Ziekmakend

Soms blaast de Tweede Kamer iets te hoog van de toren. Je kunt het kabinet broddelwerk verwijten, zoals veel fracties deden, maar dan moet je ook naar jezelf durven wijzen.

Twee rechtszaken tegen de staat. En een Kamerdebat over de avondklok waarin een Kamerlid een aantal keren het woord ‘dictator’ in de mond neemt als hij het over minister-president Mark Rutte heeft. En in datzelfde Kamerdebat collega-Kamerleden die er blijk van geven onvoldoende kennis te bezitten, niet goed te luisteren dan wel het debat over de avondklok vooral te gebruiken voor electorale doeleinden. Het was weinig verheffend. Zelfs ziekmakend. Als Kamerleden vinden dat het kabinet blundert, dan moeten ze zelf ook eens goed in de spiegel kijken.

Laat ik beginnen met de gang naar de rechtbank die de minste aandacht kreeg: het kort geding dat de Partij voor de Dieren had aangespannen om via de rechter gedaan te krijgen dat niet alleen zeventigplussers, maar alle stemgerechtigden per post mogen stemmen in deze coronatijd. De pvdd vindt dat hier sprake is van leeftijdsdiscriminatie.

Op het oog lijkt het dat de pvdd opkomt voor ons allemaal, voor gelijkheid. Maar besef wel dat de Partij voor de Dieren naar de rechter ging omdat ze in de Tweede en Eerste Kamer bakzeil haalde. Dat was bij de behandeling van de wet die regelt dat dit jaar in verband met corona stemmen per post voor zeventigplussers mogelijk is. Die wet regelt overigens ook dat één stemgerechtigde gemachtigd mag worden door drie anderen, één machtiging meer dan gebruikelijk, én er niet alleen op woensdag 17 maart kan worden gestemd, maar ook op de twee dagen ervoor.

Kan het niet via de democratische weg, dan maar via de rechter, heeft de pvdd kennelijk gedacht toen ze haar zin niet kreeg. Het is een weg waar je uiterst terughoudend in moet zijn. Omdat je als politieke partij dan zelf de democratie aan het uithollen bent, en je je eigen macht en invloed aan het verleggen bent naar de rechter.

Beduidend meer aandacht kreeg de zaak die de actiegroep Viruswaarheid had aangespannen tegen de staat om de avondklok van tafel te krijgen. De voorzieningenrechter gaf Viruswaarheid gelijk: de invoering van de avondklok was volgens de rechter gebaseerd op de verkeerde wet én er was onvoldoende aangegeven wat deze ingrijpende, vrijheid beperkende maatregel bijdraagt aan de bestrijding van het coronavirus. Voorman Willem Engel juichte na deze uitspraak. Leve de rechtsstaat!

Je laat als Kamerlid het kritische geluid niet over aan collega’s die sowieso tegen zijn

Toen vervolgens op dezelfde dag een andere rechter oordeelde dat de avondklok kon blijven gehandhaafd tot de uitspraak in het hoger beroep dat de staat onmiddellijk had aangevraagd, vond Engel dat Nederland geen rechtsstaat is. Oftewel: je krijgt je zin, dan deugt het wel, je krijgt je zin niet, dan deugt het niet.

Ook de Tweede Kamer blies meteen hoog van de toren. Veel fracties verweten het kabinet broddelwerk, vonden de gang van zaken een blamage, slecht voor het vertrouwen. Maar bij dat broddelwerk waren ze dan als medewetgever wél zelf betrokken. Ze zijn er immers zelf mede debet aan dat de avondklok als mogelijke maatregel aanvankelijk niet was opgenomen in de coronawet.

Toen die wet afgelopen najaar werd behandeld, had de Kamer net in ruime meerderheid een motie van pvv-leider Geert Wilders tegen een avondklok aangenomen. Toen was een dergelijke maatregel inderdaad niet nodig. Maar waarom werd destijds niet vooruit gedacht en goed vastgelegd onder welke uitzonderlijke omstandigheden en welke voorwaarden, zoals na consultatie van de Kamer, een avondklok eventueel wél kon worden ingezet? Je kunt vanuit de Kamerbankjes het kabinet verwijten niet vooruit te denken, maar als je het dan zelf ook niet doet, riekt dat naar opportunisme.

Vervolgens had de Tweede Kamer ook scherper op het vinkentouw kunnen zitten toen de avondklok er toch kwam, maar dan gebaseerd op de wet buitengewone bevoegdheden burgerlijk gezag. Ook, of eigenlijk zelfs juist als je dan uiteindelijk toch instemt met een zo ingrijpende maatregel heb je als volksvertegenwoordiger de taak ervoor te zorgen dat de wettelijke basis daarvoor klopt. En dan stem je tegen als die wet ‘broddelwerk’ is. Stem je tegen als die wet niet de goede juridische basis zou zijn. En stem je tegen als onvoldoende is aangegeven waarom die avondklok juist nu nodig is. Dan laat je het kritische geluid niet over aan collega’s die sowieso tegen zijn. Wederom, dan help je zelf mee aan het uithollen van het vertrouwen in de democratie en de rechtsstaat.

Dan het Kamerlid dat Rutte een dictator noemde. Dat was Tunahan Kuzu van DENK. Hij nam dat woord een aantal keren in de mond. Je kunt tegen een avondklok zijn. Vinden dat het virus op een andere manier bestreden moet worden. Maar als je je zin niet krijgt in een democratisch proces getuigt het van zwakheid een ander dan voor dictator uit te maken. Bovendien werkt het in deze toch al verwarrende tijden opruiend. Zo was het trouwens ook bedoeld. Vraagje aan Kuzu: vindt hij Angela Merkel in Duitsland en Emmanuel Macron in Frankrijk ook dictators? En zou hij Recep Tayyip Erdogan van Turkije zo durven noemen? Inderdaad, allemaal landen met een avondklok.

De Kamervoorzitter had Kuzu indringender en met meer gezag tot de orde moeten roepen. En de overige fracties kwamen te laat of zelfs niet in actie om het gedrag van Kuzu te veroordelen. Kom me niet meer aan met het argument dat hij dan nóg meer aandacht krijgt. Ik herhaal nog maar een keer: voor het vertrouwen in de democratie spreek je je uit over dit soort ziekmakend gedrag.