China’s AI-revolutie

Zhen hao!

Extra geprikkeld door het vijandige Amerika maakt China een technologische revolutie door. Al is de vraag of Chinese wetenschappers met écht nieuwe dingen komen. ‘Globalisering heeft ons lui gemaakt.’

Medium gettyimages 483675706
Zhengzhou, China, PLA Information Engineering University. Een onderzoekster stuurt een robot aan met haar hersenactiviteit © VCG/VCG via Getty Images

Als een echte gastheer onthaalt Donald Trump de bezoekers van het Chinese technologiebedrijf iFlytek. ‘Kunstmatige intelligentie bouwt aan een prachtige wereld’, zegt de Amerikaanse president op een televisiescherm in vloeiend Chinees. ‘Zhen hao!’ (Awesome!) Trump steekt er zijn duim bij op. Marketingman Pan Shuai staat er glimmend bij te kijken. ‘De spraakcomputer kan Trumps stem zelfs vervormen naar een Hefei-accent’, vertelt hij, de spraak van de provinciehoofdstad van Anhui waar het hoofdkwartier van iFlytek gevestigd is.

In de lobby van het kantoor hangt een citaat van Deng Xiaoping, dat aanspoort tot de ontwikkeling van hightech en industrialisatie, uit het 863 Programma (1986). Op de eerste verdieping de foto’s van president Xi Jinping met de iFlytek-leiders, en in het donkere zaaltje ernaast staan de pronkstukken van het bedrijf. Het is maar een bescheiden ruimte – alsof alle ontwikkelingen het bedrijf wat te snel gaan. Pas sinds een paar dagen hoort iFlytek – als kleintje naast Baidu, Alibaba en Tencent – bij de ‘nationale kampioenen’, zoals de voortrekkers in innovatie worden genoemd. Het bedrijf claimt dat negentig procent van de Chinese robots zijn technologie gebruikt.

De jong ogende Pan houdt zich wat op de achtergrond als een nog jongere tourleidster de bezoekers door de ruimte voert. Hij brandt pas los als we hem directe vragen stellen en erachter komen dat hij veel meer te vertellen heeft dan zij. Naast een verzameling robots, een per spraak bestuurbare auto en andere slimme apparaten hangt een röntgenfoto aan de muur. Op basis van tienduizend andere longfoto’s geeft een algoritme de arts een kansberekening, zegt hij. Over drie van de vier donkere plekjes weet de computer met 95 procent zekerheid te vertellen dat ze onschuldig zijn. Over het vierde vlekje is het apparaat minder dan vijftig procent zeker. ‘Die moet de dokter dus beter onderzoeken.’

Met Trumps gemanipuleerde stem deelt iFlytek een sneer uit naar de Verenigde Staten: kijk eens wat wij kunnen. In 2030 moet China de grootste innovator ter wereld zijn. De omvang van de KI-sector is nu nog maar een schamele tien miljard yuan (1,15 miljard euro), in 2030 moet dat 125 miljard euro zijn – meer dan een kwart van het bruto nationaal product.

Het is een ambitieus doel voor een land dat door de rest van de wereld consequent wordt beschuldigd van jatwerk bij de ontwikkeling van pratende robots, zelfdenkende receptionisten, slimme leenfietsen en algoritmen die zelfmoordneigingen opsporen. De basistechnologie was er al, luidt de kritiek op China’s innovaties, het land is vooral goed in het verzinnen van toepassingen. Kunnen Chinese uitvinders wel met fundamenteel nieuwe dingen komen?

De verhoogde invoerheffingen van Trump moeten juist China2025, het innovatieplan van de Chinese president Xi Jinping, hard raken. Chinezen zien Trumps aanvallen meer als een schop onder de kont: een stimulans voor ingenieurs om hun schouders te zetten onder de grootschalige hervorming van de economie. Die moet slimmer en groener worden – weg van de grove industrie, op naar innovatieve producten van Chinese bodem. Vergeet de handelsoorlog, klinkt het in China – dit is de AI War, de Amerikaans-Chinese oorlog om werelddominantie in slimme technologie.

De overwinning van Google-computer AlphaGo in 2017 op een Chinese tegenstander, nota bene met het Aziatische spelletje Go, was een klap in het gezicht van de Chinezen. De censor wil nog steeds de pijnlijke nederlaag van het internet gummen. Toch was het ook een doorbraakmoment, vergelijkbaar met de lancering door de sovjets van de Sputnik in 1957. De Amerikanen gingen vanaf dat moment alle zeilen bijzetten om als eerste op de maan te zijn.

Kunstmatige intelligentie werd in hetzelfde jaar nog aan het vijfjarenplan (2016-2020) toegevoegd. Dit New Generation AI Development Plan lijkt erg op een eerder plan van Robin Li, de oprichter van Baidu. Het ‘Chinese Brein’ schetst een infrastructuur waarin onderzoeksinstituten, staatsbedrijven, ondernemers en ook het leger investeren in kunstmatige intelligentie. Li noemt slimme medische diagnose, servicerobots en onbemande vliegtuigen als voorbeeld. Elektriciteit zorgde er de laatste honderd jaar voor dat landbouw, industrie en het huishouden efficiënter werden. Kunstmatige intelligentie gaat de komende honderd jaar hetzelfde doen, voorspelt de gerenommeerde computerwetenschapper Andrew Ng. ‘Kunstmatige intelligentie is de elektriciteit van de toekomst.’ Het plan roept herinneringen op aan de planeconomie van weleer. Een raamwerk van ambities wordt het land in gestuurd, samen met een grote zak geld. De centrale regering leunt vervolgens achterover en kijkt wat er in het land gebeurt.

Computergestuurde docenten kunnen nauwkeuriger essays nakijken dan een echte docent, want ‘die is misschien moe’

De slimme technologie moet niet alleen de Chinese economie, maar ook de samenleving hervormen. Dat gaat verder dan voorspellen van consumentengedrag of een klantenservice bemannen met robots, schrijft Adam Segal in een blog voor de Amerikaanse denktank Council on Foreign Relations. Als voorbeeld noemt hij de slimme rechtbanken, waarin van bewijslast tot oordeel algoritmen worden ingezet om het proces te stroomlijnen.

Zoals zo vaak wanneer de Communistische Partij beleid maakt, ontbreekt het aan concrete doelen. Overal in het land vertalen regionale en lokale overheden op eigen wijze de kernpunten uit Beijing. Zo verrijst er in de hoofdstad een industrieterrein speciaal voor vierhonderd KI-bedrijven, ter waarde van 13,8 miljard yuan (1,78 miljard euro). Hangzhou, Shanghai en de provincie Zhejiang hebben vergelijkbare plannen.

De centrale overheid leunt hierbij zwaar op tech-reuzen als Baidu, Alibaba en Tencent die mijlenver voorliggen op de staatsbedrijven en -instituten en geeft deze bedrijven daarom alle ruimte. In ruil voor die vrijheid werken de particuliere bedrijven samen met lokale overheden, universiteiten en onderzoeksinstituten. ‘De regering heeft veel aandacht aan ons besteed’, zegt marketingman Pan zonder in detail te willen treden. iFlytek is de kleinste van de hoogvliegers en werkt op grote schaal samen met de regering. Het is geen toeval dat bestuursvoorzitter Liu Qingfeng lid is van het Nationaal Volkscongres, dat weinig concrete macht heeft, maar wel prestige en lobbykracht.

Alle apparaten in de donkere ruimte zijn ingesteld op de stem van de tourleidster. Een witte robot met grote blauwe, meewarig kijkende ogen staat in een hoek te wachten op een klusje. Over een tijdje zal ze de leidster overbodig maken. Die zit nu in een echte autostoel, voor een echt dashboard. Ze houdt een stuur vast en geeft de auto met zekere stem het commando om te starten. Hetzelfde doet ze met de televisies die ernaast hangen – het beeld verspringt van zender.

Zappen met je stem is onderdeel van de ‘smart home’-toepassingen van iFlytek, legt Pan uit. ‘Ze zijn geavanceerder dan die van Apple of Android.’ De mogelijkheden zijn eindeloos, vertelt hij met zichtbare trots. Zo kunnen bijvoorbeeld computergestuurde docenten nauwkeuriger essays nakijken dan een echte docent, want ‘die is misschien moe of heeft net ruzie met zijn vrouw gehad’.

Een grote zak geld is belangrijk voor de ontwikkeling van slimme technologie – maar data zijn de échte brandstof. De plaatsvervangend directeur van de Shanghai Data Exchange, Lu Yong, laat graag zien wat hij in huis heeft. Op een industrieterrein in Shanghai leidt hij bezoekers door een donkere ruimte, verwarmd door een dozijn grote energie slurpende schermen.

Lu koppelt aanbieders van data aan partijen die er iets aan hebben. Dat kunnen overheidsinstellingen zijn, maar bijvoorbeeld ook Disneyland Shanghai. Een beeldscherm vol cijfertjes, afkomstig van creditcardmaatschappijen, vervoerbedrijven, zoekmachines en telefoonaanbieders geeft een zo volledig mogelijk profiel van de bezoekers van het park. Waar ze vandaan komen, hoe ze reizen, of ze liever pittig lunchen in een Sichuan-restaurant of een hamburgertje happen en hoe groot hun budget voor souvenirs is. Dat alles weet Disneyland over de bezoekers – dankzij Lu’s data.

China genereert nu een tiende van de wereldwijde data, in 2020 is dat aandeel verdubbeld. De toekomst van Lu’s bedrijf lijkt verzekerd. Achter hem verschijnen beelden van een kruispunt in de stad. Software van de camera ‘ziet’ contouren van auto’s, rijbanen en chauffeurs. Zo wordt gedetecteerd of de auto de doorgetrokken lijn over gaat en of de chauffeur wel of niet een veiligheidsriem draagt. Is er iets mis, dan wordt het nummerbord automatisch geregistreerd en krijgt de bestuurder een bekeuring toegestuurd.

Waar ze vandaan komen, hoe ze reizen, hoe groot hun budget voor souvenirs is. Dat alles weet Disneyland over de bezoekers

De centrale overheid hecht veel waarde aan slimme oplossingen voor sociale problemen, zoals vergrijzing of verstopte verkeersaders. Het monitoren van de files op snelwegen rond Shanghai helpt de stad bijvoorbeeld bij het inrichten van de publieke ruimte. Een ander scherm in de presentatiezaal toont een plattegrond met vijf rode stippen. Het is een wijk in het district Jingan waar de vijf honderdjarigen gevolgd worden aan de hand van een chip in een armband. ‘Voorheen moest de wijkzuster iedere dag bij ze langs’, zegt Lu. ‘Nu stuurt de chip continu actuele informatie naar het wijkcentrum.’

Ethische bezwaren tegen het delen van al die data bestaan er in China nauwelijks – al haalde Robin Li van Baidu zich eind maart de woede van veel Chinezen op de hals toen hij stelde dat veel landgenoten maar wat graag hun privacy opgeven voor veiligheid of gemak. De bescherming van data staat nog in de kinderschoenen. Lang niet alles mag, maar als het de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie verder helpt, dan knijpen de autoriteiten graag een oogje toe.

Het belang van de staat komt steevast boven dat van het individu. Door te hameren op veiligheid en gemak heeft de Communistische Partij de burger overtuigd van die rangorde. Slimme camera’s die de straat in de gaten houden en de politie een seintje geven als iemand naar binnen wil die niet op jou lijkt. Dezelfde camera’s houden ook je moeder én de iets te strenge verpleegster in het bejaardentehuis in de gaten. Op de website van de basisschool kun je zien of je kinderen wel opletten in de les. De zucht naar veiligheid en controle zit in de haarvaten van de maatschappij.

Algoritmen weten precies bij welk restaurant je wilt lunchen – hao shufu, vinden de Chinezen, heel comfortabel. Om ook de twijfelaars over de streep te trekken zijn er nieuwsberichten over verwarde, verdwaalde mensen die dankzij gezichtsherkenning weer met hun familie herenigd zijn.

Soms zijn er ook andere geluiden. Toen een kinderdagverblijf de interne beelden over een open verbinding voor iedereen zichtbaar bleek te livestreamen, protesteerden de ouders. En mondjesmaat geeft Beijing ook ruimte aan bezorgde wetenschappers. Inmiddels roepen zelfs de grote tech-bedrijven op tot meer regulering – zodat ze weten welke ideeën ze in hun laboratoria verder kunnen uitwerken.

Het is nu wachten op de regels. China’s tech-ambitie maakt de ethiek echter rekbaar. De Chinees sprekende Trump krijgt in eerste instantie de lachers op zijn hand, maar het heeft ook iets beangstigends: Trump klinkt echt als zichzelf. Dat is de technologie waar iFlytek groot mee is geworden, maar hoe het bedrijf aan zijn data komt, en wie zijn software gebruikt, is onduidelijk. Pan antwoordt wat schutterig op vragen daarover. ‘We werken samen met telefoonbedrijven’, zegt hij. iFlytek ontwikkelt zijn herkenningssoftware aan de hand van stemgeluid, geleverd door telefoonbedrijven. China Mobile is de grootste aandeelhouder, en onder de klanten zijn ook China Telecom, China Unicom en telefoonmakers Xiaomi, Huawei en zte.

Dat geeft het bedrijf de beschikking over een eindeloze sloot data – iets wat mensenrechtenorganisaties zorgen baart. Als je schuldenaars kunt opsporen aan de hand van stemherkenning kun je er ook dissidenten mee vinden. Bovendien is onduidelijk wie toegang heeft tot al die beschikbare data. Human Rights Watch vroeg iFlytek om opheldering over zijn data-gebruik, maar kreeg geen antwoord.

In een door technologie gestuurde, geglobaliseerde wereld kan China’s toekomstige hegemonie grote gevolgen hebben. Nu al groeien tech-reuzen als Alibaba en Tencent of telefoonaanbieders als Xiaomi ook in het buitenland – in de toekomst kan het een Chinees bedrijf zijn dat het nieuwe 5G-netwerk uitrolt. Om de nationale veiligheid te beschermen stelde het Amerikaanse Congres al voor om geen zaken meer te doen met de Chinese telecommaatschappijen Huawei en zte.

Gemiddeld wordt uit een Chinees wetenschappelijk artikel 0,93 keer geciteerd, tegen 1,23 keer uit een Amerikaans artikel

President Xi Jinping maakt er geen geheim van dat innovaties het land, en daarmee de Communistische Partij, vooruithelpen. De invloed van de staat in het Chinese bedrijfsleven is groot. The Economist schreef over het gerucht dat de Communistische Partij van plan is om in sommige bedrijven een aandeel van een procent te nemen – gewoon om te laten zien dat het bedrijf door Beijing goedgekeurd is.

De grote vraag is echter: heeft China genoeg kennis in huis voor deze tech-revolutie? Als je innovatie indeelt op een schaal van 1 tot 10, van origineel idee tot volwaardige toepassing, dan zijn Chinese wetenschappers heel goed in staat om punt 2 tot en met 10 te vervullen. ‘Stap 1 lukt ze niet’, zegt de hoofdredacteur van een groot internationaal wetenschappelijk tijdschrift in Shanghai. ‘Mobiel betalen, leenfietsen, e-commerce… de fundamentele uitvinding is elders gedaan.’

Toch heeft China na de Verenigde Staten de meeste patenten op zijn naam staan. In dit tempo streven Chinese wetenschappers binnen een jaar hun Amerikaanse collega’s voorbij, schrijft Reuters. China besteedt 2,1 procent van het binnenlands product aan onderzoek en ontwikkeling. Dat is minder dan de VS (2,75 procent) maar wel een stijging van 0,7 procent sinds de jaren negentig. En veertig procent van de Chinese jongeren gaat naar de universiteit, in de jaren zeventig was dit voor 0,1 procent weggelegd.

Maar wat zijn de cijfers echt waard? Gemiddeld wordt uit een Chinees wetenschappelijk artikel 0,93 keer geciteerd, tegen 1,23 keer uit een Amerikaans artikel. Dan kunnen Chinese wetenschappers wel meer en meer schrijven, de waarde van het wetenschappelijk onderzoek is dus kleiner dan dat van buitenlandse collega’s.

Dat komt door het autoritaire, gesloten onderwijssysteem, betoogt Regina Abrami van de University of Pennsylvania in 2014 in de Harvard Business Review. De partijsecretaris aan Chinese universiteiten is belangrijker dan de decaan. Wel beschrijft Abrami dat Chinezen steeds meer het nut zien van ‘liberaal onderwijs’ waarin geesteswetenschappen een grotere rol spelen. Het doel is ‘niet om specialisten te trainen maar om iemand te leren nieuwsgierig, bedachtzaam en sceptisch te zijn’. Niet voor niets hebben Chinese experts in kunstmatige intelligentie vrijwel altijd een buitenlandse universiteit op hun cv staan.

Zhang Jia Xiang is een uitzondering. Hij studeerde aan de prestigieuze Tsinghua-universiteit in Beijing en profiteert van de tijdgeest. In een hoekje van een kantoorgebouw in het noorden van Shanghai laat hij zien wat hij heeft ontwikkeld: een drone die horizontaal opstijgt en met behulp van kunstmatige intelligentie reageert op veranderende weersomstandigheden. Hij heeft er nu zo’n tien geproduceerd, en er is behoorlijk wat interesse, vertelt hij terwijl hij de vleugels van piepschuim over het aluminium skelet schuift. De drones maken het gemakkelijker om olieplatforms of windturbines te controleren.

Zhangs sportschoenen met gifgroene veters contrasteren met de grijze wandjes tussen de werkplekken. Zijn compagnon werkte voor een staatsbedrijf, maar kon daar zijn creativiteit niet kwijt. Een start-up als deze is straks natuurlijk enorm interessant voor de ingedutte staatsbedrijven. Hoopt Zhang dat hij opgekocht wordt? ‘Nee’, grijnst hij. ‘Als staatsbedrijven een bedrijf voor een hoge prijs opkopen kan dat duiden op het wegsluizen van staatsgeld. Dat is strafbaar. En als ze een lage prijs bieden, dan verkoop ik niet.’

Zoals Zhang zijn er meer. Hun ideeën kunnen de Chinese economie naar een hoger niveau brengen, maar de grote bedrijven geven het tempo en de richting aan. In de jaarlijkse top-honderd van meest innovatieve bedrijven ter wereld, samengesteld door onderzoeksbureau Clarivate Analytics, stond in 2017 slechts één Chinees bedrijf: telecom-multinational Huawei. Nederland stond er twee keer in, naast 36 Amerikaanse en 39 Japanse bedrijven.

De Chinese wetenschappelijke prestaties vallen in het niet in vergelijking met grote innovators als de VS en Japan. Sterker nog, ze zijn ervan afhankelijk. Neem de basis van alle kunstmatige intelligentie: de chip. Chinese bedrijven bouwen chips van lage of middelmatige kwaliteit, maar voor hoge kwaliteit chips kijken bedrijven als zte en Xiaomi naar het buitenland. Toen Trump Amerikaanse bedrijven verbood om chips te verkopen aan de Chinese telefoonbouwer zte was China in eerste instantie woedend. De nieuwe zet in de handelsoorlog was ook een slag in de tech-oorlog: als stap 1 wordt weggenomen, stort de toren met daarboven de stappen 2 tot en met 10 in.

‘De globalisering heeft ons lui gemaakt’, schrijft staatskrant Global Times. ‘Het wordt tijd dat China een beslissing neemt en eigen technologieën ontwikkelt.’ Nationale kampioen Alibaba geeft braaf gehoor aan de oproep. Daags na de maatregel tegen zte maakt het bedrijf bekend te werken aan de ontwikkeling van hoogwaardige chips.

Trumps vijandige taal zou China dat zetje kunnen geven dat nog ontbrak: de ontwikkeling van échte kennis. Het Chinese onderwijssysteem wil graag een steentje bijdragen, zegt wetenschapper Wu Shuang, die zich bezighoudt met gezichtsherkenning. ‘De Chinese stijl is anders, maar niet per se slechter.’ De uitroep ‘Zhen hao!’ die iFlytek Trump in de mond legde, zou dan wel eens profetisch kunnen worden. De wereld zal versteld staan. ‘Fantastisch!’