Zelfs de politici houden het in Guyana voor gezien

Georgetown – De Verenigde Staten, Italië, de Malediven. Toen het Guyanese ochtendblad Stabroek News onlangs ex-ministers van de vorig jaar weggestemde regering opbelde om te vragen waar zij nu wonen en werken, bleek een flink aantal van hen het Zuid-Amerikaanse land de rug te hebben toegekeerd. ‘Terugkeren naar Guyana? Nee, dat zit er voorlopig niet in’, zei Robert Persaud, voormalig minister van Natuurlijke Hulpbronnen, tegen de krant.

Dat zelfs de (voormalige) toppolitici van Guyana andere oorden opzoeken zodra dat kan, toont aan hoe nijpend het probleem van de braindrain is waarmee het enige Engelstalige land van het continent worstelt. Uit onderzoek van het Internationaal Monetair Fonds blijkt dat liefst driekwart van alle Guyanezen met een bachelor- of masterdiploma er uiteindelijk voor kiest om in de Verenigde Staten te gaan wonen. Geen enkel ander land in Zuid-Amerika komt zelfs maar in de buurt van dat cijfer. In New York alleen al wonen 140.000 Guyanezen, in stadsdeel Queens is er een heus ‘Little Guyana’, met juweliers, groentewinkels en rotishops.

Waarom zoveel Guyanezen hun geboorteland vaarwel zeggen? Om te beginnen is er de armoede. Op Paraguay en Bolivia na is het het armste land van de regio, het wettelijke minimumloon bedraagt nog geen 150 euro per maand. ‘Daarnaast trekken velen weg om hun kinderen ten minste naar een degelijke school te kunnen sturen’, zo vertelt Andy Jarbandhan, een Guyanese winkelier die nu in New York woont, op de website van nieuwszender Al Jazeera.

De gevolgen voor het land van rum, rijst en goud zijn navenant. Het inwonersaantal blijft al decennia steken op zo’n achthonderdduizend, daarmee is het een van de weinige landen waarvan de bevolking niet groeit. En wanneer driekwart van alle hoogopgeleiden wegtrekt, is het uiteraard onmogelijk een kenniseconomie op te bouwen. Op die manier blijft de schatkist van Guyana afhankelijk van grondstoffen en landbouwproducten, waarvan de prijzen op de wereldmarkt al jarenlang dalen. ‘Guyanezen zouden niet hoeven te moeten emigreren om betere kansen te krijgen. Het is tijd om de braindrain een halt toe te roepen’, zei president Granger tijdens zijn inaugurele speech in mei. Door zelf weg te trekken, zorgden de leden van de oppositie er meteen voor dat het staatshoofd dit voornemen al niet kon waarmaken.