Leedvermaak op internet

Zie, de aap

Niets doet de internetgebruiker harder lachen dan ‘het epische falen’ van anderen. Het gaat iedere keer om figuren die geen moment aan zichzelf twijfelen. De moderne kruisiging.

Medium schermafbeelding 2013 07 03 om 12.59.45

Terwijl elders, in de grote wereld, de nieuwe atheïsten de strijd aanbonden met het geloof – en dat paradoxaal genoeg de relevantie van religie slechts leek te bevestigen – ging Christus in het Noord-Spaanse dorpje Borja gestaag door met vervagen. Maar aangezien het om een fresco van de negentiende-eeuwse schilder Elías García Martínez ging, is afbladderen misschien een beter woord. Er was in de armlastige gemeente geen geld voor restauratie en niemand leek werkelijk met het lot van deze Jezus begaan. Behalve de 81-jarige Cecilia Giménez.

Giménez besloot de aftakeling van de Verlosser – een groot deel van Jezus’ baard was inmiddels grijs geworden, vitiligo had zijn toch al bleke huid in zijn greep en het was slechts een kwestie van tijd voordat de doornenkroon op zijn hoofd ook zou verdwijnen – een halt toe te roepen en García Martínez’ ecce homo in zijn oude staat te herstellen. Haar hart bleek groter dan haar zelfkennis. Een beroepsgedeformeerde kunstcriticus zou het resultaat nog kunnen interpreteren als een ode aan de goede bedoelingen, ieder ander zou eerst opmerken hoe de lijdende Jezus leek te zijn veranderd in een aap met een hazenlip en een capuchon. Wie te lang naar het schilderij staarde, zou zelfs kunnen denken dat deze primaat-Jezus door heeft wat er is gebeurd en dat hij met enig gevoel voor ironie denkt aan de spotprenten die van Charles Darwin werden gemaakt toen hij beweerde dat mensen en apen een gemeenschappelijke voorouder hadden. ‘Ecce homo’ (‘zie, de mens’) werd in Spanje al snel ‘ecce mono’ (‘zie, de aap’), maar op het Engelstalige internet zou het beeld roem vergaren als ‘the Jesus monkey’ en, iets poëtischer, ‘the facepalm fresco’.

Het icoon, de lijdende Jezus, werd iconisch in de moderne, ironische zin van dat woord. Even leek het alsof de hele wereld verbroederde en zich samen verkneukelde over hetgeen Jezus nu weer was overkomen: ook het leedvermaak is geglobaliseerd. En hoewel een meerderheid hiervan dankbaar de vruchten plukte, waren de gevolgen voor Giménez minder rooskleurig: ze werd belaagd door verslaggevers, sloot zichzelf op en at nog maar amper. Het brengt de woorden van de fotograaf Miroslav Tichý, die met een knullige, zelfgebouwde camera werkte en op straat voor een gek werd gehouden, in herinnering: ‘Wil je beroemd worden, dan moet je iets nog slechter doen dan wie ook.’

In Epic Fail: Bad Art, Viral Fame and the History of the Worst Thing Everbeschrijft de Ierse journalist Mark O’Connell een ogenschijnlijk modern fenomeen: massaal online leedvermaak over een (amateur)kunstenaar wiens zelfbeeld niet strookt met de werkelijkheid. Het verhaal van Giménez’ mislukte restauratie is een van de gevallen die hij uitgebreid bespreekt. O’Connell verleent zijn onderwerp een zeker gewicht door een lange genealogie te schetsen. Van ‘Pyramus and Thisbe’, Shakespeare’s ‘play within a play’ uit A Midsummer Night’s Dream, via Amanda McKittrick Ros (‘de slechtste auteur uit de geschiedenis’), naar Rebecca Black (van de YouTube-hit Friday) en Tommy Wiseau (regisseur van The Room, een film uit 2003 die inmiddels alom wordt geprezen als ‘nog slechter dan Ed Wood’s Plan 9 from Outer Space’).

Het zijn mooie maar ook overbekende voorbeelden van mensen wier levensverhaal wordt bepaald door een combinatie van de drang om kunst te maken en een gebrekkig besef van eigen kunnen. Wat echter vooral opvalt, is dat O’Connell nalaat de moderne ontstaansgeschiedenis van de ‘epic fail’ na te vertellen. Het epische falen. Hij gebruikt de uitroep als totum pro parte en hanteert de term om een klein onderdeel van een groter fenomeen te beschrijven.

De epic fail is een meme: een idee (of een vorm van gedrag) dat zich binnen een cultuur verspreidt als een soort gen. De term werd geïntroduceerd door Richard Dawkins in zijn boek The Selfish Gene (1976), maar tegenwoordig wordt het begrip vooral geassocieerd met de enorme hoeveelheid hypes die het internet uitspuwt. De epic fail-meme draait in de eerste plaats om een enorme verzameling foto’s en video’svan mensen die op een of andere wijze de plank misslaan – soms spectaculair, maar net zo vaak nogal onbenullig. De uitroep ‘Epic fail!’ is de alles overtreffende trap voor wie onbekommerd leedvermaak ervaart.

De voorbeelden lopen ver uiteen. Van een theepot die op promotiefoto’s iets weg heeft van Hitler tot potentiële Miss America’s die voor een miljoenenpubliek lijden aan brain freeze, van onbenullige foto’s van spelfouten in tatoeages en dronken feestbeesten die op het punt staan over te geven tot filmpjes van waaghalzen die denken ongestraft van een schans op een dak te kunnen springen – op YouTube kan iedereen vijftien minuten Bob Saget zijn met de grappiste home video.

Zoals ieder genre kent ook de epic fail bepaalde conventies. De meest in het oog springende is de zwarte achtergrond waarop epic fail-foto’s worden gepresenteerd – het doet onwillekeurig denken aan de huidige mode die musea voorschrijft dat schilderijen het best tot hun recht komen op donkere muren. Op de zwarte achtergrond onder de foto staat in witte letters soms een korte uitleg van wat er precies is misgegaan, maar meestal moet het woord ‘FAIL’, in kapitalen, volstaan.

O’Connells cultureel verantwoorde genealogie ten spijt: de epic fail heeft zijn directe wortels in minder verheven grond. VolgensKnow Your Meme, een website die de geschiedenis van internethypes boekstaaft, raakt het woord ‘fail’ als uitroep van leedvermaak begin deze eeuw in zwang. Dit gebruik als tussenwerpsel in plaats van als werkwoord valt te herleiden tot het computerspelletje Blazing Star, uit 1998. Dat toonde bij een game over jennend de grammaticaal rammelende mededeling: ‘You fail it! Your skill is not enough – See you next time – Bye bye!’ In 2003 werd het eerste Urban Dictionary-lemma aangemaakt en vanaf 2004 liep het aantal zoek­opdrachten via Google snel op.

Wanneer het woordje ‘epic’ precies voor de uitroep werd geplakt, valt niet te achterhalen. Maar het lijkt erop dat de website 4Chan.org een belangrijke rol heeft gespeeld in het populariseren van de term. Het internetforum (‘een kraamkamer van de tegencultuur’ noemde essayist Arjen van Veelen het onlangs) is verantwoordelijk voor meer succesvolle memes: naast de epic fail valt ook de obsessie van internet­gebruikers met grappige kattenplaatjes te herleiden tot de website.

In 2006 verschijnt uit het niets een getekend figuurtje genaamd Epic Fail Guy (afgekort tot efg) in een van de berichten op het forum. Deze efg is de protagonist in korte verhaaltjes, waarin alles wat hij probeert onherroepelijk mislukt. Al snel draagt hij in de stripjes een Guy Fawkes-masker. Fawkes, de man achter Gunpowder Plot (1605) waarbij een groepje katholieke samenzweerders er net niet in slaagde het Britse parlement op te blazen, was een jaar eerder een inspiratiebron voor het verzet tegen een autoritaire staat in de graphic novel-_verfilming _V for Vendetta. (Het witte masker met zwarte puntsnor en sik wordt later, tijdens een actie tegen de Scientology-kerk, geadopteerd door Anonymous, het amorfe hackersgezelschap dat ook voortkomt uit de krochten van 4Chan en zich inzet voor ‘de goede zaak’.) Know Your Meme stelt verrassend genoeg dat niet duidelijk is waarom efg het masker draagt, maar er is niet veel fantasie of kennis van de geschiedenis voor nodig om in Fawkes een van de belangrijkste historische voorbeelden te zien van iemand die nogal opzichtig faalde.

Volgens O’Connell valt het ‘succes’ van de voorbeelden die hij bespreekt, de mislukte kunstenaars en artiesten dus, deels te verklaren doordat ze de mogelijkheid bieden eigen onzekerheden op een herkenbaar subject te projecteren. Het plezier van de toeschouwer is vooral een vorm van ontlading. Het gaat iedere keer om figuren die, in een tijd waarin veel mensen op internet extreem zelfbewust een authentiek imago cultiveren, geen moment aan zichzelf twijfelen. Perfecte slachtoffers voor een ironische verering die, naarmate de aandacht aanzwelt, onbedoeld meer en meer gaat lijken op een moderne kruisiging.

Er zal ongetwijfeld een kern van waarheid in zitten, maar laat de populariteit van de eindeloze stroom foto’s en video’s van volledig anonieme mensen die van de fiets vallen, het stomdronken in hun broek doen of bij de verkeerde tatoeageshop aanklopten, zich ook zo gemakkelijk verklaren? Vaak valt een ondertoon van medemenselijkheid – ‘Zie, de feilbare mens’ – niet te onderscheiden. Soms is leedvermaak ook gewoon dat: lachen om andermans pech, pijn of domheid. En dat heeft iets grotesks.

E.B. White constateerde ooit dat humor weliswaar kan worden ontleed ‘zoals een kikker kan worden ontleed’, maar ondertussen gaat het ding wel dood en zijn de ingewanden ‘ontmoedigend voor eenieder, behalve voor de puur wetenschappelijke geest’. Om een grap die wordt uitgelegd lacht niemand. Hoewel het minder vanzelfsprekend lijkt dat de bestanddelen van humor onsmakelijk zijn, valt daar in het geval van het epic fail-genre wel iets voor te zeggen.

Misschien niet toevallig biedt Guy Fawkes een aanknopingspunt. William Hazlitt schreef in zijn essay On the Pleasure of Hating: ‘De natuur lijkt (hoe meer we van haar weten) te bestaan uit antipathieën: zonder iets om te haten zouden we de bron van ons denken en handelen verliezen.’ Hazlitt noemt het verbranden van Guy Fawkes in effigie een jaarlijks terugkerend ritueel in Engeland, als voorbeeld van ‘de schokkende interesses en de tegendraadse passies van mensen’. We sympathiseren misschien graag met de underdog, maar: nobody likes a loser. Wie genoeg epic fail-plaatjes en -filmpjes bekijkt, kan zich niet aan de indruk onttrekken dat de door Hazlitt beschreven haat nauw verwant is aan het leedvermaak dat het internet altijd op voorraad heeft. De boodschap van de beelden is niet een simpel ‘Ik ben blij dat ik dit niet ben!’ Veel vaker lijkt hun aantrekkingskracht te schuilen in de mogelijkheid je voor even superieur aan een ander te wanen. Leedvermaak als het kleine broertje van haat: minachting. De vieze nasmaak is in ieder geval hetzelfde.

Van de verlekkerdheid waarmee foto’s van absurde ongelukken worden gedeeld op Facebook, tot het vitriool in de commentaren op YouTube, bijvoorbeeld onder filmpjes van de door O’Connell aangehaalde Rebecca Black: de scheidslijnen tussen leedvermaak, minachting en haat worden, naarmate je er langer over nadenkt en meer beelden en commentaren voorbij ziet komen, steeds dunner.