Yolanda Entius

Zielsgenoten

Yolanda Entius
Rakelings
Querido, 256 blz., € 17,95

Met Rakelings won Yolanda Entius (1961) de Selexyz-debuutprijs voor 2006, een prijs die pas een paar maanden geleden werd uitgereikt. Tienduizend euro en, naar verluidt, een bos bloemen. Rakelings is een boek met een overtuiging. Meteen in de proloog, pagina 2, formuleert Entius het stellig: ‘Als een dief in de nacht sluipt het noodlot achter ons aan. Onverschillig zet het zijn voet tussen de deur van ons huis en plant het zijn mes tussen onze schouderbladen; altijd onverwacht en altijd als we denken dat wij het zijn die onze gang bepalen.’

Wat volgt is een mozaïekroman, waarin de levens van een half dozijn personages toevallig in elkaar overlopen. Mozaïekromans kunnen soms het idee geven dat de schrijver zich niet wil binden aan één personage, één stijl, één verhaal. De mozaïek als open relatie, waar de schrijver wat kan aanklooien met wie hij wil. Voor Rakelings geldt het tegenovergestelde; alle personages zijn zielsgenoten, ze verkeren in een zelfde staat van zelfgekozen eenzaamheid, alleen zitten ze allemaal in een andere fase.

Entius schrijft kalm, gecontroleerd. Ze houdt altijd een zekere afstand tot haar personages. Deze toon past precies bij haar personages, die op hun beurt afstand houden tot elkaar. Het meest letterlijk is dit bij Douwe, een stabiele man (dat kun je niet van alle personages zeggen) wiens zoontje overlijdt bij een busongeluk. Tachtig pagina’s lang komt hij zijn bed niet meer uit, neemt de telefoon niet meer op. Hij fantaseert over de modeltreintjes van zijn zoon. Het moet aanlokkelijk zijn voor de auteur om zich hier te verliezen in hyperbolen over dood en ellende. Entius doet dit niet. Afstand blijft gewaarborgd. Het maakt het verhaal dragelijk.

Meer komisch is deze afstand bij Lisa, die na een amour horrible met een getrouwde man de liefde afzweert. Als ze dan toch min of meer gedwongen wordt met een vrijgezelle man op vakantie te gaan, legt Entius in een paar zinnen uit waarom het niets zal worden. ‘Hij wou toch echt af en toe “een terrasje pikken” en vooral ook “naar leuke mensen kijken”.’ Een terrasje pikken. Mensen kijken. Het is duidelijk: wat een burgerlul. Meer woorden hoeft ze er niet aan vuil te maken.

Naast deze haarfijne combinatie van stijl en inhoud heeft Rakelings nog iets dat je niet frequent tegenkomt in Nederlandse literatuur: een happy end. Er is liefde, er is loutering, er is hoop dat het noodlot onverschillig is, ons vergeet en met rust laat als we uit het zicht zijn verdwenen.