Zestig jaar De Avonden

Waardoor werd Gerard Reve beïnvloed toen hij De Avonden schreef? Daar wordt al tijden naar gespeurd. En nu wordt de zestigste verjaardag van Reve’s debuut gevierd met enkele opmerkelijke uitgaven.

Tekening: Dick Tuinder

Medium les 20nuits3

Herman Gerard de Cock
De kleine neurasthenicus: Beknopte handleiding tot een ordentelijk leven
De Bezige Bij, 508 blz., € 49,90

Paul Witteman en Dick Slootweg
De Avonden, een kleine reünie
Thomas Rap, 134 blz., € 10,-

Gerard Reve en Dick Matena
De Avonden, een beeldverhaal
De Bezige Bij, 347 blz., € 15,-

Gerard Reve
De Avonden (58ste druk)
De Bezige Bij, 287 blz., € 25,-

Door wie of wat is Gerard Reve beïnvloed? Die vraag is vaak gesteld. Meestal in studies over Reve’s debuutroman De Avonden. Zo schreef bijvoorbeeld Mirjam Rotenstreich in Over den titel dienen wij ons geen zorgen te maken (1997) dat gekeken moest worden naar de invloed van graaf Leo Tolstoi, want in het oorspronkelijke manuscript van De Avonden had Reve immers zelf geschreven: ‘We moeten ons niet den een of anderen vorm laten opdringen. De mededeelende verhaal-vorm is absoluut niet verwerpelijk, zie DE DOOD VAN IWAN ILJITSJ van Graaf Leo Tolstoi.’ Ze komt met een aantal passages die op elkaar lijken, maar betekent zoiets dat je dan van invloed kunt spreken?

Nadat ‘Simon van het Reve’ met De Avonden was gedebuteerd, was merkwaardigerwijs ‘de invloed’ ook een vraag, en eveneens bleek destijds het antwoord niet eenduidig: ‘Hij heeft de stijl van Camus’, zei Pierre Dubois. ‘Net Hemingway’, meende tante Annie Romein. ‘Precies Frans Coenen’, oordeelde de invloedrijke Ritter. ‘Een nieuwe Herman Robbers’, vond recensent Van Eckeren. ‘Emants en Van Oudshoorn’, zei Stuiveling.

Ik heb eens aan de broer van Gerard, Karel van het Reve, gevraagd of hij wist door wie Gerard was beïnvloed. Het antwoord dat hij gaf, was eigenlijk datgene wat hij al had opgeschreven in zijn boek Geschiedenis van de Russische literatuur: ‘Over de invloed van een schrijver op andere schrijvers. Daar is erg veel over geschreven, waarbij in het voorbijgaan moge worden opgemerkt dat een heel belangrijke literaire invloed, de negatieve, zo weinig ter sprake komt: een goede schrijver, die uit zichzelf misschien geneigd zou zijn romans à la Toergenjev te schrijven, laat dat wel uit zijn hoofd als hij de romans van Toergenjev gelezen heeft. (…) Daar komt nog het volgende bij: een goede schrijver – en een literatuurgeschiedenis gaat nu eenmaal vooral over schrijvers die de moeite van het lezen waard zijn – stijgt eigenlijk boven alle invloed uit. Zeker, het proza van Poesjkin is beïnvloed door Voltaire, Chamford, Karamzin, Walter Scott, Marlinski – maar uit die invloeden is iets ontstaan dat geheel uniek is. Het is natuurlijk leuk om te zien dat bepaalde zinsneden van Poesjkin regelrecht uit Marlinksi komen, maar Poesjkins verhalen zijn oneindig veel beter dan die van Marlinski. Die invloed zou ook uit C. Joh. Kievit kunnen komen als Poesjkin die toevallig gelezen had. Kennis van al die invloeden verschaft ons geen enkele informatie over de kwaliteit van Poesjkins proza.’

Ik geef even weer wat ik verder nog heb genoteerd over wat Karel vond van de stijl van Gerard: ‘Hij is een van de weinige mensen in Nederland die Nederlands schrijven. Dat komt bijna niet voor, leesbaar Nederlands.’

‘Zie je zelf overeenkomsten tussen de stijl van jou en je broer?’ vroeg ik.

Karel: ‘Een zekere affiniteit is er wel.’

‘Waar komt die vandaan?’

‘Moet die ergens vandaan komen dan?’

‘Er zijn toch wel schrijvers die je beïnvloed hebben?’ vroeg ik.

Karel haalde zijn schouders op: ‘Je bent het product van zoveel invloeden. Je kunt een geweldige bewonderaar zijn van Heine, maar als je je eigen stijl bekijkt, dan kan die beïnvloed zijn door Roothaert. Maar je hoort er niemand over, want je schreeuwt steeds dat je Heine zo goed vindt. Het vinden van je eigen stijl wordt misschien mede beïnvloed door heel kleine dingen. Misschien omdat je ergens, in een uithoek, een zin vindt die een zin van jou is. En daar ontwikkel je dan een eigen stijl uit. En die zin heb je misschien gevonden bij Pietje Bell. Terwijl al die zinnen die je hebt proberen te imiteren van Heine, Tolstoi, Schopenhauer, of wie dan ook, jouw stijl niet zijn. Als je dus op zoek gaat naar je eigen manier van schrijven, moet je enorm om anderen heen lopen, anders wordt het niks.’

Het vinden van een stijl, beweert Karel, wordt misschien wel beïnvloed door heel kleine dingen.

En dus ontstond in de wereld van de literaire sub-literatuur een run op de ‘kleine dingen’ die Reve zouden hebben beïnvloed.

Was het misschien te vinden in het kinderboek Mop het Strop dat op Reve’s verlanglijstje stond, zoals afgedrukt in Album Reve? Het was een boek dat geschreven was door… zijn vader.

Was die typische Reve-stijl – in een archaïsche toon soms iets banaals zeggen – niet karakteristiek voor het Vossius-gymnasium, waar beide broers op hadden gezeten, zoals historicus en schoolgenoot Richter Roegholt beweerde? Of was die stijl typisch des Parools – de krant waar Gerard (en zijn vader) bij hadden gewerkt en die zeker ‘een toontje’ had? Hadden Simon Carmiggelt, Annie M.G. Schmidt, Roos, Henri Knap ook soms niet iets archaïsch in hun taalgebruik? En behoren die ook niet tot de grappige auteurs?

De helaas te vroeg overleden _Parool-_columnist Nico Merx was een meester in het hilarisch archaïsch taalgebruik. (‘Reeds vroeg in de middag gevoelde ik mij vederlicht doordat ik opgetild werd door een witgekuifde lekkernij van de firma Heineken waarnaast ik een klein onversneden bleekneusje van de firma Schiedam had gezet, welke combinatie mij mettertijd de kunde en de kennis verschaft met de gevederde vrienden des velds te spreken. “Dag musjeklein, wat doet gij hier?” vroeg ik dan ook.’)

Nico kende Reve van vlak na de oorlog en was ervan overtuigd dat de stijl die hij ook bezigde na de oorlog vooral gevonden kon worden in café Scheltema, waar het journaille van de verzetskranten met grote regelmaat verbleef.

Kleine dingen. Misschien net zo waar als onwaar.

Maar die speurtocht leverde ook zaken op die misschien eveneens van invloed zijn geweest op Reve’s stijl, maar ook voorkomen in het werk van de volksschrijver. In Kort revier (1973) vertelden Klaus Beekman en Mia Meijer dat Reve de auteur Herman Gerard de Cock grondig had gelezen.

Het is de journalist Wim Wennekes geweest die het boekje De kleine neurasthenicus: Beknopte handleiding tot een ordentelijk leven, geschreven door die Herman Gerard de Cock (Utriusque iuris doctor), naar boven haalde.

Wennekes beschrijft in Omtrent De Avonden (1981) waar Gerard in De Avonden het boek aanhaalt en gebruikt (De kleine zenuwlijder heet het boek in De Avonden). Later zal Reve dit boek ook nog eens gebruiken in Het boek van violet en dood.

De kleine neurasthenicus is thans opnieuw uitgegeven, de tweede druk na de eerste in 1922. ‘Gerard moest erg om dit boek lachen’, vertelde Robert van Amerongen, die als Viktor Poort in De Avonden voorkomt. En dat begrijp je als je het leest. Het bevat ziektegeschiedenissen die in kindertaal worden verteld: ‘“Als ’k een brief wil schrijven”, zegt van der Hoempa tot z’n dokter, “dan moet ik op m’n knieën gaan liggen, want dat verlicht m’n maag. En dan moet ik me wat op de grond rondrollen om courage te krijgen.” “Zoo, Hoempa”, zegt de dokter, “en als je dat dan gedaan hebt, schrijf je dan een brief?” “Nee, dokter, dat doe ik niet, want dan ben ’k te moe van ’t rollen, en dan moet ik eerst weer op m’n bed op verhaal komen.”’ (DKN, p. 199)

Het is nog steeds grappig om te lezen. Het boek geeft – vreemd genoeg – een mooi beeld van de geestesziekten in de beginjaren van de vorige eeuw. Maar is het een belangrijk boek om iets te weten te komen over de stijl van Reve?

Ik betwijfel het. Het zegt iets over waar Reve om moest lachen, en wat hij ook wel gebruikt heeft, maar rechtvaardigt dat een facsimile-uitgave? Trouwens, een echte facsimile is het ook niet. Het oorspronkelijke boek is veel dunner. Als het dan toch geen echte facsimile is, dan had de studie van Wem Wennekes er best bij gekund – dat zou dit boek meer rechtvaardigen omdat Wennekes vooral het verhaal van De Cock heeft uitgezocht plus de relevantie van het boek met betrekking tot De Avonden. Dat het ontbreekt is jammer.

Tegelijkertijd met dit boek verscheen, ter gelegenheid van de zestigste verjaardag, ook een herdruk van De Avonden. Deze herdruk heeft precies hetzelfde omslag als De kleine neurasthenicus. Dezelfde belettering ook.

Waarom in godsnaam? Je viert de zestigste verjaardag van een boek. Dan kan ik me voorstellen dat je een omslag maakt zoals we dat nu in 2007 doen, of zoals men dat deed in 1947. Maar een omslag in de stijl van 1922 ontgaat mij totaal. Wat heeft de uitgever bezield?

Om deze herdruk wat meer reliëf te geven is er ook een herdruk verschenen – bij Thomas Rap – van een boek van Paul Witteman en Dick Slootweg waarin de hoofdpersonen van De Avonden met elkaar converseren over Gerard, onder de titel De Avonden, een kleine reünie. Erg aardig. Maar… oorspronkelijk heette dit boek uit 1980 Hoei Boei! Herinneringen aan De Avonden van Gerard Reve. De kleine reünie van Jaap, Joop & Viktor.

Waarom is de titel veranderd? En waarom heeft men een slechtere titel gekozen!

Tot slot. Al een tijdje terug (2003) heeft Dick Matena De Avonden getekend. Als strip. Die is nu ook herdrukt. Maar… niet in het formaat van een stripalbum, maar in het formaat van een roman. Dus nu zijn alle plaatjes piepklein! De letters zijn bijna niet te lezen!

Kortom, er zijn vier boeken verschenen. Met al die boeken is iets aan de hand. Het ene is een facsimile die geen echte facsimile is en waaraan duidelijk zaken ontbreken waar je als Reve-liefhebber wel behoefte aan zou kunnen hebben. Er is een herdruk van een boek verschenen met de verkeerde titel. Er is een herdruk van een stripalbum verschenen die we niet kunnen lezen. En er is een herdruk uit 1947 verschenen ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van het boek, met een verzonnen omslag uit 1922.

Gefeliciteerd.