Muziek: The Teaches of Peaches

Zelfs de illusie is illusie

De muziek op Peaches’ debuut-cd klinkt geladen en kent een desperate vitaliteit. En haar extravagantie, grilligheid en onverbloemde geilheid lijken perfect in de tijd te passen.

Er wordt in de populaire muziek door tijden en stromingen heen verschillend over liefde en seks gezongen. Het publiek en de moraal van de dag bepalen de toon en inhoud van de teksten. Dit ter nuancering van het volgende. Want wie de populaire muziek aan een tekstueel inhoudelijk onderzoek onderwerpt, kan maar tot één algemene conclusie komen: de intermenselijke relaties zijn er de afgelopen vijftig jaar niet eenvoudiger op geworden.

Sinds de strijd tussen man en vrouw open en bloot en met steeds gelijkwaardiger wapens wordt gevoerd, is er binnen de serieuze popmuziek weinig ruimte meer voor eendimensionale liefdesverklaringen of jammerklachten vol verdriet. Echtscheidingsprocedures, derde huwelijken, menstruatiepijnen, overspel, verkrachting, incest en ongelijke verlangens in het algemeen, zetten de toon. De popmuziek is het ooggetuigenverslag van een relationele veldslag van mondiale proporties.

In het voorjaar van 1995 bevond ik me aan een van de frontlinies van die slag: op een Thais eiland waar ik Shary Boyle ontmoette.

Ze was klein en tenger. Droeg een meisjes achtig clipje in haar haar. Achter een idioot brilletje gingen mooie gevoelige ogen verscholen. Ze was, tegen beter weten in, een fan van Neil Diamond, zong in een punkband, hield van motoren, was kunstenares en maakte net als ik voornamelijk tekeningen. Ze bewoog zich traag en liep enigszins gebogen. Een stoer meisje dat nooit helemaal aanwezig leek op de plek waar ze werd gezien. Net als ik voelde zij zich enigszins verdwaald tussen de backpackers.

De wijze waarop het lot ons had samengebracht op een eiland, de heldere maannachten, de goedkope whisky en collega’s nota bene: alles wees in de richting van een prachtige romance en seks. Maar reeds op de eerste avond nam Shary me in vertrouwen en toonde tranen die tergend lang aan haar oogharen bleven hangen. Shary had liefdesverdriet. Dat de man in kwestie eigenlijk een arrogante lul was, die haar tranen niet verdiende, wist zij ook wel . Maar dat deed er niet toe. Een andere liefde, of seks, was nu onmogelijk.

Als ze tekende zat ze voorovergebogen over een tekenblok. Haar hand met penseel bewoog onophoudelijk over het papier. De rest van haar lichaam in totale rust. Verlaten door gedachten die zich hadden teruggetrokken in haar hand en via de inkt in de tekening vloeiden. Ze tekende meisjesachtige figuren, als zijzelf. Die in gesprek waren met een droompaard, geschrokken opkeken vanuit een té mooie en té grote jurk en/of met een kettingzaag een grote behaarde man doormidden zaagden.

Haar humor was van het ernstige en noodzakelijke soort. Een wapen. Een harnas. Ze voelde zich, zoals alle gevoelige mensen, zowel bedreigd door als aangetrokken tot een zekere botheid. In een brief uit datzelfde jaar, terug in Canada, schreef ze: «I’m still struggling with the same themes. The confusion of maturing young girls in relation to older women, the pain, fear and ambiguity within female-sexuality — and everything frightning and perverse inbetween.»

En dus moest ik tevreden en jaloers glimlachen toen ik onlangs over haar las op een website. Ik had haar naam in een zoekmachine getypt en was terechtgekomen in een interview. Een popmuzikante die ik niet kende, beschreef het verloop van een wild optreden rondom het thema «shame». Dit en dat, zus en zo. Veel lol en vunzigheid, totdat in haar beschrijving opeens Shary Boyle naar het podium liep. In haar ondergoed. Met menstruatievlekken. Om vervolgens op het podium te piesen: «…and everything frightning and perverse inbetween.»

Die is goed bezig, dacht ik, en las verder.

De blanke, vrouwelijke popster praatte als een clichématige zwarte, mannelijke rapper. Over haar rol als muzikant zei ze: «I want to fuck people up the ass with my music.» En over Shary Boyle zei ze: «Shary is my art ho».

De naam van de popster: Peaches. Peaches is een fenomeen, begreep ik uit het interview. Berucht om haar wilde, onvoorspelbare, maar altijd met veel seks doorspekte optredens in Duitse clubs. Na jaren van relatieve onbekendheid in Toronto, breekt ze begin 2000 plotseling door in Berlijn. De stad ligt aan haar voeten en vanuit die nieuwe uitvalsbasis is ze bezig de wereld te veroveren. In Berlijn wordt ze vergezeld door Boyle die, bij wijze van multimedia show, tijdens de optredens live op een overheadprojector haar tekeningen maakt.

De debuut-cd The Teaches of Peaches draait, zo lees ik, globaal om drie thema’s: seks, seks en seks. De titels van de elf songs lijken die uitspraak te bevestigen. Lovertits, Diddle My Skittle, Suck and Let Go, Fuck the Pain Away et cetera.

In de dagen daarop probeer ik de cd te kopen, maar hij is steeds uitverkocht waardoor mijn nieuwsgierigheid nog toeneemt. Tenslotte krijg ik via een vriend een illegale kopie in handen. Hup naar huis. Hup, in de cd-speler. Hup, jointje. Hup, play: kom maar op met die seks.

Alle muziek op deze cd komt, heb ik al gelezen, uit één apparaat: de Roland MC505 Groovebox. Een inmiddels flink gedateerde synthesizer uit de middeleeuwen van de elektronische muziek. De kale technische klanken doen denken aan midden jaren zeventig. Berlijn. Zwart-wit muziek met groezelige ontvangst. Zwaar gedrogeerde doom.

Het is eigenlijk niet verbazingwekkend dat Peaches in Berlijn doorbrak. Dit soort muziek, met dezelfde desperate vitaliteit die de liederen van Weill kleurde en die ook de grondtoon vormde voor David Bowies Berlijnse drieluik, lijkt bij deze stad te horen. Op haar in de herfst verschijnende nieuwe cd zingt ze, ook al weer niet toevallig, een duet met Iggy Pop.

De muziek van Peaches is geladen. Het ruikt naar de onderwereld en een vreemdsoortige nostalgie naar de toekomst. Boven deze grauw betonnen — maar niet per definitie troosteloze — muzikale constructie uit kreunt, krijst, verleidt en commandeert de stem van Peaches. Op bevelende toon geeft ze de mannen uitleg over de landkaart van haar lichaam. Spreekt ze haar wensen uit. Ze moet geneukt worden. Vaak en stevig, maar alleen wanneer zij het wil en op haar voorwaarden.

«Het tragische van seks tussen mannen en vrouwen», zegt Peaches, «is dat mannen hun seksuele piek rond hun achttiende hebben, en vrouwen dat punt pas bereiken tussen 30 en 35 jaar.»

Peaches is nu 34, en heeft zich voorgenomen die piek totaal te beleven. En haar eerste cd is het verslag van die ervaring.

Ze hadden gelijk. Peaches ís een fenomeen. En zoals elk fenomeen bestaat ook zij slechts bij de gratie van een schare bewonderaars. Die zal ongetwijfeld toenemen, want haar extravagantie, grilligheid en onverbloemde geilheid lijken perfect in de tijd te passen. De als Merill Nisker geboren Peaches is, voor wie het zo wil zien, een kleine diamant in de kroon op de vierde of vijfde feministische revolutie. Ze is zelfbewust en doelgericht, schaamteloos en krachtig.

Maar ze is ook het failliet van alle voorafgaande revoluties. Want ze moest eerst dertig worden om zich jong en uitgelaten te voelen. Ze moest toch eerst gekwetst worden en door alle desillusies heen voordat ze haar huidige mission statement durfde te formuleren. Openheid en zogenaamde gelijkwaardigheid, het heeft allemaal niet mogen baten. Het heeft de strijdende partijen in de relationele veldslag alleen maar meer munitie geleverd. Fundamenteel blijven mannen en vrouwen ondertussen vreemden voor elkaar. En een weg terug is er niet meer. Want wie gelooft er na vijftig jaar popmuziek nog in de liefde?

En dus zingt Peaches anders over liefde en seks dan ze, in een ander leven — dertig jaar geleden — zou hebben gedaan. Liefde is geen uitwisseling van onbestemde gevoelens, maar een glasheldere deal. Ik wil het, en ik wil het nu!

Deze zakelijkheid geeft de uitbundige viering van de lust een melancholieke lading. Gejaagd bewegen de nummers zich door de tijd. Haastig op zoek naar vergetelheid, om de pijn te ontvluchten. Pijn waartegen geen enkele levensovertuiging of illusie verlichting biedt. «Fuck the pain away». Want zelfs de illusie is illusie. Dit is wat het is, mensen. Meer is er niet, en denk maar niet dat er achter het tijdelijke verlangen meer zit dan dat. En dus geeft de hedendaagse zelfbewuste vrouw niet haar hart maar haar kut aan de man. Niet om hem een dienst te bewijzen, maar om zichzelf te plezieren. Voor zolang het duurt. Tot 2004 in ieder geval. Dan wordt ze 35.

Inmiddels heeft Shary Boyle Berlijn en het popcircuit weer achter zich gelaten. Ze woont in de verlaten binnenlanden van Canada. Onlangs maakte ze illustraties bij het boek The Story of Jane Doe, waarin de gelijknamige schrijfster verslag doet van haar ervaringen met een beruchte Canadese serieverkrachter, en haar persoonlijke rechtszaak tegen de verkrachter én de politie van Toronto die «uit bezorgdheid over hysterie onder potentiële slachtoffers, weinig aan de zaak deed».

Ondanks Peaches, en ondanks alle overwonnen schaamte en vrolijke perversie, zal Shary haar hele leven lang bij tijd en wijle tekeningen moeten maken van doorgezaagde mannen.

Peaches

The Teaches of Peaches

Kitty-Yo records

Jane Doe

The Story of Jane Doe

Uitg. Random House of Canada

http://www.peachesrocks.com