Zieltoekenning

Walter van der Kooi ziet veel meer dan hij in zijn TV-kroniek kan bespreken. Deze week: Ik, plastic, de BNNVARA-serie van Menno Bentveld.

Ik, plastic © BNNVARA

Containers slaan overboord en de Wadden worden overspoeld met troep, waaronder uiteraard veel plastic. In Indonesië zien we een kali die de naam rivier niet meer verdient omdat ver onder onwaarschijnlijke hoeveelheden afval, voornamelijk plastic, een diepbruine smurrie resteert. Bojan Slats indrukwekkende onderneming verloopt moeizaam. Ik deed tot een paar jaar geleden alle plastic bij het vuilnis en zag pas hoeveel dat was toen ik het, gescheiden, naar de enorme, lelijke bakken begon te brengen waarvoor je een aardig end moest lopen. Met de jaren werd het bovendien steeds meer – niet omdat wij thuis meer consumeren maar omdat steeds meer artikelen in steeds meer verpakking belandden.

Alleen al mijn wereldvoedseltechnisch verantwoorde noten zitten in een stevig plastic bakje met een extra laagje dun plastic onder de deksel en een dikke wikkel rond dat geheel. De zakjes kamillethee van Kneipp, een trots ‘natuurmerk’, zitten in een kartonnen pakje maar daarbinnen per stuk in plastic verpakt. Nog altijd zijn er beduidend minder containers voor plastic dan voor papier en glas, maar bij die boven- of ondergrondse plasticbakken is het altijd veel stiller dan bij de andere. U ziet, ik ben bezig de wereld te redden maar de anderen, van producent tot consument, laten het afweten.

Ach nee: zoals ik besef dat mijn vegetarisme (een eeuwigheid geleden uit pubersentimentaliteit en niet uit milieuoverwegingen begonnen) beduidend minder zoden aan de dijk zet dan veganisme, maar die overstap toch niet maak, zo weet ik al te goed dat die gang naar de plasticbak niets voorstelt. Ik moet gewoon naar een verder gelegen notenwinkel gaan, waar papier de verpakking is en kamille los kopen. Maar ook dat is nog armzalig vergeleken bij die Amerikaanse vrouwen die gezamenlijk proberen om plastic uit hun dagelijks leven te bannen, van roestvrijstalen vormen voor zelfgemaakte ijslolly’s tot klassiek katoenen maandverband en luiers.

Natuurlijk kreeg Menno Bentveld, bij hen op bezoek voor de BNNVARA-serie Ik, plastic, kikkererwten te eten. Zijn gastvrouw was christelijk geïnspireerd, net als een wat zonderlinge milieu-lobbyist in het Witte Huis. En net als hun tegenstanders: de plasticproducenten in Freeport, Texas, en hun politieke protégé en verdediger ineen, de burgemeester van dat industriestadje. Het bijbels voorgeschreven rentmeesterschap lijkt wel meer christenen te gaan motiveren (‘God Loves The Oceans’ stond op een spandoek bij een demonstratie in Washington waar Bentveld ook aanwezig was), maar nog altijd is dat een minderheid vergeleken bij de zwijgende christelijke meerderheid, die overigens voor werk vaak afhankelijk is van vervuilende industrie. Trouwens, ook de koran lijkt tot nu bepaald geen al te sterke inspiratie voor milieuactivisme.

Enfin, dit was mijn ik, plastic-inleidinkje op een wat curieuze serie waarvan ik twee van de vier afleveringen zag. De eerste de meest klassieke: naar de plek waar het spul vandaan komt (Dow Chemical, Freeport) en waar de trotse burgervader en de dito persvoorlichter de zegeningen van het spul bezongen. Die ambtenaar vanwege de banen en de geldstroom die de gemeente van de industrie vangt (hij vindt de uitstoot van de ontelbare pijpen zelfs heerlijk ruiken), de voorlichter vanwege het enorme gemak dat we eraan danken (en wie kan ontkennen dat dat zo is?). Bovendien: als je één kilo plastic nodig hebt om vloeistof te verpakken en vervoeren, dan heb je anderhalve kilo aluminium nodig, vier kilo staal of dertien kilo glas. Reken maar uit hoeveel kosten, energie en uitstoot je daarmee bespaart. Nou jij weer.

Op Bentvelds vraag of ze ook nadachten over de levenscyclus van hun product was het antwoord instemmend. Het kwam erop neer dat de consument moest eisen dat materialen beter gebruikt worden en de verantwoordelijkheid moest nemen voor het opruimen ervan. Wat dan weer meer banen opleverde. Ik vond Menno’s vraag eigenlijk wat makkelijk, maar het antwoord was onthullend en verbijsterend. Slechte voorlichter trouwens die met open ogen in de van verre zichtbare maatschappijkritische val loopt. Of zou hij die vraag gewoon nooit krijgen?

Er blijkt ook een handjevol kritische burgers in Freeport te bestaan, maar wat krijgen die voor elkaar in een omgeving waar bijna iedereen direct van Dow c.s. afhankelijk is? Er zou meer kanker zijn dan gemiddeld in de VS, maar gestaafd wordt dat niet. De burgemeester heeft trouwens een gigantische villa – met aan alle kanten uitzicht op krakers, containers en pijpleidingen. Die geldstroom van bedrijf naar gemeente bestaat, maar is ook een beetje vreemd, want we krijgen nogal wat achterstallig onderhoud van infrastructuur en voorzieningen te zien. Enfin, de categorie hoop moet in Freeport misschien komen van een ondernemer die van plastic weer olie wil gaan maken en daarvoor grond en steun van de burgemeester vraagt. Dat hij uit een reservaat afkomstig is levert uiteraard de kwinkslag van ‘plastic’-cowboys tegen indianen op. De man spreekt als een filosoof van de vage soort, wat je vertrouwen in zijn reddende project niet groter maakt. Maar dat Bentveld hem voorlegt dat hij dus geld wil verdienen aan zijn voorgenomen activiteiten komt me merkwaardig voor. Krijgt hij zelf geen salaris voor zijn reizen waarvoor volop olie en plastic worden gebruikt?

Het gevaar voor de recensent is dat hij blasé wordt en denkt alles van tevoren wel een beetje uit te kunnen tekenen. Maar hoewel die aflevering niet het niveau van de Amerika-reeks van Eelco Bosch van Rosenthal haalt, in afzonderlijke situaties en personages zit toch aardig wat dat de moeite waard is. Aflevering twee vind ik eigenlijk interessanter.

Beginnend aan de Amerikaanse Westkust, waar jutters enorm veel plastic en ander materiaal vinden dat afkomstig is uit Japan (en dat in gigantisch veelvoud sinds de tsunami daar) gaat de reis naar Nippon. En verandert de thematiek. Jazeker, de oestervisser daar maakt zich ook zorgen over micro-plastic dat zich in dier en mens ophoopt, maar het verhaal gaat grotendeels over de natuurramp en haar vernietigende gevolgen (indrukwekkend trouwens). En het richt zich op de Japanse zienswijze dat ook objecten een ziel bezitten, waarbij die voorwerpen in toenemende mate van plastic zijn. Daar ligt een filosofisch-religieus element onder (we komen niet voor niets bij een shintoïstische priesteres in de tempel, die van verpletterende esthetiek is), maar de toespitsing op robothondjes en levensgrote meisjespoppen maakt het iets vatbaarder voor westerlingen.

Want ja, ook hier vindt zieltoekenning plaats, zeker als het pakweg speelgoed betreft. Veel Japanners gaan daar duidelijk na de kindertijd mee door en gaan er verder in. Uitmondend in een tamelijk bizar groepje mannen dat als hobby plastic meisjes verzamelt, die aankleedt, kapt, opmaakt en vertroetelt. Waarbij een van hen zelf seksuele toespelingen maakt, waarop wat gegeneerd wordt gereageerd. Ik denk prompt aan de documentaire Tokyo Idols vol jongens en mannen die idolaat zijn van popgroepen van meisjes die zich zo kinderlijk mogelijk uitdossen. En aan Paulien Cornelisse en haar knappe Japan-reeks.

Bentveld gaat op pad met een bij Seattle gevonden Japanse deksel van een warmhoudcontainer voor schoollunches. Hij vindt de locatie van een school die compleet is weggevaagd; en hij vindt het toenmalige schoolhoofd. Ze waren tijdig met de kinderen de heuvels in gevlucht, maar nog altijd heeft hij schuldgevoel omdat hij een leraar toestemming gaf weg te gaan: dood. Uiteindelijk laat Bentveld hem het deksel zien. Er staat gewoon op wat de functie is, maar de man acteert gelukkig niet: ja, zo werden de noedels warm gehouden, maar of de onze deze kleur hadden weet ik niet. Een beleefde manier om te zeggen dat dit voorwerp niet uit zijn school kwam. Het doet er totaal niet toe: het deksel heeft de oceaanstromen aangetoond en de omvang van de vernietiging. En ons een sympathiek, wijs leraar doen kennen.

Ik, plastic lijkt een beetje te zwalken, maar biedt voldoende ziens- en denkwaardigs. En soms moois. Deel drie brengt ons naar Kenia en Oeganda. Deel vier gaat (cirkel rond) over de letterlijke versmelting van mens en plastic.


Floris-Jan van Luyn (regie), Menno Bentveld (presentatie), Kees Schaap (redactie), Ik, plastic, BNNVARA, vier delen vanaf donderdag 10 januari, NPO 2, 21.15 uur