Groen

Ziek

Ik was op 19 augustus nogal intiem met een bokje. Hij was heel lief en raakte in een soort trance toen ik zijn snuit, met duim en wijsvinger tot cirkel gevormd, aaide. De moeder van het bokje keek met duivelsogen, geel en jaloers, toe. Daarna wreef ik, omdat ik jeuk had, met diezelfde duim langs mijn eigen neus. Goddomme, schoot ineens door me heen, heeft dat bokje geen Q-koorts? En zo ja, word ik dan nu ziek? Nah, dacht ik daarna, dit bokje woont in Heiloo, en volgens mij zijn het vooral geiten in Brabant die Q-koorts doorgeven. Toch kreeg ik onmiddellijk – zo’n soort mens ben ik – jeuk in mijn keel en ook voelde ik me duizelig. Dat laatste kon trouwens ook door de warmte komen. En ik dacht: vreselijk, zo’n lief, onschuldig bokje, en toch die rare angst voor een soort koorts waar ik het fijne niet eens van weet, buiten dat je er dood aan kunt gaan. Wie verzint het dat dieren (kalkoenen, kippen, runderen, honden) van alles in zich kunnen hebben waardoor een normale omgang tussen mens en dier omslaat in twijfel, angst en argwaan?
Wat mij betreft mag een teek best twee dagen op mij zitten en een beetje bloed afnemen, wie weet is dat nog ergens goed voor ook. Bovendien: ik barst van het bloed, van een drupje minder krijg ik heus geen appelflauwte. Maar nee, hij zou eens Borrelia burgdorferi mee kunnen dragen, dus afslachten die handel. Een schaap een tongzoen geven? Vergeet het maar, voor je het weet heb je zelf ook een blauwe tong en sterf je onder martelende pijnen en benauwdheid. Vogeltjes koesteren is er ook even niet bij, want wie zegt je dat dat geel niet overslaat op jouw keeltje?
Er is iets gaande, misschien wel een complot, dat een wig moet drijven tussen mens en dier met een voor mij, nu, totaal niet te verzinnen doel. Later die dag, toen ik in zee zwom, zaten er tientallen grote meeuwen op het strand. Die norse blik, die scherpe ogen, zenuwachtig vleugelgefladder. Ik zwom tot ik niet meer kon.