Boeddhistische furie in Azië

Zen en de kunst van het afslachten

Vrij onverwacht heeft Zuid-Azië te maken met extremistisch boeddhisme. Fanatieke monniken in Birma, Sri Lanka en Thailand zetten de etnische verhoudingen op scherp. ‘Er dient zich religieus geweld aan van allen tegen allen.’

Een uitzinnige menigte Srilankaanse boeddhisten applaudisseert en joelt als de monnik Galaboda Gnanasera Thero het woord neemt. De voorman van de Bodu Bala Sena (Boeddhistische Strijdmacht) richt zijn tirade op Fashion Bug, een populaire modeketen in handen van een moslimfamilie. ‘De boeddhistische meisjes die daar werken worden omgeturnd tot moslims. Ze moeten slapen met de moslimmanagers. Onze meisjes komen in hun harems terecht.’ Hij zwaait met papieren. ‘Ik heb hier de namen van de slachtoffers. We vragen niemand om stenen te gaan gooien of de winkels aan te vallen, maar we moeten dit stoppen.’

Later bestormen tweehonderd mensen een vestiging van Fashion Bug in de hoofdstad Colombo. De eerste stenen worden volgens ooggetuigen gegooid door een groepje bhikkhu’s (monniken), de meute volgt en plundert de winkel. De manager en een paar journalisten komen met verwondingen in het ziekenhuis terecht.

Terwijl gewelddadige boeddhisten in Birma al ruim een jaar in het nieuws komen met moordpartijen onder de moslimminderheden in het land raakt ook Sri Lanka steeds verder in de ban van extremistische boeddhistische monniken die het vooral hebben voorzien op moslims. Het boeddhistische geweld in Birma ontaardde in dodelijke klopjachten op de islamitische Rohinga-minderheid, waarbij bijna driehonderd mensen werden vermoord. Tienduizenden moslims leven er in miserabele vluchtelingenkampen aan de grens met Bangladesh. De boeddhistische extremisten in Sri Lanka lijken het pad van hun broeders in Birma te volgen. Vooralsnog beperkt het geweld zich – naast de voortdurende haatcampagnes – tot afranselingen en plunderingen van moslimwinkeliers en aanvallen op moskeeën en moslimschooltjes.

Onderzoekers van de etnisch-religieuze lappendeken die Zuid-Azië is, zijn verrast over de plotselinge radicalisering binnen het boeddhisme. ‘Het militant boeddhisme past wel in de golf van religieus extremisme waarin Zuid-Azië steeds verder wordt meegezogen’, zegt Michael Jerryson, professor aan Youngstown University in Ohio. Hij doet onderzoek naar religie en extremisme in Azië. ‘Boeddhistische radicalisering valt niet uitsluitend te verklaren als reactie op moslimfundamentalisme of al dan niet toegenomen mosliminvloeden. Dit is een van de dichtstbevolkte gebieden ter wereld, met tientallen religieuze strijdgroepen die zich niets van nationale grenzen aantrekken. De sektarische boeddhisten porren dat etnisch-religieuze vuur nu op. Wat ze doen trekt de aandacht van militante islamitische groeperingen in Pakistan, Bangladesh, maar ook van nationalistische hindoes en moslimmilitanten in India. Uit die hoek zien we al de eerste reacties.’

Hij memoreert de aanslag begin juli op de boeddhistische Mahabodi-tempel in het Indiase Bihar, waarbij acht bommen ontploften en twee monniken gewond raakten. De politie arresteerde een moslim die verbonden zou zijn aan de Indiase moedjahedien. De aanslag haalde het nieuws in Nederland niet, maar bracht furieuze reacties teweeg onder boeddhisten in de regio en een gevoel van triomf onder radicale moslimgroepen.

Extremistisch boeddhisme in Zuid-Azië lijkt een nieuw verschijnsel. Time Magazine besteedde er eind juni een coververhaal aan, met als kop When Buddhists Go Bad. Uit het verhaal spreekt verbazing over de ‘boeddhistische terreur’.

‘Het idee van boeddhisten die het geweld volledig hebben afgezworen, dat is een misconceptie’, zegt Neil DeVotta, professor etniciteit en nationalisme aan Wake Forest University in North Carolina. Hij kan zich de verrassing over het extremistisch boeddhisme voorstellen: ‘Vredelievend, tolerant en mystiek, dat ideaalbeeld van de bhikkhu’s is gebaseerd op romantisch-oriëntalistische beschrijvingen van boeddhisme die al lang niet meer voldoen, maar die we in het Westen wel graag koesteren.’

In 2007 werd dat beeld nog bevestigd tijdens de Saffraan Revolutie in Birma, waarbij duizenden monniken blootsvoets aan kop gingen bij de vreedzame protesten van de bevolking tegen de oude junta. De monniken betaalden er een hoge prijs voor, velen werden opgepakt en opstandige kloosterorden moesten sluiten, tot grote internationale verontwaardiging.

Nu, zes jaar later, voeren monniken in Birma de knokploegen aan die dood en verderf zaaien onder moslimminderheden in het land. Het gezicht van de extremistische boeddhisten is de charismatische monnik Ashin Wirathu, leider van de 969-beweging. De cijfers 969 verwijzen naar de verschillende kenmerken en waarden van het boeddhisme. Wirathu’s haatspeeches tegen ‘de Bengaalse moslims die ons land overnemen’ luiden steeds nieuwe rondes van geweld in en ze hebben de monnik de bijnaam ‘Birmese Bin Laden’ opgeleverd.

In Sri Lanka zijn het momenteel militante boeddhisten die de precaire etnische verhoudingen tussen de boeddhistisch-Singalese meerderheid (75 procent van de bevolking) en de hindoeïstische Tamil- en moslimminderheden op scherp zetten.

Vier jaar na het einde van de bloedige burgeroorlog, waarin de separatistische Tamil Tijgers werden verslagen, hebben de radicale boeddhistische monniken het nu vooral gemunt op de islamitische minderheid in het land, die negen procent van de 21 miljoen inwoners tellende bevolking uitmaakt.

Het geweld tegen Srilankaanse moslims ontbrandde vorig jaar met de aanval op een moskee in Dambulla. Onder het toeziend oog van regeringstroepen bestormde een dolgedraaide menigte van tweeduizend mannen, voorgegaan door monniken, de lokale moskee. De moskee die er al vijftig jaar is gevestigd, staat volgens de monniken op heilige boeddhistische grond. Ze eisten ook de ontruiming van een nabijgelegen hindoeïstische kovil (tempel). De regering kwam de monniken vrijwel meteen tegemoet en liet weten de moskee en de kovil te laten afbreken.

Dit jaar werden tot april alleen al ruim tweehonderd ‘incidenten’ van boeddhistisch geweld geteld. De extreme boeddhisten in Sri Lanka verenigden zich vorig jaar in de Bodu Bala Sena-strijdmacht (bbs) waar de monnik Gnanasera de dienst uitmaakt. Nauw verwant aan bbs, maar nog extremer, is de obscure radicale groep Sinhala Ravaja (Singalese Boodschap), die al een langere staat van dienst heeft van geweld tegen Tamils, christenen en moslims.

Professor Jerryson wijst erop dat het religieus extremisme, zoals nu in het boeddhisme, niet zomaar vanuit een eigen dynamiek ontstaat. De militante monniken in Birma en Sri Lanka kunnen ongestoord en soms zelfs openlijk gesteund door de regeringen hun gang gaan. Jerryson: ‘Simpel gezegd: zonder staatssteun geen extremistische monniken.’

Thailand is volgens hem exemplarisch voor wat hij de militarisering van boeddhistische monniken noemt: een blauwdruk voor hun geloofsgenoten in Birma en Sri Lanka. In zijn boek Buddhist Fury (2011) documenteert hij uitvoerig hoe de Thaise elite in samenwerking met radicale delen van de sangha, de ­kloosterorden, een militante boeddhistische ­beweging creëert als tegenwicht tegen het moslim­separatisme. De regering streeft ook naar ­transmigratie van noordelijke boeddhistische Thai naar het zuiden en naar de bouw van meer ­tempels. Deze actieve ‘boeddhificatie’ leidt ­volgens Michael Jerryson tot escalatie van het religieus geweld, ook naar andere provincies.

Thailand begon in 2006, op voorspraak van koningin Sirikit, met het rekruteren van ‘monnik-soldaten’. Deze gewijde en ­bewapende monniken moeten kloosters en tempels in de zuidelijke Thaise provincies beschermen tegen aanvallen van islamitische terreurgroepen die afscheiding van Thailand eisen. Het geweld dat daar in 2004 tot uitbarsting kwam door zeer bloedige acties van jihadistische terreurgroepen – en het tegenoffensief van het leger – eiste al meer dan vierduizend levens.

De strijd in de zuidelijke provincies kreeg het karakter van een openlijke burgeroorlog nadat de regering met de bewapening van boeddhistische dorpen, milities en kloosterorden in de zuidelijke provincies was begonnen. De regering gaf de monnik-soldaten een boodschap mee: het ‘boeddhistische territorium’ moet worden verdedigd. ‘Staat, etniciteit en boeddhisme vallen zo samen. Het resultaat is extremistisch boeddhisme. Dat model krijgt navolging. Birma zit politiek in een overgangsfase, maar ik betwijfel of een nieuwe democratische regering in staat zal zijn de extremistische monniken te temmen. In Sri Lanka is de verwevenheid tussen de regering-Rajapakse en de radicale monniken een gegeven’, zegt Jerryson.

Hierin ligt ook een verklaring besloten voor de opmerkelijke passiviteit van de Srilankaanse regering bij het bestrijden van het geweld van de extremistische bhikkhu’s. ‘bbs en de regering-Rajapakse verschillen niet van elkaar’, zegt Sanjana Hottatuwa, onderzoeker en hoofdredacteur van de onafhankelijke website Groundviews in Colombo. ‘Minister van Defensie Gothabaya Rajapakse, de broer van de president en de machtigste, volgens sommigen de gevaarlijkste man van het land, steunt bbs. De extremistische monniken staan onder zijn patronage. Hij was nadrukkelijk aanwezig bij de opening van de Buddhist Leadership Academy, het hoofdkwartier van bbs. Daar prees hij de monniken voor hun bijdrage aan de verdediging van het land en het geloof. Dan weet iedereen in Sri Lanka dat je van bbs moet afblijven.’

Het International Peace Institute (ipi), een aan de VN gelieerde denktank in New York, waarschuwt sinds 2009 regelmatig voor het ontbranden van transnationale religieuze conflicten in de regio. De destabilisering door extremisme is volgens het ipi geen uniek handelsmerk van islamitische terreurgroepen. Van Afghanistan tot Thailand loopt een keten van ‘schijnbaar interne’ conflicten die worden aangewakkerd door religieus extremisme. Deze trend is niet uitsluitend een binnenlands probleem voor de landen in de regio. Het ipi: ‘De aanvallen op etnisch-religieuze minderheden trekt de aandacht van de co-etnische groepen in omringende landen. Religieus radicalisme is brandstof voor transnationaal geweld, het vervangt oude politieke tegenstellingen tussen nationale staten.’

Het geweld in Thailand leidt zo tot nog ­grotere bemoeienis door jihadistische groepen vanuit Maleisië. Terroristische moslim­organisaties in Pakistan en Bangladesh kijken met argusogen naar het boeddhistisch geweld tegen moslims in Birma en Sri Lanka en zien daar nieuwe kansen om de jihad uit te bouwen. De marginalisering van hindoeïstische Tamils in Sri Lanka raakt steevast een open zenuw bij militante hindoegroepen in de invloedrijke Indiase deelstaat Tamil Nadu. Het zette India al eerder aan tot ingrijpen in de naburige eilandstaat.

De antimoslimacties van de bbs-strijdmacht vinden weerklank bij doorsnee Singalezen. Een van de steeds terugkerende grieven van bbs – zoals bij hun 969-broeders in Birma – is dat moslims te veel kinderen krijgen. ‘Hun plan is om Sri Lanka binnen tien jaar islamitisch te maken’, vermeldt de Facebook-pagina van bbs. De bbs-monniken benadrukken ook dat moslims nu al de handel en economie domineren en dat het internationale islamitische terrorisme klaarstaat om de overtocht naar Sri Lanka te aanvaarden.

‘We hebben de ethische plicht ons tegen andere religies te verdedigen. Sri Lanka moet het voorbeeld van Birma volgen, waar een geboortebeperking komt voor moslims. Maximaal twee kinderen per moslimgezin, daarmee voorkomen we toekomstige problemen’, zegt Janath Arayasingha, bankmedewerker en bbs-sympathisant. Op jonge leeftijd trad hij toe tot een van de kloosterorden in het midden van het land om bhikkhu te worden. In principe blijven monniken in Sri Lanka hun hele leven bij de orde, maar hij trad uit omdat het kloosterleven niet bij hem paste. In zijn ogen is er geen conflict tussen het boeddhisme en de acties van de radicale monniken.

Arayasingha zegt zelf het geweld af te zweren, tegelijk vergoelijkt hij het fanatisme van de bhikkhu’s: ‘De monniken die met bbs strijden, hebben een onvolledige staat van verlichting. Ze zijn sotopanu, aan het begin van het pad naar verlichting, ze zijn “instapper in de stroom”. Geweld als zelfverdediging, een imperfectie, is niet uitgesloten. Op dat niveau zit de monnik die het geloof verdedigt.’

Arayasingha steunt de extremistische monniken ook omdat hij een gevaar ziet in de nieuwe evangeliserende kerken, zoals van de Pinkstergemeenten, die het goed lijken te doen onder jongeren in Colombo.

Volgens professor DeVotta is het voor een beter begrip van de boeddhistische radicalisering van belang om ‘een kijkje in de doctrine’ te nemen. ‘Je komt dan elementen tegen die je niet meteen verwacht bij boeddhisme.’ De monniken in Sri Lanka, Thailand en Birma hangen de theravadische doctrine of geloofsrichting aan. Het theravadisme beroept zich op een unieke positie omdat het de meest zuivere overlevering van het boeddhisme zou aanhangen. Jaarlijks gaan ook tientallen monniken uit Birma in de leer bij de ‘zuivere’ theravadische kloosterorden in Sri Lanka.

Het theravadisme in Sri Lanka identificeert zich van oudsher met de koning (de staat) en het territorium. In inhoud en organisatie zijn er veel verschillen met het Tibetaanse boeddhisme of de iets volksere mahayana-stromingen, zoals in China en Korea. De verschillen tussen de stromingen verklaren ook waarom de smeekbede van de dalai lama in mei aan het adres van de Srilankaanse en Birmese bhikkhu’s om het geweld te stoppen weinig weerklank vond. ‘De paus maakt meer indruk’, werd meteen op een bbs-blog gesneerd.

Het theravadisme is volgens DeVotta niet de directe oorzaak van het extremisme; dat zou gematigde kloosterorden in Sri Lanka tekortdoen. ‘Maar wat we nu zien is dat de doctrine, de zuiverheid van boeddhisme, is geïnfecteerd met etnisch-Singalees chauvinisme.’

Hij wijst op een centraal begrip dat sterk leeft onder de Singalees-boeddhistische meerderheid en dat op orthodoxe wijze voortbouwt op het theravadisme: dat van Dhammadipa. Het omschrijft Sri Lanka als eiland (dipa) bewoond door de zuiver boeddhistisch-Singalese gemeenschap (dhamma). ‘Kinderen worden van jongs af aan met dit idee vertrouwd gemaakt. In de radicale uitleg sluit het co-existentie met andere bevolkingsgroepen uit.’

Dat chauvinisme wordt flink gestimuleerd – en gebruikt – door de Srilankaanse regering en sommige Singalese media. DeVotta: ‘En het gifmengsel wordt nu geslikt door grote delen van de bevolking. De Srilankaanse regering is gebaat bij etnische tegenstellingen en denkt aan zet te kunnen blijven zolang ze een beroep doet op dat boeddhistisch-Singalees superioriteitsdenken.’

Een handjevol mensen protesteerde in april nog tegen de radicale monniken, vlak bij het hoofdkwartier van bbs in Colombo. Namal, werkzaam als ict’er, was daarbij. Hij werd vrijwel meteen gearresteerd en moest zich ook na zijn vrijlating herhaaldelijk melden bij de cid, de beruchte inlichtingendienst van de politie. ‘Ze laten me niet met rust, terwijl ze al in detail weten met wie ik contact heb en wat ik doe op Facebook.’ Hij past ervoor op zijn pagina nog langer uitspraken te doen over bbs.

Namal vreest de Boeddhistische Strijdmacht en verwante militante groepen. ‘Verontrustend is dat die monniken veel steun krijgen van hoger opgeleiden, zakenlui en studenten aan de universiteit en toonaangevende colleges. De nieuwe elite. Dat maakt die beweging zo riskant.’

Hij heeft ontzag voor het sterke internet­activisme van de monniken. Daags na de demonstratie verschenen foto’s van de actievoerders op de bbs-site met de mededeling erbij dat zij de gezichten van het verraad zijn. Namal: ‘Ze bloggen, zijn heel actief op Facebook en onderhouden verschillende haatsites, zoals van Sinhala Ravaja. Daarmee krijgen ze met gemak tienduizend mensen op straat bij hun acties. Dat is veel in Sri Lanka. Als wij een protest organiseren, komen er hooguit een paar honderd mensen.’

Ook Sanjana Hottatuwa van de website Groundviews volgt nauwkeurig wat er op internet gebeurt. Hij ziet wat bbs doet en hij peilt op websites regelmatig ‘de temperatuur’ onder moslims in het land. ‘De reacties over en weer worden met de dag radicaler. Er wordt openlijk gespeculeerd over geweld.’ Jonge moslims zijn zeer ontevreden over het uitblijven van een adequate reactie van hun oudere leiders tegen bbs. Ze voelen zich onbeschermd. Hetzelfde geldt voor de jonge Tamils, die zich in toenemende mate afkeren van Sri Lanka en hun identiteit bevestigd zien bij al dan niet militante groepen in het Indiase Tamil Nadu, aan de overkant van Palk Strait, de smalle zee-engte tussen beide landen.

Hottatuwa voorziet een etnisch conflict ‘uit het tekstboekje’ als de extremistische monniken hun gang kunnen blijven gaan. ‘Er dient zich religieus geweld aan van allen tegen allen. Politici roepen met de extremistische monniken duivels op die ze niet meer kunnen verdrijven. Ze denken dat ze bbs kunnen dirigeren, maar het extremistisch boeddhisme kan uitgroeien tot een niet te stoppen volksbeweging.’

In buurlanden wordt door militante organisaties gretig gekeken naar de ontwikkelingen in Sri Lanka. De onderlinge contacten zijn er, vooral ook via de sociale media. Hottatuwa: ‘De monniken sturen met hun geweld een open uitnodiging aan jihadisten in de regio om ook in Sri Lanka te reageren. Believe me, you don’t want to invite that devil into your courtyard.’