Zeven

Bij een discussie over ‘de verantwoordelijkheid van de televisiemaker’ schetste Rik Rensen, hoofdredacteur van RTL-Nieuws, verleden en toekomst van de ‘nieuwstelevisie’. Hij memoreerde hoe in de begintijd van de NTS er per journaal rond vijf minuten buitenlands nieuws werd vertoond dat pittig belegen tot oud was.

En hoe, als het met het vliegtuig tegen zat, de rubriek verviel: ‘wegens mist geen buitenlands nieuws vandaag’. Het kwam er in elk geval op neer dat er nog lang na die oertijd, en in zekere zin tot op heden, vele zeven zaten tussen wat de razende reporter aan beelden liet schieten en wat uiteindelijk de uitzending haalde. Zeven in de persoon van redacteur, eindredacteur, hoofdredacteur. Dat wat de kijker te zien kreeg was resultaat van een aantal weloverwogen keuzes ten aanzien van niet alleen relevantie maar bij voorbeeld ook ethiek. Ik herinnerde me dat ik vroeger nog wel eens de staf brak over het NOS-Journaal wanneer dat beelden toonde en verhalen liet horen die het volgens mij voor zich had moeten houden - een vrouw die door hulpverleners de kleren van het lijf werd gescheurd bij een vulkaanuitbarsting; een meisje dat langzaam in de modder stierf na een aardbeving. Nog altijd sta ik achter mijn toenmalige kritiek, maar tegelijk besef ik sterker dan toen het Don Quichoteske daarin, gezien het feit dat sindsdien wereldwijd de grens van het toelaatbare voortdurend is verlegd. En dan zijn NOS-Journaal en RTL-Nieuws nog heilig vergeleken bij wat elders de revue passeert. Maar of ik het nu wel of niet met de beslissingen eens was, ze waren, neem ik aan, resultaat van overleg en afweging. De clou van Rensens verhaal was dat, door het voortschrijden en relatief goedkoper worden van de techniek, die afwegingen minder en minder zullen worden want dat de zeven zullen verdwijnen. Hij voorspelde niet minder dan een nieuwsrevolutie: binnen vijf jaar zal er een zender zijn die met een jaarbudget van niet meer dan vijftig miljoen continu nieuws en sport uit zal zenden. Hoofd- en eindredacteur zullen meer en meer budgetbeheerder en doorgeefluik worden terwijl de verantwoordelijkheid voor vorm en inhoud verschuift naar de verslaggevers ter plekke die ongefilterd door zullen geven, zoals dat nu soms al op de radio het geval is: 'Kom er maar in.’ Dit legt een enorme verantwoordelijkheid op die vrouw of man 'op de werkvloer’ en het betekent dat zij buitengewoon hoog gekwalificeerd moeten zijn. 'Zouden moeten zijn’, lijkt me beter, want de ruimte lijkt me volop aanwezig voor het wat minder begaafde en integere en wat meer ambitieuze deel van wat zich televisiejournalist noemt. Rensen schilderde hoe een journalist met een rugzakje zendapparatuur aan het front in de Syrisch-Jordaanse oorlog verslag zou doen van de gruwelijkste handelingen. Baldadig als ik ben herinnerde ik me berichten over atoomwapens in rugzakjes en ik zag voor me hoe de ene rugzakdrager de andere zou proberen op te sporen om de primeur te hebben van de Grote Knal die wereldwijd 'live’ voor de beslissende lichtflits op onze schermen zou zorgen. Ook zonder dat een angstaanjagend scenario.