Fraude bij de dienst Stadstoezicht

Ziel en uniform

Een flink aantal medewerkers van de Amsterdamse dienst Stadstoezicht heeft een strafblad. Inmiddels is het weer raak: door grootscheepse fraude is een groot deel van het personeel tijdelijk naar huis gestuurd. Achterblijvers en invalkrachten hebben het zwaar te verduren.

Vijf medewerkers aangehouden op verdenking van fraude met parkeervergunningen, valsheid in geschrifte en omkoping. Nog dertien personen buiten de dienst aangehouden op dezelfde gronden. Meer aanhoudingen niet uitgesloten. Vier leidinggevenden op non-actief gesteld. Dertig baliemedewerkers naar huis gestuurd.

Het waren forse maatregelen die Stadstoezicht afgelopen week nam. Hoongelach en woede streden om voorrang bij de Amsterdammers, die voor hun parkeervergunning, kraskaart of naheffing niet meer terecht konden bij het servicepunt aan de Jan Pieter Heijestraat, waar de fraude was ontdekt. Morrend klonterde men samen bij de balies aan het Beukenplein en de Weesperstraat. «Attentie! De wachttijd bedraagt meer dan één uur», stond er op slordig aangeplakte A4’tjes. Op het Beukenplein werden de zaken waargenomen door invalkrachten. Een pot bittere koffie en twee extra stoelen moesten het leed verzachten. Af en toe kwam de politie kijken of de onvrede niet uit de hand liep. Zo om het kwartier verhief weer iemand zijn stem, verongelijkt zwaaiend met documenten en zinnen roepend als: «Ik heb die brief helemaal niet gehad!»

De dienst Stadstoezicht, met 1100 medewerkers, heeft als missie de leefbaarheid in de stad te bevorderen en te handhaven. Dat houdt in: het verkeer reguleren, toezien op deugdelijke afvalverwerking en bij ongeregeldheden — uiteenlopend van opstootjes tot losgeraakte stoeptegels — rapporteren en eventueel corrigerend optreden. Stadstoezicht werkt ook samen met de politie tijdens verkeerscontroles. Een ondersteunende dienst dus, die geen beleid maakt maar uitvoert en binnen dat kader beperkte bevoegdheden heeft. Als er echt iets ernstigs aan de hand is, neemt de politie het over. Voor dit werk werden in 1996 drie diensten samengevoegd: Reinigingspolitie, Parkeerbeheer en Stadswacht. Die laatste twee hadden de jaren daarvoor al een reputatie van fraudegevoeligheid gevestigd. Stadstoezicht was in die beginjaren een vergaarbak van uitgerangeerde ambtenaren en langdurig werklozen die via de Melkertregeling bij de dienst terecht konden. Een flink aantal medewerkers had een strafblad. Gemeentebestuur noch de toenmalige directeur van Stadstoezicht Jan Lankreijer had oog voor de gevaren van de ongelukkige fusie. De snelle uitbreiding van het betaald parkeren was prioriteit. Daarmee zou het autoverkeer worden ontmoedigd en teruggedrongen. Maar het betaald parkeren was vooral bedoeld om de gemeentekas te spekken. Dat laatste lukte uitstekend. Jaarlijks werden tientallen miljoenen guldens opgehaald, elk jaar weer meer. Maar er was weinig aandacht over voor de procedures en controles op de geldlopers en –tellers, die onkreukbaar moesten blijven bij de dagelijkse verwerking van bakken vol cashgeld.

«De eigen verantwoordelijkheid van het personeel dient vooral het eigenbelang en de kans op subversief gedrag is aanzienlijk», schreef KPMG Integrity Consulting in 1997 in haar rapport. De consultants schetsten een sfeer van defaitisme, argwaan, angst en schaamte onder het personeel en stelden dat onmiddellijk ingrijpen was vereist. De rapportage was zo compromitterend dat de leiding zelfs een gekuiste versie nooit openbaar heeft willen maken.

Datzelfde jaar werden zes geldlopers en vier handlangers gearresteerd. Zij werden verdacht van het wegsluizen van naar schatting een paar miljoen gulden aan parkeergeld. Het moet het topje van de ijsberg zijn geweest. Binnen de organisatie, die in 1997 honderd miljoen gulden aan cashgeld ophaalde — inmiddels is het zo’n 81 miljoen euro, speelde de fraude veel breder. In de jaren negentig is waarschijnlijk voor vele tientallen miljoenen guldens verduisterd.

De strafzaak en de golf aan pijnlijke publiciteit hadden de uitwerking van een shocktherapie. Het was duidelijk: dieper kon een overheidsdienst niet zinken. Sindsdien heeft Stadstoezicht de parkeerautomaten verregaand verbeterd en beveiligd, werden procedures en controles aangescherpt, en werd een eigen, intern Bureau Integriteit opgetuigd om corruptie en fraude te bestrijden — dus los van het Bureau Integriteit voor het gehele ambtenarenapparaat van de stad. Twee rechercheurs kregen de uitzonderlijke bevoegdheid om telefoongesprekken af te luisteren en medewerkers met camera’s te observeren. Klokkenluiders werd anonimiteit en bescherming gegarandeerd. Tot eind 1999 kwamen er honderd meldingen binnen. Tien daarvan waren rijp voor vervolging, de andere meldingen betroffen overtredingen van de aangescherpte huisregels. Daar zaten ogenschijnlijke dooddoeners bij als: «geen alcohol- en drugsgebruik in werktijd», maar ook «niet naar alcohol ruiken tijdens het werk», «niet discrimineren», «het publiek niet tutoyeren en correct behandelen» en «Nederlands spreken op de werkvloer».

Eind 1999 pas zagen de tien fraudeurs hun hoger beroep tegen de onvoorwaardelijke gevangenisstraffen gehonoreerd met een uiteindelijke veroordeling tot taakstraffen. Want, zo overwoog de rechter, de fraudeurs hadden moeten werken in een sfeer waarin het gewoon was dat iedereen stal, van hoog tot laag. Sindsdien gaat de parkeercontroleur in de Amsterdamse volksmond door voor «zakkenvuller». Er kwamen de laatste jaren nog enkele kleinere voorvallen in het nieuws, die dat beeld verder versterkten. Stadstoezicht verloor nog meer goodwill bij het publiek dankzij de recente invoering van nog hogere parkeertarieven en de steeds langer wordende wachttijden voor parkeervergunningen. In Amsterdam Centrum betaal je van 9 tot 24 uur 2,80 euro per uur en is de wachttijd voor een vergunning minstens vijf jaar. Vijf andere stadsdelen — recent kwam het ooit zo rustige Zeeburg erbij — hebben ook uitdijende wachtlijsten. In Het Parool staan met regelmaat ingezonden brieven waarin de aanvrager van een vergunning een wrange beschrijving geeft van het jongste contact met Stadstoezicht. De teneur is steevast dat ze bij de dienst geen flauw idee hebben en volstaan met: «U zult waarschijnlijk nog een paar jaar geduld moeten hebben.»

De vorige week aan het licht gebrachte fraude komt dus niet gelegen.

Hebben de maatregelen van de afgelopen jaren dan niet geholpen? Zijn corruptie en fraude bij Stadstoezicht definitief de running gag van Amsterdam geworden?

Iedereen doet er het zwijgen toe: de waarnemend directeur, de woordvoerder, het hoofd beleids- en juridische zaken, en de rechercheurs. Het interne onderzoek loopt nog en daarom heerst er op het hoofdkantoor een spreekverbod. Zolang ze niet bij hun ware naam worden genoemd, zijn de ambtenaren op straat loslippiger.

«Inderdaad, er is elk jaar wel iets», aldus parkeercontroleur Peter Martens, werkzaam in district Centrum. «Het moet keihard worden aangepakt. We worden er op straat op aangesproken. Ze mogen er niet, zoals toen, met een taakstraf afkomen. Dat was in feite een bevestiging dat misdaad loont. En de leidinggevenden moesten er dit keer maar eens niet afkomen met overplaatsing naar een andere functie.»

Martens is een dertigjarige jongeman die al tien jaar naar tevredenheid werkt bij Parkeerbeheer. «Lekker werk», vindt hij. Je bent buiten, in hoge mate zelfstandig, niet gehinderd door een chef die over je nek meekijkt. Inclusief toeslagen verdient hij een kleine tweeduizend euro bruto per maand. «Ons beleid is klemmen met een knipoog. Als ik als Bromsnor door de straat ga, heb ik binnen vijf minuten oorlog. Dat doe ik dus niet. Ik verplaats me in de mensen, heb er begrip voor dat ze parkeren schofterig duur vinden. Maar ik laat me ook niet in de maling nemen.»

Tien jaar geleden was er meer discipline, herinnert Martens zich. «Er werd van je verwacht dat je als een dwaas tekeerging en aan het eind van de dienst vijftig klemmen had gezet. Als je nu per dag tien klemmen zet, is dat normaal. Je wordt niet op je productie afgerekend. Bovendien slagen we in de beleidsdoelstelling: het autoluw maken van de stad. Ik geef toe dat de tarieven en wachttijden krankzinnig zijn, maar er komen daardoor echt minder auto’s de stad in. Als bewoner kun je nu wel je auto kwijt.»

Martens vindt, «hoe gek dat ook mag klinken», dat er juist veel is verbeterd. De affaire van nu zal volgens hem uiteindelijk veel kleiner blijken dan in 1997. Bovendien is deze affaire door de eigen mensen ontdekt. Het valt niet goed te praten, maar dat is vooruitgang.

In de Eerste van Swindenstraat wordt het beeld van de zakkenvullende parkeerbeheerder nog verder gerelativeerd door de hoffelijke Hafid Bekaoui (48), die parkeerders te woord staat die op zoek zijn naar een parkeerautomaat die het wél doet. «Ik doe belangrijk werk en ik ben daar trots op», zegt hij. «Wat wij doen is het reguleren van het verkeer en dat betekent ruimte creëren. Dan is het goed als je zelf ruimhartig bent. Ik leg iemand die dubbel geparkeerd staat uit dat dit dramatische gevolgen kan hebben als er bijvoorbeeld een ambulance langs moet. Zo’n inzicht doet vaak wonderen.»

Hij is trots op zijn uniform maar lijdt soms onder het dragen ervan. «Als ik in de Kalverstraat in burger tegen iemand aan loop, bieden we beiden onze excuses aan en vervolgen onze weg. Als ik in uniform ben, word ik in diezelfde situatie uitgescholden. Dat doet me pijn. Ik moet ziel en uniform soms scheiden.»

In de Eerste Hugo de Grootstraat bergt Stan Ringeling (38) zijn bonnenboekje op en zet zijn zonnebril recht op de neus. We moeten ook weer niet denken dat het geweldig werk is. «Je wordt dagelijks uitgescholden en het beste wat je dan kunt doen, is je schouders ophalen en rustig blijven. De mensen begrijpen niet dat zonder ons de hele stad binnen een week in een totale chaos verandert. Je zou de stad niet meer in of uit kunnen. Elke gracht zou vast staan met laders en lossers die zich nergens wat van aan trekken.»

De verleiding om zelf fraude te plegen blijft bestaan. Ringeling: «Stel, je klemt iemand die net komt aanrennen en meteen wil betalen. Die 64 euro zou je zo in je zak kunnen steken. Je wordt vaak genoeg benaderd om een oogje toe te knijpen en die verleiding is niet altijd even gemakkelijk te weerstaan.»

Hij rolt een sigaret, steekt hem aan en gaat er eens wijdbeens voor staan. Dan zegt Ringeling: «Ik zie de feiten zo: de fraude van 1997 was een volledig interne aangelegenheid. Nu, met die parkeervergunningen, zijn er ook dertien mensen van buiten de dienst bij betrokken. Dat betekent dat de burger ook bij de fraude betrokken is. En het wordt wat dat betreft steeds erger. Is je bijvoorbeeld opgevallen hoe sterk het aantal gehandicapte Amsterdammers toeneemt? Echt dra-ma-tisch! Door nieuwe Europese wetgeving hoeft sinds 1 april het kenteken niet meer op de gehandicaptenparkeerkaart te staan. Gevolg: echte gehandicapten worden bestolen en vervolgens zie je door de hele stad kerngezonde mannen in dikke Mercedessen met zo’n kaart op het dashboard. Op de zwarte markt doen die kaarten 750 euro. Dat is de nieuwste fraude en wij kunnen er niet tegen optreden. Wij hebben als ambtenaren bij Stadstoezicht niet te frauderen. We moeten integer zijn. Maar voor de burger geldt dat net zo goed.»