Het perfecte kunstwerk

Zie je wel

De hedendaagse, megalomane Duitse componist Karlheinz Stockhausen noemde de aanslagen op het World Trade Center «het perfecte kunstwerk». Hij was er jaloers op, zo liet hij kort na het instorten van beide bedrijfstorens op Manhattan weten op een persconferentie in Hamburg. Het ging hem er niet alleen om dat de beelden via CNN en ontelbare andere netwerken een gigantisch publiek bereikten (anders dan de composities van Stockhausen), de componist was er vooral van onder de indruk dat beelden nog altijd het vermogen bezitten de wereld van mensen op z’n kop te zetten. En niet door een toevalstreffer, maar door de precieze, vakkundige uitvoering van een compositie.

«Moet je je voorstellen: zoveel concentratie, inspanning en oefening voor één uitvoering.» Bovendien vallen vorm en inhoud naadloos samen in dit kunstwerk, waarin de ontstaansgeschiedenis centraal staat, net als in een goed gelukte Paul Klee of een geslaagde jarenzeventig-performance. Sinds The Raft of the Medusa van Géricault had een beeld niet meer zo’n impact op het grote publiek; de Frankfurter Allgemeine Zeitung besloot zelfs voor het eerst in haar geschiedenis tot een plaatsing van een foto op de voorpagina.

Na een paar dagen vechten in Irak vonden enkele Amerikaanse mariniers in Nasiriyah een reproductie van dit «kunstwerk»; een muurschildering waarop, enigszins onhandig geschilderd, een vliegtuig frontaal een flatgebouw in vliegt. Links op de achtergrond komt een tweede toestel al aanzetten. Het logo op beide vliegtuigen komt overeen met dat van Iraqi Airlines. De schildering zal niet ouder zijn dan anderhalf jaar. De foto is een week oud. De fotograaf heet Joe Raedle, werkzaam voor het persagentschap Getty Images, die «embedded» is bij, ofwel dezelfde bedden deelt als de 1st Marine Expeditionary Force van de Task Force Tarawa.

Met Stockhausen is het slecht afgelopen. Omdat hij de ramp een kunstwerk had genoemd en daarmee mensen had geschokt, werd hem zijn festival afgenomen en werden verschillende concerten afgelast. De doorgewinterde liefhebbers van zijn ondoorgrondelijke muziek lieten hem vallen. Ook voor de Iraakse makers van deze primitieve muurschildering ziet het er slecht uit. Grote kunstenaars gaan er aan hen niet verloren. Het werk is zwak in figuratie, eenduidig in zijn politieke sympathie en ronduit lelijk in kleurstelling.

Het interessante zit ’m in de ambiguïteit van de receptie; want hoe reageerden de Amerikaanse GI’s op het kunstwerk? Ze toonden het aan fotograaf Joe Raedle alsof het de ontdekking van een biologische fabriek betrof. Zie je wel, zo zijn die gasten. Maar dat was een andere oorlog. Dat was de oorlog die Amerika voerde in Afghanistan, waar materiaal werd vergaard in de kampen van al-Qaeda als bewijs van terroristische aanwezigheid en anti-Amerikaanse intenties. In Irak moet een volk worden bevrijd van zijn vreselijke leider. Als bewijsmateriaal zou deze schildering slechts kunnen dienen als de leider zelf opdracht had gegeven het te fa briceren. Dat lijkt onwaarschijnlijk. Dan zou er wel een betere schilder aan te pas zijn gekomen, die de erfenis van sociaal-realistische kunst meer eer aandoet, zoals de vele Iraakse staatsschilders doen in hun portretten van Saddam Hoessein.

Deze muurschildering is ook het «zie je wel» van de sceptici. Of van doorgeslagen Amerikaanse soldaten. Zie je wel, die Irake zen vormen één pot nat. De muurschildering als evenknie van de zelfmoordaanslag; de kunstenaar een «other enemy than we expected». De soldaten hebben wellicht een kunstdebat gevoerd, in lange en verhitte gesprekken. Stockhausen droomt daarvan. Jongens uit Tennessee en Ohio, die nog nooit een museum van binnen hebben gezien, proberen zin te geven aan de kunst waar ze zojuist in een non-musea le setting mee zijn geconfronteerd.

Zie je wel: zien is niet genoeg. De vraag luidt waarschijnlijk ook wat ze ermee moeten doen. Krijgt dit beeld dezelfde iconoclastische behandeling als de portretten van Saddam Hoessein? Of moeten ze het gewoon overkalken? Als de GI’s inderdaad het beste van Amerika vertegenwoordigen en doordrongen zijn van het Amerikaanse denken, beseffen ze dat er met hun vondst tonnen valt te verdienen. Mijn tip: voorzichtig uit de muur hakken en meenemen. Want niet ver van het voormalige World Trade Center, in een van de hippe galeries van Chelsea, kun je er een aardig kapitaal mee vergaren. Ook een simpele GI uit Tennessee.