Wie staat te juichen om de zakenkabinetten in Italië en Griekenland, moet zich realiseren dat technocraten ook in Nederland de macht kunnen grijpen.

TOEN BEKEND werd dat de premier van Italië, Silvio Berlusconi, zaterdagavond daadwerkelijk zijn ontslag had ingediend, ging er door Rome een kleine kreet van vreugde. In Italië gaat nu een partijloze, als technocraat omschreven man, Mario Monti, de noodregering leiden die het land door de eurocrisis moet zien te navigeren. De rest van Europa, ook Den Haag, reageerde verheugd: eindelijk een technocraat aan zet, eindelijk iemand die de bezuinigingen en de hervormingen gaat uitvoeren die de andere eurolanden en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) willen.
Ook Griekenland heeft een nieuwe premier. In een radio-interview zei de vorige week beëdigde Lucas Papademos: ‘Ik ben geen politicus.’ Hij zei het niet zomaar, maar omdat het in zijn ogen een pluspunt is. Papademos voegde er nog aan toe dat zijn hele carrière in het teken van economisch beleid had gestaan, blijkbaar ook een pluspunt dezer dagen. In de Londense City reageerde een zakenman tegenover een verslaggever van Reuters op de bekendwording dat de voormalige vice-voorzitter van de Europese Centrale Bank de Griekse crisisregering van nationale eenheid zou gaan leiden met de verheugde uitroep: 'Papademos is niet besmet door de politiek.’ In de eurolanden zullen velen instemmend hebben geknikt.
De politiek is in deze crisistijd blijkbaar een besmettelijke ziekte; economisch beleid daarentegen staat voor gezond. Papademos had dus eigenlijk niet moeten zeggen dat hij geen politicus is, maar dat hij niet aan politiek lijdt. Wat zouden de symptomen van deze ziekte zijn?
Waarschijnlijk zullen velen - vooral in de Noordelijke eurolanden - het erover eens zijn dat in Italië en Griekenland een van de meest in het oog springende symptomen van die ziekte de zucht naar macht uit eigenbelang is. Bij Berlusconi was dat een heel direct eigenbelang: politieke macht was voor hem belangrijk om uit handen van justitie te kunnen blijven en om zijn zakenimperium te kunnen begunstigen.
In Griekenland was het eigenbelang van een andere orde. Daar was de conservatieve oppositie tegen de hervormingen en bezuinigingen van de afgetreden regering-Papandreou omdat ze zelf aan de macht wilde komen, niet omdat ze het inhoudelijk met het door Europa en de IMF opgelegde pakket maatregelen oneens was. Voor beide landen zou je kunnen zeggen: als in de politiek eigenbelang voor het algemeen belang gaat, dan is de politiek ziek.
De Londense zakenman zou bij navraag waarschijnlijk alle politiek die niet goed is voor de vrije markt en de euro als ziekteverschijnsel bestempelen. Vooral de stroperigheid van de politiek zal hij daaronder rekenen. Dat er niet even iemand met de vuist op tafel slaat, maar er overlegd moet worden met andersdenkenden en naar meerderheden in het parlement en draagvlak in de samenleving moet worden gezocht, zal hij beschouwen als symptoom van de ziekte. Als de politiek niet voortvarend de vrije markt, de euro en de verdere eenwording van Europa dient, dan is de politiek ziek.
Papademos en Monti worden nu binnengehaald als het medicijn tegen die zieke politiek. Ze zullen het algemeen belang gaan dienen, en het algemeen belang, dat is het dienen van de vrije markt en de euro. Het marktdenken en Europa worden zo gemaakt tot onderwerpen waar je politiek niet meer van mening over kunt verschillen. Met de toevoeging 'technocratisch’ die Papademos en Monti steevast ten deel valt, wordt dan ook bedoeld: goed, namelijk niet besmet met anders denken over de markt en over Europa. Zo hebben de markt en Europa de politiek overgenomen.
Wie staat te juichen over wat er in Italië en Griekenland gebeurt, moet zich ervan bewust zijn dat dit ook voor Nederland niet zonder consequenties is. Het maakt ook hier het discussiëren over en het argumenten aandragen voor of tegen Europa eigenlijk overbodig: het enige goede is immers de verdere eenwording van Europa, met veel economische macht voor Brussel - al het andere is zieke politiek.
Velen zullen geneigd zijn dat te beamen voor de politiek van gedoogpartij PVV, omdat die met haar verlangen naar de terugkeer van de Nederlandse gulden wel heel opzichtig uit eigenbelang lijkt tegemoet te komen aan een sentiment dat leeft in de samenleving. Maar ook de SP zou dan zieke politiek bedrijven met haar terughoudendheid tegenover verdere centralisering van macht in Brussel. En binnen de PVDA kunnen ze de eurosceptici dan gewoon het stempel 'ziek’ geven om in één klap de politieke discussie over de te varen Europa-koers te beëindigen.
Wie staat te juichen om de regeringen van nationale eenheid of zakenkabinetten in andere landen, moet zich realiseren dat dit ook in eigen land als oplossing kan worden gezien. Stel dat het minderheidskabinet van VVD en CDA volgend jaar onder druk van een economische crisis extra moet gaan bezuinigen en daar niet uitkomt omdat gedoogpartij PVV daar niet voor wil tekenen, dan zullen ook hier stemmen opgaan om zo'n regering te vormen. Zonder dat door verkiezingen uit te schrijven de kiezer om advies wordt gevraagd. Politiek dreigt dan niet alleen nog slechts te kunnen kiezen vóór de vrije markt en vóór Europa, maar ook nog alleen iets te worden voor in goede tijden. Een luxe speeltje dat je even weg legt als het minder gaat.
Maar juist in een tijd van grote veranderingen, waarin de pijn van de afnemende welvaart moet worden verdeeld, doet politiek ertoe. Juist dan botsen de ideeën over de samenleving die de verschillende politieke partijen voor ogen hebben. Rijkdom verdelen is een stuk makkelijker. Politieke partijen dragen wel zelf de verantwoordelijkheid met elkaar van mening te verschillen over wat zij zien als algemeen belang. Als ze het eigenbelang laten prevaleren, maken ze de politiek ziek. Dan grijpen de technocraten de macht.