Opheffer

Zeven normen en waarden

  1. Zie af van rijkdom.

Het vreemde is dat «afzien van rijkdom» in de jaren zeventig nog eigenlijk usance was in linkse kringen. Nu sta je ermee voor gek. Als ik zeg dat ik eigenlijk niet meer dan modaal hoef te verdienen en dat ik in wezen streef naar een zo sober mogelijk bestaan, word ik voor een krankzinnige gehouden en een leugenaar. Ik begrijp dat wel, want ik hou ook van geld, maar ik wil het niet voor mezelf houden. Ik wil dat mijn geld anderen aan het werk zet. Zo moet het geld van anderen mij weer aan het werk zetten.

  1. Wees antimaatschappelijk.

Als vrijheid en onafhankelijkheid je doel zijn, dan zul je je antimaatschappelijk, dus anti-overheid dienen te gedragen. Dit betekent niet dat je je in alle gevallen antimaatschappelijk of asociaal moet gedragen, maar slechts in een aantal gevallen. Ik kan niet precies zeggen welke. Je moet — daar komt het op neer — de overheid die serieus is nooit serieus nemen. Je moet dus naar eigen goeddunken af en toe een wet overtreden, maar daar dan wel zelf de consequenties van aanvaarden.

  1. Zet je altijd af tegen het establishment.

Is eigenlijk logisch in het licht van het voorafgaande. Maar juist in deze jaren merk je dat het idee leeft dat je leven zinvol verloopt als je veel verdient en dus hoort bij het establishment. Establishment is altijd modieus. En is dus tijdelijk. Bezit slechts in enkele gevallen kwaliteit.

  1. Denk artistiek.

Artistiek denken is tegendraads en paradoxaal. Dus wees vredelievend door agressief te zijn; vernieuw door waardering van het oude; onttrek je aan de traditie door de traditie te volgen; wees niet moralistisch door er een moraal op na te houden. Artistiek denken is vooreerst: het besef dat alle ideeën die je hebt evenveel waard zijn. Artistiek denken is eveneens het besef dat zinloze idee en niet bestaan. Artistiek denken is uiteindelijk: dat zinloze ideeën de voorkeur genieten boven zinvolle ideeën. De toetsing van een idee is trouwens het ingewikkeldste probleem dat de muzische mens kent; hij doet er verstandig aan eerder iets nieuws te verzinnen dan iets te verbeteren.

  1. Wees tot op zekere hoogte hypocriet en slecht.

De waarheid — die eigenlijk niet bestaat — wordt niet gediend met zuiverheid in gedrag en gemoed. Een waarheid kan slechts gesuggereerd worden door de leugen, de schijnheiligheid, door ja te zeggen en nee te doen, door vertrouwen te breken, door je niet te houden aan regels. In ons persoonlijk leven moeten we dus regelmatig de boel besodemieteren, illegaal gedrag vertonen, alles ontkennen en anderen vals beschuldigen. Doe je dat niet, dan bestaat het gevaar dat je snel tot het establishment gaat behoren of totaal krachteloos en machteloos wordt.

  1. Zie altijd af van directe invloed.

Indirecte invloed is beter. Het is beter adviezen te geven en de leider zelf te laten kiezen dan zelf te besturen. Hier is vooral een taak weggelegd voor vrouwen. Die kunnen goed adviseren, maar zouden niet moeten besturen. De macht van vrouwen ligt in het bed; zodra hij manifest wordt, verliest een vrouw haar rechten als vrouw. Haar rechten zijn: zij moet worden liefgehad, zij mag kinderen krijgen, zij moet de man verzorgen, zij moet het huishouden doen, kortom: al die taken waardoor een vrouw een zinvol leven krijgt en die ervoor zorgen dat een man ook een zinvol leven kan leiden.

  1. Leg uw leven vast.

Schilder, teken, schrijf, maak muziek, verzin manifestaties, houd dagboeken bij, wees altijd navorsbaar. Laat sporen na. Niet in de publiciteit — dat is klein —, maar in uw persoonlijk leven: fotoboeken, schijfjes et cetera. Wie zijn leven vastlegt, geeft zijn leven zin.

Tot slot een kleine opmerking. Streef er niet naar geliefd te worden. Streef vooral nergens naar.