Barbara Ehrenreich contra het infantiele denken

Ziekte is géén geschenk

Ontslag betekent geen uitdaging en borstkanker levert geen groeimoment op. Het is gewoon wat het is: een tegenslag. Het is tijd dat het doorgeschoten positieve denken wordt aangepakt. Met defensief pessimisme bijvoorbeeld. En soms een negatieve lunch.

BARBARA EHRENREICH (68) bloeit op als ze verontwaardigd is. En in de Verenigde Staten vindt ze gelukkig al decennialang genoeg om zich boos over te maken.
In 2001 brak ze door bij het grote publiek met de bestseller Nickel and Dimed, waarin ze haar undercoverpoging om in Amerika rond te komen van ongeschoolde minimumloonbanen beschrijft. Naar eigen zeggen beleefde ze het meeste plezier aan het schrijven van dit boek, al lukt het haar, zelfs met twee fulltime banen, niet om rond te komen en moet ze haar project staken in verband met haar gezondheid. Een heuse eye-opener voor veel Amerikanen die nu pas echt begrepen hoe moeilijk de ‘working poor’ het hebben in dit land. Al snel volgde haar tweede bestseller Bait and Switch (2005) met een verslag van een ander undercoveravontuur, ditmaal als hoog opgeleide professional op zoek naar een baan. Het door haar geschetste beeld van de hogere regionen van het hyperkapitalistische systeem blijkt nog treuriger dan de wereld van de werkende armen. Werd er onder de ongeschoolde werknemers nog gelachen om de managers en werkelijk naar elkaar omgekeken; in de ‘white-collar’-wereld wordt solidariteit ontmoedigd en gaat het allemaal om competitie en rivaliteit. Voor de werklozen onder hen komen daar nog eens de schaamte en het gevoel van persoonlijk falen bij, de constante boodschap dat het allemaal je eigen schuld is.
Deze ‘blame the victim’-thematiek werd een van de pijlers van Ehrenreichs nieuwste boek, waarin ze haar maatschappijkritiek nog een slag breder trekt. In Brightsided richt ze haar pijlen op het positieve denken, de ideologie die alle gelederen van de Amerikaanse samenleving inmiddels heeft doordrenkt en volgens haar fungeert als het nieuwe opium voor het volk. Het idee dat een individu alles kan bereiken als het maar positief genoeg denkt, ontneemt het zicht op grotere sociale, politieke en economische krachten achter armoede, werkloosheid en een gebrekkige gezondheidszorg. ‘Niet alles kan worden gerepareerd door een assertiviteitstraining.’

HET BEGINT ALLEMAAL met roze lintjes, het symbool van de borstkanker-bewustwordingsbeweging. Na haar diagnose met borstkanker gaat Ehrenreich op zoek naar informatie en steun in medische boeken, supportgroepen en op het internet. Ze belandt in een dwingende en infantiliserende roze wereld waar positief denken de absolute norm is en waar ze geacht wordt inspiratie te halen uit teksten als: ‘Als het leven citroenen uitdeelt, pers er dan een glimlach uit.’ Als ze op internet een oproep plaatst onder het kopje ‘angry’, waarin ze voorzichtig suggereert dat ze er moeite mee heeft om alles door een roze bril te bekijken, krijgt ze het goedbedoelde advies: ‘You gotta run, not walk to get counseling.’ Gevoelens van woede of angst zijn uit den boze. Sterker nog: negatieve gevoelens belemmeren het herstel, daar lijkt iedereen van overtuigd. Ehrenreich, zelf ooit gepromoveerd in de biologie, staat sceptisch tegenover dergelijke claims en gaat op zoek naar wetenschappelijk bewijs voor de weldadige effecten van positief denken op de genezing van kanker. Ze vindt geen enkele onderbouwing. Tegelijkertijd is het wel een enorme last voor patiënten om niet alleen te leren omgaan met hun ziekte, maar ook nog eens zelf verantwoordelijk te zijn voor hun genezing. ‘Als het niet lukt om positief te denken, kan dit op kankerpatiënten drukken als een tweede ziekte.’ Toch blijft het motto onder ‘survivors’ (want patiënten of slachtoffers mogen ze niet worden genoemd, véél te negatief) dat de ziekte moet worden gezien als een uitdaging, als een mogelijkheid om te groeien in het leven, of, zoals Lance Armstrong ooit heeft gezegd ‘als een geschenk’. Het maakt Ehrenreich furieus: ‘Ik kon mezelf er niet van overtuigen dat deze ziekte een soort verlossing zou zijn.’ In plaats daarvan maakt ze zich zorgen over hoe de roze borstkankergloed de aandacht afleidt van belangrijke vragen. ‘Waarom is borstkanker een epidemie, vooral in de westerse wereld? Waarom is er geen betere behandeling dan het simpelweg doden van alle cellen, inclusief de gezonde? Dáár zou de discussie over moeten gaan.’ In plaats daarvan signaleert Ehrenreich een verplicht opgewekte stemming in de ‘pinkwashed’ borstkankercultuur en een uitgebreid aanbod aan roze producten: vier verschillende soorten borstkankerbeertjes, gezellige borstkankerkaarsjes om je huis mee op te fleuren en een breed scala aan ultravrouwelijke kleding voorzien van roze lintjes. Kanker heeft Ehrenreich niet mooier, sterker, vrouwelijker of spiritueler gemaakt, maar het confronteerde haar wel met een ideologie waar in Amerika nog maar nauwelijks aan te ontsnappen is: de promotie van het positieve denken.

EHRENREICH ONTDEKT DAT het ‘blame the victim’-mechanisme niet alleen borstkankerpatiënten veroordeelt tot het uitbannen van verboden negatieve gedachten. Ze vertelt hoe ze tijdens haar book tour mensen vraagt of ze wel eens te horen hebben gekregen dat ze te negatief waren op hun werk. Telkens gaat ten minste een derde van de handen in de lucht. ‘Te negatief zijn betekent: vragen stellen, problemen opwerpen. Dat kunnen we niet hebben natuurlijk.’ In haar boek komt Eric Dezenhall, een gerenommeerd crisismanager die ooit onder Reagan werkte, aan het woord. Als hij gebeld wordt door bedrijven in nood moet hij het gesprek altijd beginnen met een lastige mededeling: ‘This crisis is not an opportunity.’ Amerikaanse managers zijn gehersenspoeld om te praten in termen als ‘challenge’ en ‘opportunity’. Het benoemen van problemen of obstakels wordt gezien als negatief en is daarom niet gewenst.
Door de impuls van het bedrijfsleven heeft positief denken sinds de jaren tachtig in de Verenigde Staten zo’n hoge vlucht genomen. Ehrenreich legt uit hoe in die tijd bedrijven consumenten werden van de industrie van het positieve denken. Bedrijven moesten productiever worden met minder mensen en dit kon alleen door talloze rondes van ontslagen. Een groot probleem voor managers, want hoe ga je om met al die wanhoop en angst? De markt van de sprekers, de posters en de zelfhulpboeken bood een goedkope oplossing.
Zo werd in die tijd het simpele zelfhulpboek Who Moved My Cheese? bijvoorbeeld een enorme hit. Het succes werd vooral veroorzaakt doordat het boek op grote schaal door bedrijven werd ingekocht en gedistribueerd aan (ex-)werknemers. In het boek werd hun op eenvoudige wijze uitgelegd dat het geen zin heeft om te zeuren over tegenvallers, zoals een ontslag, net zoals het geen zin heeft voor een muis om te lamenteren over kaas die plotseling is weggenomen. Een muis zeurt niet, maar gaat direct op zoek naar nieuwe kaas. De ontslagen werknemer wordt aangespoord om hetzelfde te doen. Dergelijke boeken hielpen bedrijven om mensen te ontslaan zonder op al te veel weerstand te stuiten en tegelijkertijd werden ze gebruikt om de achtergebleven werknemer te motiveren om nu het werk te doen dat eerst door twee of drie mensen werd gedaan. Ehrenreich: ‘Het is een geweldige vorm van sociale controle. Je vertelt iemand die net zijn baan is verloren, zijn bron van inkomsten, zijn ziektekostenverzekering: dit is helemaal niet erg. Je moet hier juist dankbaar voor zijn.’
De ineenstorting van de economie is volgens Ehrenreich mede veroorzaakt door hetzelfde misplaatste optimisme: ‘Dit is precies het juiste moment om erop te wijzen dat er consequenties verbonden zijn aan je kop in het zand steken.’ Ze laat zien hoe de CEO’s en CFO’s van de grote multinationals aan de vooravond van de financiële crisis in de ban zijn van verschillende vormen van positief denken en hun besluiten eerder baseren op ingevingen dan op rationele analyse. In plaats van geconcentreerde studies van bedrijfsresultaten te maken, gaan de captains of industry samen op een ‘shamanic healing journey’, bezoeken ze een boeddhistisch seminar of doen ze een oefening in ‘tribal story telling’. Amerikanen blijven, op aanraden van zelfhulpboeken als The Secret of televisiegoeroe Oprah Winfrey, zich richten op het vervolmaken van hun eigen leven en sluiten daartoe de ene doodlopende hypotheek na de andere af. Ehrenreich: ‘De economische crisis is een gigantische wake-up call. Voor mij is het zonneklaar dat de crisis en de ideologie van het positieve denken aan elkaar gerelateerd zijn.’ Het huidige politieke klimaat staat eindelijk iets meer open voor rationele analyse, daarvan is Ehrenreich overtuigd. Hoewel er, dat moet worden gezegd, niet veel voor nodig is om realistischer te zijn dan de regering van Bush, wiens adviseur Karl Rove zo’n hekel had aan de werkelijkheid dat hij journalisten er regelmatig van betichtte onderdeel uit te maken van de ‘realism-based community’.

HET POSITIEVE DENKEN kenmerkt zich door het idee dat een gedachte de werkelijkheid kan beïnvloeden. Door een bepaalde uitkomst te visualiseren, krijgt die vanzelf ook gestalte. Dit magische denken is de hoofdmoot van de seculiere zelfhulpindustrie, maar volgens Ehrenreich tevens de kernboodschap van de megakerken in de Verenigde Staten. Er is weliswaar een grote groep christenen die dit weerzinwekkend vindt, maar hele onderdelen van het evangelische christendom zijn niets meer dan positief denken met wat religieuze taal er doorheen gemixt. ‘Deze God wil dat je mooie dingen hebt, dat je rijk wordt. Wat heeft dit nog te maken met het verhaal van lijden en verlossing, waarom ik dacht dat het draaide in het christendom?’ vraagt Ehrenreich zich af.
Net zoals bedrijven in de jaren tachtig massaal zelfhulpboeken inkochten, zo begonnen de kerken zichzelf in die tijd te beschouwen als bedrijven. ‘De stoelen werden zachter, er werd meer muziek gedraaid, het werd allemaal wat comfortabeler. En die ene dag in de week dat je vrij bent en naar de kerk gaat wil je liever niet horen dat je een zondaar bent. Nee, je wil horen dat er allemaal leuke dingen gaan gebeuren.’ Hoewel er voor de meeste kerkgangers niets leuks gebeurde, bleven de megakerken hun aantrekkingskracht houden. ‘Als die leuke dingen op zich laten wachten, dan moet je misschien wat meer geduld hebben’, zegt Ehrenreich lachend, ‘want God is soms een beetje langzaam.’ Misschien moet je eens met de bank praten of je niet nog een hypotheek op je huis kunt krijgen om die nieuwe auto te kopen die je nu al zo lang hartstochtelijk aan het ‘visualiseren’ bent?

OPTIMISME WORDT meestal gezien als een typisch Amerikaanse eigenschap, een onderdeel van de Amerikaanse volksaard. Het gangbare idee over de achtergrond van dit Amerikaanse optimisme is dat het nieuw gevonden weidse land met immer optrekkende grenzen en eindeloze mogelijkheden zich simpelweg niet leende voor pessimisme. Maar Ehrenreich heeft een andere theorie. Volgens haar werden Amerikanen optimisten omdat ze eerst het omgekeerde hadden geprobeerd. Hoewel de huidige megakerken een aandeel hebben in de promotie van het positieve denken was de oorspronkelijke religie in Amerika van geheel andere aard. ‘Het calvinisme dat door de blanke kolonisten werd meegebracht zou kunnen worden beschreven als een systeem van sociaal opgelegde depressie’, schrijft Ehrenreich. ‘Er was weliswaar een hemel, maar daar was maar beperkt plaats en dan wel alleen voor degenen die daartoe bij geboorte waren voorbestemd. Het leven moest worden ingevuld met continu zelfonderzoek naar zondige gedachten. Genieten en plezier waren per definitie een zonde.’ Je zou er bijna depressief van worden.
Daarnaast stuitten de Amerikanen op de grenzen van de medische wetenschap. Ehrenreich beschrijft hoe dokters geen antwoord hadden op ziektes als melancholie of neurasthenia, een bepaalde zenuwziekte. De eerste vormen van ‘New Age’-genezing en positief denken daarentegen boekten wel degelijk succes bij de behandeling van dergelijke ziekten.

WAS HET positieve denken wellicht oorspronkelijk een welkom antwoord op al die verplichte somberheid, in onze tijd zijn we volgens Ehrenreich doorgeslagen en lijkt elke vorm van kritisch denken een ‘negatieve gedachte’ die zo snel mogelijk moet worden uitgebannen. Dat bedrijven hun werknemers op positieve ‘bonding’-uitjes sturen, God wil dat we rijk worden en ongekwalificeerde ‘life coaches’ het werk van psychotherapeuten hebben overgenomen is nog tot daar aan toe. Het meest verontrustend vindt Ehrenreich misschien nog wel dat ook in de academische wereld positief denken inmiddels is binnengedrongen. Zo trok op Harvard in 2006 de module ‘introductie tot de positieve psychologie’ 855 studenten en werd daarmee het populairste vak van de campus. Ehrenreich: ‘Ik dacht dat je aan een universiteit juist moest leren om kritisch te denken. Dat betekent ter discussie stellen, vragen opwerpen en niet blind optimisme.’ In Brightsided opent Ehrenreich de frontale aanval op de wetenschap van de positieve psychologie. In het bijzonder richt ze haar pijlen op een van de kopstukken van de academische positieve-psychologiebeweging: Martin Seligman, voorzitter van het Positive Psychology Center, ex-voorzitter van de American Psychology Association en schrijver van het boek Authentic Happiness. Het is duidelijk dat hij niet al te ‘positieve’ ervaringen heeft met Ehrenreich, want hij doet hartstochtelijk zijn best om een interview met haar te ontwijken. In een hilarische scène beschrijft ze hoe Seligman haar meeneemt naar een museum om Monets te bewonderen, terwijl zij een serieus gesprek met hem probeert te voeren. Bij de Monets mag ze geen pen gebruiken om aantekeningen te maken van het interview. ‘Het is waar, ik houd niet van de Monets, al was het maar omdat ze onderdeel zijn gaan uitmaken van middle-class notions of coziness, net zoals lavendel, scones en foto’s van baby’s en lammetjes. Maar ik haat ze niet genoeg om ze met mijn pen te lijf te gaan.’ Deze mislukte ontmoeting weerhoudt Ehrenreich er uiteraard niet van om vervolgens systematisch de ideeën van Seligman onderuit te halen. Ze gebruikt daarbij onder meer het werk van Barbara Held, een professor in de psychologie aan Bowdoin College en een uitgesproken criticus van Seligman en de positieve psychologie. Haar kritiek komt erop neer dat de positieve psychologie pretendeert om slechts objectief en wetenschappelijk te onderzoeken wat de gevolgen zijn van positief denken (op de gezondheid, of op maatschappelijk succes), maar tegelijkertijd deze zelfde positieve houding propageert als de enige juiste. Dit ‘optimistische vooroordeel’ zorgt ervoor dat realisme en objectiviteit bij voorbaat uit het raam worden gegooid.

BARBARA HELD schreef het boek Stop Smiling, Start Kvetching (2003) en maakt deel uit van een select groepje wetenschappers dat Ehrenreich tijdens het schrijven van haar boek bij elkaar bracht. Held bedacht de naam voor dit groepje: de ‘Negateers’, wetenschappers die kritisch staan tegenover de heersende consensus over positief denken. Ze komen eens in de zoveel tijd bij elkaar voor vrolijke ‘negative lunches’.
Ook Richard Sloan, professor in de psychologie aan Columbia, is een ‘Negateer’. Hij is van mening dat er weliswaar enig bewijs is voor de voordelen van een positieve houding, maar niet op de simpele manier die door coaches vaak wordt aangeraden. ‘Het is zo dat degenen die van nature meer optimistisch zijn een voordeel hebben ten opzichte van degenen die dat niet zijn, maar wie je bent kun je nu eenmaal niet zo makkelijk veranderen’, aldus Sloan.

AL DIE MENSEN die zichzelf niet zo makkelijk kunnen veranderen, kunnen hun hart ophalen bij Brightsided. Wat een opluchting: ontslag hoeft niet langer een uitdaging te zijn, ziekte geen geschenk, en verlies van een geliefde geen groeimoment. Het kan gewoon zijn wat het is: een tegenslag. Ehrenreich krijgt veel dankbetuigingen van lezers die blij zijn dat hun problemen niet onder de tafel worden geschoven of als een boemerang naar henzelf terug worden geleid. ‘Eindelijk iemand die het zegt’, is de reactie.
Ehrenreich haast zich echter wel om te vermelden dat negativiteit natuurlijk ook niet de oplossing is. Een gezonde dosis ‘defensive pessimism’ is haar recept. Denk maar eens aan autorijden: ‘Moet je positief zijn en aannemen dat niemand je af zal snijden, of ben je meer negatief ingesteld en klaar om te remmen?’ Hoewel geluk niet alleen de uitkomst is van externe factoren meent Ehrenreich dat dit niet betekent ‘dat we geluk dus kunnen vinden door een innerlijke reis om onze gedachten en gevoelens aan te passen. De gevaren die ons bedreigen zijn echt en kunnen alleen worden overwonnen door onze obsessie met onszelf af te werpen en in actie te komen in de wereld.’ Hier spreekt een rasoptimist die de hoop op verandering in de wereld nog lang niet heeft opgegeven.