Zelfs lezen wordt overbodig

Op het Boekenbal van 1978 voorspelde de wiskundige en informaticus Koos Verhoeff het einde van het papieren boek. Zijn publiek wilde er niets van weten.

Medium koos verhoeff

Koos Verhoeff woont sinds 1970 met zijn vrouw in Dommelen, een klein plaatsje onder de rook van Eindhoven dat vooral bekend is van bierbrouwerij Dommelsch. In de grote tuin van zijn huis, een verbouwde boerderij die vermoedelijk ooit in een uitgestrekt landgoed stond maar inmiddels is ingesloten door nieuwbouw, maaien twee grasmaaiers volautomatisch het gazon. Hun werk wordt bemoeilijkt door een vijftal indrukwekkende mathematische sculpturen die in de tuin zijn geposteerd.
Ook in huis is het duidelijk waar Verhoeff zich sinds zijn pensionering in 1988 op heeft gestort. Het huis staat vol met bijzonder fraaie in hout, brons en aluminium uitgevoerde versies van zijn wiskundige ontwerpen.
De informaticus Verhoeff was nogal een vreemde eend op het Boekenbal van 1978. De Stichting Collectieve Propaganda voor het Nederlandse Boek (CPNB) had dat jaar besloten het traditionele Boekenbal in te ruilen voor een symposium met het thema Boek en communicatie. Mede door een onbegrijpelijke programmering draaide het idee uit op een bescheiden mislukking. Berend Boudewijn ving aan met een conference en daarna werd de film Prettig weekend van Jef Rademakers vertoond. De literaire gasten laafden zich tijdens dit luchtige middagprogramma rijkelijk aan de alcohol, maar moesten het zwaarste nog krijgen: drie lezingen over de toekomst van het boek. Verhoeff sprak, de Duitse essayist Hans Magnus Enzensberger en schrijfgrootheid Mario Vargas Llosa. Het jolige publiek kon er zijn aandacht maar moeilijk bijhouden.
Ondanks de gebrekkige belangstelling van de gasten destijds is het visionaire betoog van Verhoeff, toen hoogleraar informatica aan de Erasmus Universiteit, bijzonder door zijn verbijsterend nauwkeurige voorspellingen van een technologische toekomst waar we inmiddels middenin zitten. Terwijl de schrijvers hun teksten nog schreven op de typemachine schetste Verhoeff een toekomst van plasma-tv’s (‘de buis zal wel vervangen worden door vlakke, minder energievragende displays’), videofoons en huiscomputers die via glasvezelkabels met elkaar kunnen communiceren. De kern van zijn verhaal was dat deze nieuwe technologieën het papieren boek op termijn overbodig zouden maken.
Allereerst, voorspelde hij, zouden papieren naslagwerken als telefoonboeken en encyclopedieën worden ingewisseld voor elektronische opzoekmethoden, een punt dat inmiddels in ieder geval voor de encyclopedie is bereikt. Daarna zouden ook de andere boeken volgen. Met bijzondere precisie spiegelde Verhoeff zijn toehoorders daarna voor wat in de plaats zou komen van het papieren boek: 'Ik voorzie dat men (…) handzame displays zal kunnen maken, die als een soort leestablet tekst (en plaatjes) kunnen weergeven. Deze kan men op elke gewenste tijd en plaats consumeren. Dat gaat dan aardig op een boek lijken (behalve dat opvallend licht misschien niet meer nodig is). Maar daar deze tabletten een eigen geheugen zullen hebben zal het mogelijk zijn om ze telkens opnieuw te laden met een andere tekst. Men tankt als het ware bij via de huiscomputer.’ Een zeer getrouwe beschrijving van de e-reader.
Een man als Verhoeff, die voornamelijk bekendheid geniet in bèta- en kunstkringen, behoeft een korte biografische inleiding en daar hoef je tegenwoordig inderdaad geen encyclopedie meer voor te pakken. De inmiddels 83-jarige Verhoeff was een bekend wiskundige en informaticus en sinds zijn pensionering ook een succesvol beeldend kunstenaar. Hij verwierf in de jaren zestig mathematische faam met zijn dissertatie over foutontdekkende codes (beter bekend als Verhoeffs algoritme), die onder meer door de Duitse centrale bank werden gebruikt voor het valideren van bankbiljetten. Het leverde hem een aanstelling op aan de Erasmus Universiteit, waar hij in 1971 Max Euwe opvolgde als hoogleraar informatica, een vakgebied dat toen enorm in ontwikkeling was.
In deze periode zorgde Verhoeff ervoor dat de Erasmus Universiteit voorop liep met de aanschaf van microcomputers (de huidige pc’s). Ook zorgde hij regelmatig voor controverse met zijn vaak futuristische, nietsontziende oraties en colleges, waarin hij onder meer pleitte voor serieus onderzoek naar computerspelletjes. Ondertussen ontwikkelde hij een liefde voor de esthetische kant van de wiskunde, die hem werd ingegeven door M.C. Escher, een frequent bezoeker van het Mathematisch Centrum (het huidige CWI, Centrum Wiskunde & Informatica) waar Verhoeff in de jaren vijftig en zestig werkte. Na zijn pensionering bekwaamde Verhoeff zich met succes in de wiskunst: geometrische vormen gebaseerd op door de computer doorgerekende mathematische modellen. Veelzijdig en progressief lijken de kernwoorden in het werkzame leven van Verhoeff. Een man van wie je graag wilt horen hoe hij destijds bij zijn voorspellingen kwam, of het hem verbaast dat ze zo precies zijn uitgekomen en vooral: wat gaat de toekomst ons nog brengen?
In Verhoeffs werkkamer staat het ook vol met kunstwerken. De grond ligt bezaaid met stukjes hout en ander materiaal, een Rubikkubus ligt tussen de brokstukken, op een rond bureau staan drie computers in een driehoek opgesteld. Verhoeff gebruikt de computers voor zijn kunst. Hij wijst naar een aantal gelijkende sculpturen: 'Ik heb een programma gemaakt dat heeft uitgerekend dat er met 24 blokjes hout van deze afmetingen 62.688 gesloten paden te maken zijn. Daarna maak ik een ander programma dat kan onderzoeken welke bijzondere eigenschappen de vormen hebben.’ Hij wijst twee werken aan: 'Dit is bijvoorbeeld degene die de minste ruimte inneemt en dit degene met de meeste haakse hoeken.’ Waarom is hij niet bekender met zijn kunst? 'Ik heb een slechte pr, maar ondanks mezelf ben ik toch nog aardig bekend met die dingen hoor.’
Zijn optreden op het Boekenbal staat Verhoeff nog helder voor de geest: 'Het was natuurlijk een vreemde opzet van de CPNB om de lezingen aan het eind van het programma neer te zetten, want het Boekenbal is normaal gesproken een zuipfeest en dat was met dit symposium natuurlijk niet opeens veranderd. Het was een wilde avond. Iedereen zat te drinken en die lezingen vonden ze eigenlijk maar storend.’
Leidden uw voorspellingen niet tot reacties?
'Jawel, ik weet nog dat Simon Vinkenoog ontzettend boos was over mijn lezing en na afloop niet met me wilde praten. Maar eigenlijk geloofde niemand iets van wat ik zei. Het boek zal wel blijven, dachten de meesten. In mijn ogen was het een logische stap dat het boek op termijn gedigitaliseerd zou worden. De computer had toen al een paar slagen gemaakt: van de Eniac naar Relais, naar de buizencomputer, naar transistors en uiteindelijk de pc. Alles werd steeds kleiner. Dat er op termijn een handzaam draagbaar display zou komen leek mij evident.’
Sprak u toen als deskundige of als filosoof?
'Als filosoof. Als je de vooruitgang bekijkt zijn dat almaar golfjes van elkaar vervangende technologieën. De deskundigen zitten onder het dakje van zo'n golf en zijn niet in staat verder te kijken. Zo sprak ik ooit met de expert op chipgebied van Philips die ervan overtuigd was dat er nooit meer dan vierduizend byte op een chip zou passen en dat was natuurlijk ook waar, althans op de manier waarop zij de chips maakten. Dat is vaak het kenmerk van deskundigheid, hoe meer je verdiept bent in de technologie van dat moment, hoe moeilijker het is om verder te kijken. Een filosoof moet dat wel doen en moet bedenken dat er altijd wel weer een Tom Poes komt die het volgende dakje maakt. Zodra je iets begrijpt, is het verouderd. Door te kijken naar wat er op de laboratoriumtafel gebeurde, trachtte ik te voorspellen wat er in de jaren daarna beschikbaar zou komen voor de mensen. Dat gaf natuurlijk een schrikeffect, in de trant van: kunnen we dat niet tegenhouden?’
Het is opvallend dat iemand die zo graag voorspelt zo weinig vertrouwen heeft in de voorspellende gaven van de wetenschap. In de vaste, met Ome Koos ondertekende column die Verhoeff in de jaren tachtig voor het Onderwijs Magazine schreef en ook in zijn afscheidsrede als hoogleraar moet juist de pretentie dat de wetenschap dingen kan voorspellen het ontgelden. In het bijzonder mathematische modellen die gebruikt worden door instanties als het Centraal Planbureau worden door hem in twijfel getrokken. Volgens Verhoeff kan een klein verschil in de invoer bij zo'n model een enorm verschil maken in de uitkomst en zijn de prognoses wiskundig aantoonbaar onjuist. 'Ik vergelijk het CPB altijd met de sjamaan. Het stamhoofd vraagt aan de sjamaan: “Moeten we niet gaan strijden?” Die gooit vervolgens de darmen van een kraai in het rond en komt met een advies dat door het stamhoofd wordt opgevolgd. Zelfs als het stamhoofd weet dat de sjamaan een bedrieger is, raadpleegt hij hem toch, want dat is wat het volk wil.’
Verhoeff heeft zowel voor als na de lezing op het Boekenbal niet systematisch over de toekomst van het boek nagedacht. De laatste jaren is hij eigenlijk alleen nog maar met zijn kunst bezig. Toch komt hij na even nadenken met een overpeinzing. 'Over de e-reader valt wel het nodige te zeggen. Vooropgesteld, ik snap dat er gereserveerd op wordt gereageerd. Ik ben zelf ook erg op boeken gesteld en zo'n ding ruikt en voelt natuurlijk niet als een boek. Maar de generaties die zijn opgegroeid met het boek bepalen natuurlijk niet de toekomst daarvan, want stel je nou eens voor dat iemand op het idee komt dat het veel handiger is om schoolboeken via een e-reader te verstrekken. Dat zal toch een keer gaan gebeuren, want het biedt enorme voordelen. Niet alleen lichtere tassen, maar je kunt de informatie ook veel meer up to date houden en veel interactiever te werk gaan dan met een boek. Daarnaast zijn de kinderen van nu sowieso al veel meer dan de oudere generaties gewend om van een scherm af te lezen. Als de kinderen die zijn opgegroeid met een e-reader volwassen zijn en een roman willen lezen, zullen ze eerder naar een e-reader grijpen dan naar een papieren boek. Dat jongere generaties vertrouwd raken met een nieuw medium is meestal een cruciale voorwaarde voor succes.
Je kunt natuurlijk ook de mogelijke ontwikkeling van de e-reader an sich bekijken. Nieuwe technologische mogelijkheden worden altijd eerst op de oude manier gebruikt. Dit betekent bij de e-reader dat er bestaande boeken op worden vertoond en dat de nieuwe boeken die erop verschijnen ook als papieren boek uitgegeven kunnen worden. Het enige verschil is het digitale karakter van de e-reader ten opzichte van het papier van het boek. Maar de e-reader heeft natuurlijk veel meer potentie dan een papieren boek. Zo is het kenmerkend voor een boek dat het een lineair geordende tekst is, terwijl het 'verhaal’ een vertakte structuur kan hebben. Men kan bijvoorbeeld zonder al te veel bezwaar hoofdstuk 3 na hoofdstuk 1 lezen en hoofdstuk 2 later. Een e-reader zal zo'n shuffle-mogelijkheid probleemloos kunnen aanbieden. Nu zijn schrijvers nog niet op deze mogelijkheid voorbereid en schrijven ze nog voornamelijk lineaire boeken, maar een nieuwe generatie auteurs zou dit als een uitdaging kunnen oppakken.’
Volgens Verhoeff kan dit uiteindelijk leiden tot een fundamentele verandering van het boek.
'De kans is groot dat schrijvers op termijn de mogelijkheden van de e-reader nog veel meer gaan benutten, waardoor je een ander soort boek gaat krijgen, met meer vertakkingen in de verhaallijn en wellicht keuzemogelijkheden voor de lezer. Een andere mogelijkheid is die van bewegende plaatjes of minifilmpjes die ideaal gebruikt kunnen worden voor kennisoverdragende teksten. Ook kan men de technieken van de spelcomputers erbij halen, waardoor het boek interactief wordt. Verder is de koppeling met internet zeer gemakkelijk, bijvoorbeeld door een online verwijzing naar een artikel van Wikipedia of een passage in een ander boek. Datzelfde voordeel gaat op als je een boek in een vreemde taal leest, met een druk op de knop kun je de vertaling van een woord krijgen. Ten slotte kan de e-reader ook nog een voordeel hebben voor doven, of luie lezers, die over kunnen gaan op gesproken tekst. Als de e-reader zo ver is geëvalueerd kan een papieren boek er natuurlijk niet meer mee concurreren.’
Verhoeff voegt hier een prikkelende voorspelling aan toe: 'Even buiten de e-reader gedacht: een nieuwe techniek zou kunnen zijn dat men teksten rechtstreeks in de hersenen injecteert. Hier wordt al mee geëxperimenteerd en ook dit zou op termijn voor mensen beschikbaar kunnen komen. Is het je opgevallen dat met de technische ontwikkelingen allerlei bekwaamheden devalueren? Zo is met de computer het produceren van handgeschreven teksten vrijwel een overbodige zaak geworden. Met een dergelijke injectietechniek zou ook het lezen wel eens veel minder relevant kunnen worden.’


Met dank aan Bert Bakker, die op het Boekenbal-symposium van 1978 was en wél heeft opgelet

BEELD MAARTJE GEELS