Zelfs Russen rennen bij min zestien

Zelfs Russen rennen

bij min zestien

Moskou - Om redenen die hier verder niet ter zake doen, loop ik weer veel hard. Ook als ik in Nederland ben, maak ik kilometers. Een zondag geleden liep ik door het Amsterdamse Bos. Rond negenen was het er aangenaam rustig, tegen elven moest ik me tussen een rennende mensenmassa naar het eindpunt worstelen. Mensen houden tegenwoordig van individuele sporten, heet dat dan. Mij is het individualisme bij dat joggen niet zo duidelijk.

Nee, dan Moskou! Bij min zestien waagde ik me dit weekend de sneeuw in, met thermokleren, bivakmuts en antislipnoppen. Het eerste half uur had ik nodig om te wennen aan de snijdende wind en het trottoir dat beurtelings uit ijs, aangekoekte blubber en enkeldiepe sneeuw bestaat. Toen drong het tot me door dat ik vandaag echt een eenling zou zijn, dat niemand anders in deze enorme stad aan het joggen zou zijn. Moskovieten mogen ’s winters graag wat langlaufen of kunstschaatsen. Wanneer je hardloopt in de zomer denken ze al dat je iets gestolen hebt. Laat staan in de winter. Hier begon dan dat grootse avontuur van het gevecht met mezelf, onbelemmerd door de teamsport waar ik als modern mens zo'n hekel aan schijn te hebben. Nu was ik helemaal vrij.

En ik liep langs het doodstille Kremlin, alleen. Ik stak de Moskwa-rivier over, zonder ook maar een voetganger op de brug tegen te komen. Ik liep eenzaam het Gorkipark binnen, waar de wind het verlaten reuzenrad liet zingen. Ik bedacht dat dit het nu was, het echte hardlopen. In deze stad van vijftien miljoen mensen was ik de enige die de elementen trotseerde - en wat voor elementen. Ik liep recht op de Mussenheuvels af, waar ooit Napoleon tevergeefs had staan wachten op de burgemeester van Moskou. Geen mens voor me, geen mens achter me. Alleen ik.

Nu was het dus tijd voor verheven zaken, en ik probeerde me ’the road not taken’ van Robert Frost (sic) voor de geest te halen - ‘I took the road less traveled by’ - en natuurlijk de ’loneliness of the long distance runner’ van russofiel Alan Silitoe. Maar mijn muts begon te bevriezen en mijn neus kraakte als ik ’m bewoog. Ik had nog een uur te gaan en mijn geëxalteerde overwegingen kwamen telkens uit bij Natalie Portman. Tot ik in de verte één, twee, en vervolgens nog wel acht andere hardlopers ontwaarde, allemaal al op de terugweg uit het park. Ze groetten me om de beurt opgewekt - dág, soortgenoot. Zelfs in deze stad, zelfs nu. Bevrijd dat ik ook hier deel was van de kudde draafde ik anderhalf uur gedachteloos door.

MENNO HURENKAMP