De poëzie van Warsan Shire

Zet jezelf in brand

Een meisje dat een atlas vasthoudt en koestert, dat is het beeld dat wordt opgeroepen in What they did last afternoon, een gedicht van Warsan Shire.

Medium 14704444953 16f406917c b

[I] ran my fingers across the world

and asked where does it hurt?

It answered
everywhere

everywhere

everywhere

Drie keer everywhere op een rij, het bleek precies de stemming te verwoorden die heerste in de nadagen van de aanslagen in Parijs, afgelopen november. Op social media gingen de dichtregels viral. Buiten bleven de straten leeg, bijna niemand demonstreerde zoals na de aanslag op Charlie Hebdo. Het strijdlustige Je suis Charlie werd vervangen door het matte Pray for Paris, een leus die bovendien verontwaardiging ontketende, want wie bad er voor Beiroet (37 doden) Nigeria (meer dan honderd doden), Mali (twintig doden)? Het repetitieve everywhere leek een gevoel te bevatten dat mensen wereldwijd deelden: dat dit geen kwestie was van een kus erop en doorgaan. Zeer deed het overal.

Wat weinig mensen zich echter leken te realiseren, was dat Shire’s werk al eerder het nieuws haalde. Afgelopen oktober, tijdens het in ontvangst nemen van applaus na een voorstelling van Hamlet, citeerde de Britse acteur Benedict Cumberbatch Shire’s gedicht Home. Het nietsvermoedende theaterpubliek werd door een zichtbaar geëmotioneerde Cumberbatch om de oren geslagen met een vlammende aanklacht tegen het Britse asielbeleid. ‘ __No one leaves home unless home is the mouth of a shark’, staat in het gedicht. _ No one leaves home until home is a sweaty voice saying leave, run away from me now. I don’t know what I’ve become, but everywhere is better than staying here.’_

Warsan Shire (1988) werd geboren in Nairobi, Kenia. Haar ouders komen uit Somalië. Toen Warsan één was emigreerde het gezin naar het Verenigd Koninkrijk, waar ze creative writing studeerde. Twee bundels publiceerde Shire: haar debuut Teaching My Mother How to Give Birth en het in november uitgekomen Her Blue Body, een verzameling gedichten die ze schreef als London young poet laureate, een erepositie voor jonge dichters uit die stad.

Home en What they did last afternoon waren bovendien niet de eerste gedichten die hun weerklank vonden. Het gedicht For women who are difficult to love bijvoorbeeld, werd veel gedeeld op internet. Het gedicht is een ode aan het anders-zijn, en daarom gemaakt voor dat medium – denk aan de trotse instagram-accounts van dikke modellen, de blogs van transgenders, feministen. Juist deze mensen spreekt Shire aan. ‘You are a horse running free’, houdt ze hen voor. Verander niet en wordt vooral niet liever of mooier omdat de maatschappij dat van je vraagt.

Sowieso is internet Shire’s medium. Het is hier waar haar wereldwijde publiek elkaar ontmoet. Op Twitter heeft ze meer dan vijftigduizend volgers. Lange tijd hield ze een veelgelezen Tumblr-blog bij getiteld Warsan vs Melancholy. Zelf lijkt ze echter vooral de draak te steken met haar status van internet-poëet. Neem bijvoorbeeld het gedicht 34 reasons why we failed at love, het klinkt precies als de populaire internetlijstjes van Buzzfeed.

In haar debuut wordt het ietwat frivole van dat soort gedichten verrassend genoeg probleemloos gecombineerd met heel ander soort werk: schrijnende, directe getuigenissen uit een oord verscheurd door conflict en oorlog. Vrouwen en meisjes zijn ook hier de protagonisten, maar hier is geen tijd voor liefdesverdriet of lijstjes. Dit zijn berichten uit de marge, het decor bestaat uit wc’s op luchthavens, waar meisjes hun paspoort verscheuren of de laadruimte van een vrachtwagen waar mensen zich voeden met krantenpapier. Het zijn gedichten waarin een vrouw ‘huilt als iemand op tv, dubbelgevouwen als een briefje van 5 pond’, waarin bezworen wordt: to my daughter I will say/ when the men come, set yourself on fire’.

Toch bestaat er niet zoiets als een tweedeling in Shire’s poëzie. Het meisjesachtige uit ander werk schemert ook door deze gedichten, het hoort ook bij de dichter en de door haar opgeroepen vertellers. Ook in de meest benarde, wrede situaties duiken liefde en sensualiteit op, zoals in Home: remember the boy/ who kissed you dizzy/ behind the old tin factory’, staat er. Om vervolgd te worden met ‘He is holding a gun as big as his body’. Hier blijft niets onbesproken, lijkt Shire te zeggen. En als er niets onbesproken blijft, zal er ook niet gezwegen worden over de tederheid tussen mensen, over hun verlangen naar elkaar.

Die tederheid in Teaching My Mother speelt zich bovendien af tegen de achtergrond van een conservatieve Islam. Elk gebaar van affectie krijgt daardoor de lading van iets geheims of verbodens. Tegelijkertijd is het een blik achter de sluier die natuurlijk aanvoelt. Er wordt geen oordeel geveld of een politiek standpunt ingenomen. De religie hoort bij de protagonisten. Het hoort bij de wereld waar ze zich het meest thuis voelen, een wereld die ze zich, ver daarvandaan, met weemoed herinneren.

En soms biedt de religieuze context zelfs een fijne noot ironie, zoals in het gedicht Beauty, waarin een zus wordt opgevoerd: ‘ __When she was my age, she stole the neighbour’s husband, burned his name into her skin/ For weeks she smelt of cheap perfume and dying flesh.’ In de tweede strofe snauwt deze zus, al kauwgom kauwend: _ Boys are haram, don’t ever forget that.’_

Het is verleidelijk om je af te vragen hoeveel er van de beschreven ervaringen in Teaching My Mother autobiografisch is. Gaat het hier over getuigenissen uit de omgeving van de dichter? ‘Your daughter’s face is a small riot, her hands are a civil war’, staat er ergens. Over wie gaat dit, wie wordt hier aangesproken?

De vraag naar de identiteit van de spreker raakt aan de grote inspiratiebron van Shire: de poëtische traditie van het land van haar ouders, Somalië. In een cultuur zonder schrift werd geschiedschrijving, politiek en vermaak de taak van de dichter. In de mondelinge verteltraditie die hieruit ontstond, werd vaak eerst geput uit de eigen ervaring. Wanneer het epos vervolgens werd doorverteld, kon de spreker zelf zaken toevoegen of uitleg verschaffen over de auteur. Zo ontstond een netwerk van verhalen en ervaringen: een collectief geheugen in de taal.

Shire richt haar pijlen op dat collectieve geheugen. De getuigenissen van de mensen die ze opvoert, de verschoppelingen, de onwelkome migranten en getraumatiseerde oorlogsvluchtelingen moeten een toevlucht kunnen vinden in ons achterhoofd. Poëzie vervult hier weer de ouderwetse rol van wapen tegen de vergetelheid, maar is tegelijkertijd een aanklacht en een oproep tot mededogen.

Maakt het daarbij uit of de getuigenissen echt zijn? Nee. Sterker nog, de kracht van poëzie als die van Warsan Shire is juist dat het antwoord op de vraag wat er ‘echt’ is en wat niet onbeantwoord blijft. In een wereld waarin er sprake is van een vluchtelingencrisis, waar we iedere dag worden overspoeld door ooggetuigenverslagen, nieuwsfoto’s en de waarschuwing ‘contains graphic content’, biedt poëzie ademruimte door ons juist daar in het ongewisse te laten. Het had zo kunnen zijn, vertellen de gedichten van Warsan Shire ons, het had zo kunnen gebeuren. Misschien is dat juist waarom haar gezichtloze personages ons voor het morele blok zetten. Het zijn reizigers die we kort ontmoeten waarna we weer verder gaan, op weg naar een plek die vreemd is, maar veilig. Maybe home is somewhere I’m going and never have been before’, is hun aarzelend hoopvolle conclusie.


Beeld: Flickr/cc