Zelfs woltgens weet niet meer waar het heen moet

Thijs Woltgens, ex-fractieleider van de Partij van de Arbeid, thans burgemeester van Kerkrade en lid van de Eerste Kamer, is een verstandige man die weet wat hij wil. Wat hij wil valt te lezen in zijn boek Lof van de politiek (1992), een beginselverklaring van een klassieke sociaal- democraat die zich realiseert in 1995 te leven en niet in 1895. “Er is een nieuwe ideologie nodig”, constateerde Woltgens. “De wetenschap maakt ons duidelijk dat we bezig zijn om de levensvoorwaarden van de aarde te ondermijnen. De ‘'ecologische kwestie” is daarom nog fundamenteler dan de “sociale kwestie”, die dank zij de sociaal- democratie rond de vorige eeuwwisseling op de politieke agenda kwam.“

Maar hoe moet het nu verder in een maatschappij waarin de partijen onderling uitwisselbaar zijn omdat in feite iedereen het met iedereen eens is? Woltens heeft zich daarover afgelopen weekend in twee vraaggesprekken uitgesproken. Op zaterdagmorgen in de Volkskrant, op zaterdagavond in NRC Handelsblad. In de Volkskrant bepleit hij de herwaardering van de klassieke sociaal-democratie. Natuurlijk, het is in theorie mogelijk te fuseren met een vriendelijke, min of meer sociaal gerichte groepering als D66. “Maar ik heb de overtuiging dat de sociaal- democratie uitgerekend aan het eind van deze eeuw wel een hoge mate van actualiteit heeft.” Hij ziet niets in een fusie. “Ik zie liever een revitalisering van de sociaal- democratie.” In NRC Handelsblad sticht Woltgens daarentegen niet minder dan drie nieuwe partijen. De eerste is een sociaal- conservatieve partij, waarin plaats is voor zowel de vakbondsvleugel van de Partij van de Arbeid als anti-individualiserende christen-democraten als Hirsch Ballin. De tweede is een sociaal-liberale partij, gemodelleerd naar het profiel van een man als Frank de Grave, waarin verder D66 en de sociaal-liberale vleugel van de PvdA kan worden ondergebracht. De derde is een liberaal-conservatieve partij, het onderdak van politici als Bolkestein, economisch liberaal, in andere opzichten behoudend. Toegegeven: “Ik moet zeggen dat ik niet de oplossing van het wereldvraagstuk heb.”
Maar waar is in dit concept die klassieke, “in hoge mate actuele” sociaal-democratie gebleven die Woltgens een halve dag eerder nog in de Volkskrant bepleitte? En waar is in zijn concept de christen- democratie gebleven, die (Hirsch Ballin niet te na gesproken) niet moeiteloos in een van de drie voorgestelde liberale partijconstructies te schuiven valt? Of voorziet Woltgens dat het CDA bezig is tot een getuigende splinter te verschrompelen, vergelijkbaar met GroenLinks of het GPV?
Nu plegen de meeste interviews meer vragen dan antwoorden op te werpen, dus wat dat betreft valt Woltgens weinig te verwijten. Maar hij is een van de weinige politici die over de fundamenten van zijn vak pleegt na te denken en bovendien is hij de auteur van het beginselprogramma waarmee zijn PvdA de eenentwintigste eeuw te lijf denkt te gaan. Hopelijk drukt hij zich in dit document wat minder dubbelzinnig uit, want als het niet duidelijk wordt wat hij - en zijn partij - uiteindelijk met mens en samenleving willen, gaat de PvdA gegarandeerd zijn zeventiende verkiezingsnederlaag-op-rij tegemoet.