Zes miljard

Zes miljard mensen op aarde, is dat slecht nieuws? Ja, vooral als je van mening bent dat de mensheid, vanwege de rampen die deze soort pleegt aan te richten in eigen en andermans leven en in natuur en milieu, maar beter zo klein mogelijk gehouden kan worden.

Iets minder slecht nieuws is het als je wat minder misogyn bent, als je vindt dat mensen ook nog iets te kiezen moeten hebben en zich niet noodzakelijkerwijs hoeven te gedragen als ratten die, eenmaal met te veel in een hok, met overgave aan elkaar beginnen te knagen. Met zes miljard mensen op aarde zijn is trouwens iets heel anders dan de geboorte van de zes miljardste baby die afgelopen maandag door iedere krant en elke nieuwslezer abusievelijk werd aangekondigd. Als gevolg van een feit dat toch algemeen bekend mag worden verondersteld, namelijk dat mensen behalve geboren te worden ook dood plegen te gaan, werd de zes miljardste baby al duizenden jaren geleden geboren. Maar ja, als er grote getallen in het geding zijn kun je vrijwel iedereen van alles wijsmaken. De zes miljard mensen zijn niet het probleem. Het consumptief gedrag van de rijkste miljard en het reproductief gedrag van de armste twee miljard, dát zijn de problemen. Want als we zo doorgaan lopen we in het jaar 2050 met elf of twaalf miljard mensen rond. Het kostte de mensheid tot het einde van de negentiende eeuw om tot een miljard te geraken en nog eens vijftig jaar om de twee miljard te bereiken. Momenteel doen we er nog slechts een jaar of tien over om een miljard levende zielen aan de voorraad toe te voegen. Toch krijgen vrouwen wereldwijd de helft minder kinderen dan hun moeders. Niet omdat ze zich zo enorm veel zorgen maken over de groei van de wereldbevolking, maar omdat de kwaliteit van hun eigen leven er drastisch op vooruit gaat als ze niet vijftien jaar lang ieder jaar zwanger zijn. Ook in arme landen weet men inmiddels dat je beter vier kinderen kunt hebben die je weldoorvoed naar school kunt sturen, dan tien waarvan de helft sterft van honger en de andere helft werkloos langs de straat schuimt. Qua oudedagsvoorziening doen die eerste vier het immers stukken beter. Er is dus een gelukkige convergentie van belangen. We weten niet hoeveel mensen de aarde kan dragen, maar we weten wel dat het overgrote deel van de groei van de wereldbevolking in ontwikkelingslanden plaatsvindt. Een snelle groei van de bevolking betekent dat de problemen van ontwikkelingslanden moeilijker zijn op te lossen. Maar vrouwen waar ook ter wereld en uit welke cultuur of van welke religie ook, krijgen minder kinderen zodra hun toegang tot het onderwijs beter geregeld is, ze de beschikking hebben over voorbehoedmiddelen en in een betere positie verkeren. Wie zich zorgen maakt over de groei van de wereldbevolking weet derhalve wat er te doen staat: vrouwen de kans geven te doen wat ze willen. Ja, niets liever willen: een beter leven leiden en minder kinderen voortbrengen. Het geeft geen pas ze van overheidswege tot dat laatste te dwingen, zoals in China. Blijven we zitten met het gedrag van het rijkste miljard. Een kind dat geboren wordt in dat deel van de wereld waar de miljard rijkste mensen zich ophouden, bijvoorbeeld in West-Europa of in de Verenigde Staten, pleegt driehonderd keer meer milieugebruiksruimte in beslag te nemen dan een kind dat in Bangladesh geboren wordt. De resterende miljarden mensen zullen waarschijnlijk streven naar een consumptieniveau dat nu is voorbehouden aan dat ene rijke miljard. Wat er met de ozonlaag gebeurt als alle Chinezen een auto en een koelkast hebben - dát verhaal. Apocalyptische visioenen zijn op hun plaats als we ervan uitgaan dat het gedrag van mensen onveranderlijk is. Als men blijft streven naar meer van het verkeerde. Alleen maken bij die aanname de aantallen niet zo gek veel meer uit. In dit tempo van aantasting van milieu en het opgebruiken van natuurlijke hulpbronnen zijn zes miljard mensen heel best in staat om de aarde binnen afzienbare tijd om zeep te helpen, daar heb je er geen tien of twaalf miljard voor nodig. Het is jammer, maar helaas. De duurzaamheid van de aarde wordt bepaald door wat we doen, niet door met hoevelen we zijn. Daarbij speelt het gedrag van mensen in ons werelddeel een grotere rol dan dat van mensen elders.