Opheffer

Zes kantjes

Een beginselprogramma van zes kantjes… al doen ze op internet net alsof het er elf zijn.

Het lijkt verdomd veel op een opdracht voor een eerstejaars student geschiedenis. Waarvoor die student dan terecht een onvoldoende zou hebben gekregen. Maar Wouter Bos was er nog trots op ook. Zes kantjes…

Kook de sociaal-democratie in, zet daar een oude Shell-manager op, zet een koptelefoon met scratch- en hiphopgeluiden op zijn hoofd en laat hem schrijven — en je krijgt een beginselprogramma van zes kantjes.

In het clubblad Socialisme en democratie vind je tegenwoordig heftige discussies over met welke blik we naar het nationaal-socialisme moeten kijken, en of het districtenstelsel nu wel of niet deugt, maar het papier waar het om gaat, het beginselprogramma, bevat zes kantjes.

Het gaat er niet eens om wat erin staat (een reeks onbegrijpelijke clichés), het gaat meer om wat je met zo’n vodje zegt. «Communiceert», heet dat tegenwoordig. Welnu, je communiceert met zes velletjes: «Nou jongens, dit was het dan. Helaas, meer zat er niet in. We zitten er doorheen. De sociaal-democratie en de Partij van de Arbeid hebben mooie tijden gekend, maar die zijn nu afgelopen… zes kantjes.»

Een buiging naar links, een buiging naar rechts, een buiging naar het midden, en Wouter Bos rent naar huis om te kijken of de flesvoeding al op temperatuur is.

En wij maar in dat programma kijken. Zou Bos een analyse hebben gemaakt van de huidige samenleving? Van het huidige kapitalisme? Zou hij zijn criteria hebben aangegeven? Zou hij verwezen hebben naar levensbeschouwelijke elementen?

Ik heb dat vod van internet geprint en weet niet wat ik ermee aanmoet. Voor wie is het geschreven? Voor intellectuelen? Die begrijpen echt niet wat er staat, zo vaag is het. Voor de gewone man dan, de doelgroep van vroeger? Nou, die weet ook niet wat er staat, zo vaag is het. Heeft Wouter Bos dit dan geschreven voor Ruud Koole? Nou, Ruud kan hier niets mee, wed ik, want die vindt het vast veel te vaag.

En dat is nog een ander kenmerk van dit beginselprogramma: de vaagheid wekt de indruk expres te zijn. Immers, het gaat nu goed met de partij. Niets doen levert zetels op. De vraag is of je die zetels wel moet willen. Want als je ze hebt, en je kunt macht uitoefenen, wat wil je dan? Die zes kantjes handen en voeten geven? Op dat moment zijn het maar zes kantjes.

Bos heeft verder zo’n ingewikkeld idee over verschillende fracties die er in zijn eigen partij mogen zijn dat hij als het ware schreeuwt om opheffing van de partij indien er een tweepartijenstelsel voor terugkeert. Maar dat zegt hij niet. Je vraagt je af waarom de vlotte babbelaar nog lid is van een partij, die hij weliswaar misschien aan een mooie verkiezingswinst helpt, maar die hij wil omvormen tot een nieuw D66.

Ik zit hier nu met die zes velletjes in mijn hand, en weet niet wat ik eruit moet citeren. Vooruit: «Mensen verdienen kansen. Wij willen mensen kansen geven om het beste uit zichzelf naar boven te halen. Uiteraard, mensen zijn vooral zelf verantwoordelijk voor hun eigen toekomst. Maar de uitgangsposities zijn ongelijk en de risico’s zijn voor velen groot. Alleen maar kansen bieden, zelfs gelijke kansen, is dus onvoldoende. Mensen hebben ook recht op zekerheid. De zekerheid dat essentiële voorzieningen voor iedereen toegankelijk zijn. De zekerheid dat je bij pech en tegenslag niet aan je lot wordt overgelaten. De zekerheid dat iedereen recht heeft op een fatsoenlijk bestaan.»

Ontroerend ook ergens, als je jaren voor een ideaal hebt gestre den en dan dit soort taal en denken overblijft.