sociaal fenomeen ziet wat anders. Muziek vervult essentiële functies in de samenleving en creëert als geen andere kunstvorm saamhorigheid – een gedeelde ervaring.

En dat niet alleen. De geschiedenis leert ook dat muziek samenhangt met verzet en macht. Ook dat wordt wereldwijd zichtbaar tijdens het muziekverbod van 2020. Want diezelfde lege straten stromen twee maanden later opeens vol. De Black Lives Matter-protesten die wereldwijd de coronacrisis doorkruisten, worden bij uitstek gesteund door muzikanten. Er lijkt amper een Amerikaans popalbum uit te komen zonder verwijzing naar de protesten, en ook in andere landen tonen juist muzikanten zich meer dan ooit activist, zoals in Nederland bijvoorbeeld rapper Akwasi. En in coronatijd is livemuziek een verzetsdaad op zich. Deze zomer keerde de illegale rave terug: feestgangers riskeerden boetes, hun gezondheid en die van hun geliefden om maar te mogen dansen.

‘De meeste mensen onderschatten het belang van muziek als bron voor sociale eenheid’, mailt Ted Gioia, een van de belangrijkste Amerikaanse schrijvers over muziek. Vorig jaar publiceerde hij zijn magnum opus, Music: A Subversive History, waaraan hij bijna 25 jaar werkte. Hij schreef het boek vóór corona, maar veel van zijn bevindingen ziet hij nu bevestigd. ‘We weten inmiddels dat de stofwisseling in je lichaam verandert als je muziek hoort in groepsverband. Je lichaam geeft oxytocine af, waardoor je meer vertrouwen krijgt in de mensen om je heen.’ Muziek is cruciaal voor het smeden van eenheid. ‘Dit is waarom landen volksliederen hebben, en voetbalteams clubliederen. Muziek verbindt ons.’

Die eenheid kan zich richten tegen een gemeenschappelijke vijand, het virus, maar ook tegen de zittende macht. De lange, hete zomer van 2020 zonder livemuziek legde beide mechanismen bloot.

In de vroege lente van 2020 had muziek een hoog kumbaya-gehalte. In die eerste weken van de crisis brachten muzikanten liedjes uit die hielpen bij het twintig seconden handen wassen (bijvoorbeeld op ‘I Will Survive’) en gaven opmerkelijk veel liedjes voorlichting, zoals ‘Anderhalf’ van Ali B. en Jandino Asporaat: ‘Kom niet in mijn aura, bitch.’ En er ontstond een nieuw genre, ‘quarantunes’, want wereldwijd zaten muzikanten in hetzelfde schuitje als hun fans: thuis, eenzaam en constant online. Socioloog Julian Schaap vermoedt dat er nog nooit zo veel muziek is rondgestuurd als tijdens die eerste weken van de lockdown. Ook zijn eigen werk kwam stil te liggen door de crisis, dus besloot hij samen met collega’s van de Erasmus Universiteit onderzoek te doen naar de enorme opleving van muziek online tijdens die uitzonderlijke lente en zomer van het livemuziekverbod.

‘Er bleek een noodzaak om in isolatie een collectief te vormen via muziek. Men wilde gedeelde ervaringen opbouwen. Muziek is op zo’n moment een sociale geleider waarbij mensen elkaars situatie herkennen. Zo werd You’ll Never Walk Alone’_ in heel Europa tegelijkertijd op de radio gedraaid, maar ook het balkonzingen en zelfs het gelijktijdig klappen voor het zorgpersoneel kan voelen als een collectieve ervaring.’

Het is volgens Schaap ook niet toevallig dat juist ‘Bella ciao’, het partizanenlied uit de Tweede Wereldoorlog, werd gezongen vanaf balkons, nota bene in zowel Italië als Duitsland. ‘Heel veel van die balkonliederen waren nationale liederen. Natuurlijk was de vijand nu niet een ander land, maar een virus. Volgens ons heeft het dan ook niet met gevoelens van nationalisme te maken dat die liederen werden gezongen, maar met het feit dat iedereen ze kan meezingen en er gevoelens van eenheid aan verbindt.’

Volgens Schaap kan muziek banden smeden die emotioneler zijn dan bij andere kunstvormen. ‘De collectieve ervaring van meezingen vind je niet in boeken lezen, series kijken of beeldende kunst zien. Die cultuuruitingen leunen sterk op introspectie. Dat is anders dan meezingen of in hetzelfde ritme dansen. Muziek is tribaal. Tijdens een concert kom je samen, aangetrokken door een band, maar vaak is dat als je er eenmaal bent al minder van belang. Het gaat om het samenzijn. De muziek is het symbool, zoals de socioloog Durkheim dat zegt, dat een ritueel kanaliseert.’

Juist dat collectieve ritueel – het concert, de clubnacht, de koorzang – viel weg, maar blijkbaar is het zo essentieel dat er meteen online werd gezocht naar alternatieve mogelijkheden. De saamhorigheid werd noodgedwongen gezocht in de comment-secties van livestreams op Facebook en Instagram. Maar, zo blijkt uit Schaaps onderzoek, dat blijft een surrogaat. De behoefte aan een fysiek samenzijn blijft.

S10 treedt op in de Grote Zaal van TivoliVredenburg tijdens het eerste liveconcert met publiek op afstand na de versoepeling van coronaregels. Utrecht, 1 juni © Jelmer de Haas/De Beeldunie
Deze zomer keerde de illegale rave terug: feestgangers riskeerden hun gezondheid, boetes

De muziekgeschiedenis leert dat de kumbaya-periode nooit lang kan duren. Want het muziekverbod dat Covid-19 afdwong is iets wat ouders, predikanten en politici al sinds de oude Egyptenaren proberen te bewerkstelligen. ‘Muziek heeft macht’, mailt Gioia. ‘Het beïnvloedt de gedachten en handelingen van mensen. Autoriteiten hebben dat altijd begrepen en instinctief geprobeerd om controle uit te oefenen over welke liedjes je te horen krijgt.’

Even zo vaak bleek het reguleren of verbieden van muziek vruchteloos. Of het nu gaat om liefdesliedjes, hiphop, house of kerkzang: steeds blijkt dat muziek zo’n belangrijke behoefte vervult dat jongeren er huisarrest voor riskeren, en protestzangers hun leven.

Gioia’s boek bulkt van de voorbeelden. Toen de fbi in 1989 probeerde de opruiende gangsterrap van N.W.A. (van het nummer ‘Fuck Tha Police’) te verbieden, kopte een cultuurmagazine: ‘The FBI Hates This Band’ – en het album ging platinum. Toen Pythagoras vijfhonderd jaar voor Christus een wiskundig systeem bedacht om muziek te vatten in cijfers en schema’s – een systeem dat wij nog steeds hanteren voor westerse muziek – werd alle muziek die daarbuiten viel als onrespectabel gezien. Maar daarmee werd die muziek niet minder populair. En tijdens de Reformatie werden kerkorgels bewust vernield, maar uiteindelijk zagen zelfs de meest strikte predikanten in dat mensen muziek nodig hadden.

Gioia’s Music drijft op de gedachte dat uit drieduizend jaar muziekgeschiedenis blijkt dat er altijd een diepe link is met ‘seksualiteit, trance, magie, politieke onrust, geweld en moord’. Muziek is opruiend en valt de zittende macht aan.

Dat muziek door de meeste historici en journalisten vooral als entertainment wordt behandeld, heeft volgens Gioia te maken met de slinkse wijze waarop spannende en populaire subversieve muziek wordt geïncorporeerd door de macht. Blues was jarenlang des duivels, en de zwarte zangers waren paria’s. Toen witte muzikanten als Elvis Presley en bands als de Rolling Stones en de Beatles blues imiteerden, joeg dat het ouderlijk gezag des te meer schrik aan. Een paar decennia later is Elvis een Amerikaans icoon en is het sir Mick Jagger en sir Paul McCartney. Die cyclus van oproer en inkapseling zie je door de hele muziekgeschiedenis.

Voormalig rebel Bob Dylan kreeg in 2017 de Nobelprijs voor Literatuur. De eerder genoemde N.W.A. kreeg onlangs een eerbetoon in het Concertgebouw. Rapper Kendrick Lamar won in 2018 een Pulitzer Prize en president Obama nodigde ooit zo gevreesde rappers uit op het Witte Huis. En wat te denken van presidentskandidaat en wereldster-rapper Kanye West, die financieel wordt gesteund door Republikeinen?

Juist omdat muziek sterke sociale banden smeedt, gaat het ook altijd over macht. Ontwrichtende muziek wordt op den duur mainstream en zo onschadelijk gemaakt, omdat een verbod uiteindelijk steeds opnieuw onvruchtbaar blijkt.

In 2020 bedreigt muziek niet de autoriteiten, maar de volksgezondheid. Toch legt ook dit verbod dezelfde structuren bloot.

‘Ik denk niet dat het toeval is dat er sociale onrust uitbrak nadat mensen in lockdown hadden gezeten’, mailt Ted Gioia, doelend op de Black Lives Matter-protesten. ‘Ons sociale bindweefsel werd rafelig door isolatie. Het verlies van gedeelde muziek was daar een belangrijk onderdeel van. Men moet begrijpen dat de cycli van conflict en oplossing niet geïsoleerd plaatsvinden, die zijn gelinkt aan muziek en cultuur.’

Het Black Lives Matter-protest van 2020 was niet nieuw: in essentie is het een voortzetting van de strijd voor burgerrechten uit de jaren vijftig en zestig. Maar de hevigheid en het internationale bereik van de protesten waren dat wel. Het was alsof de lockdown de machteloze woede tegen het racistische politiegeweld tot een kookpunt bracht.

Waren het bij de burgerrechtenbeweging soul-, gospel- en folkzangers die de strijd steunden, nu zijn het rappers met in hun kielzog vertegenwoordigers van vrijwel elk ander genre. blm is bij uitstek een beweging die door muziek wordt gesteund. Niet voor niets voelde de door de lockdown al zwaar geraakte muziekindustrie zich geroepen om zich solidair te verklaren door op een dag op alle sociale-mediakanalen een zwart vlak te plaatsen. Enerzijds was dit al even futiel als het klappen voor de zorg, anderzijds was daar weer de collectieve beleving waarnaar zo gesnakt werd.

Jongeren missen een cruciaal deel van hun vorming nu ze niet naar clubs en festivals kunnen

blm is het meest zichtbaar, maar activisme speelde op meerdere plekken op toen het isolement en gebrek aan gedeelde ervaringen begonnen te knellen. Denk aan de K-pop-fans (Koreaanse pop) die deze zomer via sociale media bijvoorbeeld de hashtag #wildersdoesntmatter trending maakten en zich met duizenden opgaven voor een toespraak van Trump en vervolgens niet kwamen opdagen. Het gevolg: een half leeg stadion. Hun activistische daden zijn niet altijd direct aan muziek gelinkt, maar zij verenigen zich bij uitstek rond hun popidolen, het symbool dat het ritueel kanaliseert. Je kunt ook denken aan de Belarussische demonstranten die de politie tartten met revolutionaire liedjes.

Hoe meer muziek in de verdrukking komt, hoe belangrijker de activistische kant ervan wordt, merkt ook socioloog Julian Schaap. ‘Een student van me deed tijdens de lockdown onderzoek naar een Chileens protestlied voor vrouwenrechten, ‘A Rapist in Your Path’ (‘Un violator en tu camino’ – lvdv). Dat was vóór corona al via sociale media de hele wereld rondgegaan, er hoort een dans op straat bij. Tijdens de lockdown werd het nog steeds veel gedeeld, ook al kon het niet meer worden opgevoerd. De vrouwelijke respondenten in die studie gaven allemaal aan dat het lied hen nog steeds herinnerde aan de gezamenlijke kracht. Juist dergelijke activistische, of verenigende liedjes krijgen een nieuwe lading in de lockdown.’

Inmiddels is er zo af en toe weer livemuziek mogelijk. Toen het eerste concert na 81 stille dagen weer klonk in TivoliVredenburg in Utrecht, voor dertig zittende bezoekers in de Grote Zaal, was dat niet minder dan therapeutisch. Heel symbolisch was het rapper S10 die optrad, die in haar teksten toch al zo uitzonderlijk openhartig is over gevoelens van isolatie, depressie en innerlijke worstelingen. Als er een groep was die een collectieve oxytocine-stoot nodig had, dan waren het wel haar lotgenoten.

Maar een concert in coronatijd is bepaald nog geen dansen in een sociaal ritueel. De concerten worden beleefd op anderhalve meter afstand, zittend en met een meezingverbod. Van grote festivals is voorlopig al helemaal geen sprake.

En opmerkelijk genoeg is er één specifieke sector waarvoor nog altijd een verbod geldt: clubs en discotheken zijn inmiddels al een half jaar dicht. Als restaurants weer open kunnen, vliegtuigen weer vliegen en sekswerkers klanten kunnen ontvangen, zou je denken dat er ook een mogelijkheid moet zijn om het nachtleven gereguleerd op te starten.

Gioia is niet verrast: ‘Muziek heeft nu eenmaal de neiging om de controle te ondermijnen. Dus ik ben niet verbaasd dat clubs en festivals nauwelijks steun krijgen in deze crisis.’

Ook Schaap ziet hoe machtsstructuren bijdragen aan het nog altijd durende dansverbod. ‘Er zit een minister die zich bijzonder weinig heeft ingezet voor de sector waar ze voor staat. Geen wonder: al jarenlang wordt cultuur weggezet als hobbyisme, als entertainment. Niet als iets wat cruciaal is voor de samenleving. Dus als er een crisis ontstaat zijn er weinig mensen die zich hard maken voor de clubs en podia. Terwijl dat bittere noodzaak is. Mensen raken sterk geïsoleerd.’

Zoals vrijwel elke muzikale vernieuwing begonnen ook house en de clubcultuur als tegenbeweging, geboren uit de gay scene en zwarte discomuziek. De club is nog altijd een plek waar veel mensen die zich op straat niet altijd veilig voelen vrij kunnen zijn.

Volgens Schaap missen jongeren een cruciaal deel van hun vorming nu ze niet naar clubs, concerten en festivals kunnen. ‘Je kunt het vergelijken met wat op de universiteit het verborgen curriculum wordt genoemd. Een groot deel van het onderwijs staat niet in de syllabus, maar is iets wat gebeurt op de gangen, in gesprekken, door naar anderen te kijken. Zo leer je communiceren en verbindingen aan te gaan. Dat kun je doortrekken naar de live- en clubsector. Muziek geeft mensen een reden om naar een plek te komen. Daar vinden mensen elkaar en worden verschillen overbrugd.’

‘Natuurlijk, ondanks de coronamaatregelen kun je nog altijd thuis en online begrip vinden in de muziek’, zegt Schaap. ‘Maar het cruciale samenzijn is weggevallen. Music brings us together, zeggen muzikanten vaak. Volgens mij zit de waarheid daarvan niet zozeer in de muziek zelf, maar vooral in dat additionele samenzijn. Als dat wegvalt, zorgt het uiteindelijk voor meer verdeling en onbegrip in de samenleving.’

Schaap kijkt met belangstelling naar de innovaties uit de game-industrie. Tijdens de lockdown werden er in virtuele werelden zoals bij Fortnite concerten georganiseerd, waar bezoekers met hun avatar in de moshpit dansten. Leuk, maar het blijft een surrogaat, meldden zijn respondenten. Online is het magische ritueel toch niet hetzelfde.

Gioia heeft weinig fiducie in de virtuele wereld. Terwijl hij drieduizend jaar van ontwrich-tende vernieuwingen bejubelt is hij opmerkelijk pessimistisch over digitale vernieuwingen en de mogelijkheden van internet. Hij ziet het als opnieuw een inkapseling, een regulering van de muzikanten. Maar gevraagd naar een blik vooruit mailt hij wel dat muzikanten uiteindelijk de technologie zullen ondermijnen en naar hun hand zullen zetten. ‘Experts zeggen ons dat algoritmes en artificial intelligence de muziek zullen overnemen, maar ik zet mijn geld op de muzikanten. Zij hebben dictators en revoluties overleefd, dus ik verwacht dat ze ook zullen uitvinden hoe je omgaat met robots en computers.’

Muziek luisteren is zo belangrijk dat mensen bereid zijn er de grootste risico’s voor te nemen. Zoals de illegale raves van deze zomer – alsof de jaren negentig terug waren. Jongeren brachten zichzelf en anderen in gevaar om samen te dansen. Het zal autoriteiten sterken in het idee dat de clubs dicht moeten blijven voor de volksgezondheid, maar het zal concertgangers en clubbers er niet van weerhouden op zoek te blijven gaan naar hun noodzakelijke sociale ritueel.

‘Muziek gaat niet weg’, zegt Gioia. ‘Zelfs Covid-19 krijgt dat niet voor elkaar. Ik zou graag zien dat clubs en podia steun krijgen, maar ze zullen terugkomen, wat er ook gebeurt. Ze zijn te belangrijk voor te veel mensen.’