Sport

Zen

De wedstrijd ADO Den Haag-AZ eindigde in 3-0. Een klinkende overwinning. AZ werd van de mat gespeeld. Toch vond AZ-trainer Louis van Gaal zijn ploeg ‘excelleren’. Na afloop zei hij: ‘Ik heb de beste wedstrijd van AZ gezien in een half jaar.’
Louis van Gaal ziet iets anders dan andere mensen zien. Van Gaal kijkt één of twee horizonnetjes verder dan de gewone medemens. Hij zag sterk spel van AZ, slim en tactisch intelligent. Goed positiespel, snelle combinaties. Alleen geen doelpunten.
Van Gaal is als een zen-meester, die onverwachte mogelijkheden ziet in verwachte gebeurtenissen. Hij legt de nadruk op zaken die anderen in de loop van de tijd uit het oog zijn verloren. Hij confronteert de materialistische wereld met zijn spirituele inzichten.
Als een visionair laat hij ons zien wat wij niet zien: het gaat niet om scoren. Dat is in wezen heel banaal, scoren en dat belangrijk vinden. Scoren kan iedereen en doet ook iedereen. AZ zou best kunnen scoren als het zou willen, maar dat wilde het tegen ADO niet. Het hoefde niet van de meester.
Als je maar goed speelt, vond hij. En mooi.
Zo is dat. Altijd maar dat winnen, dat fanatieke, dat egoïstische, streberige strijden met kleppen op de ogen en maar één doel in het hoofd: winnen.
Dat hoeft helemaal niet, mediteert Van Gaal. Je hoeft de tegenstander niet te verslaan. Het leven gaat om harmonie. Want voor jouw tegenstander ben jij de tegenstander, en min keer min is plus, dus…
In de gewone wereld heb je niet alleen losers maar ook non-winners. Dat zijn twee onderscheiden soorten. De loser is al bij voorbaat verliezer, en hij weet dat. Hij hoeft ook niet echt te winnen. De non-winner is iemand die wél graag wil winnen, maar het niet kan. Type floor manager bij de Albert Heijn die maar niet hogerop komt en uit frustratie de vakkenvuller van zestien die wél de havo aankan gaat treiteren. In die zin is de non-winner tragisch en de loser niet. Die is zen.
Als sport wordt gedreven door een Wille zur Macht krijg je verbeten atleten die koste wat het kost willen winnen, en bij verlies zichzelf geen raad weten en onuitstaanbaar worden. Zoals de spelletjesspeler die niet tegen zijn verlies kan het speelbord ondersteboven gooit, met rode konen en een strak smoel.
Van Gaal bedoelt niet dat je helemaal moet ophouden met willen winnen. Hij bedoelt dat dat streven niet alles in de weg moet gaan zitten. Dat je niet alleen op een eervolle manier kunt verliezen, maar zelfs op een mooie manier. Beautiful losers moeten jullie zijn, liever dan lelijke non-winners.
Stijlvol verliezen, ondergaan in schoonheid, met klasse. Flegmatiek.
Zoals Vasili Kiryienka deed in de negentiende etappe van de Ronde van Spanje. Samen met twee andere renners, Loubet en Arroyo, was hij ontsnapt uit het peloton. Kiryienka deed veel kopwerk, soms hielp Loubet mee. Arroyo reed geen meter op kop en liet zich meezuigen door de anderen. ‘Ploegentactiek’ heet dat: hij mocht niet rijden want hij moest de belangen van zijn ploeg beschermen. Op een kilometer of veertig voor de finish haakte Loubet af en reden Kiryienka en Arroyo getweeën verder. Met een redelijke voorsprong op de grote groep.
Die behielden ze. Dankzij de Wit-Rus, die het allemaal alleen deed. Al het werk opknapte. Met die Arroyo maar de hele tijd als een lastige vlieg achter hem aan. Als een irritante schaduw aan zijn wiel gekleefd. Alsof er een stalker op zijn bagagedrager zat. Geen centimeter op kop. Tientallen kilometers lang.
Toen het aankwam op de sprint voor de etappeoverwinning hoefde Arroyo maar één keer aan te zetten om de uitgeputte Kiryienka te kloppen. Arroyo stal de overwinning. Hij had het lef om te juichen toen hij de finishlijn passeerde. En Kiryienka? Die liet zich zachtjes en stil uitrijden, zonder te blikken of te blozen, zonder misbaar te maken, zonder een zucht te slaken.
Maar van binnen was hij ziedend. Op die parasiet die nu had gewonnen zonder er moeite voor te hebben gedaan.
Dat het zogenaamd bij het wielrennen hoort, dat het leven hard is en oneerlijk – dat doet niets af aan het feit dat je zoiets niet doet, een overwinning stelen. Andere renners zouden gaan briesen en schreeuwen en vloeken. Kiryienka deed niets, die was zen. En berustte. Zonder rare gebaren. Alsof hij er al vanuit was gegaan dat het zo zou gebeuren, dat dat de loop der dingen moest zijn, dat het zijn lot was om te verliezen. Er sprak grandeur uit zijn gelatenheid, uit de manier waarop hij zijn onmacht aanvaardde, omdat hij, de loser, niet de macht van de geniepige lafheid bezat en die ander, die van schoonheid niets begreep, wél. Die non-winner Arroyo, die dus won. Heel on-zen.