Zelfs de dochter van mohamed weigerde de sluier

De boeken van Fatima Mernissi worden uitgegeven door De Geus.
Fatima Mernissi groeide op in een sfeer van vrouwelijk verzet en ziet vrouwen nu de straat op gaan. Maar de camera’s zien alleen geweren.

`IK BEN IN 1940 GEBOREN in een harem in Fes’, zo begint de Marokkaanse sociologe Fatima Mernissi het verhaal van haar jeugd in Het verboden dakterras. Haar jaren in de harem speelden zich af in een gesloten huis met lange gangen, schaduwrijke binnenplaatsen en terrassen, vol met geruststellende mozaieken, weelderige tapijten en brokaten gordijnen.
Ondanks alle rijkdom en overdaad droomden de vrouwen van de wereld buiten de poort, de onbekende straten en stegen van de stad. De buitenwereld was hun obsessie. Zo vertelde tante Habiba bij speciale gelegenheden de geschiedenis van ‘de vrouw met de vleugels’, die uit de ommuring weg kon vliegen wanneer ze maar wilde. Als tante Habiba dat verhaal vertelde, stopten de vrouwen op de binnenplaats hun kaftan in hun ceintuur en begonnen te dansen. De kleine Fatima werd wijsgemaakt dat alle vrouwen onzichtbare vleugels hadden en dat de hare zich ook wel zouden ontwikkelen als ze ouder werd.
Natuurlijk kreeg Fatima geen vleugels. Maar de Arabische wereld veranderde en de toegang tot de buitenwereld was voor vrouwen niet langer zonder meer afgesloten. Opgevoed door analfabete vrouwen die, zoals Mernissi het zelf in Vrouwen in Marokko aan het woord uitdrukte, niet alleen fysiek opgesloten zaten maar ook geestelijk waren verminkt in naam van de eer en het ideale vrouwbeeld, kon zij zelf wel degelijk uitvliegen. Vanaf de jaren zestig stond het onderwijs open voor vrouwen.
Inmiddels is er een waar leger van vrouwelijke academici opgestaan dat slag levert op de arbeidsmarkt. 'Een derde van de artsen is vrouw, een derde van de advocaten, een derde van de universiteitsdocenten’, zegt Mernissi trots. 'Dat is net zoveel als in elk westers land, misschien zelfs meer. Het onderwijs heeft een enorme invloed gehad op de verandering van het beeld dat de Arabische wereld van vrouwen heeft. Niemand zegt daar meer dat vrouwen onwetend zijn. Natuurlijk is er nog veel analfabetisme, vooral op het platteland. Van het proletariaat is misschien tachtig procent analfabeet. Maar daar staan miljoenen geschoolde vrouwen tegenover.
En het is die geschoolde vrouw die wordt gehaat door de Arabische politici. Ze proberen in de statistieken te doen alsof zij niet bestaat. Monsieur Khomeiny wil haar vooral sluieren; hij maakt zich geen zorgen over de analfabete vrouwen. De vrouw die verzet oproept is de goed opgeleide, werkende vrouw met een eigen salaris. Haar proberen ze de mond te snoeren door te zeggen: “Ze is verwesterd. Ze hoort niet hier.” Maar ondanks die tegenstand houden vrouwen van studeren. Ze mogen niet uit, studeren is het enige. In Saoedi-Arabie en Koeweit vormen vrouwen aan de universiteit de top.’ Fatima mernissi zelf studeerde in Marokko en de Verenigde Staten. Ze werkte als adviseuse voor de Unesco en andere internationale organisaties en is tegenwoordig hoogleraar aan de universiteit van Rabat. Daarnaast oogstte ze alom succes met haar subversieve sociologische en historische studies over de positie van de vrouw in de islamitische wereld. Ze publiceerde onder meer Achter de sluier, over de strijd der seksen en de islam en de strikte scheiding tussen mannenwereld en vrouwenwereld; Sultanes, waarin ze de vrouwelijke staatshoofden portretteert die de islamitische wereld heeft gekend; De politieke harem over de vroege, allerminst vrouwonvriendelijke geschiedenis van de islam; en Islam en democratie. Aanvankelijk werd De politieke harem verboden in Marokko - 'but it selled like hot cake’. Het boek werd, net als haar andere publikaties, ook veel gelezen in de Golfstaten en Pakistan. Eind vorige maand verscheen, in maar liefst negen talen tegelijk, de geschiedenis van haar jeugdjaren in de harem.
'IK SCHREEF MIJN laatste boek om te laten zien dat het fout is om te denken dat een analfabete vrouw, gevangene van een harem, geen feminist is’, zegt Mernissi. 'Toen ik met mijn Franse uitgever sprak, ontdekte ik al pratende dat Europa in de jaren vijftig wat vrouwen en de traditie betreft veel weg had van de Arabische wereld. Maar zij en andere vrouwen vertelden ook dat hun moeders zeer conservatief waren. Bij ons was dat niet gebruikelijk. Dat is een groot verschil.’
Inderdaad beschrijft Mernissi in Het verboden dakterras hoe haar moeder en tantes haar verzekeren dat zij een gelukkige vrouw zal worden: 'Jij wordt een moderne, ontwikkelde vrouw. (…) Je zult vreemde talen leren, een paspoort krijgen, boeken verslinden en spreken als een religieuze autoriteit. Op z'n minst zul je beter af zijn dan je moeder.’
In zekere zin groeide Mernissi op met het verzet. Haar moeder verbood haar furieus een sluier te dragen - 'Denk erom dat je nooit je hoofd bedekt!’ Door de toneelstukken die haar nicht Sjama in de harem opvoerde, leerde ze de levens van Egyptische en Libanese raidat, pioniers op het gebied van de vrouwenrechten, kennen. Zoals dat van de in 1840 in Cairo geboren Aisja Tajmoer die tot haar dood in 1906 felle gedichten tegen de sluier schreef, of van Hoeda al-Sjaraawi, een aristocratische schone die de heersers van Egypte bedwelmde met vurige toespraken. Ze wierp haar sluier af toen ze in 1919 de eerste vrouwendemonstratie tegen de Britten leidde.
'De vrouwen begonnen eind vorige eeuw al strijd te leveren’, licht Mernissi toe. 'Ze deden dat op verschillende manieren. In de eerste plaats door boeken te schrijven. Neem madame Zajnab al-Fawwaz, de Libanese schrijfster die in een harem zat en uitlegde dat ze niet naar de bibliotheek kon gaan. Ze excuseerde zich omdat ze alleen de boeken kon lezen die haar werden gebracht. Can you imagine? Die vrouw wist alles, maar ze wist niet dat ze alles wist. Ze kon niet oordelen omdat ze nooit de kans had gehad om zelf naar de bibliotheek te gaan.’ Zajnab al-Fawwaz overstelpte de Arabische pers met artikelen en gedichten waarin ze haar haat jegens de sluier en de afzondering van vrouwen uitte. Ze publiceerde ook een Who is who in 1895, een kloek boek vol biografieen van sterke vrouwen, van Cleopatra tot koningin Victoria.
Mernissi: 'Er was toen al een vrouwencultuur, vrouwen die hun verhalen en gedichten in tijdschriften publiceerden. Nu schrijven vrouwen heel veel in de Arabische pers. Zelfs in Algerije. Dat is de traditie van binnendringen door de cultuur, door de pen. De andere is binnendringen door politieke strijd. De eerste vrouw die politiek actie voerde in de Arabische wereld was Hoeda al-Sjaraawi in haar mars tegen de Britten. De derde manier om strijd te leveren, is om diploma’s te halen en in het beroepsleven te infiltreren. Dat is de meest succesvolle.’
'ONDANKS DE TRADITIE van vrouwelijke opstandigheid lijkt de wereld nog steeds het beeld van de onmondige, onderdrukte Arabische vrouw te omhelzen. Natuurlijk, Arabische vrouwen worden, zeker op het arme platteland, met ernstige problemen geconfronteerd - van polygamie tot verstoting, van abominabele arbeidsomstandigheden tot gebrek aan anticonceptie - maar gewillige slachtoffers zijn ze niet.’
'Wie maakt een beeld van wie?’ vraagt Mernissi zich retorisch af. 'Op dit moment bestrijden Algerijnse vrouwen het terrorisme. Ik zou wegrennen, zij gaan de straat op. Maar de camera wordt niet op ze gericht. Neem Salima, een van de vrouwen in onze groep Femmes Maghreb 2002. Zij is een bekend feministe en wordt herkend op straat. Ze woont in een district waar de fundamentalisten nu de overhand hebben. Haar twee adolescente dochters werden door een buurman aangesproken op hun kleding: ze dragen geen lange jurken en sluier. Salima is direct op hoge toon naar die man toegegaan en heeft een huisvergadering geeist over de kleding in het gebouw.
De camera focust op geweren, nooit op vrouwen. In feite steken de journalisten zichzelf een oog uit, want ze weerhouden zich ervan een van de belangrijkste krachten van de burgerlijke maatschappij in de Arabische wereld te zien: de vrouwen. Toen er tegen de Algerijnse vrouwen werd gezegd: “Als jullie ongesluierd zijn, zullen we jullie doden”, marcheerden ze bij duizenden zonder sluier over straat. C'est incroyable!’
HET IS NIET VERWONDERLIJK dat de fundamentalisten - Mernissi noemt ze 'islamitische fascisten’ - zich fel tegen de geschoolde vrouw uit de middenklasse keren. Als je tegen liberalisering bent, zijn opgeleide vrouwen het voornaamste symbool van de moderne wereld. 'Het moderne’, noteert Mernissi in Islam en democratie, 'dat is het te voorschijn komen van de vrouw als burger.’ Maar het beroep op de traditie dat door de fundamentalisten wordt gedaan berust, zo toont Mernissi in haar studies aan, op een grove vertekening van de geschiedenis en een eenzijdige interpretatie van de religieuze bronnen.
Mernissi: 'De vrouw die in opstand komt maakt juist deel uit van de moslimtraditie. Al in de zevende eeuw schreeuwde de dochter van de profeet tegen de imam en weigerde ze de sluier. De politici hebben er domweg belang bij om, volgens een Arabische zegswijze, “de tanden van de vrouwen te breken”. Zo speelde het Westen ten tijde van de Koude Oorlog een rol. Het Westen wilde geen onrust in de Arabische wereld, dat zou het communisme maar voeden. Amerika stimuleerde Saoedi-Arabie om het linkse denken in de Arabische wereld te breken, of de breuk te financieren. In de jaren zestig vernietigden zij het linkse denken. Iran is een goed voorbeeld daarvan.’
Het feminisme is in de meeste Arabische landen onderdeel van het progressieve denken. 'In Marokko werken, anders dan in het westerse feminisme, mannen en vrouwen samen’, legt Mernissi uit. 'Voor mij betekent bevrijding samenwerken, want apartheid is al de traditie. De imam wil juist de scheiding tussen de mannen en vrouwen handhaven, omdat ze zo meer macht houden. De wereld van verschil tussen mannen en vrouwen is voor hun een politiek en religieus symbool. Vandaar dat er in Casablanca op de bijeenkomst voor vrouwendag op 8 maart het publiek voor veertig procent uit mannen bestaat. Vrouwenemancipatie is geen vrouwenzaak, maar een zaak van mensenrechten.’ Tegelijkertijd wordt juist het verschil in de Arabische wereld graag verdoezeld. In Islam en democratie betoogt Mernissi hoe de moslims vasthouden aan het ideaal van de homogene stad, waarin zich slechts een sekse bevindt die politiek bedrijft en beslissingen neemt. Vrouwen staan buiten het openbare leven en verstoren zo de illusie van homogeniteit niet. De opkomst van vrouwen betekent de komst van vreemdelingen in de stad.
Mernissi: 'De ideologie van de harem is het grote probleem: het verschil wordt ontkend. Men doet net of het niet bestaat. Zo creeerden we apartheid. We hebben een publieke sfeer, een openbaarheid die homogeen is. De sluier van de vrouw is daar zeer representatief voor. Het heeft te maken met een politiek die denkt dat diversiteit van opinies chaos is. Veel Arabische woorden drukken dat ook uit: verschil van mening is negatief. Dat is een van de opgaven van de moslimbeschaving: een filosofie uit te werken van het verschil. Om de sprong te maken van homogeniteit naar heterogeniteit. Dat is niet makkelijk, want de harem dragen we mee in ons hoofd. We moeten mensen al op school leren wat het verschil is. Nu leren kinderen voornamelijk te gehoorzamen. Ze leren niet wat democratie werkelijk is, namelijk het verschil.
Er is een moslimerfenis die het verschil wel waardeert, zoals in het soefisme. Het soefisme accepteert het verschil, maar werd als ketters verworpen. Nu wint het opnieuw veel terrein in de moslimwereld, maar niemand praat erover omdat het vredig is. In Casablanca is een enorme golf van soefisme. Mannen en vrouwen, advocaten, bankiers en studenten komen samen om te mediteren. Er zijn mensen met sluier, mensen in jeans, buitenlanders. Het is heel tolerant.’ De sluier is, dat mag duidelijk zijn, veel meer dan een lap stof. Dat blijkt al uit het Arabische woord ervoor: hidjab betekent behalve sluier of hoofddoek ook 'afscheiding’. De toenemende roep om de hidjab, daar is Mernissi duidelijk over, is een reactie op de maatschappelijke aanwezigheid van vrouwen en hun groeiende culturele macht. Mernissi: 'De sluier is filosofisch gereedschap van de maatschappij. Maar ik vind het niet verbazingwekkend dat dat gereedschap nu weer gebruikt wordt. In de Arabische wereld is op het moment alles in beweging. Door de ongehoorde schok die de Golfoorlog heeft veroorzaakt. En door de gigantische werkloosheid. In de meeste Arabische landen is het werkloosheidspercentage dertig procent!
En natuurlijk worden vrouwen meer getroffen dan mannen. In sommige sectoren hebben vrouwen meer werk, omdat ze totaal geen rechten hebben. Ze accepteren een salaris dat lager is dan het minimumloon. Wat dat betreft heb ik positieve verwachtingen van de opkomende wereldmarkt en de GATT-onderhandelingen. Want concurrentie met de wereld zal de Arabische maatschappij ertoe dwingen veel archaische zaken af te schaffen. Een groot strijdpunt zal zijn hoeveel de arbeiders - in de textiel, landbouw en elektronische industrie vooral vrouwen - betaald krijgen.
Er is veel verzet tegen de Amerikaanse druk voor acceptabele lonen en rechten, net zoals in het begin van de eeuw, toen veel Arabische landen de slavernij verdedigden als onlosmakelijk deel van de Arabische traditie. Er wordt snel geroepen dat iets imperialisme en verwestersing is. Maar ik hoop en denk dat de vrouwen in de derde wereld zich sterk verbinden, want de discussie over de rechten wordt niet alleen gevoerd in zakentermen. De vrouwen vragen om hun rechten in de Arabische wereld. Ook de arme vrouwen die niet voor zichzelf kunnen spreken. Ik ben eigenlijk zeer optimistisch gestemd over de toekomst.’
VOORALSNOG LEVERT Fatima Mernissi vooral een gevecht om de geschiedenis. Zoals ze in De politieke harem stelt, lijden de moslims aan het heden en is de vlucht in het verleden een manier om afwezig te zijn. Dit teruggrijpen op het verleden levert echter voornamelijk uiterst archaische politieke denkbeelden op. De Arabische wereld heeft nauwelijks wetenschappelijke kennis over de eigen geschiedenis; de islam is waarschijnlijk de enige monotheistische godsdienst waarvan het onderzoek systematisch wordt ontmoedigd. Mernissi 'herleest’ in haar boeken het verleden en eist het verschil op.
'Het onderzoek naar het verleden is het goede aspect van het gevecht voor een islamitische beschaving’, zegt Mernissi lachend. 'Ik ben een socioloog en ben getraind in het interviewen. Ik heb een Amerikaanse titel en zou me toeleggen op het aanpassen van de interviewtechnieken aan de derde wereld. Maar ik stopte met interviewen en ging historisch onderzoek doen. Sinds lange tijd ben ik expert in het lezen van geschiedenis.
Er is de laatste tijd een fantastische explosie van boeken over het verleden, er wordt voor het eerst een kritische visie op de geschiedenis ontwikkeld. De traditie dicteerde vroeger automatisch dat de kalief goed was, en het paleis mooi. De mentale revolutie vindt plaats bij die honderden intellectuelen van alle seksen en uit alle landen, want het zelfde is aan de gang in Pakistan, Indonesie, Turkije. Die revolutie begon in 1967, toen de oorlog tegen Israel werd verloren. Het was als bij de Golfoorlog: het veroorzaakte een ernstige identiteitscrisis. Waarom zijn we zo zwak - dat was de vraag die ook tijdens de Golfoorlog oprees. Wie is hier verantwoordelijk voor?
Door het weer opeisen van de geschiedenis kan een land weer wortelen. Ik denk dat je niet vooruitkomt als je je verleden niet kent. Ik zou graag een film maken over twee mensen: over Sjadjarat ad-Doer, de sultane die de macht greep in de elfde eeuw in Egypte in Cairo. Zij is ongelooflijk. De ander is Haroen al-Rashid, de legendarische kalief uit de negende eeuw. Hoe meer ik over hem lees, hoe fascinerender ik hem vind. Het ene jaar ging hij met de karavaan naar Mekka om te bidden, het andere ging hij naar Byzantium om tegen de Romeinen te vechten. Maar deze man stond ook bekend als een groot minnaar. In zijn harem had hij tweeduizend vrouwen. Ik bedacht: wat is liefhebben als je tweeduizend vrouwen hebt?’
Ergens in Het verboden dakterras telt Mernisse de dagen die Haroens vrouwen moeten wachten om een nacht met hem door te brengen: 'Ik maakte een fout. In mijn boek dacht ik dat hij duizend vrouwen had en dat zij dus drie jaar moesten wachten op een liefdesnacht. Nu ontdekte ik dat het er tweeduizend waren. Ze moesten dus nog veel langer op die ene nacht wachten.’