Ziek, dat zijn de anderen

‘Voor niets is de mens meer beducht dan voor de aanraking door iets onbekends’, begint Elias Canetti zijn bij vlagen hypnotiserende betoog Massa en macht, uit 1960. ‘Alleen in de massa kan de mens van deze aanrakingsvrees worden verlost. Het is de enige situatie waarin deze vrees in haar tegendeel omslaat. Hiertoe is een dichte massa nodig, waarin lichaam tegen lichaam gedrukt is; dicht ook in de geestelijke zin.’

Canetti bracht zijn vormende jaren door in Wenen, in de jaren dertig, een stad waarin vooruitstrevend intellectueel leven werd gecombineerd met rabiaat antisemitisme. Hitler werd uiteindelijk met bloemen onthaald, Canetti vluchtte. Het knappe is dat Canetti’s metafoor van de massa abstract genoeg is en in elke plaats en tijd waarneembaar is. De massa is iets anders dan de optelsom van individuen, de massa heeft een andere dynamiek, een verhoogd momentum, is minder tastbaar voor rede, meer voor gevoel. Iedereen die weleens naar een popconcert of een voetbalwedstrijd is geweest herkent dit. In het artikel van Marcel ten Hooven in De Groene wordt Paul van Tongeren aangehaald, die via Canetti’s denken het haperende groepsgevoel van Nederland in de coronacrisis duidt.

Overigens wijdt Canetti ook een hoofdstuk aan epidemieën. Dit doet hij aan de hand van Thucydides, die in de vijfde eeuw voor Christus een pestuitbraak meemaakte in Athene. Mensen stierven als vliegen, begrafenissen verliepen gehaast en chaotisch. Mensen stalen elkaars brandstapels. Zelf werd Thucydides ziek, maar hij genas, waarmee binnen de epidemie een nieuw soort elite ontstond: ‘Men kan zich voorstellen hoe het hun tussen de anderen te moede moet zijn. Ze hebben overleefd, en ze voelen zich als onkwetsbaar.’

De massa kent niet meer de angst van het voorjaar. En ook niet meer het geduld

Canetti trekt hier een positieve les uit: de genezen mensen zullen met meer mededogen naar de zieken kijken. Thucydides legde het anders uit: de genezen mensen, laat staan de mensen die immuun bleken, zouden zich zo verheven aan de zieken voelen dat ze dachten ook in de toekomst nooit meer aan een ziekte te kunnen sterven.

Tien maanden na de eerste besmetting in Nederland lijkt het meer de kant van Thucydides op te vallen. De superioriteit aan het virus is overal waarneembaar. Verzet groeit, maatregelen worden zichtbaar minder nageleefd. Bepaalde beroepsgroepen (horeca, influencers) geven aan vanaf januari de maatregelen niet meer te willen naleven. Tv-programma’s lijken er een sport van gemaakt te hebben om laatdunkende studenten voor de camera te krijgen die hun schouders ophalen voor het virus. ‘Ik ben jong, mij gebeurt niks, ziek worden de anderen.’ Sommige studenten brengen die beelden overigens zelf naar buiten, zoals een jaarclub van Vindicat – de Groningse studentenvereniging die de afgelopen jaren zo hard heeft gewerkt aan een slechte reputatie dat je zou denken dat ze er studiepunten voor krijgt – waarvan beelden van een stampvolle hossende partybus uitlekten.

De massa komt zijn hol uit, knippert met zijn ogen, komt in beweging. De massa staat nooit stil. De massa kent niet meer de angst van het voorjaar. En ook niet meer het geduld. De massa ziet namelijk iets aan de horizon. Dat het vaccin is aangekondigd voelt aan alsof het vaccin er al daadwerkelijk is. De massa bevrijdt zich, rent roekeloos op die horizon af, met alle gevolgen van dien.

Die dynamiek mag je cru noemen: dat de genezing zo dichtbij is, dat er daardoor een hoop extra zieken, en dus doden, zullen vallen.