Zielig

Net als mijn jongste zusje vind ik heel veel mensen zielig, maar daar houdt de overeenkomst op. Zij bezit de zalige overtuiging dat zielige mensen geholpen kunnen en moeten worden, ik ben van mening dat ze gemeden of bestreden moeten worden. Het is een van de redenen waarom ze mij als een zielig mens beschouwt, al zal ze me dat nooit vertellen. Ik houd van haar en benijd haar geduld.

Zij vindt andere mensen zielig dan ik. Zij vindt de verkopers van de daklozenkrant zielig, terwijl ik de kopers meestal veel zieliger vindt. Het beeld van een Albert-Heijnbezoekster die haar boodschappentassen neerzet aan de voeten van zo'n haveloze menselijke kiosk en een praatje begint terwijl ze twee guldens uit haar portemonnee pulkt - ik weet nooit of ik moet lachen of huilen. Hetzelfde heb ik bij de mensen die, met afgewende blik, mompelen ‘dat ze hem deze maand al gekocht hebben’. Of dat nu waar is of niet, het feit dat je je moet verontschuldigen vanwege het niet kopen van een daklozenkrant wijst op zo veel onverwerkte schuld dat ik vaak de aandrang voel om zo iemand naar huis te volgen, me in de struiken te verstoppen en midden in de nacht een paar afgrijselijke kreten door de brievenbus los te laten. Als daad van barmhartigheid.
Een al even bodemloze put van treurnis gaapt je aan vanuit het colofon van literaire tijdschriften en bloemlezingen, waarin de medewerkers of samenstellers zich aan de wereld voorstellen. Sinds een jaar of wat is het mode om daar een vlot pr-verhaal van te maken. Zo maakte ik dankzij het literaire blad Tzum kennis met het leven van Maria van Daalen: 'All-round literair mens. Is redactieraadslid van DWB en Schrijver & Caravan, was daarvoor redacteur van De Revisor. Heeft een geweldige dochter. Speelt in haar vrije tijd kerkorgel in Warffum.’
Is het vanwege die geweldige dochter? Of vanwege dat kerkorgel? Of toch de formulering: 'All-round literair mens’? In ieder geval, ik hield de ogen al nauwelijks droog, en toen las ik het 'biootje’ van Derwent Christmas, redacteur van Tzum. Hij 'maakt Leeuwarden meer literair’.
O heer. Ik zie Leeuwarden. Ik zie het donkere zaaltje. Ik hoor de microfoon rondzingen als de voorzitter om stilte vraagt, want de Leeuwardense dichter Kneppe Poppels zal nu zijn cyclus Witte vloed voorlezen. Ik zie Derwent Cristmas bij de deur staan en zich afvragen of er meer dan drie mensen zullen komen.
Nog zieliger is de lollige biografie. Wijlen het literair tijdschrift Zoetermeer is ermee begonnen, geloof ik, en nu zie je het overal: in het tijdschrift Passionate ('Nu het uit is met zijn vriendin heeft hij zijn eerste stappen in de poëzie gezet’) en in de bundel Rotte vis: Een cursus effectief beledigen: 'Als afstammeling van een vermaard Florentijns muizenvallenbouwersgeslacht kent Rik Lambers de tol van roem. Hij hoopt weldra zijn rechtenstudie in Amsterdam af te ronden en te remigreren naar Toscane. Aldaar zal hij onder de zoetgevooisde klanken van Jacques Brel zijn onverbiddelijke bestseller schrijven en zich toeleggen op de duiventeelt.’
Mijn zusje moest vroeger altijd huilen om clowns, omdat ze het zo zielig vond als ze zichzelf pijn deden. Thuisgekomen sloeg ik haar net zo lang tot ze ophield. Ik was jong. Wist ik veel dat ik de verkeerde sloeg.
Geen van de genoemde schrijvers gaat op dit onderwerp in, maar dat mannen zich wel bewust zijn van deze dreiging toont bijvoorbeeld een film als Thelma & Louise. Ik ben niet de eerste die opmerkt dat de bedreigende mannen in deze film weliswaar hun trekken thuis krijgen - de verkrachter krijgt de kogel, de vrachtwagen van het male chauvinist varken wordt opgeblazen, de neerbuigende politieagent wordt op zijn nummer gezet en barst vervolgens in huilen uit - maar dat de film niettemin eindigt met de zelfmoord van de twee hoofdrolspeelsters. De enige verdediging van de vrouw tegen mannelijke krachtpatserij is kennelijk de dood. De bedreiging voor mannen is daarmee afgewend. Zelfmoord is altijd een dubieus stijlmiddel, en in deze film is het wel zeer verdacht.