Zielsverwanten

In Grote verwachtingen reist Geert Mak langs internationale vrienden en collega’s, wier sombere analyses tot de opmerkelijk optimistische gedachte leiden dat Europa een betere versie van zichzelf zal worden.

Muurschildering van Banksy in Dover, Engeland © Luke MacGregor / Bloomberg via Getty Images

‘Ik dacht steeds meer: wat er nu gebeurt, dat is echt geschiedenis’, zegt Geert Mak in het promofilmpje over zijn nieuwe boek Grote verwachtingen: In Europa 1999-2019. Dat we in tijden leven die men over vijftig jaar nog zal bestuderen is inderdaad heel waarschijnlijk, maar het blijft zeker nogal riskant om de geschiedenis van de eigen tijd te willen schrijven.

Dat beseft Mak ook en daarom voert hij geregeld een ‘slimme geschiedenisstudent’ op die in 2069 met veel meer afstand zal kunnen oordelen. Die truc kan echter niet verhullen dat Mak die afstand zelf natuurlijk niet heeft en dat hij dus eerder als journalist dan als diepgravende® historicus te werk moest gaan. Net als in de eerste In Europa (2004) reist hij over het continent en combineert hij in zijn vaardig vertelde relaas inzichten uit interviews met observaties van specialisten.

Wie deze eeuw voor kwaliteitsmedia is blijven betalen en wie wel eens een Tegenlicht-aflevering meepikt of de bbc-reeks Inside Europe: Ten Years of Turmoil zag, riskeert bij Mak niet veel nieuws te leren. Opmerkelijk veel van de beste passages zijn tweedehands. Waar de auteur niet leunt op vermaarde analisten als Adam Tooze (over de financiële crisis) of Luuk van Middelaar (met diens verhelderende onderscheid tussen het Europa van de Staten, van de Burgers en van de Kantoren) wil hij zich wel eens verlaten op schematische verklaringsmodellen die eerder clichébevestigend zijn dan dat ze ons een scherp nieuw inzicht bieden. ‘De culturele en individualistische revolutie van 1968 ging aan Oost-Europa grotendeels voorbij’, poneert Mak bijvoorbeeld, ‘vandaar de latere botsingen tussen Oost en West als het ging om de rechten van vrouwen, en van homo’s, lesbiennes, biseksuelen, transgenders en andere minderheden.’

Daarmee gaat hij niet alleen vlotjes voorbij aan de culturele aspecten van 1968 in Oost-Europa (de Praagse Lente werd mede ingeluid door lokale hippies; vrouwenrechten op de arbeidsmarkt en rond geboortebeperking waren in het communistische deel van Europa veel sneller en beter verzekerd dan hier), maar vergeet hij ook te vermelden dat de glorieuze stappen waarop West-Europa zich in dat opzicht beroemt pas in de jaren negentig en later zijn voltrokken, sommige pas de afgelopen jaren, en dan nog bijna altijd schoorvoetend. De Oost-West-tegenstelling is in sommige opzichten uiteraard heel reëel, maar het is de vraag of die kan verklaren wat Mak graag verklaard zou zien. Een land als Italië, waar ‘1968’ misschien nog groter was dan in Frankrijk, is qua juridische bescherming van het homohuwelijk ongeveer even ver als Hongarije en Tsjechië.

Grote verwachtingen is ook elders niet vrij van dubbelzinnigheid. Mak probeert open en respectvol de politieke en maatschappelijke tendensen te typeren die onze samenleving verscheuren, maar de vele internationale vrienden en collega’s die hij op zijn Europese reizen aan het woord laat, lijken wel verdacht vaak op de auteur. Het boek bevat ook een zestal lange, altijd interessante monologen van blijkbaar symptomatisch geachte getuigen van onze recente geschiedenis. In hun zalvende, zij het nooit wegkijkende gematigdheid zijn ook zij allemaal zielsverwanten van de auteur. De Pools-joodse historica die deels in de VS woont en in Polen geconfronteerd wordt met akelig antisemitisme, de Vlaamse burgemeester Bart (Somers) die door zijn familiegeschiedenis extra gevoelig is voor de valse lokroep van extreem nationalisme en probeert een integrerende middenkoers te varen, Griekse middenstanders die blijkbaar als enigen in hun buurt vragen hadden bij het gemak waarmee iedereen rijk leek te worden, een Nederlandse topbankier die soortgelijke vragen had bij de kapitalistische excessen die tot de Fortis-implosie van 2008 leidden: het zijn Alleen Maar Weldenkende Mensen. En dat in een tijdperk dat, ook in Maks beschrijving, bovenal gekenmerkt wordt door extreme polarisering en de samenleving onder druk wordt gezet door politici, kiezers, casinokapitalisten en trollen die willens en wetens die weldenkendheid verwerpen.

Dat kamp komt eigenlijk maar één keer rechtstreeks aan het woord en opmerkelijk genoeg blijkt die persoon – de niet bij naam genoemde Blokkeerfriezin Jenny Douwes – in Maks beschrijving helemaal niets te maken te hebben met ultrarechts activisme, laat staan met racisme. We moeten haar pro-Zwarte-Piet-acties louter begrijpen als uiting van de ‘eeuwige botsing tussen stad en platteland’, aldus Mak. Het is een merkwaardige passage in wat voorts nochtans het overtuigendste hoofdstuk in het boek is, een bij vlagen magistrale beschrijving van hoe Maks twee woonplaatsen, Amsterdam en een evenmin bij naam genoemd Fries dorp, de stormen van de globalisering trachten te doorstaan.

Stad en platteland blijken dan niet te botsen, ze lijden beide onder een al te invasieve schaalvergroting. Amsterdam wordt steeds rijker, maar de auteur ziet achter de schone schijn vooral ‘geduw, gedrang en gemopper, buurtwinkels die plaatsmaakten voor toeristenbagger, een straatleven dat weggevaagd werd door de verhuurcentrale Airbnb, een politie die was kapotbezuinigd, een escalatie van de huizenprijzen, gezinnen met kinderen die wegtrokken’. In Friesland gingen boeren aanvankelijk enthousiast mee in de modernisering, maar intussen willen ze steeds vaker zichzelf globaliseren – migreren dus, weg uit Europa.

Mak spreekt alleen met Weldenkende Mensen. En dat terwijl de samenleving onder druk staat dankzij politici, kiezers en trollen die willens en wetens de weldenkendheid verwerpen

Op zijn eigen erf staat Maks seismograaf het scherpst afgesteld. In de jaarlijkse toneelstukken van zijn dorpsgenoten merkte hij hoe ‘de rotzak van het verhaal, de machthebber waarmee tegelijk voortdurend de spot werd gedreven, niet meer de stadse “mijnheer” of de “kapitalist” was maar “de manager”, een slappe figuur die met alle winden meewaaide, die alleen maar dacht in cijfers en clichés en die enkel bezig was met zijn positie zonder enig idee te hebben van de inhoud van het werk’.

Veel van de woede en wanhoop in de samenleving zijn ongetwijfeld het gevolg van de neoliberalisering van zorg, onderwijs en bestuur, maar ook Mak lijkt niet echt te kunnen verklaren waarom van Boris Johnson tot Mark Rutte en van Emmanuel Macron tot de Ierse premier Leo Varadkar politici aan de macht zijn en blijven die de idealen uitvoeren die ons in deze situatie hebben gebracht. >

Wel maakt hij een in dat opzicht intrigerende en zelfs optimistische vergelijking: ‘De mislukte democratische revoluties van 1848 zijn wel eens betiteld als “een keerpunt waarbij de moderne geschiedenis weigerde te keren”. Hetzelfde kan worden gezegd over de ineenstorting van de banken in 2008. De crisis toonde aan hoe vals het geloof was dat de markten zichzelf konden regelen. Het neoliberalisme leek failliet. Maar, net als in 1848, bleek het tegendeel het geval.’

Vandaag zien we 1848 niettemin als een cruciale stap naar de democratisering van onze maatschappijen en zo blijkt in 2069 misschien dat 2008 ondanks de huidige schijn van het tegendeel wel degelijk het einde inluidde van het heilige geloof in cijfers en het harteloze slopen van elke menselijke maat. Garanderen durft Mak het allerminst, want hij onderschat de tegenkrachten niet. Het racisme dat na ‘9/11’ genormaliseerd werd, het in het beste geval nostalgische nationalisme dat hij overal de kop ziet opsteken, de haat die door de samenleving giert als gevolg van de instroom van vluchtelingen en migranten, de gretigheid waarmee grote groepen zich overgeven aan complottheorieën en leugens: dat is blijkbaar wat mensen doen die zich onmachtig, onveilig en ontheemd voelen in hun eigen tijd en eigen land.

Opmerkelijk veel ruimte besteedt Mak aan EU-hater Donald Trump. Deels, zo lijkt het, omdat het een therapeutische werking heeft om zo in detail zijn afschuw uit te kunnen spreken over diens wanbeleid, valsheid en hemeltergende stompzinnigheid. Wezenlijker is echter dat Trump Europa dwingt zichzelf opnieuw uit te vinden. De EU zal het tot staatsvorm verheven bureaucratisme moeten overstijgen om eindelijk de geopolitieke en dus ook militaire macht te worden waar deze tijd om vraagt.

Trump is nog om een derde reden cruciaal in dit verhaal: de Amerikaanse president vormt het luidruchtigste deel van een via narcisme, ongebreidelde corruptie en geopolitiek opportunisme verbonden coalitie van Europeanen als Matteo Salvini, Viktor Orbán, de hardste brexiteers en Vladimir Poetin.

Die laatste lijkt, meer dan Angela Merkel, het eigenlijke hoofdpersonage van het boek: ons slechte geweten, onze nemesis die ons dwingt een betere versie van onszelf te worden. Mak citeert Poetin-watcher Mark Galeotti: ‘(Poetin) wil ons verdeeld zien, en zover gedemoraliseerd en afgeleid totdat we óf een deal met hem sluiten, óf, wat waarschijnlijker is, niet meer fit genoeg zijn om hem uit te dagen.’

Dat in de week waarin het boek op de markt komt de Britse regering een rapport over de Russische infiltratie in de Conservatieve Partij lijkt te willen tegenhouden, suggereert dat het eindspel van Grote verwachtingen nog maar net is begonnen. We kunnen alleen maar hopen dat we daar in 2069 eens goed om kunnen lachen: O, die eerste decennia van de eeuw toch, toen we ons nog als naïeve schoolkinderen uit elkaar lieten spelen door een judoka op jaren.