Asielzoekers blijven steken voor de Europese buitengrens

Zeven keer de grens over, zeven keer gepakt

3 april 2013 - Honderden migranten kwamen afgelopen maand om het leven in de Middellandse Zee, op weg naar Europa. Terwijl Europese regeringsleiders praten over verscherpte grenscontroles, zoeken de vluchtelingen nieuwe routes – onder andere via de Balkan.

Het is druk in internetcafé Fratelli. De kleine ruimte is volgepakt met computers en staat blauw van de rook. Iedere plek is bezet, met soms drie mannen tegelijk die naar hetzelfde beeldscherm zitten te staren. Goedkope housemuziek klinkt uit de boxen. ‘Mag ik een glas water?’ roept een Syrische man naar de jongen achter de bar. ‘Voda’, zegt Nemanja. ‘Water is voda in het Servisch.’ De Syriër kijkt even op van zijn beeldscherm en probeert ‘voda’ uit te spreken. Maar als Nemanja hem het glas aanreikt, is zijn aandacht alweer verslapt. ‘Sjoekran’, bedankt hij in het Arabisch. Nemanja glimlacht. ‘Het is hvala’, zegt hij. ‘Hvala is dank je wel.’ ‘Hvala’, herhaalt de Syriër.

Nemanja (21) pakt zijn bril van de bar om de administratie te bekijken. Het montuur is aan de rechterkant gebroken, met plakband heeft hij het weer aan elkaar geplakt. ‘Sommigen zitten hier al de hele ochtend’, zegt de Serviër terwijl hij het handgeschreven overzicht van de computerplekken langsgaat. ‘Een uur internetten kost honderdvijftig dinar, nog geen anderhalve euro. Evenveel als een minuut bellen naar hun eigen land.’ Op het beeldscherm tegenover de bar verschijnt een foto van een baby in een wit satijnen jurkje. Even blijft het beeld hangen. Vervolgens een filmpje van wat mannen die muziek maken en dansen in de woestijn. Facebook.

‘Tot de asielzoekers kwamen, was hier helemaal niks te beleven’, vertelt Nemanja over Bogovadja, het gehucht in Centraal-Servië waar anderhalf jaar geleden een asielzoekerscentrum werd geopend. ‘Maar nu is het hartstikke druk.’ Hij gebaart naar de mannen die aan het praten zijn met elkaar, of met iemand aan de andere kant van de wereld. ‘Afghanistan, Algerije, Soedan, Kenia, Marokko, ze komen overal vandaan. ’s Ochtends staan ze in groepjes al buiten te wachten tot we opengaan.’ Nemanja gooit wat houtblokken in de kachel naast de bar. ‘Hier kunnen ze met hun familie skypen of contacten leggen met smokkelaars die hen de grens over helpen. De meesten leren niet echt Servisch in de tijd dat ze hier zijn. Logisch ook, want ze blijven meestal maar kort. Ze willen naar Europa.’

Bogovadja is niet veel meer dan een hoofdstraat met twee buurtsupertjes en internetcafé Fratelli. Het gehucht telt hooguit een paar honderd inwoners. Toen het voormalige vakantieoord in de heuvels vlak buiten het bewoonde gebied werd omgetoverd tot asielzoekerscentrum stonden de dorpsbewoners wel even te kijken, erkent Nemanja. Servië was nooit een populaire bestemming voor migranten, en vluchtelingen die naar Europa wilden, probeerden het via de eilanden in de Middellandse Zee of via Griekenland. Maar Frontex, de organisatie die de Europese buitengrenzen bewaakt, slaagt er steeds beter in de routes via eilanden als Lampedusa en Malta te blokkeren. En sinds de economische crisis heeft Griekenland zijn status als eerste veilige haven in Europa verloren. Dus trekken de migranten verder, via Macedonië en Servië naar Hongarije. ‘De meesten van ons hadden nog nooit zwarte mensen gezien’, zegt Nemanja. ‘In het begin dachten we: wat krijgen we nou? Maar inmiddels zijn we eraan gewend. Zwarte mensen zijn hartstikke aardig, ze maken nooit problemen.’

Medium nadjtorma 09

‘Servië ligt sinds 2011 op een van de belangrijkste doorgangsroutes naar Europa’, bevestigt Rados Djurovic, directeur van het Asylum Protection Center, een Servische non-gouvernementele organisatie die voor de rechten van asielzoekers opkomt. Hij schat dat er in het afgelopen jaar zeker twintigduizend migranten het land zijn binnengekomen. ‘De meesten blijven echter onzichtbaar, die gebruiken Servië alleen als transit en reizen zo snel mogelijk door. Tot een half jaar geleden ging dat nog vrij makkelijk.’ Maar Hongarije is met hulp van Frontex in rap tempo zijn grenzen beter aan het beveiligen, waardoor migranten noodgedwongen langer blijven steken in Servië. ‘Eerst waren ze hier hooguit een paar dagen of weken, nu zitten sommigen hier maandenlang vast.’

Volgens Djurovic kan Servië die recente stroom vluchtelingen niet aan. ‘De centra zitten vol, mensen slapen buiten, in de bossen, in de open lucht. In de zomer gaat dat nog wel, maar in de winter kan de temperatuur dalen tot min twintig. Er ligt bijna permanent sneeuw.’ Vanuit zijn kantoortje op de achtste verdieping van een Belgradoos flatgebouw probeert Djurovic met zijn collega’s wat aan de situatie te veranderen. Want de Servische autoriteiten doen volgens hem niet genoeg: ‘Ze zouden extra centra moeten openen of op z’n minst tenten moeten leveren. Niemand neemt z’n verantwoordelijkheid.’

Het is een kwestie van tijd voordat de nu nog vriendelijke sfeer in Bogovadja omslaat, denkt Djurovic: ‘Dat hebben we gezien in Banja Koviljaca.’ In Banja Koviljaca, een stadje op de grens met Bosnië en Herzegovina, stond lange tijd het enige asielzoekerscentrum van Servië. Tot een paar jaar geleden was dat voldoende, maar toen de stroom richting Hongarije op gang kwam, werd het centrum al snel te klein. Er werden plannen gemaakt om een tweede asielzoekerscentrum in het stadje te openen, maar die werden volgens Djurovic door politieke partijen misbruikt voor hun verkiezingscampagne. ‘Er werden geruchten verspreid: er zouden verkrachtingen zijn geweest door asielzoekers, diefstallen, inbraken. Er werd zelfs gewaarschuwd voor tuberculose. Niets daarvan is bewezen, maar de lokale bevolking werd daarmee wel schrik aangejaagd.’ Gewelddadige demonstraties tegen de opening van een nieuw centrum volgden in 2011, waardoor de plannen uiteindelijk van tafel werden geveegd. ‘Hetzelfde zien we nu in Bogovadja gebeuren’, zegt Djurovic. ‘Sommige migranten hebben in de afgelopen maanden schuurtjes gekraakt, of leegstaande woningen, vanwege het ruimtegebrek en om het in de winter toch nog een beetje warm te krijgen. Het duurt niet lang of de lokale bevolking komt in protest. En ik kan ze geen ongelijk geven, de situatie is onhoudbaar.’

‘Salaam aleikum’, groet een Marokkaanse jongen met een joggingbroek en een zwart mutsje als hij internetcafé Fratelli binnenstapt. Hij schudt wat bezoekers de hand en loopt naar de houtkachel. ‘Dit is al de tweede keer dat ik in Bogovadja ben’, vertelt hij in gebroken Engels. ‘Twee weken geleden heb ik geprobeerd de grens met Hongarije over te steken. Mislukt. Ik werd opgepakt en ben teruggestuurd naar Macedonië.’ Vanuit Macedonië stak hij opnieuw de grens over met Servië, en nu wacht hij op een nieuwe kans om de Europese Unie te bereiken. ‘Ik wil naar Italië’, zegt hij terwijl hij zich opwarmt aan het vuur. ‘Naar Turijn. Mijn broer woont daar.’

Geruchten over de strengere bewaking op de grens met Hongarije verspreidden zich de laatste maanden als een lopend vuurtje door Bogovadja. ‘Frontex gebruikt drones, warmtedetectoren en radars om je ’s nachts op te sporen’, zegt de Marokkaan. ‘Het is hartstikke gevaarlijk daar in de bossen. Je maakt geen enkele kans.’ Nu wil hij via Kroatië proberen om in Italië te komen. ‘Insjallah’, zegt hij terwijl hij achter een vrijgekomen computer gaat zitten.

Medium nadjtorma 11

Maar ook Kroatië is niet zo makkelijk meer te bereiken, weten veel migranten inmiddels uit ervaring. ‘Met twaalf man reden we in een minibusje naar de grens’, vertelt Nada, die eenzaam aan een tafeltje zit in een vervallen restaurant, een half uur lopen van Fratelli. ‘Anderhalf uur moesten we door de bossen lopen, en aan de andere kant zou een auto op ons wachten om ons naar Zagreb te brengen’, zegt ze terwijl ze een hap neemt van de hamburger die de serveerster in bodywarmer zojuist voor haar neus heeft neergezet. ‘Onderweg werden we gepakt door de politie. Drie dagen hebben we in de cel gezeten, en toen zijn we teruggestuurd naar Servië.’ Ze kijkt uit het raam naar de besneeuwde heuvels. ‘Nu weet ik niet meer wat ik moet doen’, zegt ze. ‘Mijn geld is op.’

Nada is 27 jaar en vertrok acht maanden geleden uit Eritrea, op zoek naar een betere toekomst. Via Soedan kwam ze in Turkije terecht, waar ze de Evros-rivier overstak in een gammel plastic bootje. ‘Heel gevaarlijk’, zegt ze. ‘Als het bootje omslaat, is het: ciao ciao!’ In Griekenland bleef ze vijf maanden, totdat ze tot de conclusie kwam dat haar situatie daar nog slechter was dan in Eritrea. Ze besloot verder te trekken. ‘De grens tussen Griekenland en Macedonië ging nog wel. We moesten drie uur lopen over heuvels en door bossen, en toen waren we aan de andere kant. Een taxi stond op ons te wachten en bracht ons naar de Servische grens.’ Die grens bleek een stuk lastiger te passeren. ‘Ruim negen uur lopen, en veel meer politiecontrole. Zeven keer heb ik het geprobeerd, zeven keer is het mislukt. Steeds werden we gearresteerd en teruggestuurd. Maar we gingen steeds opnieuw. De achtste keer lukte het wel.’

Op 28 december 2012 – de datum staat in haar geheugen gegrift – arriveerde Nada in Bogovadja. Nadat ze de geruchten had opgevangen over de nieuwste technische snufjes van Frontex besloot ze om via Kroatië te proberen de Europese Unie te bereiken. ‘Duizend euro heb ik aan die smokkelbaas betaald om de grens over te komen’, zegt ze. ‘Nadat we waren opgepakt heeft hij ons beloofd om ons opnieuw naar de grens te brengen. Maar we hebben niks meer van hem gehoord.’ Majid (26), een Palestijn, komt bij haar aan tafel zitten. Hij zat in hetzelfde busje als Nada richting Kroatië. ‘Op het politiebureau aan de andere kant van de grens werden we als criminelen behandeld’, zegt hij. ‘We kregen geen eten en mochten niet met elkaar praten. Toen ik daarover klaagde, hebben een paar agenten me uit de cel gesleurd en in elkaar geslagen. Ik heb geroepen dat ze op deze manier nooit lid zouden worden van de Europese Unie, dat ik alles zou vertellen zodra ik in het Westen zou aankomen.’

Maar het is nog maar de vraag of Majid en Nada ooit in het Westen zullen belanden. Ze leven nu al een paar maanden in de bossen rondom Bogovadja. Omdat ze illegaal in Servië zijn, hebben ze geen recht om in het asielzoekerscentrum te verblijven. ‘Met een paar man slapen we in de ruïne van een huis’, vertelt Majid. ‘’s Nachts maken we een vuurtje om niet te bevriezen. Maar met die sneeuw is dat erg lastig.’ Nada zit het liefst de hele dag aan haar tafeltje in het vervallen restaurant. Van haar laatste geld koopt ze af en toe een flesje cola, of een hamburger. ‘Soms probeer ik ’s nachts stiekem het asielzoekerscentrum binnen te glippen’, zegt ze terwijl ze de gekleurde doek om haar hoofd nog wat strakker aantrekt. ‘Met de hulp van wat vrouwen die hier legaal zijn, lukt dat gelukkig wel eens.’ Eens per week belt ze met haar drie kinderen in Ethiopië, die ze bij haar moeder heeft achtergelaten. ‘“Waarom kom je niet terug?” vragen ze aan mij. Ik durf ze geen antwoord te geven.’

‘Geld is de sleutel’, weet ook Rados Djurovic van het Asylum Protection Center. ‘Als je maar een dikke portemonnee hebt, zit je als je wilt morgen nog in Amsterdam.’ Hij heeft in de afgelopen jaren genoeg voorbeelden gezien van inventieve methodes om migranten de grens over te smokkelen. ‘Ze verzinnen de gekste dingen’, zegt hij. ‘Douaniers in Slovenië hebben me eens foto’s laten zien van een omgebouwde auto. Het dashboard was dusdanig opengebroken en weer dichtgemaakt dat je er precies een persoon in kon verstoppen – achter het stuur dus. Er zat één kanttekening aan: je mocht niet langer zijn dan 1.70 meter. Van buiten zag je er niks van, bij toeval hebben ze het ontdekt.’ Maar het probleem is volgens Djurovic juist dat de meeste migranten geen geld hebben om zo’n individuele overtocht te betalen. ‘En die mensen blijven hangen in Servië.’

Met zijn collega’s geeft Djurovic juridische en psychologische steun aan de mensen die in Bogovadja en Banja Koviljaca verblijven. ‘De Servische instituties zijn helemaal niet toegerust om de migranten op een juiste manier op te vangen’, zegt hij. ‘En ik heb eerlijk gezegd niet de indruk dat ze daar wat aan willen veranderen. Ze willen liever dat de vluchtelingen gauw doorreizen en daarom geven ze het signaal af: “Als u hier blijft, krijgt u niks.” Dat is voor asielzoekers natuurlijk niet erg aanlokkelijk.’ Toch zijn er steeds meer vluchtelingen die in Servië asiel aanvragen. ‘Het aantal aanvragen heeft een enorme vlucht genomen, van 77 in 2008 tot 2723 in 2012’, zegt Djurovic. ‘Maar de meesten doen dat alleen om gebruik te kunnen maken van de voorzieningen, en reizen alsnog door naar Europa. Veel kans maken ze bij ons ook niet. Sinds 2008 hebben in totaal acht mensen daadwerkelijk asiel gekregen in Servië.’

Medium nadjtorma 06

In internetcafé Fratelli is het na het middaguur nog drukker dan ’s ochtends vroeg. Mannen staan nu buiten in groepjes te praten. Nemanja zet water op voor oploskoffie. Op het aanrecht ligt een zwaantje, gevouwen van papier. ‘Heeft een vriend uit Libië gisteren voor me gemaakt’, zegt hij. ‘De mensen vervelen zich dood hier, ze hebben geen werk, niks. Het enige wat ze doen is wachten. Wachten, wachten, wachten, tot het juiste moment is aangebroken voor vertrek.’ Volgens hem hebben de meeste migranten een heel duidelijke bestemming voor ogen. ‘Hun doel is veel concreter dan alleen Europa. Ze weten precies naar welk land of zelfs welke stad ze willen, en zetten alles op alles om die plek te bereiken.’ Laatst ontmoette hij een man die jarenlang in Nederland had gewoond, als illegaal. ‘Hij had een gezin gesticht en werk gevonden. Maar bij een reguliere controle is hij opgepakt en het land uitgezet. Nu wilde hij zo snel mogelijk weer terug.’ De laatste keer dat Nemanja hem zag is alweer een paar weken geleden. Hij glimlacht. ‘Misschien is hij inmiddels terug in Amsterdam. Of Rotterdam, ik weet eigenlijk niet waar hij vandaan kwam.’

Een lokale taxichauffeur komt het internetcafé binnen en gaat aan de bar staan. Hij hoopt op een klant die naar Lazarevac gebracht wil worden, de dichtstbijzijnde stad. ‘In Bogovadja kun je niks’, zegt hij terwijl hij een sigaret opsteekt. ‘Bussen gaan er nauwelijks. Als iemand geld nodig heeft, of kleren of medicijnen, rijd ik hem voor vijf euro naar de stad.’ De Serviër is niet de enige die dit gat in de markt heeft ontdekt: ook andere mannen in het bezit van een auto werpen zich met regelmaat op als clandestiene taxichauffeur. En zo profiteert het hele dorp van de komst van de asielzoekers. Lokale families verhuren kamers tegen gunstige tarieven aan iedereen die om welke reden dan ook niet in het asielzoekerscentrum past. Ook buurtwinkeltjes doen goede zaken; waar eerst voornamelijk varkensvlees werd verkocht, is het nu vooral kip en schapenvlees dat over de toonbank gaat. Op de deur van het buurtsupertje naast Fratelli hangt een handgeschreven briefje met ‘please close the door’. ‘Op school hebben we allemaal Russisch geleerd’, zegt Nemanja. ‘Maar daar hebben we nu niet zo veel meer aan. Engels is hier de voertaal, of Arabisch. Iedere dag leer ik hier weer wat woorden bij.’

Twee jongens komen aan de bar staan om af te rekenen. Nemanja bestudeert de handgeschreven administratie in zijn schrift. ‘Eén uur internet plus twee oploskoffie is 250 dinar’, rekent hij uit. ‘Nemamo parre’, antwoorden de mannen in hun beste Servisch. ‘We hebben geen geld. Abdullah betaalt.’ Ze wijzen naar een man die in een dikke winterjas naar zijn computerscherm zit te staren, onder een poster van Marilyn Monroe. Als hij merkt dat de aandacht op hem gevestigd is, knikt hij bevestigend. ‘Zo gaat het altijd’, zegt Nemanja terwijl hij de twee koffie plus internet op de rekening van Abdullah zet. ‘Zodra iemand naar de bank is geweest in Lazarevac betaalt hij voor zijn vrienden.’

Medium nadjtorma 01

De lokale taxichauffeur kijkt de mannen na terwijl ze de deur uit lopen. Hij snapt die asielzoekers wel die naar het Westen proberen te trekken. Zelf zou hij ook best naar Europa willen. ‘Hoe zit het eigenlijk in Nederland?’ vraagt hij. ‘Kun je een beetje werk vinden daar?’ Tot een paar jaar geleden was het onmogelijk voor Serviërs om zonder visum naar de Europese Unie te reizen. Maar in 2009 zijn de visa vrijgegeven, en velen hebben deze gelegenheid aangegrepen om naar landen binnen de Schengenzone te reizen. Niet alleen om vakantie te vieren of familie op te zoeken, maar ook om asiel aan te vragen. In 2010 stond Servië volgens cijfers van Eurostat met 17.740 asielaanvragen op de derde plaats van herkomstlanden, nog boven oorlogsgebieden als Irak en Somalië. ‘De Europese Unie voert de druk op Servië op om dergelijk misbruik van asielprocedures te voorkomen’, zegt Rados Djurovic van het Asylum Protection Center. ‘Daardoor is het aantal asielaanvragen van Serviërs de afgelopen twee jaar al weer gedaald. Toch blijven sommige Europese politici ervoor pleiten om de visa’s voor de Balkanlanden te herinvoeren, wat vreselijk zou zijn. We zijn net uit ons isolement gekomen.’

Djurovic zakt achterover op zijn bureaustoel. ‘Eigenlijk zitten we in hetzelfde schuitje als de asielzoekers’, zegt hij. ‘Economisch gaat het slecht in Servië, voor jongeren is er nauwelijks werk. Veel mensen hopen op een betere toekomst in Europa.’ Een paar jaar geleden deden een paar asielzoekers hem een opmerkelijk aanbod. ‘Ze waren zo blij met alle hulp die ik had geboden, dat ze iets terug wilden doen. “Rados”, zeiden ze, “jij verdient het ook om naar Europa te gaan. Wij leggen geld bij elkaar en betalen een smokkelaar voor je. Zeg maar waar je naartoe wil. Londen, Parijs?”’ Djurovic moet lachen. Hij heeft vriendelijk voor het aanbod bedankt.