KUNST

Zeven kleine stappen

Graduation

Het is onbegonnen werk een beeld te geven van de lichting afgestudeerden aan de Nederlandse kunstacademies, dit jaar: die is domweg te groot. NRC Handelsblad schat hun aantal op meer dan 1500. De overdaad betekent dat de dames en heren galeriehouders het voor het uitkiezen hebben. Zo maakte galerie Ron Mandos in Amsterdam een eigen selectie van een twintigtal afgestudeerden van de Gerrit Rietveld Academie, de Koninklijke Academie Den Haag, de Hogeschool voor de Kunsten Utrecht, ArtEZ Arnhem, de academie Sint-Joost, Den Bosch/Breda en de Academie Minerva, Groningen. In aantal is Den Haag lijstaanvoerder, gevolgd door Amsterdam.
Ron Mandos is een sterke galerie met een verstandig-commercieel profiel, misschien niet de plek waar je de meest radicale onverkoopbare buitenbeentjes verwacht, maar de keuze is gevarieerd, in stijl, medium en ernst. Het is volstrekt onzin om op basis van Mandos’ keuze uitspraken te doen over het gehalte van de opleidingen, maar vooruit.
De Rietveld-studenten lijken me de meest levendige van het stel, en ze zoeken het meest direct contact met de kijker. In die zin zijn ze carrière-wise misschien wel het meest ambitieus. Zo is er een intrigerende en leuke film van Sean Hannan, een Bas-Jan Ader-achtig avontuur waarin een jonge man met een enorme blauwe vlag in de hand de heuvel in het Amsterdamse Bos probeert te bedwingen. Verder vallen de schilderijen op van Sander Cedee, die enige bekendheid kreeg met afbeeldingen van auto-interieurs, en hier wat stemmiger werk toont: een verknipte Donnie Darko-achtige blik op het interieur van een bowlingcentrum en een ‘schilderachtig’ door een aardbeving verzakt gebouw in Japan. Schilderachtig is het woord: Cedee lijkt me toegewijd aan het vakwerk, en zet de werkelijkheid op een bijna klassieke manier naar zijn hand. De voorstelling blijft altijd een vlak, het schilderen zelf blijft altijd zichtbaar. Hij heeft een geestverwant in Koen Doodeman (HKU), die zich vastbijt in alledaagse voorwerpen, een broodrooster, een boekenkast, een camping-Gaz-stelletje, en daar licht-vervreemdende afbeeldingen van maakt, ook altijd met de schilderkunst zelf in de hoofdrol. Heel erg ‘Rietveld’ lijkt me het werk van Edwin Deen. Dat is een soort fundamenteel onderzoek der materie in beeldhouwzaken, maar dan toegespitst op wegzakkende scheerzeep of een smeltende plastic fles.
In vergelijking daarmee zijn de Haagse studenten een stuk ernstiger, meer doorwrocht, en de Sint-Joost-studenten daarentegen weer veel frivoler, meer gericht op de humoristische kanten van hun specifieke ambacht. Zo is er een alleraardigste en zeer inventieve film van Sjors Vervoort, waarin grote op karton getekende cartoonfiguren in het straatbeeld bewegen, en een charmant relaas over de jeugd van de tweeling Merel & Mirte Fellinger, waarin authentiek materiaal (foto’s, filmpjes) wordt gemengd met eigen tekeningen. Van beide films is het de vraag of het, met alle respect, ook echt kunstwerken zijn. Hier wordt eerder een vakkundige meesterproef afgelegd dan dat er een artistiek statement wordt gemaakt; je ziet voor de drie afgestudeerden een mooie boterham in de reclame.
Zijn er echte uitblinkers? Behalve op genoemde schilders, Cedee en Doodeman, ga ik letten op de intelligente en verfijnde conceptuele fotografie van Ohad Ben Shimon (KABK), Crossing the Ruhr in Seven Small Steps, en op de installaties van Milou Rabe (KABK). Zij projecteert met behulp van twee goede oude overheadprojectoren scherpe schaduwen in een witte kamer, waarin een paar hoekige latjes en plankjes, en daardoor ontstaat een wonderlijk mooie structuur. Het gaat Rabe, kennelijk, om schaduwen, maar ook om architectuur, en haar werk doet daarom denken aan grote ruimtelijke knutselaars als Van Doesburg en Lissitzky. Nu maar hopen dat dat geen toeval is.

Best of Graduates 2009. Ron Mandos Gallery, Prinsengracht 282, Amsterdam (woe-za, 12.00-18.00 uur)