Menno Hurenkamp

Zeuro (2)

Er is ook voor royalisten geen ontkomen aan. Beatrix’ hoofd is afgezaagd. Zowel op de 1 als op de 2, 10, 20 en 50 eurocent. Iemand heeft een danige hap genomen uit de koninklijke schedel en deze vervolgens netjes horizontaal afgevijld. Haar gezicht neemt hoe dan ook een nauw verholen Hunnenprofiel aan. Zelfs als je geen opvatting over de Oranjes hebt, dringt het zich op: je kunt op de vlakte van haar kapsel met een helikopter landen. Maar onze koningin herken je niet meer. Het gelaat doet op zijn best denken aan een Romeinse legerhoofdman uit de avonturen van Asterix de Galliër. Wat zou dit te betekenen hebben — een aankondiging van langzaam verdwijnen van het koningshuis? Een weigering van Beatrix om helemaal op een andere munt dan de gulden te staan?

Ik heb meteen de andere euro’s bekeken. De meeste zijn heel braaf: leeuwtjes uit Finland en Ierse harpjes waar je niets achter kunt zoeken. De connectie tussen land en illustratie vergt wat improvisatie, maar dan geven ze een aangename indruk. Als ergens nog een koning aan het roer staat, heeft die als illustratie natuurlijk voorrang op allerlei gebouwen en symbolen. Dus de zuiderburen hebben Albert — met een tamelijk dik hoofd waar, in tegenstelling tot Beatrix’ portret, best een stuk af had gekund. Spanje heeft koning Carlos, al is die niet belangrijk genoeg om alle muntstukken te halen.

Sommige nationale varianten van de euromunten zijn nog intrigerender dan de halfonthoofde Beatrix. Op het Oostenrijkse twee-eurostuk prijkt bijvoorbeeld Bertha von Suttner. Dat is zo ongeveer de grondlegger van de internationale vredesbeweging. Door stom toeval of voor de verandering heeft het door rechts en extreemrechts bestuurde land de afgelopen jaren eens niemand de oorlog verklaard. Voldoende reden, vonden de Oostenrijkers, om een Nobelprijswinnares op te voeren «als symbool van Oostenrijks inspanningen voor vrede». De Grieken hebben zich ook uitgeleefd in de pan-Europese gedachte. Op hun munten duiken allerlei vermetele vrijheidsstrijders op. Zoals de voormalige Griekse premier Venizelos die begin deze eeuw de Turken uit Europa smeet. Met onder andere Cyprus en een mogelijke Turkse toetreding tot Europa in het achterhoofd willen de Grieken vermoedelijk geen misverstanden laten bestaan over Ottomaanse aanspraken op hun eigendommen. En door het afbeelden van Balkan-bevrijders als Venizelos en de negentiende-eeuwse Ioannis Capodastris krijgen ook de Serven tussen de regels door een hart onder de riem gestoken in hun strijd tegen de Moslims.

Je zou goed moeten zijn in geschiedenis om na te gaan wat de pacifiste Von Suttner zou vinden van lepeltje-lepeltje liggen in je portemonnee met de militante Venizelos. Of om zeker te weten dat dit willekeurige zootje munten bijdraagt aan de Europese gedachte. Maar het is een mooie test. Als over tien jaar niet al die koppen en harpjes verdwenen zijn, blijft de Europese Unie altijd een verzameling ingewikkelde gebouwen in Brussel.